Sociale geschiedenis in de literatuur/Bijzondere plaatsen en mensen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Gemeenschap en individu
  3. Bijzondere plaatsen en mensen
  4. Vrouwen en mannen
  5. Het lichaam
  6. Identiteit
  7. Portret, droom en spiegel
  8. Bronnen en links

3. Bijzondere plaatsen en mensen

De toren[bewerken]

De toren was een symbool van macht en verovering. Mensen werden er soms onrechtvaardig gevangen gehouden, maar hij kon ook beschermen. De minnaars van de verhalen waren er graag om er van hun geheime liefde te genieten.

De boomgaard[bewerken]

Emilia in de rozentuin, ca. 1460

Ook de boomgaard was omheind. Het was een kunstmatig paradijs met geurende bomen[1], bloemen en geneeskrachtige kruiden. Het was ook een bron van kleuren en geluiden en soms was het een plaats van utopisch geluk waar de tijd stil leek te staan.

Minnaars kwamen er graag bij elkaar om er van hun geheime, verboden liefdes te genieten. Ze konden zich er beschermd voelen achter de omheining en geloven dat hun liefde verborgen bleef, maar in de boomgaard liep men natuurlijk ook de kans om bespioneerd te worden.

Ook de vrouwen kwamen hier bij elkaar. Ze speelden er bijvoorbeeld 'biechtvadertje' om erachter te komen welke vrouw zich door welke man had laten verleiden. Maar ze gingen er ook na de maaltijd heen om fruit te eten of siësta te houden.

Kamers[bewerken]

Gewone mensen hadden in hun huis maar een vertrek en daar moest alles gebeuren. Meubels en bedrijfsmiddelen stonden er dicht op elkaar gepakt. De aristocraten hadden veel meer kamers in hun huizen en kastelen en elke kamer had een andere bestemming.

De zaal[bewerken]

De zaal was voor samenkomsten met de gemeenschap bestemd. Sommige kastelen hadden wel 5 zalen. De vazallen en paladijnen kwamen hier bij elkaar. In de zaal werd gegeten en er werd muziek gemaakt, gezongen en gedanst. Er brandden kaarsen in de kandelaars. Hier vonden de ontvangsten en feesten plaats. Tijdens die feesten werden de deuren en luiken wijd open gezet en mocht iedereen binnenkomen en eten, zelfs de armen. Voor een tijdje was de verdediging van het kasteel geslecht.

Het vrouwenvertrek[bewerken]

Het vrouwenvertrek was in de late Middeleeuwen nog steeds een soort gevangenis. Hier konden de vrouwen zich in terugtrekken om alleen te zijn. Hoewel 'alleen zijn' een relatief begrip was in de Middeleeuwen. Men noemde zich wel eens 'alleen' als men slechts met zijn eigen verwanten, vrienden en gevolg was. Mensen waren constant bij elkaar. Toch kon de vrouw in deze kamer nog enigszins alleen zijn. Vrouwen met een groot verdriet konden zich daar op hun bed werpen om te huilen. Mannen die gewond waren werden daar verzorgd. Het was er rustig, stil en heilzaam. Hier luisterde men naar verhalen en intieme muziek en hier deed men spelletjes, zoals schaak.

Het gemeenschapsleven en de mannen konden soms in de vrouwenkamer binnendringen. Een graaf kon bijvoorbeeld wel eens een mooi vuur in het vrouwenvertrek laten maken en daar zijn dessert eten en zich ontspannen. Hij liet zich wel eens door de dames ontluizen of krabben.

In de vijftiende eeuwse romans wasten de mensen na de maaltijd hun handen en daarna liet de kasteelvrouw wijn en kruiden rondgaan. Zij kende heel wat trucjes om de jonge ridders het hoofd op hol te brengen, zeggen de romans. Ze nam er een stel van mee naar haar slaapkamer en die moesten dan in een kring om haar heen gaan staan en het spelletje: 'de koning liegt niet' spelen, waarbij alle ridders haar hun liefdesgeheimen moesten vertellen.

Het bed[bewerken]

In de meeste kastelen leek promiscuïteit in de werkelijkheid een aanvaard feit te zijn. Men sliep met meerderen in een bed: soms met de partner, maar ook wel eens met iemand van hetzelfde geslacht of met een vreemde. Men had maar zelden een bed voor zich alleen[2]. Toch klaagt in bijna geen enkel verhaal iemand erover dat hij slecht heeft geslapen.

Het bed was de enige plek waar men gevoelsuitbarstingen kon hebben. Een vrouw kon zich uit verdriet of woede op haar bed werpen. Maar in een bed kon men ook iemand zijn geheimen ontfutselen en die tegen een vijand gebruiken. In het bed kon gemanipuleerd worden en in het duister kon iemand zich laten vervangen door een ander: een man door zijn broer of een vrouw door haar zus. Er kon echtbreuk in het bed worden gepleegd. Een vrouw kon de kinderen van een onbekende vader ter wereld brengen of de monsterlijke kinderen van een dwerg.

In het vrouwenvertrek lieten de echtgenoot en de ouders weliswaar hun gezag gelden over de vrouw, maar die wist zich aan te passen en ze kon zich (ondanks al de beperkingen waaraan zij onderworpen was) toch vaak handhaven en ontplooien.

Gezin[bewerken]

In de oude heldendichten (van voor 1150) was de parentele nog heel belangrijk. In de hoofse roman was er sprake van een hiërarchisch georganiseerde familia waar machtsverhoudingen en intriges in speelden. De betrekkingen tussen de mensen waren in de verhalen vaak slecht: een boze schoonmoeder of een concubine of een slechte seneschalk onderdrukten kinderen en jonge echtgenoten.

Moeders stierven vaak tijdens de bevalling, vaders en kinderen verdwenen soms spoorloos, sommigen werden vermoord en soms vonden mensen elkaar na lange tijd gescheiden te zijn weer terug.

Dubbelgangers[bewerken]

Mysterieuze dubbelgangers kwamen vaak voor in de Middeleeuwse literatuur. Het was bijvoorbeeld iemands spiegelbeeld dat reële vormen aannam en een ander (of tegengesteld) gedrag had dan het 'origineel'.

(Tweeling)broers[bewerken]

Van de twaalfde tot de vijftiende eeuw zien we in de literatuur vaak tweelingbroers figureren. In de feodale tijd erfde de jongere broer meestal niets en de oudere broer alles. In sommige verhalen werd broedermoord gepleegd. Tweelingbroers hadden vaak dezelfde rechten. Toch vond men de vraag wie van de tweelingen het eerst geboren was dermate belangrijk, dat men hiervoor zelfs naar de getuigenissen van vrouwen luisterde, iets dat men blijkbaar anders nooit deed.

In de verhalen werd de moeder verbannen en werd de tweeling geboren in een onherbergzame wereld waar hun moeder stierf. Vaak werden ze opgevoed door een dier, of door mensen van een lagere stand dan die waaruit ze afkomstig waren, zoals vrije boeren of kooplieden. De moeder werd op het einde van het verhaal vaak gerehabiliteerd.

Vaak offerde een van de tweelingbroers zich voor de ander op of gaf hem al zijn rechten en functies.

Vader-zoon- versus neef-oom-relatie[bewerken]

In de Middeleeuwse literatuur hadden de helden ofwel geen zoon, ofwel, als ze wèl een zoon hadden, maakte die vaak een beetje een zielige indruk. Vaak speelden de neven van de held een grotere rol en hadden ze een sterkere persoonlijkheid, hoewel ze niet voor de erfopvolging in aanmerking kwamen. Het verschijnsel neef-oom was nieuw ten opzichte van de Griekse, Romeinse, Germaanse en Keltische mythologie.

Een theorie uit de veertiende eeuw stelde dat de neef (in de verhalen) feitelijk een onwettig kind en zelfs een incestueuze zoon van de vader zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld: de vader had gemeenschap gehad met zijn eigen zus, want de vader wist niet wie zijn vader was en dus wist hij ook niet dat de vrouw met wie hij gemeenschap had gehad zijn zus was. Het kind dat uit deze relatie geboren werd, zou hij dan maar zijn 'neef' hebben genoemd.

Communicatie en geheimen[bewerken]

Eind twaalfde eeuw communiceerde men nog met elkaar door elkaar geschenken te geven. In de dertiende eeuw begon de adel steeds meer te schrijven[3]. In eerste instantie liet de ontvanger van een brief zich deze voorlezen (bijvoorbeeld door een geestelijke). Daarmee was de brief openbaar en dat was aanvankelijk ook de bedoeling: wat men schreef moest openbaar gemaakt worden. Later las men de brieven zelf en in stilte.

De brieven die men elkaar schreef werden in de verhalen soms verloren of gestolen. Soms werden de zegels van een brief verbroken en werd de brief vervangen door een heel andere. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het verhaal waarin een vrouw was verkracht en de echtgenoot een vergevingsgezinde brief schreef (omdat hij wel begreep dat zijn vrouw geen schuld had), maar die brief werd vervangen door een andere waarin bevolen werd de vrouw en het "monster in haar buik" beiden te verbranden.

In de dertiende eeuw kwamen er in de hoofse verhalen steeds meer geheime tekens voor. Geliefden communiceerden met elkaar door middel van geheime tekens (bijvoorbeeld een knoop in een kledingstuk) die alleen zij konden ontcijferen. Liefdesberichten die wel door andere mensen begrepen konden worden waren: sieraden, ringen of een bloemenkrans.

Er was in de verhalen ook wel eens sprake van mysterieuze schilderingen, inscripties of borduurwerkjes die een geheime boodschap bevatten die ontcijferd moest worden. Het ging dan om iets vreselijks wat degene die de geheime boodschap deed niet durfde uit te spreken. Bijvoorbeeld een meisje dat slachtoffer was geworden van incest door haar vader maakte daarop toespelingen in haar handwerkjes.

In de hoofse liefde speelden geheimen een grote rol tussen de geliefden. Wie het geheim prijsgaf, verloor het geluk. In toverromans was een relatie tussen een man en een fee mogelijk, maar de man mocht dit geheim niet verraden, zelfs niet aan een kluizenaar, want dat betekende het einde van de liefde. Sommige privézaken mochten niet aan de gemeenschap bekend gemaakt worden.

Noten[bewerken]

  1. Hoewel er niet veel over geuren geschreven werd.
  2. Alleen als men wilde dat iemand goed zou slapen, of als hij gewond was, kreeg hij een bed voor zichzelf. Of als men hem een bijzondere eer wilde bewijzen.
  3. Aristocraten gingen schrijven in de dertiende eeuw.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.