Latijn/Les 15

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Latijn Les 1 - Les 2 - Les 3 - Les 4 - Les 5 - Les 6 - Les 7 - Les 8 - Les 9 - Les 10 - Les 11 - Les 12 - Les 13 - Les 14 - Les 15 Het schrift - Uitspraak - Naamwoorden - Werkwoorden Woordenlijst

Het gerundium; het gerundivum; het bepalend voornaamwoord

Het gerundium[bewerken]

Gebruik[bewerken]

Het gerundium is in het Nederlands gelijkend aan een verbaal substantief, ook wel het gerundief genoemd. Het gerundief is een zelfstandig naamwoord dat afgeleid is van een werkwoord. In het Nederlands vormen we deze door het lidwoord het toe te voegen aan de infinitief. Voorbeelden hiervan zijn lopen en schrijven die allebei respectievelijk veranderen in het lopen en het schrijven.

Het Latijn kent, zoals bekend is, geen lidwoorden. Toch gebruikt het Latijn wel de infinitief als gerundium. Zo betekent amare niet alleen (te) beminnen, maar ook het beminnen. De vorige regel is echter niet het gehele plaatje. Het Latijn wil namelijk zo veel mogelijk kunnen verbuigen en vervoegen, daarom is die vorige regel alleen maar geldig wanneer de infinitief als gerundium gebruikt, een nominativus is. Voor alle andere naamvallen maakt het Latijn gebruik van nieuwe woorden die afgeleid zijn van het werkwoord. Een gerundium is altijd zelfstandig gebruikt en congrueert niet met een zelfstandig naamwoord.

Deze woorden worden gevormd door de stam van het werkwoord te nemen, gevolgd door -(e)nd- en de uitgang. De uitgang is gelijk aan die van de O-declinatie, de nominativus en het pluralis (meervoud) worden hiervan uitgesloten. De e wordt toegevoegd als bindvocaal, dus alleen als er uitspraakproblemen volgen.

Verbuiging[bewerken]

Een visueel overzicht van de verbuiging van het gerundium;

inf.
amare
terrere
ducere
audire
stam
ama-
terre-
duc-
audi-
nd-vorm
amand-
terrend-
ducend-
audiend-
gen.
dat.
acc.
abl.
amandi
amando
amandum
amando
terrendi
terrendo
terrendum
terrendo
ducendi
ducendo
ducendum
ducendo
audiendi
audiendo
audiendum
audiendo

In de accusativus komt het gerundium slechts met het voorzetsel ad voor, dat met een doelzin -in principe altijd beknopt- wordt vertaald. Dus Ad audiendum tuam fabulam venio wordt vertaald als Ik kom om jouw verhaal te horen.

Het gerundivum[bewerken]

Het gerundivum is in het Nederlands gelijkend aan een passief deelwoord en heeft meerdere mogelijkheden tot vertalen -afhankelijk van de context. Het gerundivum is in vorm hetzelfde als het gerundium, echter kan het gerundivum wel in de nominativus singularis en in de gehele pluralis verbuiging voorkomen. Bovendien wordt het gerundivum ook volgens de A-declinatie en volgens de O-declinatie mannelijk verbogen. Dit komt doordat het gerundivum een bijvoeglijk naamwoord is dat van het werkwoord afgeleid is. Het gerundivum congrueert dus, in tegenstelling tot het gerundium dat zelfstandig gebruikt wordt, wél met een zelfstandig naamwoord.

Naamwoordelijk deel[bewerken]

Hoewel het gerundivum een van het werkwoord afgeleid bijvoeglijk naamwoord is, wordt deze niet als een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord vertaald. Er zijn meerdere manieren om een gerundivum te vertalen. Indien een gerundivum het naamwoordelijk deel van het gezegde is, drukt deze een verplichting uit zodat deze vertaald dient te worden met moeten worden .... Hierbij wordt het werkwoord moeten vervoegd en komt er op de punten een voltooid deelwoord te staan. Enkele voorbeelden:

  1. Dei semper colendi sunt.
    1. De goden moeten altijd worden vereerd.
  2. Hortus dominae mihi colendus.
    1. De tuin van de meesteres moet door mij worden verzorgd.
    2. Ik moet de tuin van de meesteres verzorgen.
  3. Fur non iuvandus est.
    1. De dief mag niet worden geholpen.
  4. Censuit Athenis rem gerendis.
    1. Hij/Zij vond dat er oorlog gevoerd moest worden met Athene.


  1. Het gerundivum congrueert met Dei.
  2. Er zijn zinnen waarbij de vorm van esse wordt weggelaten, deze moet worden aangevuld. In het echte Latijn gebeurt dit fenomeen zeer vaak.
  3. Bij een ontkennende zin wordt een gerundivum vertaald met niet mogen worden ....
  4. Wanneer het werkwoord in de hoofdzin in een andere tijd staat, moet het gerundivum ook in een daarmee passende tijd staan.


Dominant gebruikt[bewerken]

Het gerundivum kan ook op een andere manier vertaald worden, namelijk wanneer deze niet tot het naamwoordelijk deel van het gezegde behoort. In dat geval is het gerundivum vrijwel gelijk aan de vertaling van een gerundium. Bij een dergelijke vertaling wordt het gerundivum ook wel dominant genoemd, omdat de nadruk ligt op de handeling die beschreven staat in het gerundivum. Het verschil met een gerundium blijft het feit dat het gerundivum nog steeds bijvoeglijk gebruikt is en congrueert met een bijbehorend zelfstandig naamwoord. Zo krijgt de zin een andere opbouw en betekenis als er een gerundivum wordt gebruikt dan wanneer er een gerundium wordt gebruikt. Toch is de kern van de vertaling gelijk. Het gerundivum wordt vertaald als een zelfstandig gebruikte infinitief. Enkele voorbeelden:

  1. Subicenda res publica bene utor.
    1. Ik gebruik het onderwerpen van de staat ten goede.
  2. Hostes patriam nostram ad monendos milites impediendum occupant.
    1. De vijanden bezetten ons vaderland om het waarschuwen van onze soldaten te dwarsbomen.


  • Bij zin 2 is duidelijk dat monendos het gerundivum en impediendum het gerundium is, omdat monedos met milites congrueert.


Het bepalend voornaamwoord[bewerken]

De bepalende voornaamwoorden zijn in het Latijn de woorden Ipse en Idem. Deze woorden betekenen respectievelijk zelf en hetzelfde of dezelfde. Deze woorden geven extra informatie dat een persoon of zaak betreft. Hieronder staan de verbuigingen van de bepalende voornaamwoorden.

Ipse[bewerken]

 
Ipsa (f)
Ipse (m)
Ipsum (n)
 
sing.
plur.
sing.
plur.
sing.
plur.
nom.
gen.
dat.
acc.
abl.
Ipsa
Ipsius
Ipsi
Ipsam
Ipsa
Ipsae
Ipsarum
Ipsis
Ipsas
Ipsis
Ipse
Ipsius
Ipsi
Ipsum
Ipso
Ipsi
Ipsorum
Ipsis
Ipsos
Ipsis
Ipsum
Ipsius
Ipsi
Ipsum
Ipso
Ipsa
Ipsorum
Ipsis
Ipsa
Ipsis

Het woord ipse wordt bijna geheel verbogen als ips- + uitgang van de A-/O-declinatie. Uitzonderingen zijn:

  • De nom. sing. masc. eindigt niet op -us, maar op -e.
  • Bij de gen. sing. geldt voor alle geslachten -ius. En bij de dat. sing. geldt voor alle geslachten -i.


Enkele voorbeelden van het gebruik van ipse zijn:

  1. Mars ipse causa mortis militum.
    1. Mars is zelf de oorzaak geweest van de dood van de soldaten.
  2. Umbra virum ipsum neglexerat.
    1. De schim had de man zelf verwaarloosd.
    2. De schim had de man hemzelve verwaarloosd.
  • Bij zin 2.2 geeft hemzelve duidelijker aan dat het bepalend voornaamwoord in de accusativus staat dan bij zin 2.1.


Idem[bewerken]

 
eadem (f)
idem (m)
idem (n)
 
sing.
plur.
sing.
plur.
sing.
plur.
nom.
gen.
dat.
acc.
abl.
eadem
eiusdem
eidem
eandem
eadem
eaedem
earundem
eisdem
easdem
eisdem
idem
eiusdem
eidem
eundem
eodem
eidem
eorundem
eisdem
eosdem
eisdem
idem
eiusdem
eidem
idem
eodem
eadem
eorundem
eisdem
eadem
eisdem

Het woord idem wordt bijna geheel verbogen als het persoonlijk voornaamwoord + -dem. Uitzonderingen zijn:

  • De nom. sing. masc. en neutr. krijgen niet respectievelijk de persoonlijke voornaamwoorden is- en id-, maar het prefix i-.
  • Door een botsing tussen de -m en het affix -dem verandert de -m in de persoonlijke voornaamwoorden in een -n. Dit gebeurt bij:
    • Acc. sing. masc. en fem. (eum en eam worden resp. eun-dem en ean-dem)
    • Gen. plur. masc., fem. en neutr. (eorum en earum worden resp. eorun-dem en earun-dem)


Enkele voorbeelden van het gebruik van idem zijn:

  1. Mihi eadem vestis est.
    1. Ik heb hetzelfde kledingstuk.
  2. Captivus in urbibus eisdem eram.
    1. Ik was een krijgsgevangene in dezelfde steden.


Woordenlijst[bewerken]

Athenae, -arum (f) Athene (stad)
Bene Goed (bijwoord)
Captivus, -i (m) Krijgsgevangene
Causa, -ae (f) Oorzaak
Censere, censui, censum (E) Menen/vinden, schatten
Colere, colui, cultum (C) Verzorgen, vereren, verbouwen, respecteren
Fur, furis (m) Dief
Hostis, -is (m) Vijand
Idem, eadem, idem Hetzelfde, dezelfde
Impedire (I) Belemmeren
Ipse, ipsa, ipsum Zelf
Iuvare, iuvi, iutum (A) Helpen
Miles, -itis (m) Soldaat
Monere, monui, monitum (E) Waarschuwen
Mors, mortis (m) (De) dood
Neglegere, neglexi, neglectum (C) Verwaarlozen
Occupare occupavi, occupatus (A) Bezetten
Patria, -ae (f) Vaderland
Rem gerere, gessi, gestum (C) Oorlog voeren
Res publica, -ae (f) Staat, republiek
Semper Altijd
Subicere, subiectus (C) Onderwerpen
Umbra, -ae (f) Schim, geest
Uti, usus sum (C) Gebruiken (+abl.)
Vestis, -is (f) Kleding(stuk)
Vir, -i (m) Man
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.