Sociale geschiedenis van Europa 1500-1795/Charivari's in de Nederlanden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Leven in de absolute monarchie
  3. Rechtspraak
  4. (Contra)reformatie
  5. Alfabetisering
    1. Bijlagen bij Alfabetisering
  6. Wellevendheid
  7. Tafelmanieren, keuken en goede smaak
  8. Gezin
  9. Het kind
  10. Adolescentie
  11. Ontsnappen aan de familietucht
  12. Van geestelijke verwantschap naar gezelligheid
  13. Sociale controle
  14. Charivari's in de Nederlanden
  15. Jeugdbendes
  16. Boerderijen
  17. Familie en erfrecht op het platteland
  18. Parijs
  19. Goede naam en lettres de cachet
  20. Intimiteit: plaatsen en voorwerpen
  21. Liefde en vriendschap
  22. Decadentie
  23. Revolutie

14. Charivari's in de Nederlanden

Een charivari was een ritueel waarbij een individu of een stel dat de sociale normen overtrad, werd bespot en bestraft. Er werd een optocht gehouden met "ketelmuziek", spottende toneelstukjes, spottende liederen en gejoel van de omstanders.

De ketelmuziek werd gemaakt met muziekinstrumenten, maar ook met allerlei spullen uit de huishouding en de landbouw zoals ketels en zeisen[1][2]. Men speelde waarschijnlijk bewust zo vals mogelijk.

Nederlandse synoniemen voor (het maken van) ketelmuziek waren: rammelen, sliepen, uittrommelen, toeten, plakken, pannegatten, een blekslag doen, bellemarkt houden, schavierigheid, strooie kermis en vlekkenmuziek.

Sommige charivari's waren weinig meer dan een soort volksvermaak, een uitlaatklep, zodat er eens goed gelachen kon worden. Meestal ging het om een tamelijk milde bespotting en werd het slachtoffer daarna weer in de gemeenschap opgenomen. Soms ging men echter net zo lang door tot het slachtoffer zijn biezen pakte. Er werden wel eens bezittingen vernield, mensen gemolesteerd en er vielen zelfs wel eens doden.

Dit soort rituelen kwam vanaf de veertiende tot in de twintigste eeuw voor in veel landen van Europa, waaronder Frankrijk, Duitsland, Engeland[3], Spanje, Italië, België en Nederland.

Charivari's in Nederland[bewerken]

Charivari's vonden in Nederland voornamelijk op het platteland plaats, terwijl ze in Frankrijk voornamelijk in de steden plaatsvonden.

Veel vaker dan in Frankrijk vonden charivari's in Nederland ook plaats uit onvrede over beslissingen van de autoriteiten. Dit soort "politieke charivari’s"[4] betwistten nooit het gezag van de overheid op zich, maar waren bedoeld om machtsmisbruik door de overheid aan de kaak te stellen.

  • Vaak waren de tiendheffingen (een feodale vorm van belastingen) een steen des aanstoots voor de boeren[5].
  • De invoering van de dienstplicht leidde tot veel politieke charivari's.
  • Ook (te) strenge autoriteiten die bijvoorbeeld het "quanselbier" of de dodenmaaltijd probeerden te verbieden, konden een politieke charivari over zichzelf afroepen.

Soms speelden de godsdiensttwisten tussen katholieken en protestanten een rol op de achtergrond. In protestantse streken werden overigens naar verhouding net zoveel charivari's gegeven als in katholieke. Politieke en godsdienstige charivari's konden weken en soms wel eens maanden duren. De overige charivari's duurden zelden langer dan een dag.

Charivari’s in Nederland (en overigens in heel Noordwest-Europa) lijken vaak gewelddadiger te zijn geweest dan die in Frankrijk en de mediterrane landen. Maar dit is mogelijk een vertekend beeld dat is ontstaan doordat veel bronnen verloren zijn gegaan en/of bepaalde charivari's vaker schriftelijk werden vastgelegd dan andere.

Net als in Frankrijk kon men ook in Nederland een charivari vaak gedeeltelijk afkopen: door geld of drank aan de aanstichters ervan te geven bleef de ketelmuziek achterwege, werd er wat minder geschreeuwd en duurde het charivari minder lang.

Vaak was het slachtoffer al langer niet geliefd in de gemeenschap omdat hij afwijkend sociaal gedrag vertoonde of de wederzijdse burenverplichtingen niet nakwam. Soms kwam een charivari ook voort uit reeds lang sluimerende burenruzies en een enkele keer was het zelfs de bedoeling van familie en buren om zich meester te maken van geld en goederen van het slachtoffer.

Charivari's vonden in de Nederlanden onder andere plaats in Limburg, Vlaanderen, Noord-Brabant en Gelderland. In Staphorst (Overijssel) vonden ze zelfs nog in 1950 plaats. Het onderstaande artikel heeft voornamelijk betrekking op de situatie in het oostelijke deel van Noord-Brabant, in de periode van 1750 tot 1950.

De overheid greep tot circa 1850 feitelijk alleen in als er doden vielen of een politieke charivari haar gezag ondermijnde. Daarna greep ze steeds vaker in, zij het meestal op een milde manier.

Redenen voor een charivari[bewerken]

Als men de sociale normen overtrad kon men een charivari krijgen.

  • Een van de verloofden verbrak de huwelijksbelofte. In Nederland werden de meeste charivari’s om deze reden gegeven[6]. Tot circa 1900 hebben we alleen gegevens over charivari’s tegen vrouwen die de huwelijksbeloften verbraken. Mannen genoten toen blijkbaar meer seksuele vrijheid dan vrouwen. In de twintigste eeuw werd het verbreken van de huwelijksbelofte ook de man aangerekend. In Drenthe en Staphorst kon de gemeenschap de weigerachtige partner dwingen tot een huwelijk. In Noord-Brabant kreeg de weigeraar wel een charivari (het zogenaamde "tafelen") maar werd niet gedwongen om te trouwen.
  • De man had een meisje zwanger gemaakt en haar daarna "laten zitten".
  • Mishandeling binnen het huwelijk, ofwel van de vrouw door de man ofwel andersom.
  • Doorlopende ruzie binnen het huwelijk. Vooral in de Meierij werd voor "huiskrakeel" (echtelijke ruzie) vaak een charivari gegeven.
  • Overspel door een van de echtelieden[7].
  • Er was een groot leeftijdsverschil tussen de man en de vrouw.
  • De vrouw of de man was vóór het huwelijk losbandig geweest.
  • Een van de partners was mismaakt.
  • Soms (voornamelijk in de negentiende en twintigste eeuw) was ook homoseksualiteit van de man een reden om hem een charivari te geven.
  • Een weduwe of weduwnaar wilde hertrouwen. Hiervoor werd in de Romaanse landen vaak een charivari gegeven maar in Engeland en Nederland nauwelijks, behalve in Limburg.
  • Er was een groot verschil in sociale status tussen de man en de vrouw. In het oostelijke deel van Noord-Brabant zijn echter geen charivari’s bekend die gegeven werden wegens een verschil in sociale welstand.
  • Ook aanbrengers, lasteraars, verwijfde mannen, dronkenlappen, lomperiken, herrieschoppers en gierigaards konden soms een charivari krijgen.

Volgorde van de gebeurtenissen[bewerken]

  1. Het charivari begon vaak met het blazen op de hoorn, soms vanaf de vier hoeken van het dorp. Als hoorn diende ook wel een gieter of een kruik.
  2. Vervolgens ging men in optocht naar het huis van het slachtoffer, vaak in steeds kleiner wordende cirkels. Intussen maakte men "ketelmuziek" en steeds meer deelnemers voegden zich bij de optocht. Er werden bespottende toneelstukjes opgevoerd, hekelliederen gezongen en obscene gebaren gemaakt. Men schreeuwde en jouwde het slachtoffer uit. De liederen bestonden vaak uit zelf bedachte teksten op al bestaande melodieën. Deze teksten werden steeds vaker opgeschreven, eerst in de steden en later (rond 1890) ook op het platteland.
  3. Soms voerde men stropoppen mee die de slachtoffers moesten voorstellen. In Engeland werden die stropoppen na afloop van het charivari wel “geëxecuteerd” en ritueel begraven. Elders werden ze verbrand. Carnavals werden ook vaak afgesloten met het verbranden van een (stro)pop[8].

Vernielingen[bewerken]

Bij het huis van het slachtoffer aangekomen, richtte men soms vernielingen aan. Er werden ruiten ingeslagen, deuren ingetrapt, putten gedempt, beesten mishandeld en bomen geschild. Binnenshuis werden ook wel eens vernielingen aangericht en een enkele keer werden de bewoners mishandeld.

Het “dak-afdekken” was de zwaarste straf[9]: de pannen werden van het dak gehaald en naar binnen gegooid. Deze term werd ook wel gebruikt voor het volledig slopen of in brand steken van het huis, de schuren, de stallen en bedrijfsgebouwen. Het slachtoffer werd dan totaal uit de gemeenschap gestoten. Dit gebeurde waarschijnlijk niet vaak.

Er werd wel eens op het huis en de bewoners geschoten en er werd ook wel eens gedreigd de inwoners te vermoorden of hun huis in brand te steken (middels een brandbrief).

Ontstaan[bewerken]

Al in de veertiende eeuw werd er melding gemaakt van charivari's. Wanneer ze precies zijn ontstaan is echter onduidelijk. Er is een theorie dat de charivari's voortgekomen zouden zijn uit voorchristelijke gebruiken. Deze theorie stelde onder andere dat het lawaai van de ketelmuziek zou dienen om kwade geesten te verdrijven en daardoor het bruidspaar te helpen. Tegenwoordig wordt deze theorie wegens gebrek aan bewijs door veel geschiedkundigen als speculatief verworpen.

Meiboom[bewerken]

Meiboom tegen gevel

Op zich was de zogenaamde meiboom geen charivari, maar een tamelijk onschuldig ritueel. Jongens in de buurt gaven aan dat ze een meisje huwbaar vonden door in de loop van de nacht van 30 april op 1 mei een boompje voor haar huis (of soms op het dak van haar huis) te zetten.

Dit ritueel kreeg echter vaak trekjes van een charivari als het boompje "versierd" werd. Met deze versieringen wilden de jongens uitdrukken hoe ze over het meisje dachten. Als versiering werden takken van diverse bomen gebruikt:

  • Een spar betekende dat men het meisje goedheid toekende.
  • Een den betekende dat men vond dat ze trouw was.
  • Een berk betekende dat men haar een flinke meid vond.
  • Een wilg dat ze een allemansvriendje was.
  • Een vlier dat ze praatziek was.
  • Een kersenboom, els en bies betekenden dat ze het met iedereen zou "doen".
  • Een haagdoorn betekende dat het betreffende meisje twistziek was.

Noord-Holland[bewerken]

Er zijn geen gegevens bekend waaruit blijkt dat in Noord-Holland charivari's werden gegeven. Alleen de "dorhoed", als symbool van onvruchtbaarheid, werd samen met een spotgedicht uitgereikt aan een afgewezen vrijer of vrijster. Deze werd hierdoor weliswaar bespot maar niet bestraft. Er was ook geen sociale norm overtreden. De "dorhoed" werd overigens ook in Drenthe uitgereikt.

Noordoost-Nederland[bewerken]

Vormen van eigenrichting waren in het noordoosten van Nederland niet ongewoon. Jongemannen namen soms maatregelen als een man niet wilde trouwen met het meisje dat zwanger van hem was. Een berucht volksgericht speelde zich in 1922 af in het afgelegen dorp Stuifzand bij Hoogeveen. De aanleiding was een vermeende buitenechtelijke verhouding. Staphorst in Overijssel was nog tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw bekend om de charivari's die er werden aangericht. Mensen die de plaatselijke normen en waarden hadden overtreden werden op een mestkar door het dorp gereden. Het speelse element van ketelmuziek, toneelstukjes en hekeldichten ontbrak vaak in het meer calvinistisch ingestelde noorden.

Wat speelser en specifiek Drents was wel het zoorholt brengen, waarbij men een verdorde boom of paal bracht naar degene wiens beminde met een ander gehuwd was. Bij het zoorholt brengen stapelde men ook vaak wagens en gerei op voor het huis van de verlaten vrijer. [10]

Noord-Brabant[bewerken]

In Noord-Brabant kwamen verschillende vormen van charivari voor. "In de ploeg spannen", "beerjagen" en "tafelen" waren volksgebruiken die mogelijk al vóór 1600 bestonden en in 1934 in Noord-Brabant nog volop voorkwamen.

In de ploeg spannen[bewerken]

Deze charivari werd gegeven aan een man die zijn vrouw sloeg. Hij werd meestal door vrouwen uitgedeeld, hoewel er ook vaak jongens en volwassen mannen aan deelnamen al was het maar omdat het mannelijke slachtoffer alleen door een stel sterke mannen in de ploeg gespannen kon worden. Overigens werd er ook wel eens een vrouw in de ploeg gespannen, als ze haar man sloeg of onder de duim hield [11].

De volgorde van de gebeurtenissen was:

  1. Men blies op een hoorn en/of trommelde. Dit was het startsein voor het charivari en iedereen verzamelde zich.
  2. De deelnemers gingen met veel lawaai en ketelmuziek naar het huis van de vrouwenmishandelaar, trokken hem aan zijn haren en kleren uit zijn huis, en spanden hem voor een ploeg.
  3. Hij moest onder helse ketelmuziek en veel stokslagen net zo lang een stuk van de straat of van zijn hof omploegen tot hij erbij neerviel, tot hij smeekte om op te mogen houden en plechtig beloofde zijn leven te beteren. Dit gebruik kwam ook in Gelderland voor.

Beerjagen[bewerken]

Deze charivari werd gegeven aan een man of vrouw die overspel had gepleegd, of aan een overspelig stel.

De eerste beschrijving van dit gebruik stamt uit 1656. Dit gebruik kwam ook voor in Vlaanderen, Limburg de Betuwe en in andere Europese landen zoals Duitsland en Engeland.

De volgorde van de gebeurtenissen was:

  1. Men blies op een hoorn en/of trommelde. Dit was het startsein voor het charivari en iedereen verzamelde zich.
  2. Onder veel lawaai en ketelmuziek gingen de deelnemers naar het huis van hun slachtoffer(s).
  3. Deze bond men een touw om het middel, een overspelig stel werd aan elkaar vastgebonden. Soms werden de slachtoffers uitgekleed[12]. Onder begeleiding van ketelmuziek of hoorngeblaas werd hij, zij of het stel door het dorp of zelfs door verschillende dorpen gesleept (als een beer) en daarbij met knuppels geslagen.
  4. Tot slot werden de slachtoffers door een rivier of een modderpoel gesleept, soms net zo lang tot ze (haast) verdronken.

Tafelen[bewerken]

Tafelen of toffelen was in Noord-Brabant een wijdverbreid gebruik vooral in de Meierij, maar het kwam ook in Vlaanderen en Gelderland voor. Het gebruik werd voor het eerst beschreven in 1765. Deze charivari werd gegeven als:

  • Een van de partners na de verloving (waarbij een huwelijksbelofte werd gedaan) opeens niet meer wilde trouwen. In de achttiende en negentiende eeuw werden bijna alleen vrouwen getafeld, alleen hen werd het verbreken van de huwelijksbelofte blijkbaar kwalijk genomen. In de twintigste eeuw werden ook mannen getoffeld als die niet meer wilden trouwen of als ze een vrouw zwanger hadden gemaakt en haar daarna lieten zitten.

De volgorde van de gebeurtenissen was als volgt:

  • Op verschillende plaatsen in het dorp werd op hoorns geblazen.
  • Het volk haalde ergens een tafel (in latere tijden: karren), emmers, ketels of kuipen en een slijpsteen weg.
  • Op de tafel of de kar zetten ze de slijpsteen en (vanaf de achttiende eeuw) werd op die slijpsteen een stinkend, halfvergaan kadaver gelegd.
  • De deelnemers aan het charivari gingen in optocht en met ketelmuziek naar het huis van hun slachtoffer.
  • Soms werden er twee stropoppen, die het paar moesten voorstellen, meegenomen. Deze werden voor het huis van het slachtoffer in een boom gezet of op het dak.
  • De tafel of de karren werden tegen het huis van het slachtoffer gezet benevens hekken, emmers, palen en kachelpijpen. Meestal werd de ingang gebarricadeerd.
  • In de kuipen en emmers lagen menselijk uitwerpselen (drek) die men uit een secreet of uit het riool had meegenomen.
  • Onder het zingen van hekeldichten, met ketelmuziek en geschreeuw werden de spullen rond het huis en het huis zelf besmeurd met drek. In de twintigste eeuw werden er ook kafmolens meegenomen en werd zo veel mogelijk kaf (afvalproduct van graan) in het huis van het slachtoffer gedraaid.
  • Soms werden er ook vernielingen aangericht en werden de bewoners mishandeld.
  • Op het einde van het charivari werden de stropoppen soms verbrand of begraven.

Quanselbier, buxenbier, schieten en wittebrood[bewerken]

Quanselbier, rij- dans- dons- of balbier was het gratis bier dat een paar geacht werd aan de jongemannen van de gemeenschap te geven bij hun verloving en huwelijk.

Buxenbier, boksen- boxem- buxem- of schootbier was het gratis bier dat een paar geacht werd aan die jongemannen van de gemeenschap te geven die bij hun verloving of huwelijk een eresaluut gaven met pistolen en geweren. De jongelui schoten graag onverwachts vlakbij en achter het paar. Ze probeerden vooral de bruid "los te schieten" (aan het schrikken te maken).

Soms weigerde het paar deze traktatie uit gierigheid. Dan kwamen de jongeren het paar een charivari met ketelmuziek geven en gingen pas weg als ze geld hadden gekregen dat ze daarna in de kroeg gingen opdrinken.

Al rond 1656 hadden de Staten-Generaal van de Nederlanden het verstrekken van quansel- en buxenbier verboden op straffe van een fikse boete. Ook het "schieten" was aan banden gelegd. Het duurde echter tot na circa 1820 voordat de lagere autoriteiten deze verboden gingen uitvoeren. Ook het paar dat (vrijwillig of gedwongen) aan deze gebruiken meewerkte werd toen beboet. Dit soort maatregelen leidde soms tot agressieve charivari’s tegen de gezagsdragers.

De jonge vrouwen uit de gemeenschap hielpen vóór het huwelijk de bruid om het huis schoon te maken. In ruil daarvoor hoorden ze op koffie en wittebrood te worden getrakteerd: de zogenaamde "scheutelkesvisite" of het "wiesfeest". De buurvrouwen namen zelf kopjes mee en gooiden die na afloop kapot. Werd hen deze traktatie geweigerd, dan konden ze voor straf ketelmuziek komen maken en zelfs het pas schoongemaakte huis vol poep smeren.

Een charivari bij een traktatieweigering werd, in een milde vorm, nog in 1958 in Geldrop gegeven.

Carnaval[bewerken]

Al vanaf de Late Middeleeuwen waren er tijdens het carnaval meer charivari’s dan anders. Ook in Frankrijk en andere landen werden juist dan de hoorndragers (bedrogen mannen), mannen die hun vrouwen mishandelden, mannen die bij hun vrouw onder de plak zaten en andere overtreders van de sociale normen in optocht met ketelmuziek door de stad gevoerd.

Groepen mannen maakten in de periode voor het carnaval een carnavalswagen, terwijl iemand anders portretten schilderde van straatmadeliefjes of van vrouwen die "in de fout" waren gegaan. Weer iemand anders dichtte spotliederen (vaak op al bestaande melodieën). Tijdens het carnaval waren de mannen gemaskerd. Ze trokken van herberg naar herberg, voerden daar een toneelstukje op en zongen het spotlied waarbij de schilderingen als illustratie getoond werden.

In 1811 werd in 's-Hertogenbosch een hooggeplaatste vrouw die er twee minnaars op na hield op deze manier bespot. Waarschijnlijk omdat deze vrouw Fransgezind was, gaven de autoriteiten toestemming voor dit carnavalscharivari en lieten de tocht zelfs begeleiden door hellebaardiers. Hierdoor konden anti-Franse sentimenten van het volk een uitweg vinden. Toen de Fransen eenmaal begrepen wat er aan de hand was, was de hele zaak al voorbij.

Ook tijdens de carnavalscharivari's werden reputaties gebroken, hetgeen soms leidde tot juridische wraakacties van de getroffenen.

Deelnemers[bewerken]

Verslagen van politie en justitie doen vermoeden dat de meeste deelnemers aan een charivari mensen uit de onderklasse waren.[13] Maar dit beeld zou vertekend kunnen zijn doordat justitie voornamelijk mensen uit de lagere stand vervolgde. Er zijn aanwijzingen dat leden van de elite soms achter een charivari zaten maar deze door volksmensen lieten uitvoeren.

Alle deelnemers aan charivari's waren ervan overtuigd dat ze niets verkeerd deden en hun acties rechtvaardig waren. Ze waren verontwaardigd dat er normen en waarden waren overtreden en wilden dat rechtzetten. Ze vonden dat ze er recht op hadden om deze oude volksgebruiken uit te voeren. Alle aanwezigen waren het daarover eens. Het kwam vrijwel nooit voor dat er iemand protesteerde.

De meeste omstanders waren zeker geen passieve toeschouwers maar deden echt mee: ze lachten en jouwden, improviseerden satirische grappen, enzovoort.

Jongeren[bewerken]

In Frankrijk werden veel charivari's georganiseerd door de jongerenverenigingen. De jongeren (die in het gewone leven niets te vertellen hadden) konden dan de rol van bewaker van de goede zeden op zich nemen. In Nederland beperkte de rol van de jongeren zich tot:

  • Het geven van de meiboom aan een huwbaar meisje.
  • Het geven van een charivari aan meisjes die te laat thuiskwamen van de aardappelkoffie.
  • Het organiseren van het "tafelen" als een verloving verbroken werd.
  • Het geven van een charivari als het "quanselbier" of "buxenbier" geweigerd werd.

Jongeren waren in Nederland veel minder betrokken bij charivari's wegens overspel ("beerjagen") en mishandeling van vrouwen ("in de ploeg spannen"). Ook waren zij nauwelijks betrokken bij politieke charivari's.

Vrouwen[bewerken]

Het kwam in de meeste landen van Europa maar zelden voor dat vrouwen een charivari organiseerden. In Schotland onderwierpen vrouwen een man die zijn vrouw sloeg aan “riding the stang”: de boosdoener werd schrijlings op een boomstammetje gezet en dat werd op de schouders van een paar sterke mannen in de menigte rondgedragen[14]. In Brabant organiseerden vrouwen relatief vaak een charivari:

  • Het "in de ploeg spannen".
  • Als hen de "koffie en wittebroodstraktatie" werd geweigerd.

In Engeland vond er in de achttiende eeuw een forse toename plaats van charivari’s tegen mannen die hun vrouw mishandelden. Dit zou kunnen betekenen dat de vrouw meer steun van de gemeenschap kreeg, maar het is waarschijnlijker dat er in de achttiende eeuw meer geweld tegen vrouwen werd gepleegd.

Familie[bewerken]

In Brabant lagen aan veel huwelijken economische motieven ten grondslag, dus er was doorgaans weinig liefde in het huwelijk en veel gekijf. Vaak werd de vrouw mishandeld of verlaten en dan zorgde de familie van die vrouw ervoor dat de man een charivari kreeg.

Soms waren de motieven voor een charivari aardser en platter. Dan aasde de familie van een van de twee huwelijkspartners op het bezit van de andere partner en zocht zij haar toevlucht tot een charivari om die andere partner te verdrijven en zo het bezit in handen te krijgen. Er waren twee erfenissystemen: de evenredige erfopvolging (waarbij alle zonen evenveel kregen) en de stamhuishouding met een bevoorrechte erfgenaam. Dat varieerde van plaats tot plaats. Beide systemen hadden hun voor- en nadelen. De nadelen leidden tot uitstel van het huwelijk, versnippering van het familiebezit en achterstelling van de vrouwen. Hierdoor was er binnen veel families na-ijver om het familiebezit. Soms zaten ze als aasgieren te wachten tot ze konden toeslaan.

Slachtoffers[bewerken]

Een charivari begon bijna altijd met geroddel in de buurt en vaak speelden vrouwen daar een grote rol in. Als een lid van de gemeenschap zich niet hield aan de regels voor wederzijdse burenhulp of als iemand zich onttrok aan zijn burenverplichtingen en zijn buren en kennissen bijvoorbeeld niet uitnodigde voor een huwelijks- verlovings- geboorte- of doopsfeest, dan was hij al voorwerp van geroddel[15] en werd de kans groot dat hij bij de volgende overtreding van de sociale normen een charivari kreeg. De gemeenschappen berustten voor een groot deel op wederzijdse afhankelijkheid en iedereen die dat doorbrak, bracht dit systeem in gevaar en werd bestraft.

Ook wie zich te hoog achtte voor zijn buurt, of al eerder iets fout had gedaan, of van elders kwam, of niet het juiste geloof had, of een vreemde eend in de bijt was, liep een groter risico op een charivari.

De slachtoffers van de charivari’s lijken vaak een hogere sociale status te hebben gehad dan de daders, regelmatig behoorden ze tot de middenklasse, soms waren het zelfs notabelen. Maar dat kan een vertekend beeld zijn: we kennen de slachtoffers en daders nu alleen van de (relatief weinige) aangiftes bij politie en justitie. Alleen mensen van de hogere klassen wisten de weg in de politionele en justitiële netwerken, zij kenden de wetten en deden aangifte. Mensen uit lagere klassen kenden de wet niet, kenden de weg niet en zij hoopten maar dat ze na het charivari weer in de gemeenschap opgenomen zouden worden. Het inschakelen van de autoriteiten zou hun zaak alleen maar verergeren. Deze mensen deden dus maar zelden aangifte.

Er waren maar weinig slachtoffers die zich durfden te weren tijdens een charivari. Een enkele keer schoot een slachtoffer op zijn belagers met een geweer. Meestal was de overmacht te groot en legden de slachtoffers zich bij het onvermijdelijke neer.

Hoeren, criminelen en paupers kregen bijna nooit een charivari. Een charivari was een aanslag op iemands eer en deze personen hadden geen eer om neer te halen: er was geen lol aan.

Overheid en justitie[bewerken]

Al in 1571 en 1612 verboden katholieke synodes in Den Bosch het eisen van geld door jongelui aan het bruidspaar.

Rond 1656 vaardigden de Staten-Generaal van de Nederlanden het "egtreglement" (huwelijksreglement) uit dat onder andere het verstrekken van quansel- en buxenbier verbood op straffe van een fikse boete. Ook het "schieten" werd aan banden gelegd. Het bruidspaar dat (al dan niet gedwongen) aan deze gebruiken meewerkte, kreeg ook een boete.

Het tafelen werd rond 1800 door de overheid van Brabant strafbaar gesteld.

Niet vervolgen[bewerken]

Charivari’s konden dan wel officieel verboden zijn, ze leidden maar zelden tot strafvervolging, om diverse redenen:

  • Onwetendheid: lagere overheden wisten soms niet van het bestaan van bepaalde verordeningen van de hogere overheid. Zij kenden bepaalde plakkaten niet noch artikelen van het egtreglement waarin bepaalde vormen van charivari’s verboden werden. Dat "overkwam" zelfs de hoogschout van Den Bosch.
  • Laksheid: de lagere overheid deed vaak domweg niets, zelfs tot 1860. Lagere gerechtsdienaren zagen vaak geen kwaad in ketelmuziek, die volgens hen een oud volksgebruik was en daarom gewettigd, ze maakten er, als ze de ketelmuziek geconstateerd hadden, vaak niet eens melding van aan hun superieuren. Soms fungeerden de charivari’s als een uitlaatklep voor sociale spanningen dus moest je die wel verbieden?
  • Dubbel spel: Soms werkte de lagere overheid openlijk of in het geheim mee aan charivari’s.
    • Vaak was dat uit lijfsbehoud en angst voor wraak van de bevolking.
    • Soms was het omdat ze het slachtoffer onsympathiek vonden.
    • Een enkele keer deden overheidsdienaren als deelnemer actief aan een charivari mee.
    • Het is zelfs voorgekomen dat ze niet de deelnemers maar de klager in de gevangenis stopten.

Niet kunnen vervolgen[bewerken]

Het was meestal onmogelijk om deelnemers aan een charivari te vervolgen.

  • Vaak werd een charivari ’s avonds gehouden. Bij gebrek aan straatverlichting kon het dan stikdonker zijn en waren de deelnemers onherkenbaar. Ook waren de daders vaak vermomd om herkenning te voorkomen. Soms maakten ze hun gezichten zwart en soms droegen ze duivelsmaskers.
  • Soms deden mensen onder dwang en dreigementen mee aan het charivari. Wie naderhand tegen de autoriteiten andere deelnemers verklikte, kon zelf een charivari tegemoet zien.
  • De slachtoffers werden vaak dusdanig geïntimideerd dat ze maar zelden een klacht bij de schout of justitie durfden in te dienen. Soms kreeg de politie of justitie lucht van een charivari en stelde een onderzoek in. Dan ontkende het slachtoffer vaak het hele gebeuren, of hij verklaarde niet mishandeld te zijn. En als hij het charivari en de mishandeling niet kon ontkennen, verklaarde hij meestal dat hij niemand herkend had vanwege de duisternis. Het slachtoffer was bang de zaak nog erger te maken en hoopte weer in de gemeenschap te worden opgenomen.

Niet kunnen voorkomen[bewerken]

De overheid kon de charivari's niet voorkomen, want ze was zelden op de hoogte van een aanstaande charivari. De politie kwam vrijwel altijd te laat en als ze eens toevallig wel op tijd aanwezig was, kon ze nog niets doen tegen de grote overmacht. De autoriteiten deden weinig anders dan achteraf proces-verbaal opmaken, een onderzoek instellen en vervolgens de zaak doorverwijzen naar de competente rechter.

Charivari's werden overigens vaak in herbergen bekokstoofd, ook de politieke charivari's. Omdat die laatste een bedreiging vormden voor de autoriteiten, lieten zij de herbergen goed in de gaten houden.

Ingrijpen[bewerken]

Politie en justitie grepen tot diep in de negentiende eeuw alleen maar in als het charivari veranderde in een lynchpartij of als het gezag van de overheid in het geding was. In dat laatste geval greep de overheid soms alleen maar in omdat ze bang was dat toegevendheid door het volk uitgelegd zou worden als zwakte waardoor het volk de overheid mogelijk nog meer zou aanvallen. Bij politieke charivari's deden er vaak veel mensen mee, soms wel 2000 en kon het charivari wekenlang duren. Als de deelnemers agressief werden en met stenen naar de politie gingen gooien, begon die wel eens op de deelnemers te schieten.

Soms leidde overheidsingrijpen alleen maar tot escalatie van de spanning tussen overheid en volk. Als de overheid een burgerwacht of militairen inzette tegen een politieke charivari, had ze het voor lange tijd verbruid bij de bevolking. Een enkele keer is het zelfs voorgekomen dat het volk de burgerwacht gewoon versloeg in een gevecht.

Meer middelen na 1811[bewerken]

Voor 1811 had de overheid niet veel middelen om in te grijpen tegen charivari’s. Het politie-apparaat stelde nog maar weinig voor op het platteland[16].

Na 1811 kregen de autoriteiten meer middelen om in te grijpen tegen charivari’s.

  • Het politieapparaat werd verbeterd[17].
  • De scheiding der machten werd doorgevoerd naar Frans voorbeeld en daardoor kwam er een onafhankelijke rechterlijke macht. Klagende burgers, meestal mensen uit de hogere klassen die de wet kenden, hadden bij de onafhankelijke rechter een grotere kans om gehoord te worden dan bij een rechter die een verlengstuk van de overheid was.

Er volgde een enorme toename van allerlei processen. Dat werd niet veroorzaakt door een stijging van de criminaliteit maar door de toegenomen mogelijkheden tot strafrechtelijke vervolging. Daardoor steeg ook het aantal vervolgingen tegen charivari’s. Soms diende het slachtoffer zelf een klacht in en soms ging de politie tot actie over.

Pas na 1820 werden de verboden aangaande charivari's enigszins geaccepteerd. Er was een Wetboek van Strafrecht gekomen gebaseerd op de Franse Code Pénal.[18]

Overheid en geestelijkheid[bewerken]

De overheid wilde het monopolie op geweld en rechtspraak verkrijgen, dus bestreed ze eigenrichting. Charivari’s ging ze als een vorm van volksoproer strafbaar stellen. De overheid wilde zelfs de huwelijksconflicten zelf gaan oplossen. Het volk kwam op zijn beurt in verzet tegen deze steeds groeiende overheidsbemoeienis.

Na circa 1840 begon de (katholieke en protestantse) geestelijkheid de oude volksgebruiken onder vuur te nemen: het carnaval, de meiviering, en de kermis. Het platteland werd opengelegd en gemoderniseerd. De industrialisatie begon er door te dringen en het onderwijs veranderde. Tegen 1900 had de plattelandsbevolking als het ware de vruchtbaarheidsriten vervangen door kunstmest.

Na circa 1850 begon de overheid zelfs het principe van de charivari's af te wijzen. Maar nog steeds werkten de lagere overheden vaak niet mee, want zij zaten tussen twee vuren: aan de ene kant de bevolking die vond dat ze recht had op het uitoefenen van haar oude gebruiken, en aan de andere kant de steeds strenger wordende overheid.

Straf[bewerken]

De deelnemers aan politieke charivari’s (die een bedreiging vormden voor de overheid) werden doorgaans zwaar bestraft. Soms met openbare geseling of langdurige gevangenisstraffen, en soms werd zelfs de doodstraf geëist[19].

De deelnemers aan de niet-politieke charivari’s werden ook in de negentiende en twintigste eeuw meestal tamelijk mild bestaft, mede omdat men dacht zo meer te bereiken dan met strengheid.

Verder lezen[bewerken]

  • Charivari in de Nederlanden, rituele sancties op deviant gedrag.
    G. Rooijakkers en T. Romme.
    Volkskundig bulletin 15,3.
    ISBN 90-70389-19-3.
  • Voor Brabants Vryheyd. Patriotten in Staats-Brabant.
    G. Rooijakkers, A. van der Veen, H. de Wit.
    ISBN 90-72526-02-3

Bronnen[bewerken]

  • Charivari in het oostelijk deel van Noord-Brabant, 1750-1850.
    Tiny Romme.
    Oss 1987.
    Niet uitgegeven proefschrift, ligt ter inzake bij het BIHC in de citadel van 's-Hertogenbosch [1].

Noten[bewerken]

  1. Vóór de twintigste eeuw gebruikte men als instrument: hoorns, klarinetten, toethoorns (uitgeholde stokken), bekkens, violen, trommels, ketels, pannen, kruiken, gieters, schoppen en zeisen (of sliepen).
  2. Gedurende de twintigste eeuw gebruikte men ook nog: toeters, ratels, waldhoorns, koeiehoorns, bellen, schalmeien van opgerolde boombast, deksels, lampeglazen, kruiken, emmers, melkkannen, flessen, kachelpijpen, fietspompen, fietssturen, kettingen, zwepen en blik-en vegers.
  3. Religion and the decline of magic, Keith Thomas, ISBN 978-0-14-013744-6
  4. Het hoogtepunt van de politieke charivari's lag tussen 1820 en 1850.
  5. Deze tiendheffingen werden per opbod verkocht: de meestbiedende mocht ze gaan heffen.
  6. Nederland had als enige land in Europa tot 1811 een wet die de trouwbelofte afdwingbaar maakte.
  7. In de Meierij van 's-Hertogenbosch zijn geen sporen gevonden van charivari’s wegens overspel van vóór circa 1700. Dat kan van alles betekenen. Mogelijk pleegde men voor 1700 in de Meijerij haast geen overspel of men tilde er niet zwaar aan. Pas na 1800 begon de kerk scherper tegen overspel te ageren. En dat werd door het volk grif geaccepteerd.
  8. In Zuid-Limburg heette die de [[w:kermisman|]].
  9. Deze term werd overigens in Noord-Brabant niet gebruikt
  10. [http://www.encyclopediedrenthe.nl/zoorholt Bron voor de paragraaf Noordoost-Nederland}
  11. Het 'in de ploeg spannen' zou wel eens voortgekomen kunnen zijn uit voorchristelijke vruchtbaarheidsrituelen net las de ploegfeesten zoals Plough Monday op [[w:Koppermaandag|]].
  12. In de achttiende eeuw was men op het platteland van Brabant nog niet zo preuts.
  13. Het waren meestal ambachtslieden en winkeliers, knechten, soldaten, boerenzoons, metselaars, schoen- en klompenmakers, schrijnwerkers, wevers, scheerders, schilders, drukkers, timmerlieden, tabakverkopers, knopenmakers enzovoort. De vrouwelijke deelnemers waren vaak dienstmeisje.
  14. Riding the stang.
  15. Zie ook: Keith Thomas, Religion and the decline of magic.
  16. De politie op het platteland van Brabant bestond in de 18de eeuw uit: 1 of 2 [[w:diender|]]s + een vorster of richtersbode + een of meer nachtwakers of kleppermannen. De schepenen waren collectief verantwoordelijk voor de openbare orde.
  17. In de negentiende eeuw verving de [[w:veldwachter|]] de diender en die kon ondersteuning krijgen van de marechaussee, (de eerdere [[w:gendarmerie|]]). De [[w:schout|]] (later burgermeester genoemd) was persoonlijk verantwoordelijk voor de openbare orde.
  18. In dat wetboek van strafrecht werden de onderdelen van de charivari’s beschreven als strafbare feiten: vrijheidsbeneming, mishandeling, belediging, huisvredebreuk, zaakbeschadiging, burengerucht, verstoring van de openbare orde en openlijke geweldpleging. Daardoor kunnen we in de negentiende eeuwse gerechtelijke archieven niet meer de samenhang van de charivari’s zien.
  19. De gevangenis was in de achttiende eeuw beslist geen pretje: overdag moest de gevangene werken en vaak werd hij geslagen, hij kreeg zeer slecht eten en ’s nachts werd hij opgesloten in een ruimte waar hij maar net in paste maar vaak niet in kon staan.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.