Naar inhoud springen

Latijn/Les 5

Uit Wikibooks
Latijn Les 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 Het schrift · Uitspraak · Naamwoorden · Werkwoorden Woordenlijst

Dativus; I-conjugatie; de vervoeging van ire; O-declinatie: woorden op -er

[bewerken]

Deze les introduceert de dativus en de I-conjugatie alsmede het onregelmatige werkwoord ire. Verder kijken we nog naar bijzondere woorden uit de O-declinatie en maken we kennis met de bijvoeglijke naamwoorden van de eerste groep.

Voorbeelden

[bewerken]
1. Quis custodit custodes? Wie bewaakt de bewakers?.
2. Cleopatra Caesari donum dat. Cleopatra geeft Caesar een geschenk.
3. Agricola agrum arat. De boer ploegt de akker.
4. Pueri puellaeque ludunt. De jongens en de meisjes spelen.
5. Romeo osculum Juliae dat. Romeo geeft Julia een kus.
6. Dominus servo fido libertatem donat. De meester schenkt de trouwe slaaf de vrijheid.
7. Flumen transeo. Ik steek de rivier over.
8. Mens sana in corpore sano. Een gezonde geest in een gezond lichaam.
9. Gladiatores angorem infantibus iniciunt. De gladiatoren jagen de kinderen angst aan.
10. Amico obviam sum. Ik ontmoet een vriend.

Dativus

[bewerken]

De dativus is in eerste instantie de naamval voor het meewerkend voorwerp:

Cleopatra Caesari donum dat. = Cleopatra geeft een geschenk aan Caesar.
Rosam puellae do. = Ik geef een roos aan het meisje.

In iets bredere zin is het de naamval voor partijen die indirect betrokken zijn bij de handeling van de zin (dus ook meewerkend voorwerp):

Gladiatores angorem infantibus inicunt. = De gladiatoren jagen de kinderen angst aan.
Amico obviam sum. = Ik ontmoet een vriend.

Uit het tweede voorbeeld blijkt wel hoe ruim het begrip "indirect betrokken" kan zijn. In het Nederlands is een vriend het lijdend voorwerp, een accusativus dus. De Latijnse zinswending schrijft een dativus voor. Als je het letterlijk vertaalt zit er wel een logica in: amico obviam esse = aan de vriend (amico) tegemoetkomend (obviam) zijn (esse). Het moge duidelijk zijn, een goed woordenboek is onontbeerlijk.

Hier zijn de vormen van de dativus van de A- en O-declinatie, samen met de vormen van de reeds bekende naamvallen:

 
rosa (f)
servus (m)
templum (n)
 
sing.
plur.
sing.
plur.
sing.
plur.
nom.
gen.
dat.
acc.
abl.
rosa
rosae
rosae
rosam
rosa
rosae
rosarum
rosis
rosas
rosis
servus
servi
servo
servum
servo
servi
servorum
servis
servos
servis
templum
templi
templo
templum
templo
templa
templorum
templis
templa
templis

En de vormen van de dativus van de consonant-declinatie, samen met de vormen van de reeds bekende naamvallen:

 
rex, regis (m)
tempus, temporis (n)
 
sing.
plur.
sing.
plur.
nom.
gen.
dat.
acc.
abl.
rex
regis
regi
regem
rege
reges
regum
regibus
reges
regibus
tempus
temporis
tempori
tempus
tempore
tempora
temporum
temporibus
tempora
temporibus

-er in de O-declinatie

[bewerken]

De O-declinatie bevat een aantal mannelijke woorden die niet op -us maar op -er eindigen. We zagen reeds faber (handwerker; gen. fabri) en magister (leraar; gen. magistri).

Eerst maar eens de verbuiging van puer (jongetje) en ager (akker) :

 
puer, -eri (m)
ager, gri (m)
 
sing.
plur.
sing.
plur.
nom.
gen.
dat.
acc.
abl.
puer
pueri
puero
puerum
puero
pueri
puerorum
pueris
pueros
pueris
ager
agri
agro
agrum
agro
agri
agrorum
agris
agros
agris

Ergens in een tijd voordat het Latijn geschreven werd moeten woorden uit de O-declinatie die eindigden op -rus de uitgang -us in de nominativus enkelvoud verloren hebben:

pueruspuer
agrusagrager

Daarbij onstond in het geval van woorden als ager en magister een moeilijk uitspreekbare combinatie: agr en magistr. Daarom werd er een bindvocaal -e- tussengeschoven om het geheel weer uitspreekbaar te maken. Om de beide gevallen in woordenlijsten te onderscheiden worden de laatste letters van de stam in de genitivus vorm meegegeven:

puer, -eri (m) jongen
ager, -gri (m) akker

I-conjugatie

[bewerken]

De I-conjugatie bestaat uit werkwoorden waarvan de stam eindigt op een i. We zagen reeds audit, audiunt en ferit als vertegenwoordigers van vormen uit deze conjugatie.

De vormen van de I-conjugatie:

inf.
audire
horen
1. s.
2. s.
3. s.
1. p.
2. p.
3. p.
audio
audis
audit
audimus
auditis
audiunt
ik hoor
jij hoort
hij/zij/het hoort
wij horen
jullie horen
zij horen

De enige bijzonderheid van de I-conjugatie is de bindvocaal -u- in de derde persoon meervoud, de uitgangen zijn verder dezelfde als in de andere conjugaties.

Het onregelmatige werkwoord ire

[bewerken]

Het werkwoord ire (gaan) is weliswaar een werkwoord uit de I-conjugatie, maar het heeft een paar onregelmatige vormen:

inf.
ire
gaan
1. s.
2. s.
3. s.
1. p.
2. p.
3. p.
eo
is
it
imus
itis
eunt
ik ga
jij gaat
hij/zij/het gaat
wij gaan
jullie gaan
zij gaan

De onregelmatigheden zijn niet de uitgangen, maar de verandering van de stam in de eerste persoon enkelvoud en de derde persoon meervoud: de stam i- verandert in e-.

Net als ire worden ook de composita van ire verbogen, bijvoorbeeld:

transire = oversteken
exire = naar buiten gaan, verlaten; eindigen
abire = weggaan
adire = gaan naar

De onregelmatige werkwoorden velle, nolle, malle

[bewerken]

De werkwoorden velle(willen), nolle(niet willen), malle(liever willen) zijn zeer onregelmatig.

inf.
velle
1. s.
2. s.
3. s.
1. p.
2. p.
3. p.
volo
vis
vult
volumus
vultis
volunt
ik wil
jij wilt
hij/zij/het wil
wij willen
jullie willen
zij willen
inf.
nolle
1. s.
2. s.
3. s.
1. p.
2. p.
3. p.
nolo
non vis
non vult
nolumus
non vultis
nolunt
ik wil niet
jij wilt niet
hij/zij/het wil niet
wij willen niet
jullie willen niet
zij willen niet
inf.
malle
1. s.
2. s.
3. s.
1. p.
2. p.
3. p.
malo
mavis
mavult
malumus
mavultis
malunt
ik wil liever
jij wilt liever
hij/zij/het wil liever
wij willen liever
jullie willen liever
zij willen liever

Bijvoeglijke naamwoorden: adiectiva

[bewerken]

De bijvoeglijke naamwoorden (adiectiva; uitgesproken als adjectiva) worden verdeeld in twee groepen:

  • groep 1: adiectiva die vervoegd worden als woorden uit de A- en O-decinatie
  • groep 2: adiectiva die vervoegd worden als woorden uit de consonant-declinatie

In deze les beschouwen we alleen groep 1.

Kijk eerst eens naar de vormen van de adiectiva van groep 1:

 
masc.
fem.
neut.
 
sing.
plur.
sing.
plur.
sing.
plur.
nom.
gen.
dat.
acc.
abl.
bonus
boni
bono
bonum
bono
boni
bonorum
bonis
bonos
bonis
bona
bonae
bonae
bonam
bona
bonae
bonarum
bonis
bonas
bonis
bonum
boni
bono
bonum
bono
bona
bonorum
bonis
bona
bonis

De vervoeging is vrij eenvoudig: voor de mannelijke vormen is de vervoeging gelijk aan die van servus, voor de vrouwelijke gelijk aan die van rosa en voor de onzijdige zijn de vormen gelijk aan die van templum. Er hoeven dus geen nieuwe vormen uit het hoofd geleerd te worden.

Maar leer nu de volgende regel heel goed uit het hoofd:

Een bijvoeglijk naamwoord richt zich in naamval, geslacht en getal naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.

Dit verschijnsel wordt congruentie genoemd en wat dit betekent maken we duidelijk aan de hand van een paar voorbeelden:

Dominus magnus filiae parvae dona pretiosa dat. = De grote meester geeft zijn kleine dochter kostbare geschenken.

In deze zin staat dominus, een mannelijk woord, in de nominativus enkelvoud. Het bijvoeglijk naamwoord magnus (stam magn-) hoort bij dominus en volgens de regel moet het zich dan richten naar naamval, getal en geslacht van dominus, d.w.z. magn- moet de uitgang van de nominativus enkelvoud van het mannelijk krijgen. Kijken we in het schema hierboven dan zien we dat dat -us is: magn + usmagnus.

Hetzelfde geldt voor filiae parvae. Het vrouwelijke filiae is (in dit geval) een dativus enkelvoud en dus moet ook het bijbehorende parvus (stam parv-) de uitgang van de dativus enkelvoud van het vrouwelijk krijgen. Kijken we weer in het schema hierboven dan zien we dat de uitgang -ae is. Dus parv + aeparvae.

En als laatste nog dona pretiosa. Het onzijdige dona is (in dit geval) een accusativus meervoud en dus moet ook het bijbehorende pretiosus (stam pretios-) de uitgang van de accusativus meervoud van het onzijdig krijgen. Het schema geeft ons hiervoor weer de uitgang, namelijk -a: pretios + apretiosa.


Een tweede voorbeeld, dat we nog veel preciezer ontleden, namelijk op een manier zoals we iedere Latijnse zin moeten aanpakken: benoem de vormen van ieder woord en elimineer de onwaarschijnlijke benoemingen; uit de overgebleven vormen moeten dan functie en betekenis van ieder woord in de zin afgeleid worden om zodoende tot een vertaling te komen. Neem pen en papier om het voor jezelf schematisch op te schrijven:

Mens sana in corpore sano.

mens (geest) is een vrouwelijk woord uit de consonant-declinatie en staat hier in de nominativus enkelvoud. sana is afgeleid van sanus (gezond), een adjectief uit groep 1. sana kan dus nominativus of ablativus enkelvoud vrouwelijk zijn, of nominativus of accusativus meervoud onzijdig. Als we de zin even doorlopen zien we dat er geen nominativus of accusativus meervoud onzijdig in de zin staat en ook geen ablativus vrouwelijk enkelvoud, sana moet dus nominativus enkelvoud vrouwelijk zijn en bij mens horen. Vandaar het eerste stuk van de vertaling: een gezonde geest.

in is een voorzetsel dat een accusativus of ablativus regeert. Bekijken we het volgende woord, corpore dan zien we dat we met een ablativus van doen hebben, en wel een ablativus enkelvoud onzijdig van corpus. We hebben dus te maken met in + abl., een plaatsbepaling dus: in een lichaam.

Gaan we verder met het laatste woord: sano, wat een dativus of ablativus enkelvoud van het mannelijk of onzijdig kan zijn. Het enige woord waar het daarom nog bij kan horen is corpore, er zijn namelijk geen mannelijke woorden of een onzijdige dativus enkelvoud. Dus in corpore sano moet vertaald worden met in een gezond lichaam.

Dus:

Mens sana in corpore sano. = Een gezonde geest in een gezond lichaam.


Pas op voor de volgende veelgemaakte fout:

Summos montum magnum video.

Wat de schrijver bedoelde te zeggen is: ik zie de toppen van grote bergen. Dus magnus moet zich richten in naamval, geslacht en getal naar montum. Welnu, montum is een verbuiging van mons, een mannelijk woord uit de consonant-declinatie en het is een genitivus meervoud. Dus ook magnus moet verbogen worden naar een mannelijke genitivus meervoud. En dat is magnorum en niet magnum!

Dus de correcte vorm van de Latijnse zin is:

Summos montum magnorum video.

Onthoud daarom goed: een bijvoeglijk naamwoord richt zich in naamval, geslacht en getal naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. En niet naar de vorm van de uitgang!

Terminologie

[bewerken]
adiectivum
bijvoeglijk naamwoord (meervoud adiectiva).
congruentie
het verschijnsel dat een adiectivum zich in geslacht, naamval en getal naar het woord richt waar het bij hoort.


Woordenlijst

[bewerken]
adversarius, -i (m) tegenstander
ager, -gri (m) akker, veld
altus, -a, -um hoog
angor, angoris (m) angst
aratrum, -i (n) ploeg
bonus, -a -um goed
Cleopatra, -ae (f) Cleopatra, heerseres over Egypte
coniunctim samen, gezamenlijk
corpus, corporis (n) lichaam
curia, -ae (f) curia, senaatsgebouw
custodire (I) bewaken
dare (A) geven, schenken
de (+abl) over
donare (A) geven, schenken, begiftigen
donum, -i (n) geschenk
ebrius, -a, -um dronken
fidus, -a, -um trouw, eerlijk
flumen, fluminis (n) rivier
gemma, -ae (f) juweel
inicere (C) ergens in gooien; angorem A[dat] inicere : A angst aanjagen
laetus, -a, -um vrolijk
libertas, libertatis (f) vrijheid
longus, -a, -um lang
magnus, -a, -um groot
mens, mentis (f) geest
narrare (A) vertellen
obviam tegemoetkomend; A[dat] obviam esse : A ontmoeten, A tegemoet komen
osculum, -i (n) kus, zoen
parvus, -a, -um klein
pretiosus, -a, -um kostbaar
prope (+acc) in de buurt van, bij
puer, -eri (m) jongen
quis? wie?
risum gelach (een accusativus van een woord uit de U-declinatie)
Romanus, -i (m) Romein
sanus, -a, -um gezond
senator, senatoris (m) senator
summus, -i (m) top (van een berg)

Oefeningen

[bewerken]
  • Vertaal naar het Nederlands:
  1. In taberna parva vinum bonum bibo.
  2. Gladiator adversarium cum gladio longo interficit.
  3. Elephanti Hannibalis angorem Romanis inicunt.
  4. Agricola agrum cum aratro arat.
  5. Pueri puellaeque in via longa currunt.
  6. Caesar et senatores ad curiam adeunt.


  • Na het bezoek aan het amfitheater:
Quintus Marcusque amphitheatro magno exeunt et ad forum ambulant. Prope forum Flavio amico obviam sunt. Flavius milis legionis Caesaris est. In taberna parva coniunctim intrant et vinum bibunt. Flavius Quinto Marcoque de bello narrat.


  • Benoem de vormen (soms is er meer dan 1 mogelijkheid, benoem ze allemaal):
  1. audis
  2. fida
  3. agrorum
  4. donamus
  5. magno
  6. libertatum
  7. mente
  8. equo
  9. origini
  10. exeo
  11. feritis
  12. gladiatoribus


  • Vul de correcte vorm van het bijvoegelijke naamwoord in en vertaal de zin:
  1. Quintus Lydiae gemmas pretios... dat.
  2. Montes alt... video.
  3. Infantes parv... vicorum in via ludunt.
  4. Milites ebri... cum nautis pugnant.
  5. Risum puellarum laet... audio.


Latijn Les 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 Het schrift · Uitspraak · Naamwoorden · Werkwoorden Woordenlijst
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.