Toki Pona/Les 6

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Toki Pona


  1. Uitspraak en het alfabet
  2. Basiszinnen
  3. Lijdend voorwerp en samengestelde zinnen
  4. Bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en samengestelde zelfstandige naamwoorden
  5. Voorzetsels 1: tawa, lon en kepeken
  6. Andere voorzetsels
  7. Ontkenning, Ja- & Nee-vragen
  8. Geslacht, onofficiële woorden, mensen aanspreken, uitroepen, gebiedende wijs
  9. Vragen met seme
  10. pi
  11. Voegwoorden, kin en temperatuur
  12. Kleuren
  13. Levende dingen
  14. Het lichaam
  15. Getallen
  16. la
  17. toki awen sona ni li pini
  18. De Officiële Woordenlijst


Les 6: Andere voorzetsels

Besproken vocabulaire in deze les:

Zelfstandig naamwoorden, Werkwoorden, Bijvoeglijke naamwoorden

  • anpa - grond; laag, diep; neerhalen, verslaan
  • insa - binnen, maag
  • monsi - achterkant, achter
  • sewi - hoog, boven, dak, bovenkant, lucht

Meestal gebruikt als voorzetsels

  • sama - hetzelfde, (soort)gelijk
  • tan - reden, oorzaak; omdat
  • poka - kant; zijkant, dichtbij, met

anpa, insa, monsi, en sewi[bewerken]

Misschien ben je geneigd deze woorden te gebruiken als voorzetsels, maar eigenlijk zijn het zelfstandige naamwoorden. Je moet andere voorzetsels gebruiken met deze woorden. Hieronder wat voorbeelden:

  • ona li lon sewi mi. - letterlijk: Hij is in mijn boven. Hij is boven mij.
  • pipi li lon anpa mi. - Het insect is onder mij.
  • moku li lon insa mi. - Het voedsel is in mij.
  • len li lon monsi mi. - Kleren zijn achter mij.

Zoals je ziet zijn de woorden nu gebruikt als zelfstandige naamwoorden, en mi is het bezittelijk voornaamwoord mijn. Sewi mi betekent zoiets als mijn boven of het gebied dat boven mij is. En omdat deze woorden zelfstandige naamwoorden zijn, moet je een werkwoord gebruiken. In de bovenstaande zinnen wordt lon als werkwoord gebruikt.
Dus: vergeet het werkwoord niet!

Omdat deze woorden geen voorzetsels zijn, kunnen voor van alles gebruikt worden, net als alle andere zelfstandige naamwoorden/bijvoeglijk naamwoorden/werkwoorden.

  • monsi als lichaamsdeel: monsi kan zowel achterkant als achterwerk betekenen.
  • anpa als werkwoord: mi anpa e jan utala. - Ik versloeg de krijger.

sama en tan[bewerken]

Het gebruik van deze twee woorden is min of meer logisch, maar we zullen voor de duidelijkheid toch wat uitleggen.

sama[bewerken]

Het woord sama kan op verschillende manieren worden gebruikt, die vermoedelijk niet al te ingewikkeld zijn. Hieronder wat voorbeelden:

  • jan ni li sama mi. - Die persoon lijkt op mij.
  • ona li lukin sama pipi. - Hij lijkt op een insect.
  • sama li ike. - Gelijkheid is slecht.

tan[bewerken]

Het is nu nog niet de plaats om alles over tan te behandelen. Maar het is het laatste Toki Pona- voorzetsel en dus zal het hier in ieder geval worden geïntroduceerd.
Hieronder een voorbeeld:

  • mi moku tan ni: mi wile moku.

Letterlijk betekent deze zin: Ik eet om deze reden: ik wil eten. Een meer eenvoudige vertaling is echter: Ik eet want ik heb honger.
Voorlopig is dit alles over tan. Je komt het woord weer tegen als we vragen gaan behandelen, maar dan betekent het ongeveer hetzelfde.

poka[bewerken]

poka is uniek omdat het zowel als zelfstandig naamwoord/bijvoeglijk naamwoord kan dienen, als voorzetsel. Kijk hieronder maar eens.

poka als zelfstandig naamwoord/bijvoeglijk naamwoord[bewerken]

Op deze manier wordt pokaop dezelfde manier gebruikt als anpa, insa, monsi, en sewi. Hieronder wat voorbeelden:

  • ona li lon poka mi. - Hij is aan mijn kant. Hij is naast mij.
  • jan poka - buurman, iemand die naast je is
  • poka telo -- letterlijk waterkant, oftwel: strand

poka als voorzetsel[bewerken]

Anders als anpa en de andere voorzetsels kun je poka eenvoudig als voorzetsel gebruiken. De onderstaande twee zinnen hebben de zelfde betekenis, maar beschrijven het op een andere manier:

  • mi moku poka jan pona mi. - Ik at naast mijn vriend.
  • mi moku lon poka pi jan pona mi. - Ik at aan de kant van mijn vriend.

(Noot: In deze zin wordt pi gebruikt. Dat woord is nog niet behandeld, maar het ging hier vooral om een voorbeeld te geven van het gebruik van poka.)
Zoals je dus hebt gezien kun je poka gebruiken als zelfstandig naamwoord/bijvoeglijk naamwoord, zowel als voorzetsel. Je bepaalt dat zelf, maar hoe dan ook: je kunt zeggen wat je wilt zeggen. Hier nog twee voorbeelden:

  • mi utala e jan ike poka jan nasa. - Ik vocht tegen een vijand samen met een dronken kerel.
  • mi utala e jan ike lon poka pi jan nasa. - Ik vocht tegen een vijand aan de zijde van een dronken kerel.

Niet zo moeilijk, toch?

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.