Engelse literatuur/Andrew Marvell

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Engelse literatuur


Andrew Marvell ca. 1655-1660, door een onbekend kunstenaar

Andrew Marvell (Winestead (Yorkshire), 31 maart 1621 - Londen, 16 augustus 1678) was een Engels metafysisch dichter, parlementariër, en zoon van een geestelijke van de Anglicaanse Kerk (eveneens met de naam Andrew Marvell). Als metafysisch dichter wordt hij geassocieerd met onder meer John Donne en George Herbert. Hij was een collega en vriend van John Milton. Tot Marvells beroemdste gedichten behoren To His Coy Mistress, The Garden, An Horatian Ode upon Cromwell's Return from Ireland, en Upon Appleton House.

Leven en werk[bewerken]

Marvell werd geboren in Winestead-in-Holderness, vlak bij de stad Kingston upon Hull. Het gezin verhuisde naar Hull, toen zijn vader werd aangesteld in Holy Trinity Church, waar Andrew toen naar de Hull Grammar School ging. Een middelbare school in de stad is nu naar hem vernoemd. In Trinity College in Cambridge behaalde hij zijn B.A. in 1639.

Zijn bewondering voor Oliver Cromwell blijkt uit An Horatian Ode upon Cromwell's Return from Ireland (1650). In de periode van 1653 tot 1657 was hij ook aangesteld als privéleraar van Cromwells beschermeling William Dutton. In 1657 werd hij assistent van John Milton als 'Latin secretary' bij het ​​ministerie van Buitenlandse Zaken. The First Anniversary (1655) en On the Death of O.C. (1659) schreef hij eveneens ter ere van Cromwell.

Na de restauratie van Karel II van Engeland ging Marvell politieke satires en verzen schrijven waarin hij de te grote macht van de monarchie aan de kaak stelde. Een voorbeeld hiervan is The Rehearsal Transpros'd (1672–73).

Marvells reputatie als dichter berust nu vooral op een klein aantal lyrische gedichten zoals het erotisch getinte To His Coy Mistress (Aan zijn minnares), dat als een klassieker van de metafysische poëzie geldt. In het volgend fragment tracht de dichter zijn zedige geliefde ervan te overtuigen dat de tijd dringt en dat zij zich zonder dralen aan hem moet overgeven:

"Had we but world enough, and time,
This coyness, lady, were no crime...
But at my back I always hear
Time's wingéd chariot hurrying near;
And yonder all before us lie
Deserts of vast eternity...
The grave's a fine and private place,
But none, I think, do there embrace..."
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.