Afrikaans/Afrikaanse bijvoeglijke naamwoorden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

  1. Bijvoeglijke naamwoorden
  2. Zelfstandige naamwoorden
  3. Werkwoorden
  4. Voornaamwoorden
  5. Klankveranderingen
  6. Ander woordgebruik
  7. Gevaarlijke woorden
  8. Duitse invloed
  9. Andere komaf
  10. Bronnen
Video's
  1. Video 1

Oppervlakkig lijken bijvoeglijke naamwoorden in het Afrikaans vrij sterk op die van het Nederlands, maar schijn kan bedriegen.

Verbogen vorm[bewerken]

Veel bijvoeglijke naamwoorden hebben net als in het Nederlands een verbogen vorm, die uitgaat op -e, maar het gebruik ervan verschilt tamelijk van dat in het Nederlands. Voor een Nederlandstalige is het gevaarlijk op het eigen taalgevoel af te gaan.

Indien een bijvoeglijk naamwoord een verbogen vorm heeft -en dat is niet voor alle het geval- wordt de verbogen vorm gebruikt voor attributief en de onverbogen vorm voor predicatief:

predicaat: die huis is pragtig. -- het huis is prachtig
attribuut: dis 'n pragtige huis -- het is een prachtig huis

Afrikaans kent geen woordgeslacht meer en maakt dus geen verschil tussen onzijdige woorden en die van mannelijk of vrouwelijk geslacht.In het Nederlands vervalt de uitgang bij een onbepaald onzijdig woord. Dit geldt dus niet voor het Afrikaans:

'n wilde perd -- een wild paard

Onverbogen bijvoeglijke naamwoorden[bewerken]

Er zijn ook bijvoeglijke naamwoorden die geen verbogen vorm kennen. Het gebruik ervan is voor Nederlandtaligen niet voor de hand liggend en onderhevig aan veel uitzonderingen.

De algemene regel is dat meerlettergrepige adjectieven wél en éénlettergrepige adjectieven soms niet verbogen worden,

die groot huis -- het grote huis
die pragtige huis -- het prachtige huis

Eénlettergrepige adjectieven op medeklinkers als -k, -t, -p worden gewoonlijk niet verbogen, tenzij de laatste in overdrachtelijke zin gebruikt worden.

'n ryp peer -- een rijpe peer
na rype beraad -- na rijp beraad

Liquida zoals -l krijgen wel een buigings-e:

Vol dankbaarheid -- die volle waarheid

Maar:

dit is klein -- die klein huisie

Woorden op meer dan een medeklinker, zoals -rd worden vaak wel verbogen:

die grond is hard -- de grond is hard
die harde grond -- de harde grond

Een adjectief als sag (op -g) wordt wel verbogen en verraadt dan zijn Nederlandse afkomst:

die grond is sag -- de grond is zacht
die sagte grond. -- de zachte grond


Er zijn ook eenlettergrepige adjectieven die een andere vorm hebben bij predicatief en attributief gebruikt:

'n ou man - die man is oud -- een oude man - de man is oud
'n lang pad - die pad is lank. -- een lange weg - de weg is lang

Soms heeft ook een naamwoord met twee lettergrepen geen buigings-e, met name als het op -er eindigt:

die ander kinders -- de andere kinderen
die helder weer -- het heldere weer
Hoop jy't 'n lekker dag -- Ik hoop dat je een leuke dag hebt -- een mooie dag nog!

Regels?[bewerken]

We kunnen proberen een regel te geven voor wat nu wel en wat nu niet verbogen wordt en dat ziet er dan zo uit:


Eénlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden worden in de regel niet verbogen, behalve

  1. indien zij op -md, -nd, -ld, -rd eindigen
    'n vreemde dier
    'n ronde stingel
    'n wilde perd
    'n harde grond
  2. indien zij op lange klinker + d eindigen; de -d- valt vaak dan weg
    wyd: 'n wy(d)e gang
    breed: 'n breë rivier
    koud: 'n koue dag
    'n goue ring
    dood: 'n dooie voël
    goed: 'n goeie vangs
  3. indien zij (ook in Nederlands) op -g eindigen. Ook hier valt de -g- weg
    vaag: 'n va(g)e verwysing
    laag: 'n lae tak
    droog: 'n droë gebied
    hoog: 'n hoë boom
    moeg: 'n moeë besoeker
    vroeg: 'n vroeë voël
    ruig: 'm ruie bos
    maar: vuige laster
  4. woorden op -u, die meestal in Nederlands -uw hebben
    slu: 'n sluwe man
    sku: 'n skuwe dier
    ru: 'n ruwe speler
    kru: 'n kruwe woord (Ndl: crue)
  5. woorden die in het Nederland op -cht, -st, -pt eindigen krijgen hun -t- terug
    sag - sagte
    lig - ligte
    eg - egte
    reg - regte
    vas - vaste
    woes - woeste
    stip - stipte
  6. woorden op -fs, -ps, -ks, -rs
    slaafs -slaafse
    wulps - wulpse
    skalks -skalkse
    stuurs - stuurse
  7. andere woorden op -s zijn wat onzekerder.

Kleurwoorden, zoals grys, wit worden niet verbogen, tenzij ze een uitgang als -kleurig, -erig hebben.

Woorden van twee of meer lettergrepen worden wèl verbogen, behalve indien ze of -er eindigen.

Medeklinkerverandering[bewerken]

In die gevallen waarin de buigings-e in het Nederlands een stemhebbende medeklinker hoor- en zichtbaar maakt, zijn er verschillen:

Ned. dwaas - dwaze
Afr. dwaas - dwase

Afrikaans heeft geen z.

Daar waar in het Nederlands een v opduikt heeft het Afrikaans w:

Nld. gaaf - gave
Afr gaaf - gawe

Dit kan ook gebeuren met ff:

Nld. straf - straffe
Afr. straf - strawwe
Nld. grof - grove
Afr. grof - growwe

Substantivering[bewerken]

Gesubstantiveerd volgt Afrikaans meestal het Engelse voorbeeld (the big one) en voegt een toe:

Dis die groot een. -- Dit is de grote. (Vgl Eng.: the big one)

In het meervoud wordt enes gebruikt:

Dit is die groot enes -- dit zijn de grote (Vgl Eng.: the big ones)

Een constructie met de verbogen vorm, zoals in het Nederlands, komt wel voor, maar wordt vaak vermeden. Indien het wel gebruikt wordt kunnen adjectieven die normaal geen buiging krijgen wel een -e krijgen en in het meervoud -es:

Wil jy die grote of die kleine?
Ek wil die grotes.
Die Bloues en die Rooies.
die gevangene - die gevangenes -- de gevangene - de gevangenen

Trappen van vergelijking[bewerken]

De vergrotende trap heeft in de regel -er en de overtreffende -ste en bij deze vormen is er geen sprake van buigingsverschillen meer (anders dan in het Nederlands).

die ryper vrugte -- de rijpere vruchten
die rypste vrugte -- de rijpste vruchten
hy is ouer -- hij is ouder
hy is die oudste -- hij is de oudste

De s van -ste wordt ook geschreven als het woord al eindigt op een -s: dwaas, dwaasste.

Deelwoorden[bewerken]

Tegenwoordige deelwoorden[bewerken]

De tegenwoordige deelwoorden zijn voor Nederlandstaligen meestal niet zo'n verrassing. Voor sprekers van andere talen zoals Engels ligt dat vaak anders, bijvoorbeeld:

-- zeggen
niks-seggend -- nietszeggend

Dit is de enige vorm van het werkwoord waar die weggevallen "g" weer opduikt. De verbuiging is eenvoudig: predicaat zonder en attribuut mèt -e

dit is niks-seggend -- het is nietszeggend
dit is 'n klomp niks-seggende snert -- het is een lading nietszeggende bragel

Er zijn werkwoorden die ontstaan zijn uit een sterke verleden tijd, zoals

verloor -- verliezen

Het deelwoord ziet er dan voor Nederlands ogen net zo vreemd uit als de toekomende tijd:

die verlorende party -- de verliezende partij
ek sal verloor -- ik zal verliezen

Bij werkwoorden die uit de derde persoon enkelvoud ontstaan zijn, zoals

behoort -- behoren

is de toekomende tijd vreemder dan het onvoltooid deelwoord:

dit sal tot ... behoort -- dit zal tot ... behoren
'n groep behorende tot ... -- een groep behorend tot ..

Verleden deelwoorden[bewerken]

Voltooide deelwoorden is een wat lastiger probleem, vooral bij werkwoorden die in het Nederlands sterk zijn. In de voltooide tijden is het Afrikaanse deelwoord vrijwel altijd zwak.

dit het bederf -- het is bedorven

Maar vooral in staande uitdrukkingen komt soms de sterke oorsprong van het deelwoord om de hoek kijken:

die bedorwe kind -- het verwende kind

Attributief gebruikt wordt gewoonlijk -de als verbuiging toegevoegd, ook als een Nederlander het kofschip zou volgen:

die bederfde melk -- de bedorven melk
die gewensde / gewenste plante -- de gewenste planten

Soms komen er verschillende vormen voor:

'n gesogte kompetisie -- een populaire competitie
die mees gesoekte woorde op die net -- de meest gezochte woorden op het net
die lys van die mees gesoekde misdadigers -- de lijst van de meest gezochte misdadigers
die geskrewe taal -- de schrijftaal
'n Geskryfde Lewe -- boek van J.M Coetzee

Algemeen gesproken zijn de zwakke vormen in opmars.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.