Naar inhoud springen

Melkwinning/Melksamenstelling/Biest

Uit Wikibooks

milk2010

...
...

Biest


Zoals in het vorige kopje: melksamenstelling al aan de orde kwam, is de melk van een dier niet altijd hetzelfde. De melk van de koe heeft net na afkalven namelijk een hele andere samenstelling. Deze melk noemen we biest. Biest heeft wel 33% droge stof. In de biest zitten veel meer vetten en eiwitten als in gewone melk. Biest is eigenlijk een wonderdrank voor het kalf. Er zitten namelijk stoffen in die ervoor zorgen dat het kalf niet snel ziek wordt. Deze stoffen heten immunoglobinen of antistoffen. Het kan deze immunoglobinen de eerste 36 uur op te nemen in de bloedbaan. Het kalf is zo beschermd tegen de eerste ziekteverwekkers. Na drie dagen is de melk van de koe weer normaal. Door de lactatie heen verandert de samenstelling vaak nog een klein beetje. Koeien aan het begin van de lactatie hebben vaak lagere gehalten dan op de piek van de lactatie(150-200) dagen. Aan het einde van de lactatie is het vetgehalte vaak iets hoger.Biest is niet meer zo uniek als vroeger. Vroeger had een kalf de biest van de moeder echt nodig. Tegenwoordig bestaat er ook kunstbiest en kunstmelk. De melk is nagemaakt, goedkoper en beter voor het kalf, doordat de juiste mineralen en vitaminen zijn toegevoegd. Daarnaast is het vetgehalte veel lager waardoor het kalf niet zo snel aan de diarree raakt.

Invloed van ziektes op de melksamenstelling

Bacteriën komen de kwaliteit van de melk niet ten goede. Ze zorgen dan voor een verandering van de samenstelling van de melk. Verschillende soorten mastitis tasten de melk aan. Een zichtbare verandering krijg je pas als er sprake is van een klinische mastitis. De witte bloedlichaampjes vechten dan tegen de bacteriën die het slotgat van het uier binnendringen. Dit zorgt voor witte vlokjes in de melk. Een infectie met Colibacteriën zorgen voor een dunne, waterige melk. Deze melk kan niet meer geleverd worden aan de melkfabriek.

Naast de zichtbare verandering van de melk, verandert ook de samenstelling. Het vet- en lactose gehalte van de melk daalt. Dit terwijl het eiwitgehalte vaak niet verandert. Zoals je weet bestaat eiwit in melk uit caseïne en serumeiwitten. In het geval van mastitis blijft het totale gehalte aan eiwit hetzelfde, maar stijgt het gehalte aan serumeiwitten en daalt het gehalte aan caseïne eiwitten.

Niet alleen de samenstelling verandert, maar ook de hoeveelheid melk. Hoe erg de melkhoeveelheid en samenstelling verandert, hangt af van de ernst van de mastitis of ziekte. Erg zieke koeien nemen minder voer op, waardoor de hoeveelheid melk toch al daalt.

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.