Sociale geschiedenis in de literatuur/Het lichaam

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Gemeenschap en individu
  3. Bijzondere plaatsen en mensen
  4. Vrouwen en mannen
  5. Het lichaam
  6. Identiteit
  7. Portret, droom en spiegel
  8. Bronnen en links

5. Het lichaam

Het lichaam[bewerken]

Flagellanten, 15de eeuw.
Melencolia, Albrecht Dürer, 1514

Het lichaam werd in sommige verhalen beschreven als iets waar je zelf (of een ander) van kon genieten. In andere verhalen werd ervoor gewaarschuwd dat je het verkeerd kon gebruiken. Het lichaam kon zelfs gebruikt worden voor zelfkastijding ter verhoging van het zieleheil.

Een mooie vrouw had een blanke en lichtroze gelaatskleur (een teken van gezondheid), blond haar, een symmetrisch en langwerpig gezicht met een lange neus, levendige blauwe ogen en smalle, kersrode lippen. Verder had de ideale vrouw een smalle taille. In de dertiende eeuw begon men lichaamsdelen te vergelijken met andere dingen: stevige borsten als noten etcetera.

Een mooi mannenlichaam was in de heldendichten goed gespierd, in de hoofse verhalen werd de kleur van het gezicht benadrukt (blank met lichtroze). Verder bezongen de verhalen de oren, de mond, de tanden, de kin, de nek, schouders, handen, borst etcetera. De man moest een beetje nonchalant overkomen.

Dit soort stereotypen kwamen in bijna elke roman voor.

Het sanguïnistische temperament met zijn lichte kleur en vrolijke gezicht was zeer geliefd in de romans. Het melancholische temperament kreeg meestal de duistere rollen toegedicht.

Ook de kleding speelde ook een grote rol. Men wist deze vaak kunstig los te knopen en te laten openvallen. De kleding van vrouwen had vaak spleten zodat men iets van haar lichaam kon zien. Al deze aantrekkelijkheden leidden in de romans geregeld tot erotische ervaringen.

Verzorging van het uiterlijk[bewerken]

Men vond dat erg mooie vrouwen zich niet hoefden op te maken. Dat was iets voor vrouwen die door de natuur wat minder waren bedeeld.
1) Er waren diverse methodes om het lichaam te ontharen, men streek er ongebluste kalk over, trok ze er met een pincet uit, men doopte de vingers in pek waar de haartjes aan bleven plakken, men stak zelfs wel eens een hete naald in de haarzakjes. Hier sprak de vrouw liever niet over, zelfs niet met haar echtgenoot[1]
2) Als de vrouw een te bleke gelaatskleur had, waren er toverpoeders die het bloed van haar hielen naar haar gezicht zouden stuwen. Een stevig ontbijt in de ochtend zou ook helpen.
3) De geur was belangrijk voor de aantrekkelijkheid. Men verborg transpiratiegeur met muskus, kruidnagels, nootmuskaat en kardemom.
4) De vrouwen lieten hun haar lekker ruiken door op hun hoofd een krans van zoetgeurende rozen en egelantierbloemen te dragen.
5) Haar kleren moesten van tijd tot tijd goed gewassen worden en geparfumeerd met viooltjes en fijngestampte iriswortel.
6) De geur van de adem verbeterde men door na het middageten anijs, venkel en komijn te eten en door op zoethout te kauwen. Toch raadde men ook nog aan om tijdens het liefdesspel het gezicht af te wenden om te ander niet te hinderen met de lucht uit de mond.

Verleidelijke dingen zeggen was natuurlijk ook belangrijk, zoals: "mijn mooi vogeltje", "mijn zoete kaneelstokje" enzovoort.

Hulpmiddeltjes[bewerken]

De haren moesten liefst vol en blond zijn, bruin en zwart mochten ook wel. Roodharige vrouwen werden uitgescholden want die zag men als gewelddadig. Vrouwen met sproeten werden bespot. Er was in de dertiende eeuw al een middeltje om grijs haar weer blond te maken: men moest een mengsel van de as van wijnranken en essenbomen een halve dag in azijn laten meekoken en dat mengsel (na afkoeling) een nacht in het haar laten trekken. Er was ook verf om het haar rood, zwart of kastanjebruin te verven. Men liet het haar soepel vallen door er olijfolie in te smeren. Ook bestreed men roos en luis. Niet alleen vrouwen, maar ook vooraanstaande mannen verzorgden hun haar op deze manieren. Er waren vrouwen die van haarwassen hun beroep hadden gemaakt.

Vrouwen met een wat minder mooi gezicht werd aangeraden om mooie lange vlechten in hun nek te dragen. Loshangend haar werd als erotisch beschouwd, wild uitstaand haar wees op droefheid.

Vrouwen moesten hun voeten laten zien en gebruikmaken van een decolleté. Een te weelderige boezem moest opgebonden worden. Magere mensen moesten ruimvallende kleren dragen. Handen en nagels moesten goed verzorgd zijn. Er werd de vrouw ook aangeraden om niet te overdrijven, want ze werd doorlopend gezien. Ze mocht fraaie lichaamsdelen beklemtonen, maar op een sobere en beheerste manier. Dat was al genoeg om de man te laten denken dat zij een mooi lichaam had. Ze mocht niet aan iedereen alles laten zien. De vrouw die teveel liet zien, gedroeg zich slecht want het oog van de man kon in zijn hart begeerte opwekken.

Baden en badhuizen[bewerken]

Afbeelding in de Decamerone, 14de eeuw

Het was volgens de Middeleeuwse teksten al in de dertiende eeuw normaal om de handen te wassen voor en na de maaltijd. Het schijnt dat men dat in zijn eentje deed. Dat zou uit schaamtegevoel geweest kunnen zijn of zijn voortgekomen uit de behoefte om af en toe even alleen te zijn.

Iemand een bad aanbieden was een teken van gastvrijheid. Na een toernooi genoten de mannen van een warm bad. Vaak zaten mannen en vrouwen in bad ook nog te eten en te drinken en naar een rondtrekkende zanger te luisteren.

De openbare badhuizen waren vaak gebouwd rond een geneeskrachtige bron. Bij elk badhuis hing een bord waarop stond wat voor ziektes het bronwater kon genezen. Zieken en kreupelen kwamen van heinde en ver om zo'n bad te bezoeken. Ieder badhuis had een heel hete bron en een koudwaterbron om te kunnen afwisselen. Naast de baden lagen rustkamers.

Men ging niet op willekeurige dagen naar een badhuis, maar alleen op dagen dat de stand van de maan goed was. Dat zou de geneeskracht van het bad namelijk verhogen.

Het badhuis werd in de verhalen beschreven als een ontmoetingsplaats voor minnaars en als een plaats waar de erotiek kon ontluiken. In de romans moest een vrouw die haar geheime minnaar daar wilde ontmoeten wel eens een list bedenken om haar gevolg kwijt te raken dat met haar mee was gegaan. Maar in de werkelijkheid waren de openbare baden streng gereglementeerd en gecontroleerd om promiscuïteit tegen te gaan. Er waren aparte openingstijden voor mannen en voor vrouwen. De baden lagen allemaal apart en konden worden afgesloten. Er was dus een groot verschil tussen het badhuis in de verhalen en het badhuis zoals dat in werkelijkheid was.

De rijken hadden vaak een privébadhuis: dat was meestal omdat de echtgenoot jaloers was en niet wilde dat zijn vrouw in het openbare badhuis misschien andere mannen zou ontmoeten.

Er waren enerzijds boeken vol met raadgevingen over wat men allemaal wel en niet met zijn lichaam moest doen[2] en aan de andere kant waren er al die verhalen waarin het lichaam (ook in zijn naaktheid) verheerlijkt werd, en sommige van die verhalen grensden aan fetisjisme. Maar die vrijheid kon men zich alleen maar in de fantasie van een verhaal veroorloven.

Naaktheid[bewerken]

De mens trekt kleren aan om zich te beschermen tegen regen, kou en wind, of omdat hij zich zonder kleding zou schamen, maar men kan zich ook mooi kleden om de ander te verleiden.

Om naaktheid hing in de Middeleeuwen altijd een sfeer van schaamte en taboes. In de dertiende eeuw mocht zowel de man als de vrouw alleen in afzondering naakt zijn. Zelfs als iemand door een paar vrienden naakt werd gezien, werd hij al overvallen door verlegenheid, schaamte en kwetsbaarheid. Als iemand een naakte man op zijn pad aantrof, zou hij hem waarschijnlijk willen helpen om hem zo snel mogelijk weer gekleed te krijgen.

Alle verhalen over zowel naakte mannen als vrouwen lijken een grote collectieve en symbolische lading te hebben gehad.

Weerwolf, Lucas Cranach de Oude, 1512
Weerwolf, 1722

Verhalen over naakte mannen[bewerken]

In veel hoofse romans trok de held zich op een zeker moment uit de beschaving terug of werd hij daaruit verjaagd. Hij kwam in de wildernis terecht, wierp zijn kleren af en was verder naakt. Hij raakte dichtbehaard[3], hij sliep op de harde grond onder de naakte hemel en joeg op wilde dieren die hij rauw opat. Hij was zijn geheugen kwijt en wist niet meer dat hij een mens was en wat hij aan het doen was, hij was agressief en ontweek ieder gezelschap. Zijn riddermoraal, zijn dapperheid, openheid en trouw aan zijn heer waren verdwenen. Hij was als een dier geworden, totaal verwilderd.

Er was in de verhalen ook wel eens sprake van mannen die in weerwolven veranderden. Ook zij leefden jarenlang in afzondering, naakt en verwilderd. Men zei wel eens dat mensen die een groot liefdesverdriet doormaakten op een weerwolf leken.

Zo iemand werd wel eens gevonden door zijn tweelingbroer die hem ving en meenam naar het hof, waar hij hem moest temmen, africhten en polijsten: de wildeman moest een re-integratietraject doorlopen. Hij moest eerst een bad nemen. Dan legde men kruiden op zijn hoofd waardoor hij zijn dierlijke toestand uit kon zweten en weer bij zinnen kwam.

Als de held van het verhaal eenmaal weer tot zichzelf gekomen was en zijn geheugen terug had gekregen, kreeg hij weer de gedaante van een mens. Dan verdwenen zijn haren en was hij even helemaal naakt. Dat moest in een kamer gebeuren waar niemand hem kon zien, anders zou hij zich teveel schamen. En hij had toch al een enorm schaamtegevoel, want hij kon wel raden hoe hij zich gedragen had in zijn dierlijke toestand. De gemeenschap mocht hem zeker niet uitlachen: ze moest discreet zijn en hem geruststellen en hem het gevoel geven dat hij weer terug mocht komen.

Hij trok weer kleren aan. In veel verhalen was er in die fase ook een vrouw in het spel gekomen, die de man steunde. Op het moment dat hij weer mens was geworden, bedreven ze samen de liefde.

Een naakte man kon beschouwd worden als iemand die buiten de maatschappij stond. Zich weer kleden was de eerste stap om in de gemeenschap terug te keren. Verschillende lagen kleding waren metaforen voor de maatschappij. Zo werden bijvoorbeeld de trouwe vazallen van de heer vergeleken met een beschermend kledingstuk. Het aantrekken van de verschillende kledingstukken werd daarmee een metafoor voor een stapsgewijze integratie in de maatschappij. De held kreeg kleding en paarden (die zijn positie in de maatschappij uitdrukten), geld (om royaal te kunnen zijn) en metgezellen (zodat hij weer een gemeenschapsleven had).

In sommige verhalen lijkt er nog iets anders aan de hand te zijn: alsof degene die uit de gemeenschap was weggelopen de zonden van die gemeenschap op zijn schouders had genomen en zich, eenmaal waanzinnig en dier geworden, daarvoor liet straffen.

Een weerwolf kan men zien als (de overdrijving van) een individu dat ongeschikt is voor het maatschappelijke leven en daaruit werd verstoten om er nadien weer in te worden opgenomen.

De naaktheid van de man kan in verband gebracht worden met een rituele uitstoting en daaropvolgende inwijding in het gemeenschapsleven.

Verhalen over naakte kinderen[bewerken]

In sommige verhalen was er sprake van kinderen die op jonge leeftijd uit de samenleving verdreven waren, meestal omdat hun moeder ervan beschuldigd was dat deze kinderen van een andere man waren dan haar echtgenoot[4]. Ze kwamen dan in de wildernis terecht waar hun moeder stierf. Ze werden door een dier grootgebracht en leefden naakt en verwilderd als bijvoorbeeld wolfskinderen. Als zij terugkeerden in de gemeenschap, kregen ze hun kleren terug en meestal werd hun moeder in dat geval gerehabiliteerd.

Verhalen over naakte vrouwen[bewerken]

Hoewel het in de verhalen als een schande werd beschouwd om een vrouw naakt te zien, werden vrouwen die naakt in bad zaten wel eens door een man begluurd. In andere verhalen gebood de koning een aantal vrouwen om zich voor hem uit te kleden omdat hij een echtgenote wilde uitzoeken, of een vorst toonde zijn echtgenote naakt aan zijn vazallen omdat hij met haar wilde opscheppen.

Vrouwelijk naakt betekende daarmee: slachtoffer zijn van ongeoorloofd binnendringen in de privésfeer of de inzet zijn van materieel gewin: de man kon geld of goederen verdienen door haar naakt te tonen. Zo gauw een vrouw naakt was, kon ze de prooi worden van de blikken van een man. Ze wekte zijn begeerte op en hij genoot daarvan. De naaktheid van de vrouw kon dus altijd in verband gebracht worden met de macht van de man.

Als een man exhibitionistisch wilde zijn, kleedde hij zich weelderig. Als een vrouw in de verhalen een exhibitionistische rol kreeg toebedeeld, werd ze als naakt voorgesteld. Dat was een onplezierige rol, want door naakt te zijn werd ze gezien en gebruikt en daarover voelde ze schaamte. Haar naaktheid werd zowel bewonderd als bestraft.

Een vrouw beleefde haar naaktheid alleen maar als plezierig in die (weinige) matriarchale verhalen waarin de vrouw haar naaktheid gebruikte om mannen te verleiden, die dan telkens weer moesten zeggen hoe mooi zij was.

Schaamte[bewerken]

Voor de zondeval kon de mens nog naakt zijn zonder zich te schamen.

De man die in de hoofse romans terugkeerde naar de menselijke gestalte, schaamde zich om wat hij allemaal had uitgespookt toen hij buiten de gemeenschap had geleefd. Maar de vrouw die zich op bevel moest uitkleden of die bespied werd, schaamde zich zeker zoveel. Behalve dan de overspelige vrouw die eropuit was om haar schoonheid bevestigd te krijgen.

Er waren echter ook verhalen waarin een man in bad zat en zich helemaal niet schaamde, zelfs niet voor zijn erectie.

Vrouwen konden hun kuisheid beschermen tegen de begeerte van de mannen met amuletten als toverringen, broches of zegelringen.

Noten[bewerken]

  1. Zelfs als een vrouw zich gebrand had, mocht ze dat niet tegen haar echtgenoot zeggen. In plaats daarvan moest ze zeggen dat de dienares het badwater te heet had gemaakt.
  2. Raadgevingen aan de vrouw.
  3. Alsof men hem toch niet totaal naakt durfde voor te stellen.
  4. Ballingen en Tweelingbroers.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.