Naar inhoud springen

Leer jezelf ecologisch tuinieren/Lievevrouwebedstro

Uit Wikibooks

Ecologisch tuinieren

Inleiding
De tuinkalender
Register
Wat zijn planten
Algemene begrippen
Sorteringslijsten
Grondbewerking
Plantkunde
Vermeerderen
Plantenfamilies
Geslachten
Soorten
Plantenziekten
Problemen
Het dierenleven
De moestuin
De kruidentuin
De boomgaard
De siertuin
De speeltuin
1 2 3 4

Klik op een foto voor een vergroting. Ander gewas? Zoek in het Register.

De vegetatieve delen van de plant zijn reukloos, maar de bloemen verspreiden een zoete geur. In gedroogde toestand zijn het de bladeren die naar gemaaid gras ruiken door de coumarine die bij het verwelken vrijkomt. In de zon worden de blaadjes lichtgroen, waardoor de witte stervormige bloempjes bijna geen contrast meer vormen met de bladeren en de plant veel van zijn decoratieve waarde verliest. Op een zonnige en tegelijkertijd droge standplaats wordt de plant bruin en sterft af.


Alle families?
Familie: Sterbladigen (Rubiaceae)
Geslacht: Walstro
Soort: Galium odoratum
Geschikt als/voor: Lievevrouwebedstro is een ideale bodembedekker voor moeilijke plaatsen in de tuin. Het groeit bijvoorbeeld in een droge beschaduwde grond onder een boom, of zo maar op een boomstronk. Bedstro is een mooie plant, zowel voor de wilde als voor de siertuin.
Wortel: De plant heeft een dunne, kruipende wortel met veel uitlopers. Daar de plant zich door haar kruipende wortelstok vlug vermeerdert, komt zij steeds in grote hoeveelheden voor en vormt als het ware één groot groen tapijt met een massa witte sterretjes.
Stengel/Tak: De vierkantige, rechtopstaande stengel is teer, onvertakt en alleen op de knopen behaard.
Blad: De zes tot negen enkelvoudige, lancetvormige blaadjes zijn 1-4 cm lang en schijnbaar sterbladig. Eigenlijk zijn er maar twee blaadjes, de overige zijn steunblaadjes die echter een soortgelijke vorm en functie hebben. Ze staan als spaken rond een wiel.
Groenblijvend. Deze plant is groenblijvend en/of winterhard.
Bloei:

Bloem:
Meer van dezelfde kleur?
Mei en juni.

De sterachtige bloemen zijn wit en staan in meertakkige bijschermen op een lange steel. Ze zijn buis- tot trechtervormig, vergroeidbladig en meestal vierlippig. Ze bevatten veel nectar. De kogelvormige, tweedelige splitvruchten zijn 2-3 mm groot en voorzien van haakvormige borsteltjes. Bestuiving geschiedt door vliegen en andere insecten.
Hoogte/Lengte:
Meer van dezelfde hoogte?
± 10-30 cm.
Bodem:
Meer onder dezelfde omstandigheden?
Verklaring van gebruikte afkortingen/symbolen bij zon/water.
Grondsoort: Humusrijk. Zon Water
Goede buren: Goede buren voor deze plant: Is een kensoort voor het w:eiken-haagbeukenbos: (Stellario-Carpinetum), een laaggelegen bostype. De volgende bomen zijn er karakteristiek: zomereik, haagbeuk, zoete kers of boskriek, beuk en es. Lievevrouwebedstro is te vinden op horizontale of zwak glooiende terreinen in de kruidlaag van het droge gedeelte van dit bos. Hij groeit er samen in een plantengemeenschap met grootbloemige muur, witte klaverzuring, gulden boterbloem, bosanemoon, ruig klokje, gevlekte aronskelk, veelbloemige salomonszegel, slanke sleutelbloem, eenbes en wilde kamperfoelie.
Recepten: Recepten vind je in het Kookboek.
FAQ: Vragen en/of antwoorden over de Lievevrouwebedstro?
Maan(d) Werk KK KT LT VW ZD PA RA
O
Zie vermeerderwijze.
Nieuw zaad ontkiemt goed, maar oud zaad kan wel een jaar in de grond blijven zitten. Daar lievevrouwebedstro van nature weinig zaad produceert, maar veel ondergrondse uitlopers heeft, is het gebruikelijker de plant te stekken of te scheuren. Neem in het voorjaar of in het najaar stekken van een volwassen plant. Kies stevige stengels van ca. 10 cm lang en verwijder de onderste blaadjes. Doop de stekken eerst in water en dan in een groeistof. Plant deze, met het kale gedeelte volledig bedekt, in een bak, gevuld met vochtig grof zand. Houd het zand vochtig en zet de stekjes in de schaduw. De stekjes schieten binnen drie weken wortel. Plant ze daarna uit.

In de lente of in het vroege najaar kan men het kruid ook scheuren. Men doet dit door de wortels van de opgegraven plantjes met een kammende beweging van de vingers te verdelen (zorg ervoor dat er zo weinig mogelijk wortels breken) en uit elkaar te trekken. Graaf nieuwe plantgaten waar de wortelkluiten goed in passen. Breng in ieder gat een 5 tot 10 cm dikke compostlaag aan. Plant de nieuwe pollen even hoog als voorheen en 20 à 30 cm uit elkaar. Regelmatig begieten tot ze weer goed ingeworteld zijn. Maak het vooral niet te drassig.

Z/S
Wikipedia
Meer afbeeldingen over dit onderwerp vindt u in Categorie Galium odoratum op Wikimedia Commons
Wikipedia
Wikipedia heeft een encyclopedisch artikel over Lievevrouwebedstro


Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.