Naar inhoud springen

Melkwinning/Melksamenstelling/Voedingen van melk

Uit Wikibooks

milk2010

...
...


melkeiwit

[bewerken]

In gras zit veel eiwit. Maar hoe krijgt een koe uit dit gras nu hoogwaardig melkeiwit. Dit eiwit kunnen we opdelen in onbestendig (pens verteerbaar) en bestendig(darm verteerbaar) eiwit. Eiwitten bestaat uit aminozuren. Wel 20 verschillende aminozuren. De aminozuren kun je opdelen in essentiële en niet essentiële aminozuren. De essentiële aminozuren moeten uit het voer toegevoegd worden, omdat de koe deze onvoldoende zelf kan aanmaken. Aan deze essentiële aminozuren heeft een koe dus het eerst een tekort. Een voorbeeld van essentiële aminozuren zijn: Darmverteerbaar lysine en Darmverteerbaar methionine. In het tabellenboek veevoeding kun je van elk product bekijken hoe hoog de waarde aan aminozuren is.

Zowel bestendig als onbestendig eiwit draagt bij de aan de eiwitproductie. Let op: Als er een tekort aan energie is op darmniveau dan gaat de koe eiwit gebruiken. Dit heeft tot gevolg dat er minder eiwit beschikbaar is voor het eiwitgehalte in de melk.


melkvet

[bewerken]

De melkvetproductie hangt heel erg samen met de afbraak van voer. 90% van de melkvetproductie komt voort uit het voer en 10% komt van het lichaamsvet van een koe. Dit lichaamsvet heeft een koe ook weer aangemaakt uit voer. Zoals je weet, worden koolhydraten en suikers afgebroken in de pens. Bij de afbraak van koolhydraten komen verschillende zuren vrij, die zorgen voor de melkvetproductie. Zo heb je azijnzuur, boterzuur en propionzuur. De verhouding in de pens tussen deze zuren is normaal 65% Azijnzuur, 20% propionzuur en 15% boterzuur.

  • Azijnzuur komt vrij bij de afbraak van NDF, dit zijn de celwanden die voor de structuur zorgen. Van azijnzuur maakt een koe melkvet en lichaamsvet.
  • Suikers, pectinen(Suiker galactaronzuur) en zetmeel worden in de pens afgebroken tot propionzuur. Propionzuur zorgt voor het melksuikergehalte en de hoeveelheid melk.
  • Boterzuur komt vrij bij de afbraak van suikers. Boterzuur zorgt voor de vorming van melkvet en lichaamsvet.

Voor de melkvetproductie zijn dus vooral azijnzuur en boterzuur belangrijk. Melkvet bestaat voor 40% uit voedervet, voor 50% uit azijnzuur en boterzuur en voor 10% uit lichaamsvet. Doordat azijnzuur vrij komt bij de afbraak van celwanden, kun je eigenlijk zeggen: ‘’Hoe meer structuur, hoe hoger het vetgehalte’.

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.