Sociale geschiedenis in de literatuur/Gemeenschap en individu

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Gemeenschap en individu
  3. Bijzondere plaatsen en mensen
  4. Vrouwen en mannen
  5. Het lichaam
  6. Identiteit
  7. Portret, droom en spiegel
  8. Bronnen en links

2. Gemeenschap en individu

Gemeenschap en individu[bewerken]

De kus van Judas, Giotto, Padua, ca. 1300, Capella Scrovegni

Rond 1150 ontstond de hoofse roman uit een combinatie van de liefdesverhalen en de avonturenverhalen. Bij het lezen van deze romans lijkt het soms alsof we het leven van alledag te zien krijgen, maar feitelijk zijn het bedachte verhalen die voldeden aan literaire afspraken. Toch laat deze literatuur waarschijnlijk wel zien hoe in het gewone leven het individu zich verhield ten opzichte van de gemeenschap. Uit de literatuur blijkt dat de mensen tot 1250 opgesloten zaten in de gemeenschap. De middeleeuwers waren bang voor de eenzaamheid [1][2]. Alleen zijn vond men zeer onverstandig en gevaarlijk, want eenzaamheid zette de deur open naar satan.

Na 1250 zien we de verhouding tussen individu en gemeenschap in de literatuur veranderen. De mens ging zich in leugens en maskers hullen en kreeg geheimen. De schone vrouw werd nu veroverd door listen. Men ging anders over eenzaamheid denken. Het individu kreeg recht op een eigen masker en mocht zich gaan afzonderen.

Ook de ander kreeg recht op een privéwereld. Je moest dus niet voor iemands huis staan te drentelen om naar binnen te gluren en vooral niet de vrouwen aangapen want dat was onhoffelijk. Als je een huis binnenging, moest je eerst kuchen of iets zeggen zodat je de bewoners niet onaangenaam zou verrassen. Het individu begon muren rond zich op te trekken.

Omheiningen[bewerken]

In de feodale tijd van de dertiende eeuw waren de huizen omheind en stonden er wachters voor de deuren. Niet alleen het vrije verkeer van goederen en mensen werd belemmerd. Zelfs de vrijheid om samen te eten werd ingeperkt, terwijl samen eten toch juist de basis voor vriendschap was.

Maar de omheining gaf ook bescherming tegen aanvallen van buitenaf. Om de steden stonden muren, palissaden, wallen, grachten, ophaalbruggen en een donjon ter verdediging. Ook moerassen, wouden en rivieren schermden een stad af. Versterkte huizen lagen soms hoog op een rots, met een gracht, doornstruiken of een dicht woud eromheen.

In de literatuur lag achter een omheining ook wel eens een verboden ruimte waar een man zijn vrouw achter slot en grendel had gezet. Maar achter een omheining kon ook wel eens een utopisch land liggen.

Ook als er in de literatuur een sprookjeskasteel werd beschreven waar een fee, een emir of een tovenaar in woonde, dan beschreef men toch meestal een feodaal kasteel met hoge, gemetselde muren, poorten en torens[3].

Afzondering[bewerken]

In de hoofse roman van de twaalfde en dertiende eeuw kon de held uit de gemeenschap van de feodale wereld ontsnappen of worden verjaagd. Na een louterende zwerftocht (waarin hij de ware liefde kon vinden[4]) vond hij meestal zijn plaats in de gemeenschap terug[5][6].

Tot circa 1250 waren de helden van de avonturenromans nog doorzichtig, eerlijk en echt. Zij streefden naar zelfverwezenlijking. Jaloezie en achterdocht kwamen in de verhalen nauwelijks voor. Daarna slopen er steeds meer listen in. Men zocht naar plekken om elkaar onder vier ogen te kunnen spreken, om elkaar bekentenissen te doen of om vertrouwelijke zaken te bespreken. Volgens de verhalen was het vaak heel moeilijk om een ruimte te vinden waar men alleen was en niet afgeluisterd kon worden. Overspel kon aan het licht komen. In de veertiende eeuw werden er in de verhalen al echt geheime zaken afgewikkeld en werden mensen betrapt op oneervol gedrag.

Jaloezie kon leiden tot het doden van de minnaar door de echtgenoot. Bij sommige mensen kon de jaloezie ziekelijke vormen aannemen. Dat kon de liefde bederven en daarom werden deze mensen in de literatuur als weerzinwekkend en anti-hoofs afgeschilderd.

Men zonderde zich in de verhalen ook wel eens in zijn eentje af om met zichzelf in gesprek te gaan.

Kluizenaars[bewerken]

Kluizenaars zonderden zich vrijwillig voor lange tijd af. Ze leefden samen met de bannelingen (forbannis) in schamele hutjes in de bossen en op onherbergzame plekken en ze aten vaak niet meer dan brandnetels. Sommige vrouwen, die na de dood van hun man bang waren om vermoord te worden, werden kluizenares. Zelfs de eenzaamheid van de kluizenaar was ‘omheind’ want je kon ze alleen bereiken na langdurige omzwervingen door ontoegankelijke gebieden.

Het aardse vond men in de middeleeuwen ondergeschikt aan het hemelse. Als men iets hemels zocht, dan vond men het (nog op het einde van de veertiende eeuw) logisch, dat men dat in onherbergzame en geheime gebieden moest zoeken, via paden langs steile rotsen, in ondoordringbare wouden en moerassen. Kluizenaars die ervoor hadden gekozen om op deze plaatsen te leven hadden toch nog een band met de gemeenschap, want de heremiet was de verbinding tussen God en de mens. Alleen hij wist waarom de held zijn avonturen moest beleven en alleen hij kon zijn dromen uitleggen.

Ballingen[bewerken]

Mannen die (een poging tot) incest hadden gepleegd, werden vaak verbannen. Hoewel incest in die tijd toch een tamelijk geaccepteerd verschijnsel schijnt te zijn geweest[7]. Vrouwen werden vaak verbannen als er serieuze beschuldigingen waren dat ze zwanger waren van een andere man dan haar echtgenoot. Vrouwen werden ook zonder pardon verbannen als bleek dat ze onvruchtbaar waren. In een van de verhalen bleek een vrouw onvruchtbaar te zijn, althans zo leek het[8]. Daarom werd ze in een ton in de zee gegooid. Ze landde in een islamitisch land waar ze toch wèl vruchtbaar bleek te zijn en een hoge status verwierf. Uiteindelijk kwam ze terug in haar 'eigen' wereld.

De meeste romans eindigden met een 'happy end'.

Noten[bewerken]

  1. Eenzaamheid in het klooster en eenzaamheid in het kasteel.
  2. Van koning Arthur is een verhaal bekend dat hij zich zeer alleen voelde omdat op dat moment alleen zijn eigen kring van 500 paladijnen in zijn hof aanwezig was.
  3. Maar een enkele keer werden economisch nuttige zaken beschreven als; molens, wijngaarden, weilanden.
  4. Soms in de gedaante van een fee.
  5. Hoofse roman konden ook wel eens gaan over wedijverende families die zich uiteindelijk weer verzoenden.
  6. Soms werd in een hoofse roman de samenhang van de groep op de proef gesteld door een slechte ridder die een vrouw schaakte. Op het einde van het verhaal, als de goede held de vrouw weer terug had gebracht, werd deze in de zaal door iedereen geroemd.
  7. Incest als geaccepteerd verschijnsel.
  8. Vrouwen werden zonder pardon verstoten als ze onvruchtbaar bleken te zijn.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.