Engelse literatuur/T.S. Eliot

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Engelse literatuur


T.S. Eliot in 1923

Thomas Stearns Eliot (Saint Louis (Missouri), 26 september 1888 – Londen, 4 januari 1965 was in een in de Verenigde Staten geboren dramaturg, dichter en literair criticus die een Brits staatsburger werd in 1927. Hij stond mee aan de wieg van de modernistische beweging in de literatuur en is een van de meest invloedrijke dichters van de 20e eeuw. De Nobelprijs voor de Literatuur werd hem in 1948 toegekend. Hij is tevens drager van de English Order of Merit en de U.S. Medal of Freedom.

Leven[bewerken]

Thomas Stearns Eliot werd geboren in Missouri op 26 september 1888. Hij woonde de eerste achttien jaren van zijn leven in Saint Louis en in Harvard University. In de periode dat hij aan Harvard literatuur, oosterse en westerse filosofie en Sanskriet studeerde 1906-1909, schreef hij ook een aantal gedichten voor de Harvard Advocate. In 1910 verliet hij de Verenigde Staten en ging naar de Sorbonne, de Universiteit van Parijs waar hij de filosofie van Henri Bergson bestudeerde.

Na een jaar in Parijs keerde hij terug naar Harvard met de bedoeling een ​​doctoraat in de filosofie te behalen. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog brak hij in 1914 zijn studie voor een PhD af. Hij ging terug naar Europa en vestigde zich in 1914 in Engeland. Het jaar daarop trouwde hij met Vivienne Haigh-Wood en begon te werken in Londen, eerst als leraar Frans en Latijn aan de Highgate School, en later voor Lloyd's Bank.

Het was in Londen dat Eliot onder de invloed kwam van zijn tijdgenoot Ezra Pound. Deze erkende zijn poëtisch genie meteen, en hielp hem om zijn werk gepubliceerd te krijgen in een aantal tijdschriften, met name "The Love Song of J. Alfred Prufrock" in 'Poetry' in 1915. Zijn dichtbundel Prufrock and Other Observations werd gepubliceerd in 1917, en vestigde meteen zijn reputatie als een belangrijk avant-gardedichter. Met de publicatie van The Waste Land in 1922, nu door velen beschouwd als het eerste meesterwerk van de moderne 20e-eeuwse poëzie, begon Eliots faam tot bijna mythische proporties uit te groeien. Vanaf 1930, en voor de komende dertig jaar, was hij in de Engelssprekende wereld de meest dominante figuur in poëzie en literaire kritiek.

Als dichter zette hij zijn affiniteit voor de Engelse metafysische dichters van de 17e eeuw (met name John Donne) en de 19e eeuwse Franse symbolistische dichters (o.a. Baudelaire en Laforgue) om in radicale vernieuwingen van de poëzie. Dit betrof niet alleen de techniek maar ook de keuze van de onderwerpen. In vele opzichten geven zijn gedichten een stem aan de jonge naoorlogse (WO I) generatie die zich verzette tegen de waarden en conventies, zowel literair als sociaal, van het Victoriaans tijdperk. Ook als criticus had Eliot een enorme impact op de heersende literaire smaak en opvattingen. Na zijn bekering tot het orthodoxe christendom in de jaren dertig waren zijn inzichten in toenemende mate gebaseerd op een sociaal en religieus conservatisme. Zijn belangrijkste latere gedichten zijn Ash Wednesday (1930) en Four Quartets (1943), Tot zijn werken op gebied van literaire en sociale kritiek behoren onder meer The Sacred Wood (1920), The Use of Poetry and the Use of Criticism (1933), After Strange Gods (1934), en Notes Towards the Definition of Culture (1940). Eliot was ook een belangrijk toneelschrijver. Hij schreef onder meer de drama's in verzen Murder in the Cathedral, The Family Reunion, en The Cocktail Party.

Eliot werd een Brits staatsburger in 1927, en bleef lang verbonden aan de uitgeverij van Faber & Faber waar hij veel werk van jongere dichters publiceerde. Uiteindelijk werd hij ook directeur van het bedrijf. Na een notoir ongelukkig eerste huwelijk scheidde Eliot in 1933 van zijn eerste vrouw , en hertrouwde met Valerie Fletcher in 1956. T.S. Eliot ontving de Nobelprijs voor de Literatuur in 1948, en stierf in Londen in 1965.

Belangrijke werken[bewerken]

  • 'The Love Song of J. Alfred Prufrock' (1915) is een dramatische monoloog, geschreven tijdens zijn undergraduate periode aan de universiteit van Harvard. Het gedicht exploreert, vanuit het standpunt van de verteller J. Alfred Prufrock, een man van middelbare leeftijd, de verzieking en het geestelijke verval van de samenleving. Prufrock is zich weliswaar veel scherper bewust van de wereld om hem heen, maar tegelijkertijd is hij ook verlamd door een gevoel van nihilisme en zinloosheid.
  • 'Portrait of a Lady' (1917) is een gedicht over het onvermogen van een man en een vrouw om met elkaar te communiceren. Dit onvermogen is te wijten aan de verstikkende conventies van wat wordt voorgesteld als een 'stervende samenleving'. Beiden zijn zich bewust van hun isolement, maar zijn niet in staat om te ontsnappen: de vrouw wil in haar eenzaamheid de man naar zich toe trekken, maar beseft dat zij hem niets meer heeft te bieden; de man ontsnapt aan haar eisen door zich achter gewoonten en sociale conventies te verstoppen.
  • 'The Waste Land' (1922) is een lang gedicht in vijf delen over de zoektocht naar betekenis te midden van de fragmentatie, zinloosheid, en troosteloosheid van het moderne leven. In dit werk breekt Eliot met traditionele poëtische technieken; de publicatie ervan was een mijlpaal in de ontwikkeling van de moderne Engelse poëzie.
  • 'Ash Wednesday' (1930) is het eerste gedicht van T.S. Eliot waarin hij de vrede bejubelt die hij ontdekte in het orthodoxe christendom. Het gedicht is als een poëtische liturgie en meditatie over de mystieke relatie met God.
  • 'Murder in the Cathedral' (1935) is een drama in verzen. Het onderwerp ervan is de moord op de aartsbisschop van Canterbury, Thomas Becket (1162-1170) die zich verzette tegen koning Hendrik II's poging om de privileges van de geestelijkheid te beperken. In Eliots toneelstuk wordt Thomas verleid door materiële beloningen die de koning hem aanbiedt, maar hij wijst het af ter ere van God, waardoor hij als martelaar de dood vindt.
  • 'Four Quartets' (1943) is een lang gedicht dat door veel critici beschouwd wordt als Eliots belangrijkste dichtwerk. Het gedicht is een uitgebreide verkenning van ideeën over tijd, eeuwigheid, sterfelijkheid en geloof, verdeeld in vier secties of "kwartetten" voor vier verschillende locaties. Eliot maakte hiermee bewust de analogie met een reek muzikale composities die elk een ander thema exploreren.

Bibliografie[bewerken]

Poëzie[bewerken]

  • Prufrock and Other Observations (1917)
    • The Love Song of J. Alfred Prufrock
    • Portrait of a Lady (gedicht)
  • Poems (1920)
    • Gerontion
    • Sweeney Among the Nightingales
    • "The Hippopotamus"
    • "Whispers of Immortality"
    • "Mr. Eliot's Sunday Morning Service"
    • "A Cooking Egg"
  • The Waste Land (1922)
  • The Hollow Men (1925)
  • Ariel Poems (1927–1954)
    • The Journey of the Magi (1927)
  • Ash Wednesday (1930)
  • Coriolan (1931)
  • Old Possum's Book of Practical Cats (1939)
  • The Marching Song of the Pollicle Dogs en Billy M'Caw: The Remarkable Parrot (1939) in The Queen's Book of the Red Cross
  • Four Quartets (1945)

Toneelstukken[bewerken]

  • Sweeney Agonistes (gepubliceerd in 1926, eerste opvoering in 1934)
  • The Rock (1934)
  • Murder in the Cathedral (1935)
  • The Family Reunion (1939)
  • The Cocktail Party (1949)
  • The Confidential Clerk (1953)
  • The Elder Statesman (eerste opvoering in 1958, gepubliceerd in 1959)

Non-fictie[bewerken]

  • Christianity & Culture (1939, 1948)
  • The Second-Order Mind (1920)
  • Tradition and the Individual Talent (1920)
  • The Sacred Wood: Essays on Poetry and Criticism (1920)
    • "Hamlet and His Problems"
  • Homage to John Dryden (1924)
  • Shakespeare and the Stoicism of Seneca (1928)
  • For Lancelot Andrewes (1928)
  • Dante (1929)
  • Selected Essays, 1917–1932 (1932)
  • The Use of Poetry and the Use of Criticism (1933)
  • After Strange Gods (1934)
  • Elizabethan Essays (1934)
  • Essays Ancient and Modern (1936)
  • The Idea of a Christian Society (1939)
  • A Choice of Kipling's Verse (1941) met een essay over Rudyard Kipling, London, Faber and Faber.
  • Notes Towards the Definition of Culture (1948)
  • Poetry and Drama (1951)
  • The Three Voices of Poetry (1954)
  • The Frontiers of Criticism (1956)
  • On Poetry and Poets (1957)
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.