Toki Pona/Les 14

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Toki Pona


  1. Uitspraak en het alfabet
  2. Basiszinnen
  3. Lijdend voorwerp en samengestelde zinnen
  4. Bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en samengestelde zelfstandige naamwoorden
  5. Voorzetsels 1: tawa, lon en kepeken
  6. Andere voorzetsels
  7. Ontkenning, Ja- & Nee-vragen
  8. Geslacht, onofficiële woorden, mensen aanspreken, uitroepen, gebiedende wijs
  9. Vragen met seme
  10. pi
  11. Voegwoorden, kin en temperatuur
  12. Kleuren
  13. Levende dingen
  14. Het lichaam
  15. Getallen
  16. la
  17. toki awen sona ni li pini
  18. De Officiële Woordenlijst


Les 14: Het lichaam.

Besproken vocabulaire in deze les:

  • ko - half-vaste substantie (lijm, poeder, enz.)
  • kute - horen
  • linja - lijn, haar
  • luka - arm, hand
  • lupa - gat, deur, raam
  • nena - bult, heuvel, iets dat uitsteekt
  • noka - been, voet
  • oko – oog
  • palisa - stok, puntig ding
  • selo - huis, buitenkant van iets
  • sijelo - lichaam
  • sike - cirkel, bal
  • sinpin - muur, borstkas
  • uta - mond

Lichaamsdelen[bewerken]

Alle woorden die hierboven staan worden gebruikt om een lichaamsdeel uit te drukken. Maar sommige woorden hebben ook nog een andere betekenis. Hieronder staat een afbeelding van een lichaam met nummer dat correspondeert met de uitleg daaronder. In die lijst wordt niet alleen het woord in relatie met het lichaam uitgelegd, maar ook de eventuele andere betekenis van het woord.

Body toki pona.jpg

  1. oko betekent oog in toki pona. Het heeft eigenlijk geen andere betekenissen.
  2. nena. Voor neus wordt nena gebruikt. Maar het woord wordt gebruikt voor ieder uitsteeksel, zoals een heuvel bijvoorbeeld. En het wordt nog voor enkele andere lichaamsdelen gebruikt. Dus als je specifieker wilt zijn, kun je nena kon gebruiken. Met je neus word je geuren in de lucht gewaar, immers.
  3. uta betekent mond. Als je wilt spreken over tanden, dan zeg je ijo uta walo, wat letterlijk witte mind dingen betekent.
  4. linja betekent haar in het algemeen. Als je het hebt over haar op je hoofd, dan zeg je: linja lawa (haar (van het) hoofd). Maar pas op!: linja kan ook alle andere lineaire dingen betekenen.
  5. lawa. Dit wordt heb je al eens geleerd als leiden, en nu kom je het tegen als hoofd.
  6. anpa lawa. Er is niet echt een woord voor nek, daarom zeggen we anpa lawa: bodem/onderkant (van) hoofd.
  7. luka betekent zowel hand als arm . Je kunt niet specificeren wat je nu bedoelt. Dat is één van die rare dingen aan Toki Pona. Als je spreekt over handschoenen of wanten, dan zeg je len luka (handkleding).
  8. poka. Je bent dit woord al vaker tegen gekomen, nu in de betekenis van heup.
  9. noka betekent zowel been als voet, net zoals je bij luka hebt gezien. Je kunt het ook combineren met len en dan betekent het schoen, broek, of ieder ander kledingstuk dat voor de voet of het been bedoeld is.
  10. sinpin is het woord voor borst en buik. Eigenlijk was het bedoeld voor voorkant of muur, maar de borst en buik zijn aan de voorkant van ons lichaam en zijn meestal grote oppervlaktes, zoals een muur. Soms wordt sinpin gebruikt voor iemand's gezicht. Twee bijzondere lichaamsdelen die je aan de sinpin van een vrouwenlichaam vindt, zijn de nena sike, wat ronde uitsteeksels betekent. Je kunt nog meli toevoegen om iedere verwarring te voorkomen.
  11. Het hangt ervan af of de persoon mannelijk of vrouwelijk is. We zeggen palisa om penis te zeggen. Palisa is eigenlijk ieder voorwerp dat lang en puntig is, zoals een stok of een boom. De testikels van een man zijn de sike. Afhankelijk van de context en de situatie kun je er mije aan het eind toevoegen, om iedere verwarring te voorkomen. Als je het hebt over de vrouwelijke geslachtsorganen, dan zeg je lupa. Dat betekent ieder soort gat of opening, zoals een deur of een raam. Maar ook hier kun je er voor alleduidelijkheid meli achter lupa plaatsen.
  12. nena kute. Zo zeg je oor in Toki Pona, wat letterlijk uitsteeksel (van) horen betekent. Het oor steeks namelijk uit van de rest van het hoofd en je gebruikt het om te horen. kute is ook een werkwoord. Hier twee zinnen: mi kute e toki sina (Ik hoor je praten. Ik hoor wat je zegt). mi kute e kalama musi (Ik luister naar muziek).

Er was geen pijl aangegeven naar de rug, omdat je alleen de voorkant van het lichaam zag. De achterkant, de rug dus, heet in Toki Pona monsi.
Verder was het ook niet handig om een pijl te tekenen naar de huid. Hoe dan ook: selo betekent huid. Maar dat woord betekent ook boombast of elke andere bedekking van iets.

Vloeistoffen en afval[bewerken]

  • telo walo mije. Dit is de vloeistof die een man afscheidt tijdens unpa. Je snapt wel wat we bedoelen. Als het voor iedereen duidelijk is wat je bedoelt, dan kun je walo en/of mije overslaan. Telo kan dan eventueel ook genoeg zijn.
  • telo jelo. Deze twee woorden betekenen urine. Letterlijk betekent het geel water. Je kunt het zo gebruiken: mi pana e telo jelo: Ik gaf het gele water. Oftewel: Ik plaste.
  • ko jaki. Dit betekent poep. mi pana e ko jaki: Ik poepte. ko wordt niet veel gebruikt, behalve om ko jaki te zeggen. Of om pap te bestellen: ko moku.
  • telo sijelo loje. Dit zinnetje betekent letterlijk: rood lichaamsvocht. Het betekent dus bloed.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.