Westerse astrologie/Babylonische astrologie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anatomical Man.jpg
Astrologie



De god Marduk met zijn draak, Babylonisch cilinderzegel

Babylonische astrologie was het eerste georganiseerde systeem van de astrologie, ontstaan in het Babylonië en Assyrië van het tweede millennium v.Chr.

Inleiding[bewerken]

Er is enige speculatie dat een of ander vorm van astrologie reeds in de Sumerische periode in het 3e millennium v.Chr. verscheen, maar deze hypothese kan niet met schriftelijk bewijs ondersteund worden. Tegen de 16e eeuw v.Chr. kan haar ontstaan getraceerd worden in de vorm van eenvoudige astrologische omens. De belangrijkste van deze geschriften is de Enuma Anu Enlil, waarvan de inhoud bestond uit 70 tabletten van 7.000 geregistreerde mundane verschijnselen betreffende oorlogen, hongersnoden en dergelijke. Daarbij werden overeenkomsten gezocht tussen gebeurtenissen aan de hemel (de beweging van de planeten, zons- en maansverduisteringen) en wat er op aarde op dat moment plaatsgreep. Onderzoekers leerden daaruit dat de Babylonische astrologie in die periode uitsluitend mundaan was, en dat dus nog geen persoonlijke horoscopen werden opgesteld zoals later in de hellenistische astrologie gebruikelijk werd. Er blijkt ook uit dat de astrologen vóór de 7e eeuw v.Chr. slechts een zeer rudimentair begrip van astronomie hadden. Door hun onvermogen om toekomstige hemelse verschijnselen en planetaire bewegingen nauwkeurig te voorspellen, beperkten ze zich tot observaties en voorspellingen op korte termijn. In de 4e eeuw v.Chr. waren hun wiskundige methoden zodanig gevorderd dat ze toekomstige planetaire posities met redelijke nauwkeurigheid konden voorspellen, en het was vanaf dat moment dat uitgebreide efemeriden berekend werden.

Planeten en goden[bewerken]

Van de planeten waren er vijf gekend: Jupiter, Venus, Saturnus, Mercurius en Mars - en in deze volgorde werden zij ook vermeld in de oudere literatuur op de kleitabletten. In latere teksten wisselen Mercurius en Saturnus van plaats.

Elk van deze planeten werd met een god uit het Babylonische pantheon geïdentificeerd:

  • Jupiter met Marduk,
  • Venus met de godin Ishtar,
  • Saturnus met Ninib,
  • Mercurius met Nabu (Nebo),
  • en Mars met Nerga.

De bewegingen van zon, maan en de 5 planeten werden beschouwd als de activiteit van deze vijf goden, die samen met de maangod Sin en de zonnegod Shamash gebeurtenissen op aarde voorbereidden. Vandaar ook het belang om deze 'tekens' tijdig te interpreteren zodat voorspeld kon worden wat de goden van plan waren.

Enuma Anu Enlil[bewerken]

Enuma Anu Enlil verkort EAE ('Toen de goden Anu en Enlil...' of 'In de dagen van Anu en Enlil...)' is een grote reeks van 68 of 70 kleitabletten die betrekking hebben op de Babylonische astrologie.[1] Het grootste deel van het werk is een verzameling van voortekenen, naar schatting tussen 6500 v.Chr. en 7000 v.Chr., die een breed scala aan hemel- en atmosferische verschijnselen interpreteren in termen die relevant zijn voor de koning en de staat.

Datering[bewerken]

De serie, die de canon vormt van de Babylonische astrologie, is waarschijnlijk opgesteld tijdens de Kassitische periode (1651-1157 v.Chr.), maar ongetwijfeld werden voordien al, in de Oud-Babylonische periode (1950-1651 v.Chr.) waarnemingen in een of andere vorm gedaan. Het aanvullen van deze verzameling gebeurde tot ver in het 1e millennium, en de laatste opgeschreven waarneming dateert uit 194 v.Chr. Aangenomen wordt dat de eerste 49 tabletten in India terechtkwamen in de 3e of 4e eeuw v.Chr. en dat de laatste reeks tabletten die de sterren als onderwerp hadden daar zijn aangekomen nog voor het begin van het christelijke tijdperk. [2]

Inhoud[bewerken]

De hele serie is nog niet volledig gereconstrueerd en er zijn nog veel hiaten in de tekst. De zaak wordt verder gecompliceerd door het feit dat kopieën van eenzelfde tablet vaak van inhoud verschillen of verschillend worden georganiseerd. Daardoor zijn sommige onderzoekers geneigd te geloven dat er tot vijf verschillende versies van de huidige tekst in verschillende delen van het Oude Nabije Oosten circuleerden. [3]

De EAE- tabletten behandelen achtereenvolgens het gedrag van de maan, dan zonne-verschijnselen, gevolgd door weer andere activiteiten, en ten slotte het gedrag van de verschillende sterren en planeten. [4]

Tablet 1 tot 13[bewerken]

De eerste 13 tabletten gaan over de gestaltes van de maan op verschillende dagen van de maand, haar relatie met planeten en sterren, en fenomenen zoals halo's en corona's (kronen). De voortekenen (omens) uit dit deel worden in het hele werk het meest geciteerd. Tablet 14 beschrijft heel gedetailleerd een wiskundig schema waarmee de verschijningen van de maan kunnen worden voorspeld.

Tablet 15 tot 22[bewerken]

Tabletten 15 tot 22 zijn gewijd aan maansverduisteringen en de kwadranten van de maan, en wanneer eclipsen zullen optreden. Ook wordt voorspeld welke regio's en steden door de eclips beïnvloed zouden worden.

Tablet 23 tot 29[bewerken]

Tabletten 23 tot 29 behandelen de verschijningen van de zon, de kleur, markeringen en de relatie met wolkenformaties en stormen.

Tablet 30 tot 39[bewerken]

De zonsverduisteringen zelf zijn het onderwerp van tabletten 30 tot 39.

Tablet 40 tot 49[bewerken]

Tabletten 40 tot 49 betreffen weersverschijnselen en aardbevingen. Speciale aandacht wordt besteed aan het optreden van de donder.

Tablet 50 tot 70[bewerken]

De laatste 20 tabletten zijn gewijd aan de sterren en planeten. Deze tabletten maken gebruik van een vorm van codering waarbij de namen van de planeten worden vervangen door de namen van de vaste sterren en de sterrenbeelden. [5]



Woordenboekje

  • omen: voorteken. Omens werden 'gelezen' uit allerlei verschijnselen die naar toekomstige gebeurtenissen zouden verwijzen.
  • pantheon: oorspronkelijk een Romeinse tempel, gewijd aan de goden.
  • eclips:een totale verduistering, vooral van Maan of Zon. Eclipsen werden steevast gezien als een onheilspellende gebeurtenis, een voorbode van rampen en nederlagen.


Voetnoten[bewerken]

  1. De Babyloniërs bedreven de astrologie op basis van de astronomische kennis waarover ze beschikten. Het onderscheid tussen astronomie en astrologie werd destijds niet gemaakt.
  2. Mesopotamian Planetary Astronomy-Astrology’ by David Brown, 2000, pages 254-5.
  3. ‘Mesopotamian Astrology’ by Ulla Koch-Westenholz, 1995, pages 76-82.
  4. Iroku, Osita; "A Day in the Life of God"; published by The Enlil Institute, Dover DE; 2008.
  5. 'Planetarium Babylonicum' door F. Gössmann, 1950.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.