Sociale geschiedenis van Europa 1500-1795/Sociale controle

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Leven in de absolute monarchie
  3. Rechtspraak
  4. (Contra)reformatie
  5. Alfabetisering
    1. Bijlagen bij Alfabetisering
  6. Wellevendheid
  7. Tafelmanieren, keuken en goede smaak
  8. Gezin
  9. Het kind
  10. Adolescentie
  11. Ontsnappen aan de familietucht
  12. Van geestelijke verwantschap naar gezelligheid
  13. Sociale controle
  14. Charivari's in de Nederlanden
  15. Jeugdbendes
  16. Boerderijen
  17. Familie en erfrecht op het platteland
  18. Parijs
  19. Goede naam en lettres de cachet
  20. Intimiteit: plaatsen en voorwerpen
  21. Liefde en vriendschap
  22. Decadentie
  23. Revolutie

13. Sociale controle

Charivari's[bewerken]

Een charivari was een spot- en bestraffingsritueel dat vanaf de veertiende eeuw tot in de negentiende eeuw in vele landen van Europa, zoals Frankrijk, Duitsland, Engeland[1] en de Nederlanden werd "gegeven" aan mensen die de fatsoensnormen overtraden. In Frankrijk werden de charivari's georganiseerd door de jongerenverenigingen. Het was een vorm van sociale controle die de nodige slachtoffers heeft gemaakt.

Charivari's werden voornamelijk in de steden gegeven en wel in het milieu van ambachtslieden, winkeliers en kleine klerken, hoewel ze ook in de dorpen op het platteland voorkwamen. Na 1750 begonnen de slachtoffers van deze vorm van sociale controle zich te verzetten en spanden steeds meer rechtszaken aan tegen de aanstichters ervan. Rond 1810 waren ze in de steden verleden tijd. Op het platteland vonden ze nog tot diep in de negentiende eeuw plaats.

Er waren verschillende soorten charivari.

Meiboom[bewerken]

Meiboom tegen gevel

Op zich was "de meiboom" geen charivari, het was een tamelijk onschuldig ritueel waarbij de jongens in de buurt aangaven dat ze een meisje huwbaar vonden door in de loop van de nacht van 30 april op 1 mei een meiboom tegen de gevel van haar huis te zetten. Deze meiboom was meestal een echt boompje maar het kon met van alles "versierd" zijn. En met deze versieringen wilden de jongens uitdrukken hoe ze over het meisje dachten. Bloemen met doornen als ze het meisje hooghartig vonden, vlier als ze haar losbandig vonden. Stinkende jeneverbessenolie was als belediging bedoeld, net als mest. Soms werden er fallische poppen voor de huizen van de meisjes neergezet. Maar het kon erger en dan begon het op een charivari te lijken.

Een voorbeeld uit 1717[bewerken]

Een winkelier vond 's ochtends op 1 mei de karkassen van beesten op de straat voor zijn winkel terwijl aan de gevel runderhorens waren vastgemaakt. Dit in plaats van een meiboom. De hele straat was kwaad over deze stinkende smeerboel. Het was waarschijnlijk de wraak van vijf of zes jongens uit dezelfde wijk en hetzelfde milieu die kwaad waren op de dochter van de winkelier. De reden hiervan is niet meer te achterhalen. De jongens hadden de karakassen opgehaald van de vuilstortplaats van devilders, net buiten de muren van de stad. Dit soort dingen werd meestal helemaal niet heimelijk gedaan, de jongens zongen er liederen bij waarbij ze het een of andere schandaal aan de kaak stelden.

Dwaze maagd van het jaar[bewerken]

Tijdens de carnaval en dan vooral in de zuidelijke streken, konden de jongeren ook nog op andere manieren blijk geven van hun afkeur. Zo was er de "dwaze maagd van het jaar". Daar werd een meisje voor uitgekozen dat "in de fout" was gegaan. Vaak was dat een dienstmeisje dat seksueel door haar meester gebruikt werd[2]. Er werd een grote pop gemaakt die dat meisje moest voorstellen.

De mannen hadden 's winters in een afgelegen hut een lied ingestudeerd waarin al haar avontuurtjes werden opgenoemd. Op de zondag voor de carnaval, bij het uitgaan van de kerk, zongen ze dat lied op het kerkplein rondom die pop. Niet alleen een "overspelig" meisje werd afgekeurd, een meisje kon op deze manier ook kritiek krijgen op haar uiterlijk of taalgebruik, op de manier waarop ze verliefde jongens afwimpelde, op de mate waarin ze vriendelijk was en of ze haar vrienden trouw bleef.

De "dwaze maagd" kwam alleen in de stad en de grote dorpen in al zijn hevigheid voor. In de kleine dorpen waren de mensen meer en duurzamer met elkaar verbonden, vaak door familiebanden. Een ongetrouwd meisje stond daar niet zo alleen en zonder steun als in de stad. En als haar gedrag al werd afgekeurd dan ging deze afkeuring eerder voorbij.

Ezelsrit[bewerken]

In de Middeleeuwen werden prostituées en overspelige vrouwen eerst met honing ingesmeerd en door een hoop veren gerold en daarna werden ze achterstevoren op een ezel rondgereden met een gevlochten mand over hun hoofd.

Al in 1375 was het gebruikelijk dat een man die bij zijn vrouw onder de plak zat of die zich door haar liet slaan, achterstevoren op een ezel werd rondgereden[3]. De echtelijke strijd moest eerst bij iedereen bekend zijn[4], als iedereen het al wist, dan hoefde men er niet meer over te zwijgen.

In de zestiende eeuw werd de ezelsrit vaak uitgevoerd door de jongerenverenigingen. Tot circa 1790 waren er "hoorndragershoven"[5], "ezelgenootschappen", en "carnivore tribunalen" die dit soort rituelen uitvoerden.

Prostituées konden in de achttiende eeuw op straat tippelen, maar er was ook prostitutie in appartementen waar een hoerenmadam de zaken regelde. Als in de achttiende eeuw in Frankrijk een hoerenmadem was aangegeven, werd zij achterstevoren op een ezel rondgereden. Als zij een echtgenoot had, moest die er achteraan rijden.

De hoeren zelf werden vaak op grond van een gerechtelijk bevel in het openbaar kaal geschoren en gevangen gezet. Soms werden ze daarna met geweld op een schip naar de Amerikaanse kolonieën gezet. Soms werd ook het dak van hun huis gesloopt, werden ramen en deuren ingetrapt, hun karren gesloopt, hun waterput verpest, ze werden in het water gegooid enzovoort.

Een voorbeeld uit 1762[bewerken]

Een vrouw liep een café binnen waar haar man met een stel andere mannen zat te kaarten. Ze wilde hem mee naar huis nemen en kwam met de smoes dat er thuis iemand op hem zat te wachten. Toen de man niet meeging, viel de vrouw de mannen aan, scheurde de kaarten kapot en sleurde haar man mee naar buiten. Omdat de man zich niet weerde, dreigden de anderen dat ze hem "op een ezel zouden zetten".

Twee dagen later riep de stadsomroeper overal in het dorp om, dat aanstaande zondag de ezel zou rijden voor de betreffende man. Iedereen werd uitgenodigd om naar dit spektakel te komen kijken. Voorop liepen trommelaars en daarachter reed een vuilniskar met daarop een koor van jongens die in rijm hun commentaar gaven. Daarachter twee jongens die zich verkleed hadden. Eentje speelde de vrouw en zat op een ezel en de ander speelde de man en zat op een paard.

De groep stopte en de voorstelling begon. De "vrouw" trok de "man" bij zijn haren over haar ezel en roste hem af met haar spinrokken. Daarna reed de hele groep een stukje verder waar ze de tweede episode speelden. De "man" en een paar andere jongens zaten te kaarten op de rug van de ezel. En daar kwam de "vrouw", sloeg de mannen met haar spinrokken en verscheurde de kaarten.

Daarna trok de stoet een stuk verder en herhaalde het spel. Dit ging door tot middernacht. Waarschijnlijk hadden de slachtoffers deze bestraffing minder lang en intens kunnen maken door de jongelui van te voren geld te geven.

Trouwen en ketelmuziek[bewerken]

Als een stel wilde trouwen en de jongeren waren het er niet mee eens, dan werd het aanstaande paar onthaald op een charivari. Ze kregen "ketelmuziek" onder hun raam: serenades met toutoures (aardewerken toeters), bellen, trommels, ketels en boegeroep. Vaak liep het hele dorp of de hele stadswijk uit om te kijken naar zo'n spektakel en vaak deden de toeschouwers ook mee. Vrijwel niemand protesteerde ertegen.

De jongeren vonden diverse verbintenissen onfatsoenlijk:

  • Als een weduwe trouwde met een vrijgezel of als een weduwnaar trouwde met een nog nooit getrouwde vrouw. De weduwnaar wàs al getrouwd geweest en nu wilde hij nòg een vrouw. Terwijl veel jongeren moeite hadden om een vrouw te vinden.
  • Als de jongeren het leeftijdsverschil tussen de toekomstige echtelieden te groot vonden.
  • Als ze het verschil in sociale status te groot vonden.
  • Als de partner een vreemdeling was: en je was al een vreemdeling als je uit een nabijgelegen dorp of wijk kwam (waarmee men in onmin leefde).

Afkoopsom[bewerken]

Overigens kregen niet alle toeschietelijke meisjes een stinkende meiboom voor hun huis, niet alle mannen die bij hun vrouw onder de plak zaten, kregen een ezelsrit en ook niet alle stellen die hertrouwden kregen een charivari. Zeker in de achttiende eeuw kwam een afvaardiging van de jongeren eerst eens praten en dan vertelden ze wat ze van plan waren. Deze gesprekken zullen vaak tamelijk intimiderend zijn geweest. Als het paar heel beleefd bleef, hen een drankje gaf en geld bood, dan maakten de jongeren het concert minder lang en minder hard en deden er minder mensen aan mee. Maar als het paar kwaad werd en ze zonder geld de deur uitjoeg, dan werd het concert op volle kracht gegeven. De jongeren lieten de rijken meer betalen dan de armen en ook als iemand met een "vreemde" trouwde, wilden ze meer geld.

De meeste mensen betaalden wel want iedereen was bang voor de charivari's. De jongeren hadden er geen moeite mee om hun verhalen aan te dikken of zelfs gewoon uit hun duim te zuigen. Als hun slachtoffers naar de rechter gingen dan wilde deze tot circa 1750 wel de hoogte van de afkoopsom ter discussie stellen, maar zeker niet de rechtmatigheid van de charivari's.

Een voorbeeld uit 1745[bewerken]

Een leerlooier, een weduwnaar van 64, wilde hertrouwen met een vrouw van 44. Hij had de jongeren die kwamen praten over het charivari zijn huis uit gejaagd zonder ze geld te geven. Op de dag van zijn huwelijk stroomden 117 jongeren samen. Heel de stad was uitgelopen om van dit schouwspel te genieten en het paar uit te jouwen. Het stel wilde in een huwelijksstoet met paarden en karren naar het dorp van de vrouw rijden maar de jongeren hadden barricades op de weg gelegd. Het stel had nog geprobeerd om een omweg te nemen om zo de barricades te omzeilen, maar ook daar werden ze opgewacht. De jongeren sprongen met zijn twaalven achterop de kar waar het paar inzat zodat deze achterover ging hellen. Ze sloopten de wielen van de kar, scholden de echtgenoot uit en gooiden met modder naar de ruiters. De plaatselijke rechter haalde persoonlijk de barricades weg, daarbij geholpen door zijn herders zodat de stoet weer verder kon.

Ook tussen de dorpen was de weg versperd met karren en de herders wachtten het stel op met bellen. Toen ze uiteindelijk in het dorp aankwamen, werden ze met boe-geroep begroet. Er stonden grafstenen met brandende kaarsen. De armen van de echtgenoot werden vastgebonden. Sommige soldaten kregen er genoeg van en schoten met hun geweren op de aanstichters van deze charivari. Maar het volk greep die soldaten en zette ze gevangen.

Een voorbeeld uit 1769[bewerken]

Bij een eenvoudige sjouwer werd de deur ingetrapt en de heg in brand gestoken. Zijn toekomstige schoonzoon kwam namelijk uit een dorp 15 kilometer verderop en was dus een vreemdeling. Dat was waarschijnlijk alles wat er "verkeerd" aan het aanstaande huwelijk was. Maar de herrieschoppers uitten nog veel meer beschuldigingen: de vreemdeling zou in zijn eigen dorp een meisje zwanger gemaakt hebben en een ander meisje bestolen. Mogelijk was dit niet waar.

Een voorbeeld uit 1772[bewerken]

Meer dan 100 jongeren zongen elke avond spotliederen onder de ramen van een inspecteur van publieke werken. Ze probeerden ook nog elke avond om zijn huis binnen te komen, waarschijnlijk om te "praten" over een afkoopsom, hetgeen de inspecteur weigerde. Ze scholden hem uit voor hoorndrager. Nu werd hij ook inderdaad bedrogen door zijn jonge vrouw die de ene na de andere affaire had. Na vijf jaar huwelijk had hij nog geen kinderen dus werd hij ook voor impotent uitgemaakt.

Een voorbeeld uit 1773[bewerken]

Een weduwe van goede familie wilde hertrouwen maar haar vader was kort daarvoor overleden en de officiële rouwperiode was nog niet afgelopen. Dat zinde de jeugd niet en ze kwamen praten. Haar aanstaande echtgenoot weigerde hen te betalen en kreeg een heftige charivari met stenen door zijn ruiten en stinkende troep voor zijn deur. Vanaf circa 1770 liepen de charivari's steeds verder uit de hand. Ze waren er het hele jaar door en tijdens de carnaval nog wat vaker.

Een voorbeeld uit 1787[bewerken]

Een stel jonge handwerkslieden belaagde een lakenwever van hun leeftijd die wilde trouwen met een weduwe van 60. Op de dag van de afkondiging van het huwelijk trokken ze onder luid getoeter door de straten. Ze pakten de weduwe beet en zetten haar bovenop een kar. Op de dag van de ondertekening van het huwelijkscontract bij de notaris gooiden ze het paar in de modder. En op de dag van de huwelijksinzegening zongen ze liederen voor de kerk.

Charivari's door vrouwen[bewerken]

Normaal oefenden vrouwen wel veel sociale controle uit, maar gingen ze niet verder dan hun bevindingen aan de grote klok te hangen[6]. Dat vrouwen zelf een charivari begonnen, was vrij zeldzaam en gebeurde waarschijnlijk alleen in die streken waar vrouwen relatief economisch en cultureel onafhankelijk waren.

In het begin van de negentiende eeuw kwam dit soort gevallen ook nog wel voor. Vrouwen, geholpen door kinderen, begonnen een charivari. Ze zetten hoornen op deuren en schreven beledigende teksten op de muren. Ze gingen bijvoorbeeld te keer tegen een kantoorbediende die de verloofde van een ander zwanger had gemaakt, of tegen de jonge echtgenote van een oude man die de ene minnaar na de andere had.

Een voorbeeld uit 1735[bewerken]

Een vrouw werd er door zes andere vrouwen publiekelijk van beschuldigd dat ze de hoerenmadam van haar dochter was. De dames schreven liedjes over haar, waarin ze haar uitmaakten voor hoer en dronkelap. Ze zou ooit gebraakt hebben nadat ze teveel wijn had gedronken en haar man zou een kroegtijger zijn die bij haar onder de plak zat. Ze verkochten kopieën van de liedjes aan belangstellenden. Zij hitsten de kinderen van een van haar huurders op om haar uit te schelden.

Deze zes vrouwen werden in staat van beschuldiging gesteld. Ze waren tussen de 25 en 40 jaar oud. Sommigen hadden een winkel, en op één na konden ze allemaal hun handtekening zetten[7]. De aanstichtster had blijkbaar een dermate goede opvoeding genoten dat ze tijdens haar ondervraging verklaarde dat ze geen dialect kende.

Begrafenis[bewerken]

Al vanaf de Middeleeuwen probeerde de kerk controle te krijgen over de dodenwake, het uiten van rouwklachten en de maaltijd na de begrafenis. Het publiek zocht echter altijd naar mogelijkheden om zich te uiten. Zo werden er, door daarin gespecialiseerde vrouwen, wel eens grafredes afgestoken die meer op een postuum proces tegen de overleden leken. Er zijn mondelinge getuigenissen overgeleverd over uitbarstingen van volkswoede tijdens de dodenwake of rouwstoet, waarbij de dode (waarschijnlijk een "buitenstaander") postuum werd uitgestoten uit de gemeenschap.

Ruziezoekers[bewerken]

Ook een ruziezoeker kreeg wel eens een spotritueel. In Engeland[1] werden kijvende vrouwen vastgebonden op een stoel die aan een hefboom bevestigd was en liet men ze kopje onder in de rivier zakken.

Dompelstoel voor kijvende vrouwen, zeventiende eeuw

.

"Omstanders"[bewerken]

De meeste omstanders bij de spot- en bestraffingsrituelen waren zeker geen passieve toeschouwers maar deden ook echt mee: ze lachten en jouwden, ze improviseerden satirische grappen enzovoort. Ze waren allemaal verontwaardigd over iets dat het doelwit had misdaan: iets dat niet "hoorde". Bijna nooit liet iemand uit het publiek blijken dat hij het er niet mee eens. Toch kon men op deze manier iemands reputatie breken. En mogelijk hebben zelfs mensen, nadat ze een charivari hadden gekregen, zelfmoord gepleegd.

Autoriteiten[bewerken]

Kerk[bewerken]

De kerk zei dat ze het niet eens was met de charivari's die werden gegeven vanwege een tweede huwelijk. Het tweede huwelijk was volgens het concilie van Compiègne in 1330 net zo heilig als het eerste. Maar het kerkelijke gebruik om tweede huwelijken te ontmoedigen was veel ouder[8][9].

  • In een groot aantal bisdommen werd een tweede huwelijk nooit ingezegend.
  • Als de kerk een tweede huwelijk al inzegende, dan zonder enige plechtigheid.
  • De kerk verbood dat je trouwde met iemand die familie was tot de vierde-graad[10] en als je wilde hertrouwen, mocht je dat niet alleen niet met je eigen familie tot in de vierde graad, maar ook niet met de familie van je overleden echtgeno(o)t(e) tot in de vierde graad. Je mocht van de kerk dus niet trouwen met de zus of de nicht van je overleden vrouw.

De kerk protesteerde dus wel tegen de charivari's die werden gegeven vanwege een tweede huwelijk, maar werkte tweede huwelijken zelf meestal ook tegen.

Wereldlijk gezag[bewerken]

In de veertiende en vijftiende eeuw veroordeelden de politie en de rechtbanken nooit de bestraffingsrituelen op zichzelf, ze kwamen pas in het geweer als er relletjes waren uitgebroken of als er een dode gevallen was.

Al in 1538 verbood het parlement van Toulouse de charivari's. In 1606 het parlement van Bourgondië, in 1639 het parlement van Bordeaux, in 1640 dat van Aix-en-Provence enzovoort. Na 1640 werden de huwelijkscharivari's in veel grote steden verboden, net als alle andere nachtelijke bijeenkomsten en het zingen van onfatsoenlijke liederen. Het ging de wereldlijke autoriteiten echter alleen maar om de openbare orde, niet om de bestraffingsrituelen zelf. Die zouden pas na 1740 soms worden veroordeeld. Over de rituelen van de "domme maagd" en de "ezelsrit" zwegen de wereldlijke autoriteiten, hoewel die vaak nog wreder waren dan de huwelijkscharivari's.

De ezelsrit werd niet alleen door de jongeren opgelegd maar ook wel eens door de wereldlijke autoriteiten. In Engeland liet de rechter tussen 1485-1807 mannen die zich door hun vrouw lieten slaan, in vrouwenkleren achterstevoren op een paard zetten en onder begeleiding van ketelmuziek door de stad voeren. In 1593 werd de ezelsrit door een Franse baljuw opgelegd.

Een voorbeeld uit 1750[bewerken]

Een stel jongelui en twee officieren brachten een "serenade" onder de ramen van het huis van een weduwnaar die wilde hertrouwen. Het speelde zich af in een betere wijk. De jongelui joelden en speelden op muziekinstrumenten. De luitenant van de wacht greep een van de daders in zijn kraag. Er kwam nogal wat publiek op het lawaai af, waaronder een hoge ambtenaar, een paar officieren en een paar dames. Iedereen begon de luitenant uit te jouwen. De militaire commandant overlegde met de procureur-generaal en die vond dat het hier niet om een charivari ging maar dat de luitenant door zijn foute optreden de wanordelijkheden had veroorzaakt. Ondanks het feit dat de charivari's officieel al verboden waren, liet men de luitenant die er tegen optrad dus vallen.

Strafrecht[bewerken]

  • Al in 1610 werden in Bordeaux de aanstichters van een ezelsrit door een rechter veroordeeld.
  • In 1655 veroordeelden de schepenen van Bayonne de aanstichters van een ezelsrit.
  • Obscene en beledigende liederen werden vanaf 1650 steeds vaker door de rechters veroordeeld, die de charivari's begonnen te zien verboden nachtelijke bijeenkomsten, als een vorm afpersing, als onruststokerij door het verspreiden van schotschriften enzovoort. Het lijkt echter waarschijnlijk dat deze veroordelingen eerder te maken hadden met het feit dat de openbare orde verstoord dreigde te worden dan met het feit dat de rechters het principe van de charivari's afwezen.

Tegen 1700 waren onder invloed van de Verlichting de brandstapels voor de heksen al in onbruik geraakt. Ook de huwelijkscharivari's riepen steeds meer weerstand op. Mensen begonnen in de achttiende eeuw steeds meer te vinden dat zij zelf mochten uitmaken met wie zij wilden trouwen. De rechtbanken begonnen vanaf circa 1740 de charivari's niet meer alleen te veroordelen als de openbare orde verstoord was, zij begonnen het hele principe af te wijzen dat de jeugd het recht had om sociale controle uit te oefenen op huwelijksverbintenissen. Steeds meer slachtoffers van een charivari dienden een klacht in bij het gerecht en soms diende de politie een klacht in.

Tegelijkertijd wilden veel slachtoffers de jongeren ook niet meer betalen om een charivari milder te maken, ook al hadden ze geld genoeg. Ook weigerden steeds meer mensen geld te geven voor de muziek bij de bestraffingsrituelen[11].

Maar ondanks het feit dat het strafrecht langzaamaan het principe van de charivari's ging afkeuren en steeds meer mensen genoeg kregen van de charivari's, verdwenen deze niet. Integendeel, de jongeren lieten zich niet zomaar uit hun rol als zedenpolitie zetten. Omdat steeds minder mensen de afkoopsom wilden betalen, namen de jongeren steeds meer wraak en vanaf circa 1770 liepen de charivari's steeds verder uit de hand. In eerste instantie, tussen 1740-1810, durfden alleen mensen die de nieuwe wetten goed kenden (zoals ambtenaren) de jongeren voor de rechter te dagen.

De charivari's waren een soort toneelstukjes die de aan de kaak gestelde overtredingen uitbeeldden. In de achttiende eeuw ging het strafrecht onder invloed van de Verlichting wat abstractere straffen opleggen. Dat vond zijn beslag in de Code pénal van 1810 (wetboek van strafrecht) die zich over heel Europa zou verspreiden. Hierna zouden de charivari's langzamerhand in onbruik raken, het eerst in de grote steden. De rechters die ermee te maken kregen, begonnen ze krachtiger dan voorheen als onwettig te veroordelen. Het moest daarna echter nog doordringen tot de lagere overheden en de consuls (dorpspolitiechefs) van de dorpen.

Dorpspastoor[bewerken]

Ook de dorpspastoor begon zich tegen de spot- en bestraffingsrituelen te verzetten. Hij nam wel eens (bijvoorbeeld in 1780) een stel in bescherming tegen een dreigende charivari door hen in het geheim in de echt te verbinden.

De dorpspastoor had behalve godsdienstige ook wereldlijke plichten gekregen.

  • Hij was de vertegenwoordiger van de koning.
  • Hij hield toezicht op de lagere scholen.
  • Sinds 1667 hield hij een doop- huwelijks- en begrafenisregister bij.
  • Hij moest ook volkstellingen houden.
  • Hij was betrokken bij de belastingheffing.
  • Op het einde van de mis las hij vanaf de preekstoel de arresten en verordeningen van de provinciale gouverneur voor. Eigenlijk moesten de consuls die verordeningen aan het volk voorlezen maar ze waren vaak analfabeet.

Meisjes die dansten en flirtten, moesten dat bij hem komen biechten. Hij deed zijn best om de biechtvader van alle vrouwen van het dorp te worden, vooral die van gegoede families.

Doordat zovelen bij hem kwamen biechten, wist hij vrijwel alles van het seksuele leven van zijn parochianen. Hij wist hoe sommige vrouwen stiekem aan anticonceptie deden. Hij wist welke meisjes door hun vader werden verkracht en die meisjes probeerde hij weg te loodsen naar een klooster. Hij wist het als zijn gelovigen overspel pleegden, als ze ongehuwd samenwoonden en als een vrouw zwanger was van iemand waarmee ze niet getrouwd was. Hij koppelde wel eens stellen aan elkaar. Hij gaf zijn mening over elke verloving en over elk huwelijk. Als hij vond dat mensen over de schreef waren gegaan, weigerde hij hen de communie te geven.

De huwelijkscharivari had zich voornamelijk beperkt tot de trouwplechtigheid, want dat kon allemaal gehoord en gezien en geweten worden. Wat men daarvóór en daarna deed, dat werd vaak door de zwijgplicht van de buren beschermd[12]. Maar de pastoor wist alles door de biecht. Meneer pastoor was een geduchte concurrent van de jongeren die namens de gemeenschap een deel van de sociale controle uitoefenden.

Een voorbeeld uit 1781[bewerken]

In 1781 wilde een echtpaar hun charivari niet afkopen en de pastoor steunde hen. Daarop begonnen de jongeren allerlei geheimen van hun slachtoffers te onthullen. De man zou geprobeerd hebben een paar vrouwen te verkrachten en de vrouw zou zich als dienstmeisje hebben geprostitueerd aan haar meester. Ze zou een miskraam hebben gekregen en de erfenis hebben verduisterd.

Alle geheimen op straat[bewerken]

Niet alleen de pastoor, ook de jongeren kropen na 1770 steeds dieper in het verborgen leven van de mensen. Dit ging door tot in de negentiende eeuw en dit verschijnsel vond ook in Duitsland plaats. De sociale controle op onzedelijkheid, overspel en verboden liefdesverhoudingen werd uitgebreid met de controle op: homoseksualiteit, incest, ongetrouwd samenwonen en polygamie en na 1870(!) ook nog sodomie.

In de Franse en Duitse dorpen werden de dragers van de wereldlijke en geestelijke macht na 1770 scherp in de gaten gehouden wat betreft hun seksuele gedrag. Er werd een nieuw spotritueel uitgevonden dat (omdat het nieuw was) nog niet verboden was. 's Nachts hingen de jongeren in het geheim slingers van bijvoorbeeld klimop tussen de deuren van de gezagsdrager of de geestelijke en zijn verboden liefde. Zodat iedereen kon zien met wie hij "het" deed. In de loop van de achttiende eeuw werd de pastoor vaak bij het bisdom aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

Bron[bewerken]

Geschiedenis van het persoonlijk leven. Van de renaissance tot de Verlichting.
Onder redactie van Philippe Ariès, Georges Duby en Roger Chartier.
ISBN 90-5157-018-x
1986 Editions du Seuil, Paris
1989 Agon, Amsterdam
Betreffende hoofdstuk geschreven door: Daniel Fabre, Université Toulouse III en directeur van de École des hautes études en sciences sociales.

Noten[bewerken]

  1. 1,0 1,1 Religion and the decline of magic, Keith Thomas, ISBN 978-0-14-013744-6
  2. Veel rijke mannen waren rokkenjagers. Het was beslist niet abnormaal dat zij hun handen onder de rokken van vrouwen staken en vooral dienstmeisjes hadden dat maar te accepteren, anders konden ze ontslagen worden.
  3. Ook werd wel eens de vrouw die haar man had geslagen achterstevoren op een ezel rondgereden, terwijl haar man de ezel bij de teugel moest leiden
  4. De buren beschermden elkaar door de zwijgplicht, zolang ze het nog maar niet hoorden en zagen, zolang het nog maar niet overal bekend was.
  5. Een hoorndrager was een man die door zijn vrouw bedrogen was.
  6. Vrouwen konden de publieke opinie ophitsen door een privéschandaal te onthullen. Zij konden de wet van het stilzwijgen doorbreken.
  7. Alfabetisering.
  8. Punt 6. Het hertrouwen van weduwen werd door de kerk sterk ontraden in de late Oudheid.
  9. De christenen zouden zelfs gaan proberen om weduwen te verbieden om te hertrouwen.
  10. In 813 had de kerk huwelijken met nichten van de vierde graad verboden en in de elfde eeuw probeerde de kerk dit verbod uit te breiden tot de zevende graad.
  11. Soms speelden bijvoorbeeld muzikanten de muziek tijdens zo'n ritueel en die moesten betaald worden en daar zamelden de jongeren geld voor in.
  12. Zelfs als de buren bepaalde zaken wel "wisten", zwegen zij vaak. Zolang het maar niet duidelijk gezien of gehoord kon worden. Zolang iedereen het nog maar niet wist.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.