Naar inhoud springen

Engelse literatuur/The Waste Land

Uit Wikibooks

Engelse literatuur

Thomas Stearns Eliot in 1934

The Waste Land is een gedicht van T.S. Eliot, voor het eerst gepubliceerd in 1922. Het wordt beschouwd als een van de meest invloed­rijke gedichten van de 20e eeuw en een sleutelwerk in de modernistische literaire beweging. The Waste Land is een uitdagend en complex werk, dat zorgvuldige aan­dacht en inter­pretatie vereist. Het wordt algemeen beschouwd als een meesterwerk van modernistische poëzie en een baanbrekend werk van de 20e-eeuwse literatuur. Het gedicht is verdeeld in vijf secties en staat bekend om zijn fragmentatie, vele toespelingen op literaire en culturele bronnen, en zijn verkenning van de desillusie en wanhoop van de moderne tijd. Eliot schreef een groot deel van The Waste Land in een losse blanke versvorm, oftewel ongerijmde jambische pentameter. Maar ondanks het ontbreken van een strikt rijmschema bevat het gedicht toch behoorlijk wat rijm. In het openingsfragment rijmen vijf van de zeven versregels op het eindrijm 'ing', overigens zijn dat allemaal werkwoorden (breeding, mixing, stirring,...) De versregels lopen door in de volgende ("enjambement").

Het gedicht begint met de beroemde versregel "April is the cruellest month" (April is de wreedste maand), en presenteert vervolgens een reeks gefragmenteerde en onsamenhangende scènes en beelden, variërend van oude mythen en legenden tot het hedendaagse stadsleven. De thema's van het gedicht zijn onder meer het verlies van geloof en de ineenstorting van traditionele culturele waarden, de fragmentatie van de samenleving, de leegte en zinloosheid van het moderne leven, en de zoektocht naar spirituele vernieuwing en verlossing.

Stijl

[bewerken]

In het lange gedicht gebruikt Eliot een breed scala aan literaire en culturele toespelingen, waarbij hij put uit uiteenlopende bronnen als Shakespeare, Dante, de Bijbel, de Upanishads en de hedendaagse populaire cultuur. De stijl van het gedicht is opzettelijk moeilijk en uitdagend, en beoogt de onsamenhangende, vervreemdende en chaotische ervaring van het moderne leven na te bootsen. Eliot maakt gebruik van een collagetechniek, waarbij vrije verzen, meerdere stemmen, snelle perspectiefwisselingen en uitgebreide, cryptische verwijzingen naar literatuur, mythologie en populaire cultuur worden gecombineerd. In dit gedicht contrasteert de dichter voortdurend het hoge/klassieke met het lage/moderne, waarbij er zonder overgangen tussen verschillende tonen en omgevingen wordt geschakeld, variërend van aristocraten uit de hogere kringen tot arbeidersvrouwen in een kroeg. Hoewel het gedicht vaak in vrije versvorm is geschreven, benadert het voortdurend traditionele vormen zoals de jambische pentameter en wijkt er vervolgens weer van af, wat een unieke ritmische spanning creëert.

Inhoud en structuur

[bewerken]

De complexe structuur en zinspelende stijl van het gedicht hebben tot een enorme hoeveelheid kritische interpretatie en analyse geleid. Het gedicht bestaat uit vijf secties, die elk hun eigen unieke stem en stijl hebben. The Waste Land is een complex werk, vol verwijzingen naar literatuur, mythologie en religie.

I.Het eerste deel, getiteld The Burial of the Dead, begint met de beroemde regel 'April is the cruellest month'. De sectie beschrijft de desolate toestand van de moderne wereld, gekenmerkt door een gevoel van wanhoop en hopeloosheid. De sectie introduceert ook het personage van Tiresias, een blinde profeet uit de Griekse mythologie die in het hele gedicht voorkomt.

APRIL is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
APRIL is de wreedste maand, seringen
broedend uit het dode land, herinnering
en verlangen mengend, verdoofde wortels
prikkelend met lenteregen.
(vertaling: J. Grandgagnage)

Het fragment verwijst duidelijk naar Geoffrey Chaucers The Canterbury Tales, waar de proloog begint met:

Whan that Aprill with his shoures soote
The droghte of March hath perced to the roote
And bathed every veyne in swich licour
Of which vertu engendred is the flour

In tegenstelling tot Chaucer beschrijft Eliot april als "wreed" omdat het leven (seringen) uit een dood, onvruchtbaar land perst, een vredige winter verstoort en op pijnlijke wijze herinnering en verlangen vermengt, in tegenstelling tot de traditionele viering van de lente. Het markeert het begin van een gedicht waarvan de gefragmenteerde stijl de desillusie na de Eerste Wereldoorlog weergeeft.

II.Het tweede deel, A Game of Chess, is geschreven in de vorm van een dialoog tussen twee sprekers. De sectie onderzoekt de thema's verlangen en eenzaamheid en is gevuld met toespelingen op Shakespeares toneelstuk "Antony and Cleopatra". Zo refereert in versregel 77 "burnished throne" aan Act II, scene ii line 190: The barge she sat in, like a burnished throne...

Het volgend fragment beschrijft de kunstmatige, overweldigende en synthetische parfums die een rijke maar neurotisch ongelukkige vrouw omringen in een luxueuze omgeving, en belicht thema's als moderne vervreemding, steriliteit en zintuiglijke verwarring.

In vials of ivory and coloured glass
Unstoppered, lurked her strange synthetic perfumes,
Unguent, powdered, or liquid—troubled, confused
And drowned the sense in odours; stirred by the air
That freshened from the window
Uit open flesjes van ivoor en kleurig glas
wasemden haar vreemde synthetische parfums
van zalven, poeders en vloeistoffen, de zintuigen
kwellend, verwarrend en verdrinkend in geuren;
beroerd door een koele tocht uit het raam
(vertaling: J. Grandgagnage)

III.Het derde deel, The Fire Sermon, is een meditatie over het thema verlangen. Het is gestructureerd rond het beeld van een rivier, die de stroom van de tijd en de vergankelijkheid van het menselijk bestaan vertegenwoordigt. Noot: Versregel 185 - (But at my back...): Vergelijk met Andrew Marvells gedicht 'To His Coy Mistress': "But at my back I always hear. Time's wingèd chariot hurrying near"

Sweet Thames, run softly till I end my song,
Sweet Thames, run softly, for I speak not loud or long.
But at my back in a cold blast I hear
The rattle of the bones, and chuckle spread from ear to ear.
Zoete Thames, vloei zachtjes tot het einde van mijn lied,
Zoete Thames, vloei zachtjes, ik spreek niet lang of luid.
Maar achter me, in een ijskoude bries, hoor ik
geratel van botten en een grijns van oor tot oor.
(vertaling: J. Grandgagnage)

IV.Het vierde deel, Death by Water, is een kort en raadselachtig deel dat de verdrinking van een zeeman beschrijft. Versregel 412 - (Phlebas the Phoenician) : dit gedeelte ontleende Eliot uit zijn eigen Franse gedicht 'Dans le Restaurant' (1916-1917): "Plébas, le Phénicien, pendant quinze jours noyé,/ oubliait les cris des mouettes..."

PHLEBAS the Phoenician, a fortnight dead,
Forgot the cry of gulls, and the deep sea swell
And the profit and loss.
A current under sea
Picked his bones in whispers.
PHLEBAS de Feniciër, veertien dagen dood,
vergat de kreet van meeuwen en het diepe deinen der zee
En de winst en het verlies.
Een onderstroom in zee
knabbelde fluisterend aan zijn botten.
(vertaling: J. Grandgagnage)

V.Het laatste deel, What the Thunder Said, is een hoogtepunt van de thema's en verbeeldingen van de voorgaande delen. Het bevat een reeks apocalyptische beelden en wordt afgesloten met een gebed om verlossing

Versregels 322--330 van The Waste Land worden traditioneel gelezen als een toespeling op de gebeurtenissen die Christus meemaakte in de Hof van Gethsemane:

AFTER the torchlight red on sweaty faces
After the frosty silence in the gardens
After the agony in stony places
The shouting and the crying
Prison and palace and reverberation
Of thunder of spring over distant mountains
He who was living is now dead
We who were living are now dying
With a little patience
Na het fakkellicht rood op de bezwete gezichten
Na de ijzige stilte in de tuinen
Na de doodsstrijd op rotsige plaatsen
Het geschreeuw en het gehuil
Kerker, paleis en de weerkaatsing
van lentedonder uit de verre bergen
is hij die leefde nu dood
wij die leefden sterven nu
met een beetje geduld
(vertaling: J. Grandgagnage)

Nederlandse vertalingen

[bewerken]
  • Theo van Baaren: Braakland (G.A. van Oorschot, 1949)
  • Wilhelmus Jozef Maria Bronzwaer: T.S. Eliot: gedichten: keuze uit zijn poëzie, met medewerking van Kees Fens en Johan Kuin. Baarn 1983 (Ambo)
  • Paul Claes: Het barre land, met commentaar en nawoord, tweetalige editie (de Bezige Bij, 2007; herziene editie 2022)
  • Jules Grandgagnage: Het Braakland, tweetalige editie, ingeleid en uitvoerig geannoteerd (Brave New Books, 2024)
[bewerken]
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.