Sociale geschiedenis van Europa 1500-1795/Liefde en vriendschap

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Leven in de absolute monarchie
  3. Rechtspraak
  4. (Contra)reformatie
  5. Alfabetisering
    1. Bijlagen bij Alfabetisering
  6. Wellevendheid
  7. Tafelmanieren, keuken en goede smaak
  8. Gezin
  9. Het kind
  10. Adolescentie
  11. Ontsnappen aan de familietucht
  12. Van geestelijke verwantschap naar gezelligheid
  13. Sociale controle
  14. Charivari's in de Nederlanden
  15. Jeugdbendes
  16. Boerderijen
  17. Familie en erfrecht op het platteland
  18. Parijs
  19. Goede naam en lettres de cachet
  20. Intimiteit: plaatsen en voorwerpen
  21. Liefde en vriendschap
  22. Decadentie
  23. Revolutie

21. Liefde en vriendschap

Verliefdheid[bewerken]

Door verliefd te worden kon een man helemaal van slag raken. Zijn benen weigerden dienst, zijn hart sloeg over, hij kon ziek worden en zelfs doodgaan. Hij wilde dansen of huilen of verzen schrijven. De liefde kon hemels zijn maar ook hels. Hoe dan ook verstoorde hij het evenwicht van de lichaamssappen. En hoewel alle mensen verliefd konden worden, werd de vrouw heviger verliefd dan de man: alsof zij daar een extra orgaan voor had. Haar baarmoeder functioneerde afhankelijk van de stand van de maan en kon haar gedrag ernstig ontregelen.

De man was van nature koeler dan de vrouw maar toch hielden mannen hartstochtelijker van hun vrouw dan andersom. Een verliefde man werd zich opeens bewust van zijn uiterlijk en begon zichzelf goed te verzorgen en mooie kleren te dragen. Als hij niet verliefd was, verwaarloosde hij zichzelf vaak en at slecht. Als hij verliefd was dan werden haar aanwezigheid, haar glimlach en alles wat zij aangeraakt had, heel belangrijk voor hem.

Geliefden maakten verzen en schreven elkaar liefdesbrieven met geheime tekens die een seksuele handeling konden aanduiden. Als de man een buitenechtelijke relatie had en zijn vrouw er niets van mocht weten, dan schreven de geliefden hun liefdesbrieven en hun dagboeken wel eens in een buitenlandse taal of in geheimtaal. Rijke vrouwen krasten met hun diamanten geheime tekens in het vensterglas: hun liefde zou tot in de dood voortduren. Deze gewoonte bleef tot tegen 1900 voortbestaan.

Schilderijen en miniaturen[bewerken]

Als op een Hollands schilderij een oudere vrouw een boek las, ging het schilderij over vroomheid en de dood, maar als een jonge vrouw een brief las, dan was ze verliefd. Vrouwen stopten de liefdesbrieven die ze hadden gekregen onder hun keurslijf, dicht bij hun hart of in een klein tasje dat ze als een talisman om hun hals droegen. De verliefden gaven elkaar ook cadeautjes: haarkammen, linten, ringen, armbanden, zakdoekjes, spiegeltjes, parelkettingen, ceinturen, kousebanden enzovoort.

In de zestiende eeuw gaf men elkaar ook wel portretten van zichzelf. Onder meer Hans Holbein de Jonge (1497-1543), Lawrence Hilliard (1581-1647) en Johannes Vermeer (1632-1675) schilderden verliefde mensen.

Al vanaf 1500 werden vaak miniaturen (kleine schilderijen) gemaakt die zeer populair waren bij de adel en de grote burgerij (rijke kooplieden, juristen, artsen en geleerden) over heel Europa en met name in Duitsland en Engeland. Ze werden als intieme voorwerpen gezien en er zijn er veel van bewaard gebleven. In de zestiende eeuw was het in de mode om de geportretteerde tegen een effen blauwe achtergrond af te beelden. In het Engeland van Elizabeth I van Engeland (1533-1603) werd het mode om zichzelf eenzaam en lijdend tegen een achtergrond van bossen te laten portretteren. Dan had men geen geliefde of men was door de geliefde afgewezen. Rond 1600 streefde Nicholas Hilliard (1547-1619) naar een verinnerlijking in de portretkunst. En rond 1660 maakte Samuel Cooper (1609-1672) miniaturen van in de verte starende jongemannen die verliefdheid en melancholie uitdrukten. Soms werden ze omgeven door vlammen om de vurigheid van hun hartstocht zichtbaar te maken. De miniaturen werden vaak omringd door juwelen en om de hals gedragen. In de achttiende eeuw kwamen ze in een afsluitbaar doosje samen met een haarlok van de geliefde: een "locket" of "medaillon". Ook werd het in de achttiende eeuw mode om alleen maar een geschilderd oog van de geliefde bij zich te dragen.

Verder gaven de geliefden elkaar ringen met harten of bloesemknoppen of in elkaar grijpende handen, in elkaar geknoopte koorden, twee tortelduiven en soms ook met doodshoofden. De dood was belangrijk voor de geliefden want men wilde elkaar trouw zijn tot in de dood. Ook werden er in de ring vaak enkele woorden gegraveerd over liefde en vriendschap, en trouw tot in de dood.

Erotische schilderijen[bewerken]

Waarschijnlijk waren niet alle schilderijen en miniaturen even zedig en werden er ook veel erotische afbeeldingen gemaakt. Vaak werd die erotiek onder een laagje cultuur verborgen door een godin als onderwerp te nemen. De kunstenaar schilderde de erotische dromen van degene die hem daarvoor betaalde. Het meeste van deze erotische kunst is waarschijnlijk verdwenen in de vele golven van fatsoensrakkerij die elkaar opvolgden. Soms waren deze erotische schilderijen zo groot dat ze niet in de ruelle konden worden verstopt, vaak waren ze zelfs te groot om in het kabinet te hangen. Soms werd een dergelijk schilderij opgerold bewaard. Men denkt dat ze vaak in kleine, geheime vertrekken werden opgehangen, waar de biechtvader en de brave familie ze niet konden zien.

Liefde en seksualiteit[bewerken]

In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw sloot de elite steeds minder het (door hun ouders gearrangeerde) verstandshuwelijk om geld en status en steeds vaker een huwelijk uit liefde en vriendschap. Het huwelijk draaide niet alleen om seksualiteit maar ook om vriendschap. De karakters van de echtelieden pasten zich aan elkaar aan, men herkende het eigen "ik" in de ander.

Veel rijke mannen waren rokkenjagers. Het was beslist niet abnormaal dat zij hun handen onder de rokken van vrouwen staken en vooral dienstmeisjes hadden dat maar te accepteren, anders konden ze ontslagen worden. Vreemdgaan was voor mannen een redelijk geaccepteerd verschijnsel en hun huispersoneel was daar vaak de dupe van.

De Lutheranen en de Engelse protestanten wilden van het huwelijk iets heiligs maken. Voor hen was niet langer het celibaat maar de op God gerichte vriendschappelijke liefde binnen het huwelijk de hoogste manier van leven. Man en vrouw konden op een dusdanige manier vriendschap voor elkaar voelen, dat ze zich zelfs tot na de dood nog met elkaar verbonden voelden.

In het huwelijk bedreven de echtgenoten de seksualiteit. Soms was dat uit hartstochtelijk verlangen en soms was het uit plichtsbesef. Om seksualiteit te bedrijven hoefde je echter niet persé vrienden te zijn, het was al voldoende als je niet gezien werd. Bij een verstandshuwelijk, zonder geestelijke intimiteit, was de geslachtsgemeenschap niet meer dan een vorm van wederzijdse masturbatie. In zo'n huwelijk schreef men elkaar ook geen vertrouwelijke brieven. De echtgenoot schreef zijn vrouw dan vaak nog wel aan met "vriendin" omdat dat zo hoorde, maar het kwam ook voor dat hij haar aanschreef met "mevrouw". Een intieme relatie hadden ze niet maar ze bleven natuurlijk wellevend.

Vader en zoon, meester en gezel[bewerken]

Intieme relaties tussen de echtgenoten waren vrij zeldzaam. Dat was zo in de aristocratische families in Engeland maar waarschijnlijk ook in de rest van Europa. Tussen vader en zoon kwamen intieme relaties vaker voor. De heren hadden antieke boeken gelezen waarin vaak sprake was van intieme betrekkingen tussen mannelijke vrienden. Op grond daarvan vonden ze een intieme relatie met hun zoon niet vreemd. Dat kon zo ver gaan dat vader en zoon elkaar brieven schreven, zelfs als ze in hetzelfde huis woonden. Ze probeerden om echte vrienden te zijn. Maar elk kind had natuurlijk periodes van opstandigheid, dus zo'n vriendschap kon soms abrupt eindigen.

Er is weinig bewijs voor dergelijke banden tussen ontwikkelde vrouwen en hun dochters. Het is mogelijk dat veel moeders heel gemakkelijk met hun dochters over van alles konden praten maar dat daar gewoon minder over geschreven is dan wel bewaard is gebleven. Het kan ook zijn dat er minder ontwikkelde vrouwen dan ontwikkelde mannen waren. Tot slot schreven mannen vaak autobiografieën[1] waarin ze de relatie met hun zoon beschreven. Vrouwen schreven nauwelijks autobiografieën.

Bij ambachtslieden en kunstenaars bestond soms een vergelijkbare relatie van de meester met zijn zoon of leerling. De zoon kon zich soms verzetten tegen zijn vader die wilde dat hij hem zou opvolgen, maar toch wist de zoon dat zijn handen de gave van zijn vader geërfd hadden. De ambachtsman of kunstenaar kon overigens net zo goed een hartstochtelijke genegenheid hebben voor een leerling of gezel die niet zijn zoon was. Natuurlijk had die vriendschap iets vreemds want de meester stond door zijn talent en vakmanschap boven de leerling.

Vriendschap contra huwelijk[bewerken]

Ongetrouwde ambachtslieden en kunstenaars waren rond 1700 gewend aan een vrij leven. Ze maakten na het werk samen met hun vrienden en leerlingen muziek en dronken samen, soms legden ze geld bij elkaar om samen op vrouwenjacht te gaan of naar naar de hoeren. Ook kwam het wel eens voor dat ze samen een arm meisje verkrachtten[2]. Ze schrokken er niet voor terug om de liefde te bedrijven met de minnares van hun vader, maar de vriendinnen van hun vrienden lieten ze meestal wel met rust.

De leerling liet soms een vrouw schieten die een intieme relatie met hem wilde, want hij wilde zijn vrije leventje en zijn vrienden niet vaarwel zeggen. En soms trouwde hij wel maar was zijn huwelijk zonder liefde en vriendschap. Ook hield hij er vaak een minnares op na, puur voor het lichamelijke genot. Daarvoor huurde hij dan ergens een kamer, zodat zijn vrouw er niet achter zou komen. Veel ambachtslieden en kunstenaars kenden alleen maar intimiteit bij hun vrienden, leerlingen of zonen.

Vriendschap[bewerken]

Er waren vrienden aan wie je raad kon vragen, er waren vrienden om samen boeken mee te lezen en te bespreken en er waren vrienden met wie je gewoon een plezierig contact had. Over een zieke vriend maakte je je ongerust en je verzorgde hem. Vrienden leenden elkaar zonder problemen boeken, kleren en geld. Vrienden bewaarden vaak een aandenken aan hun eerste ontmoeting en gaven elkaar cadeaus zoals: sieraden, kleding, boeken, spiegels, bidprentjes, rozenkransen enzovoort. In een vriendschap kon wederzijds respect groeien en soms zelfs vertrouwelijkheid, dan deelden ze hun (kwalijke) geheimen en ergste angsten met elkaar.

Zeldzame vriendschap[bewerken]

Er zijn vriendschappen die om meer gaan dan dat men elkaar wel eens van pas kan komen, maar die om de ander als persoon gaan. In "De l'Amitié" (Over de vriendschap) zei Michel de Montaigne daarover: "het is al veel als het lot dit eens per 300 jaar een keer laat gebeuren". Echte vrienden zijn dermate met elkaar verweven dat ze niets van zichzelf voor de ander verbergen. Het is de volmaakte wederkerigheid tussen twee mensen.

In de familie vond je dergelijke vriendschappen volgens Montaigne niet.

  • Niet tussen vader en kinderen, want de vaders mogen hun meest verborgen gedachten niet aan hun kinderen vertellen en de kinderen moeten hun vader respecteren en mogen hem daarom niet waarschuwen en vermanen als zij vinden dat hij iets verkeerds doet. En dit uiten van verborgen gedachtes en dit waarschuwen en vermanen zijn toch de eerste taken van een echte vriend.
  • Niet tussen broers want tussen hen heerst meestal een klimaat van competitie en conflicten.
  • Niet tussen man en vrouw. Want de liefde die zij voor elkaar voelen, is vaak alleen maar lichamelijke begeerte en die kan verzadigd raken en zelfs omslaan in vijandschap als een van de partners bedrogen is. Montaigne was nogal negatief over het huwelijk. Hij vond dat het een soort kooi was waar je wel vrijwillig in kon gaan maar waar je niet meer uit kon.
  • Niet tussen vrouwen. Montaigne geloofde niet dat vrouwen tot zo'n zeldzame vriendschap in staat waren omdat ze niet voldoende inhoud zouden hebben en omdat hun zieleleven niet krachtig genoeg zou zijn om een dermate duurzame verstrengeling van lichaam en geest te kunnen dragen.

Montaigne zag meer in relaties tussen mannen. Volgens hem was het niet erg als hun leeftijd of maatschappelijke functie erg van elkaar verschilden want hun vriendschap zou die verschillen overstijgen. Deze vriendschap zou misschien wel beginnen omdat de vrienden zich aangetrokken voelden tot elkaars uiterlijke schoonheid maar na verloop van tijd zouden ze steeds meer elkaars innerlijke schoonheid gaan zien.

Saint-Simon[bewerken]

Saint-Simon sloot in zijn leven vele eeuwige, intieme vriendschappen met veel tedere betuigingen van belangstelling, openheid en vertrouwen. Die vriendschappen kwamen hem meestal goed van pas. Door zijn relaties kreeg hij veel gedaan en kwam hij veel te weten over wat er aan het hof van Versailles speelde.

Vriendschap was volgens Saint-Simon een verplichting die je je hele leven na moest komen. Je moest:

  1. Gelijkwaardige vrienden hebben, bij wie je je op je gemak voelde.
  2. Vrienden met een hogere sociale positie dan jezelf die je met hun invloed konden helpen.
  3. Vrienden met een lagere positie dan jezelf: dit waren vaak de beste vrienden omdat ze doorlopend bij je in het krijt stonden en je dankbaar moesten zijn.

Saint-Simon was een ware goochelaar met huwelijken en vriendschappen en het bleek meestal dat hij verstandige keuzes had gemaakt. Het was een sociaal spel dat hij bijzonder knap meespeelde. Hij wist met veel geduld een groot en invloedrijk netwerk op te bouwen in de gesloten en hiërarchische wereld van het hof van Versailles. De koning kon je privé alleen maar benaderen via tussenpersonen zoals zijn wettige of onwettige kinderen, zijn ministers, zijn kamerpersoneel en zijn mannelijke of vrouwelijke favorieten (gunstelingen). Uiteindelijk werd Saint-Simon de favoriet van Lodewijk XIII.

De vriendschappen van Saint-Simon waren een mengsel van belangeloze vriendschap en vriendschap die tot zijn voordeel strekte. Soms moest hij "nee" kunnen zeggen tegen een vriendschap en soms moest hij alles op alles zetten om een vriendschap te krijgen of te behouden. Op die momenten kwam zijn ontroerende openhartigheid van pas en het ritueel van hartstochtelijke verklaringen en complimenten.

Bron[bewerken]

Geschiedenis van het persoonlijk leven. Van de renaissance tot de Verlichting.
Onder redactie van Philippe Ariès, Georges Duby en Roger Chartier.
ISBN 90-5157-018-x
1986 Editions du Seuil, Paris
1989 Agon, Amsterdam

Noten[bewerken]

  1. Autobiografie
  2. In 1660 konden rijkeluisjongens na een feestje nog de deuren intrappen van arme weduwen en ongestraft hun dochters verkrachten. Maar een eeuw later ging dat niet meer.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.