Amerikaanse literatuur/Dorothy Parker

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Amerikaanse literatuur


Dorothy Parker

Dorothy Parker (Long Branch (New Jersey), V.S.), 22 augustus 1893 – New York City, 7 juni 1967) was een Amerikaans schrijfster die bekendstond om haar scherpe pen. Zij schitterde in de jaren twintig vooral door haar kortverhalen waarin ze met meedogenloze spot haar omgeving beschreef. Op latere leeftijd vond ze ook erkenning als Hollywoodscenarist.

Als kind uit een arm gezin slaagde zij erin om als columnist van The New Yorker naam te maken. Haar columns en vooral haar recensies werden bewonderd en gevreesd om haar arrogante, cynische schrijfstijl. Samen met de andere New Yorkse leden van de beruchte Algonquin Round Table ging ze elke dag tussen 1919 en 1929 lunchen in het Algonquin Hotel. De geestige gesprekken die deze schrijvers, critici en acteurs met elkaar voerden vonden nadien via de columns van verschillende bladen hun weg doorheen het land. Als dichter werd ze veel uitgenodigd om party's op te luisteren met haar korte, cynische gedichten. Heel beroemd was haar zelfmoordgedicht "Résumé" uit haar bundel "Enough Rope":


Résumé
"Razors pain you
Rivers are damp
Acids stain you
And drugs cause cramp
Guns aren't lawful
Nooses give
Gas smells awful
You might as well live."
Vertaling
"Scheermesjes doen pijn
Rivieren zijn nat
Zuur maakt vlekken
Van drugs krijg je kramp
Wapens zijn illegaal
Stroppen schieten los
Gas ruikt walgelijk
Je kunt eigenlijk beter blijven leven."



Dit gedicht is niet bepaald haar beste, maar laat wel iets van haar complexe persoonlijkheid zien. Geestig aan de buitenkant, wanhopig en twijfelend aan de binnenkant. Dorothy Parker leed ondanks haar gevoel voor humor sterk onder depressies. Ze ondernam een aantal zelfmoordpogingen, maar stierf ten slotte op haar 73e jaar aan een hartaanval.

Leven en werk[bewerken]

Dorothy (Rotschild) Parker was de dochter van Henry Rothschild en Eliza Marston. Ze studeerde in New York aan The Convent of the Blessed Sacrament. Haar eerste bijdragen leverde ze aan het tijdschrift Vogue, waarna ze hoofdzakelijk als freelance journaliste werkte en kritieken, korte verhalen, luchtige verzen en toneel schreef. Ze werd recensente bij Vanity Fair en ontmoette haar vriend Robert Benchley in het Algonquin Hotel.

In 1919 huwde ze Edwin Pond Parker, van wie ze later ook de naam zou behouden, ook al was het huwelijk niet zo gelukkig. Ze zou van hem scheiden in 1928. Vanaf oktober 1927 kwam ze aan de kost als de New Yorkse boekrecensente van "Constant Reader". Ook haar gedichten kenden een groot succes en werden eerst in tijdschriften, nadien in vier delen uitgegeven: Enough Rope (1926), Sunset Gun (1928), Death and Taxes (1931) en Not so Deep as a Well (1936). Enough Rope werd zelfs een echte bestseller. Laments for the Living (1930) en Here Lies (1939) zijn bundelingen van korte verhalen.

In 1933 huwde ze met de acteur Alan Campbell. Een jaar later tekenden ze een contract als scenarioschrijvers in Hollywood. Zelfs na een miskraam in 1935 en een tijdelijke scheiding hield het huwelijk uiteindelijk stand. Ze zou bij hem blijven tot aan zijn dood in 1963. Dorothy zelf stierf enkele jaren later, op 7 januari 1967 in New York. Ze had beschikt dat haar nalatenschap toekwam aan de National Association for the Advancement of Colored People.

Algonquin Table[bewerken]

Parker startte haar loopbaan als theaterrecensent bij het tijdschrift Vanity Fair. Ze was er in 1918 als stand-in begonnen voor de vakantie nemende P.G. Wodehouse. Op de redactie maakte ze kennis met Robert Benchley, die later een goede vriend van haar zou worden, en E. Sherwood. Het trio maakte er een traditie van om bijna dagelijks te gaan lunchen in het Algonquin Hotel en werden zo de stichtende leden van de Algonquin Round Table. Aan deze ronde tafel namen ook de columnisten van de krant, Franklin Pierce Adams en Alexander Woollcott plaats. Ze namen vaak de gevatte uitspraken van Dorothy Parker op in hun columns. Vooral via Adams column "The Conning Tower" kreeg Parker op die manier vrij snel nationale bekendheid.

The New Yorker[bewerken]

Parkers bijtende humor als criticus was aanvankelijk populair, maar uiteindelijk maakte Vanity Fair in 1920 een einde aan de samenwerking, omdat Parker met haar kritieken vaak machtige producenten beledigde. Uit solidariteit namen zowel Benchley als Sherwood mee ontslag. Toen Harold Ross in 1925 The New Yorker oprichtte maakten Parker en Benchley op zijn verzoek deel uit van de raad van bestuur, ingesteld om de investeerders gerust te stellen. Parkers eerste stuk voor het blad verscheen in de tweede editie. Ze werd al snel beroemd om haar korte, venijnig humoristische gedichten. Thema's die steeds weer opduiken zijn het stuklopen van (haar) relaties, haar verbitterde visie op romantiek en de aantrekkingskracht van zelfmoord door de zinloosheid van het bestaan.

Grootste successen[bewerken]

Haar productiefste en succesrijkste periode was wel die van 1925–1940. In de jaren twintig alleen al publiceerde ze zo'n 300 gedichten en vrije verzen in Vanity Fair, Vogue, "The Conning Tower" en The New Yorker. Ook in Life, McCall's en The New Republic verscheen haar werk.

Parker publiceerde in 1926 haar eerste poëziebundel, Enough Rope, een verzameling van eerder gepubliceerd werk samen met nieuw materiaal. Er werden van de gedichtenbundel 47.000 exemplaren verkocht en ook de reviews van onder meer New York World en The Nation waren enthousiast. Parker bracht nog twee volgende poëziebundels uit: Sunset Gun in 1928, en Death and Taxes in 1931. In 1930 werd een verzameling kortverhalen van haar gepubliceerd onder de titel Laments for the Living. Not So Deep as a Well uit 1936 bevatte veel eerder gebruikt materiaal uit Rope, Gun and Death. In 1939 verscheen een heruitgave van haar fictie onder de titel Here Lies.

Bibliografie (selectie)[bewerken]

Poëzie[bewerken]

  • Enough Rope – Boni & Liveright, 1926
  • Sunset Gun – Boni & Liveright, 1928
  • Death and Taxes – Viking, 1931
  • Not So Deep As A Well – Viking, 1936
  • Collected Poetry of Dorothy Parker – Modern Library, 1944

Toneel[bewerken]

  • Close Harmony, or the Lady Next Door: A Play In Three Acts (w/ Elmer Rice) – French, 1929
  • The Ladies of the Corridor: A Play (w/ Arnaud D'Usseau) – Viking, 1954

Korte verhalen[bewerken]

  • High Society, Frank Crowninshield – G.P. Putnam's Sons, 1920
  • Men I'm Not Married To (with Franklin Pierce Adams) – Doubleday, 1922
  • Laments For the Living (stories) – Viking, 1930
  • Introduction to The Seal In The Bedroom and Other Predicaments, James Thurber – 1932
  • After Such Pleasures (stories) – Viking, 1933
  • Introduction to Thunder Over The Bronx, Arthur Kober – 1935
  • Soldiers of the Republic – Alexander Woollcott, 1938
  • Here Lies: The Collected Stories of Dorothy Parker (1939) – Viking, 1939
  • Collected Stories of Dorothy Parker – Modern Library, 1942
  • Introduction to Watch On The Rhine, Lillian Hellman – 1942 (Joint Anti-Fascist Refugee Committee)
  • Introduction to Men, Women, and Dogs, James Thurber – 1943
  • Selected Short Stories – Editions For The Armed Services, 1944
  • A Thematic Anthology (with Frederick B. Shroyer) – Ch. Scribners Sons, 1965

Recensies[bewerken]

en kritieken door haar geschreven:

  • Constant Reader – Viking, 1970
  • A Month of Saturdays – Macmillan, 1971

Andere[bewerken]

(verzamelwerken)

  • The Indispensable Dorothy Parker – Book Society, 1944
  • The Viking Portable Dorothy Parker – Viking, 1944
  • The Best of Dorothy Parker – Methuen, 1952
  • The Collected Dorothy Parker – Duckworth, 1973
  • The Portable Dorothy Parker (Revised & Enlarged Edition) – Viking, 1973
  • The Penguin Dorothy Parker – Penguin, 1977
  • The Coast of Illyria (w/ Ross Evans) – Univ. of Iowa Press, 1990
  • Dorothy Parker At Her Best – Amereon Ltd.
  • Dorothy Parker's Favorites – Amereon Ltd.
  • Not Much Fun (Stuart Y. Silverstein, comp.) – New York: Scribner, 1996
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.