Toki Pona/Les 18

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Toki Pona


  1. Uitspraak en het alfabet
  2. Basiszinnen
  3. Lijdend voorwerp en samengestelde zinnen
  4. Bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en samengestelde zelfstandige naamwoorden
  5. Voorzetsels 1: tawa, lon en kepeken
  6. Andere voorzetsels
  7. Ontkenning, Ja- & Nee-vragen
  8. Geslacht, onofficiële woorden, mensen aanspreken, uitroepen, gebiedende wijs
  9. Vragen met seme
  10. pi
  11. Voegwoorden, kin en temperatuur
  12. Kleuren
  13. Levende dingen
  14. Het lichaam
  15. Getallen
  16. la
  17. toki awen sona ni li pini
  18. De Officiële Woordenlijst


De Officiële Woordenlijst

Hieronder staat de lijst van 123 officiële woorden van Toki Pona. Korte uitleg of ezelsbruggetjes staat tussen haakjes. Achter een aantal woorden staan nog slechts vraagtekens. Over de exacte betekenis van die woorden wordt nog gediscussieerd.

a t aah, oh, oei, ach (geeft emotie aan)
akesi z reptiel, amfibie, dinosaurus, draak
ala b niet, nee, on-
z niets, ontkenning, nul
t nee!
alasa ww verzamelen van voedsel e.d. om te overleven, oogsten
ww jagen en doden van dieren om als voedsel e.d. te dienen. bijv: jan alasa: jager-verzamelaar
ale of ali beiden zijn juist
z alles, leven universum
b al, ieder, compleet, heel
anpa z onderkant, bodem, vloer
b laag, onder
ante z verschil
b verschillend
la of anders, aan de andere kant
ww veranderen
anu vw of
awen ww wachten, blijven, houden
b blijvend, permanent
e d (introduceert een lijdend voorwerp)
en vw en
esun z beurs, een gebeurtenis waar mensen bijelkaar komen voor producten of ideeën: tentoonstelling, markt, reünie, receptie, etc.
z een plaats waar wordt gehandeld: winkel, markt, mall
ijo z ding, iets, object
b van iets
w objectiveren
ike b slecht, negatief, verkeerd, ongezond
t oh jé!
z slechtheid, kwaad, negativiteit
ww slecht worden, slecht zijn, negatief effect hebben
ilo z gereedschap, machine, ding met een specifiek doel
insa z binnenkant, centrum, maag
b binnen, intern (vgl. Engels inside)
jaki b vies, smerig
z vuil, vervuiling, vuilnis
ww vervuilen
t jakkes!
jan z mens, persoon, wezen, iemand
b menselijk, persoonlijk, iemand's
ww personificeren, personaliseren, vermenselijken
jelo b geel, licht-groen (vgl Engels yellow)
jo ww hebben, bezitten, bevatten
kama ontvangen, krijgen, nemen, bevatten
kala z vis, zee-wezen
kalama z geluid, herrie, stem
ww herrie maken, luiden, bellen, instrument spelen
kama ww komen, worden, arriveren, gebeuren, starten
z gebeurtenis, aankomst, kans, begin
b toekomstige, komende
kasi z plant, blad, boom, kruid, hout
ken ww kunnen, mogen, mogelijk maken, toestaan
z mogelijkheid, toestemming
la is het mogelijk dat
kepeken ww gebruiken
v met
kili z fruit, zachte groente, champignon
kin b ook, zelfs, inderdaad (benadrukt het woord ervoor)
kipisi ww snijden
kiwen b hard, solide, steenachtig, gemaakt van steen of staal
z hard ding, rots, steen, metaal, mineraal, klei
ko z semi-harde substantie, zoals pasta, dikke zalf, poeder of lijm
kon z lucht, wind, geur, geest
b luchtig, gasachtig
kule z kleur, verf
b kleurig
ww kleuren, verven
kute ww luisteren, horen
kulupu z groep, gemeente, gemeenschap, gezelschap (vgl met club)
b gemeenschappelijk, gedeeld, publiek
la d (tussen bijwoord of bijzin en de zin)
lape z slaap, rust
ww slapen, rusten (vgl. met slapen)
b slapend, rustend
laso b blauw, blauw-goen
lawa z hoofd
bhoofd, leidend
ww leiden, controleren, sturen
len z kleren, kleding, stof
lete z koude
b koud, niet gaar
ww afkoelen, verkleumen
li d (Tussen ieder onderwerp en werkwoord, behalve bij mi en sina. Ook gebruikt om nieuw ww te introduceren voor het onderwerp.)
lili b klein, jong, een beetje, kort, weinig
ww inkorten, reduceren, krimpen
linja z lang, dun, slap ding, bijv. een touw, haar, draad, koord, ketting
lipu z plat en buigzaam ding, zoals papier, kaart, kaartje
loje b rood (vgl. met rode)
lon v in, op
ww er zijn, present zijn, echt zijn, bestaan, wakker zijn
luka z hand, arm
lukin ww zien, kijken, lezen, uitkijken, kijken naar
b visueel(vgl. het Engelse looking)
lupa z gat, raam, opening
ma z land, aarde, gebied
mama z ouder, vader, moeder
b ouderlijk, vaderlijk, moederlijk
mani z geld, materiële rijkdom, kapitaal, geldeenheid, dollar (vgl. Engelse money)
meli z vrouw, meisje, echtgenote, vriendin
b vrouwelijk
mi z ik, wij
b mij, ons
mije z man, jongen, echtgenoot, vriend
b mannelijk
moku z eten, voedsel, maaltijd
ww eten, drinken, slikken, innemen, consumeren
moli z dood
ww sterven, doden
b dood, dodelijk, fataal
monsi z achterkant, achterwerk
b achter
mu t woef! miauw! boe! enz. (dierengeluid)
mun z maan
musi z plezier, spel, recreatie, kunst, vermaak
ww spelen, plezier hebben, amuseren
mute b veel, heel erg, verschillende, meer (vgl multi)
z aantal
ww vermeerderen
namako z kruiden, specerijen (onder meer: zout)
b additioneel; nieuw
ww kruiden
nanpa z nummer
a -ste -de (rangtelwoorden)
nasa b gek, dom, stom, raar, vreemd
ww gek maken
nasin z weg, manier, gebruik, straat, pad, doctrine, systeem, methode
nena z bult, neus, heuvel, berg, knop
ni b deze, die, dat
nimi z woord, naam
noka z been, voet
o d O (gebiedende wijs of aanroepend)
t hé! (iemands aandacht trekken)
oko z oog
olin z liefde
b lief
ww (een persoon) liefhebben
ona z zij, hij, het, zij (meervoud)
b haar, zijn, hun
open ww openen, aanzetten
pakala z blunder, ongeluk, vergissing, vernietiging, schade, breuk
ww verpesten, ruïneren, breken, kapot maken, uit elkaar vallen, pijn doen, verwonden, knoeien
t shit! godverdomme!
pali z activiteit, werk, project, daad
b actief, werkend, werk-gerelateerd
ww doen, maken, bouwen, werken, creëren, functioneren
palisa z lang, meestal hard voorwerp, bijv. een stok, tak
pan z graan, graanproducten, brood
pana ww geven, plaatsen, zenden, laten, veroorzaken
z uitwisseling, overdracht
pi d van, behoort aan
pilin z gevoelens, emotie, hart
ww voelen, denken, aanraken
pimeja b zwart, donker
z duisternis, schaduw
ww verduisteren
pini z einde, punt
b afgeronde, beëindigde, verleden, (lang) geleden
ww eindigen, sluiten, eindigen, afzetten
pipi z insect, spin
poka z zijkant, heup
v naast, (samen) met
b naburig
poki z container, doos, kom, kop, mok, glas
pona z goede, eenvoud, positivisme
bgoed, simpel, positief, aardig, korrekt, juist
t geweldig! goed! OK! cool! joepie!
ww verbeteren, maken, repareren, goed maken (vgl. bonus)
pu ??? ??
sama b zelfde, gelijk, gelijkwaardig, soortgelijk
v als, dan
seli z vuur, warmte, hitte
b heet, warm, gekookt
ww opwarmen, koken, verhitten
selo z buitenkant, buiten, oppervlakte, huid, schelp, bast, vorm, schil
seme a wat, welke, wie (vragend voornaamwoord)
sewi b hoger, superieur, bovenmenselijk, goddelijk
sijelo z lichaam, fysiek
sike z cirkel, wiel, bal, ronde, bol globe
b rond, cyclisch
sin b nieuw, fris, ander, meer
ww vernieuwen, renoveren, opwekken
sina z jij, je, jou; jullie
b je, jouw; jullie
sinpin z voorkant, borst, romp, gezicht, muur
sitelen z foto, afbeelding, plaatje
ww tekenen, schrijven
sona z wetenschap, wijsheid, intelligentie, begrip
ww weten, begrijpen, weten hoe
kama leren, studeren
soweli z dier, landzoogdier, schattig beest
suli b groot, lang, volwassen, belangrijk
ww vergroten, verlengen
z maat, grootte
suno z zon, licht
supa z horizontaal opppervlakte, bijv. meubel, tafel, stoel, kussen, vloer
suwi z snoep, zoet eten
b zoet, lief
ww zoet maken
tan v van, door, omdat, sinds
z oorsprong, oorzaak
taso b enkel, slechts
v maar
tawa v naar, tot, teneinde, toe, want
ww gaan (naar), lopen, reizen, verplaatsen, vertrekken, bewegen
z beweginh, transport
b mobiel, bewegend
telo z water, vloeistof, sap, saus
ww wassen met water, water geven
tenpo z tijd, periode, moment, duur, situatie (vgl. tempo)
toki z taal, spraak, toespraak, communicatie
b verbaal, sprekend
ww zeggen, spreken, kletsen, communiceren
t hallo! hoi!
tomo z gecontrueerde ruimte, zoals, huis, kamer, gebouw
b stedelijk, huishoudelijk
tu b twee
z duo, paar
ww verdubbelen, in twee delen
unpa z sex, sexualiteit
b erotisch, sexueel
ww sex hebben, slapen met
uta z mond
b oraal
utala z conflict, competitie, verdeeldheid, gevecht, oorlog, slag, fysiek of lichamelijk geweld
ww slaan, aanvallen, strijden tegen
walo b wit, lichte kleur
z wit ding, witheid, lichtheid
wan b één, een
z onderdeel, element, deel, gedeelte
ww verenigen, een maken (Vgl. Engelse one)
waso z vogel, gevleugeld dier (Vgl. Franse oiseau)
wawa z energie, sterkte, kracht
b sterk, intens, dynamisch, zeker, fel
ww versterken
weka b weg, absent, kwijt
z absentie
ww weggooien, verwijderen, eruit werken
wile ww willen, nodig hebben, wensen, moeten, zouden
z wens, noodzaak, wil, nood
b noodzakelijk

Verklaring[bewerken]

  • z: zelfstandig naamwoord
  • b: bijwoord of bijvoeglijk naamwoord
  • d: deelt zin in twee
  • ww: werkwoord
  • t: tussenwerpsel
  • v: voorzetsel
  • kama: samengesteld werkwoord voorafgegaan aan kama
  • la: woord voorafgegaan aan la
  • vw: voegwoord
  • a: ander, speciaal woord
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.