Sociale geschiedenis van Byzantium/Huwelijk, verwanten, vrienden en slaven

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Klooster
  3. Kerk
  4. Huis en bewoners
  5. Huwelijk, verwanten, vrienden en slaven
  6. Documenten, brieven en literatuur
  7. Bronnen en links

5. Huwelijk, verwanten, vrienden en slaven

Huwelijk[bewerken]

Schaking van Helena, Fra Angelico, ca. 1450

Meestal werd een huwelijk door de ouders en de familie gearrangeerd op grond van het bezit en de macht van de familie van de toekomstige partner. De wensen van de jongeren werden daarbij vaak genegeerd.

Soms konden de jongeren echter hun eigen zin doordrijven. Een jongen kon een meisje schaken. Dat gebeurde vaak als het meisje van haar ouders met een man moest trouwen die ze niet wilde terwijl ze in het geheim op een andere man verliefd was. Dan lichtte ze haar minnaar in die haar met haar toestemming kwam ontvoeren. Vaak werd het meisje dan ook nog ontmaagd. Het meisje en haar familie waren dan onteerd, behalve als het meisje met haar schaker trouwde. De ouders konden dus niet veel anders dan toestemming voor een huwelijk geven.

Als een jongen een meisje in haar huis verleidde en ontmaagdde, en dat werd ontdekt, moest hij met dat meisje trouwen.

De instemming van de ouders met het huwelijk was onmisbaar. Als een van de vier ouders weigerde, was het huwelijk ongeldig. Ouders waren zelfs bij wet verplicht hun kinderen uit te huwelijken. Een meisje dat op haar vijfentwintigste nog niet getrouwd was, kon van haar ouders eisen dat ze uitgehuwelijkt werd.

In de hagiografieën werden jonge volwassenen beschreven die een door hun ouders voorgesteld huwelijk weigerden en besloten in een klooster te gaan. Maar soms gehoorzaamde de jongeman zijn ouders en volbracht zijn "plicht". Zo trouwde een jongeman (die later heilig werd verklaard) met de door zijn ouders uitgezochte vrouw en ging pas naar het klooster nadat zij zwanger was geworden. Blijkbaar zag hij het niet als een probleem om zijn zwangere vrouw te verlaten.

Kinderen mochten de keuze tussen "in de wereld blijven" dan wel naar een klooster gaan pas maken als ze de jaren des onderscheids hadden bereikt. Ze mochten eigenlijk ook pas op die leeftijd trouwen. Over het algemeen hield men veertien jaar aan voor jongens en twaalf voor meisjes[1]. Rechtbanken hamerden nogal op deze leeftijdsgrenzen en daaruit valt af te leiden dat ze waarschijnlijk vaak werden overtreden.

Sommige aristocratische ouders hadden echter nogal haast om hun kinderen te laten trouwen omdat de nieuwe familieband hen veel voordeel opleverde. Dan vond men tien jaar al een acceptabele leeftijd. Soms hadden de ouders dermate veel haast dat zij vonden dat hun kinderen de jaren des onderscheids al op hun zevende jaar hadden bereikt, als de jongen juist een klein beetje kon lezen en schrijven.

Vanaf de zesde eeuw was de verloving ongeveer net zo belangrijk als het huwelijk geworden. De wederzijdse huwelijksbelofte werd in een notariële acte vastgelegd samen met de hoogte van de bruidsschat. Men verloofde zich soms nog vóór de puberteit. Een vrouw mocht op haar zesde al verloofd zijn en op haar veertiende getrouwd zijn en kinderen hebben.

Als de vrouw tijdens de huwelijksnacht niet maagdelijk bleek te zijn, moest de man onmiddelijk de slaapkamer verlaten en de familie van het meisje erbij halen als getuigen. Er bestond ook een gynaecologisch boek dat liet zien hoe men de verloren maagdelijkheid aan de buitenkant van een vrouw kon herkennen.

Pas vanaf de achtste eeuw kregen de mensen erfelijke geslachtsnamen. Een vrouw had geen eigen naam maar werd aangeduid met "dochter van X" of "Vrouw van Y", behalve als zij de echtgenote, dochter of zuster van de keizer was.

Kerk[bewerken]

De kerk vond de huwelijkse staat eigenlijk maar minderwaardig vanwege de seksualiteit die daar bijhoorde, maar mensen die niet zonder konden, mochten van de kerk wel trouwen.

Als je partner was gestorven, mocht je van de kerk ook wel hertrouwen en zelfs weduwen mochten in Byzantium tussen 900 en 1060 een tweede huwelijk sluiten[2][3] maar liever zag de kerk dat weduwen verder ongetrouwd bleven en in het klooster gingen. Een weduwe die niet in het klooster ging, kon (als er verder geen volwassen mannen waren) hoofd van een huishouding zijn en had het recht om de familiegoederen te beheren en haar kinderen en kleinkinderen uit te huwelijken.

Een derde huwelijk werd door de kerk verboden. Dit gold natuurlijk niet voor de keizer die gerust vier keer mocht trouwen.

In sommige verhalen was het huwelijk een bron van geluk, zolang de seksualiteit maar niet om het plezier draaide maar om het krijgen van zo veel mogelijk kinderen.

Verboden huwelijken[bewerken]

Er heerste een obsessieve angst voor incest. De boeteboeken gingen uitvoerig in op wie er wel en niet met elkaar mochten trouwen. Al in de vierde eeuw had de kerk beperkingen opgelegd aan huwelijken tussen verwanten.

Zie ook: In 813 verbood de kerk van West-Europa huwelijken met volle neven en nichten.
Zie ook: In de elfde eeuw probeerde de kerk van West-Europa het huwelijksverbod uit te breiden tot de zevende graad.
Zie ook: Men mocht van de kerk van West-Europa in de Moderne Tijd niet trouwen met de zus of de nicht van zijn overleden vrouw.

Rond 1000 had de kerk in Byzantium de volgende regels aangaande het al dan niet toegestaan zijn van een huwelijk:

  • Een man mocht niet hertrouwen met de zus, de moeder of de dochter van zijn overleden echtgenote.
  • Een vrouw mocht niet hertrouwen met de broer, de vader of de zoon van haar overleden echtgenoot.
  • Men mocht niet trouwen met volle neven of nichten (derde graad).
  • Men mocht niet trouwen met broers, zusters of kinderen van volle neven en nichten (vierde graad).
    • Een zekere Georgius trouwde ooit met een meisje van vijfeneenhalf jaar; deze huwelijksinzegening werd door de patriarch ongeldig verklaard omdat het meisje te jong was. Georgius stierf kort daarop. De moeder van het meisje was weduwe en wilde hertrouwen met de zoon van een volle neef van de overleden Georgius, maar daar moest ze toestemming voor vragen. Omdat Georgius namelijk met haar dochter getrouwd was geweest, was zij nu familie van hem en dus was zij ook familie van de zoon van zijn neef (in de vierde graad). Haar enige hoop was dat het huwelijk tussen Georgius en haar dochter ongeldig was verklaard.

Omdat een en ander nogal ingewikkeld werd, bestonden er tabellen waarin men kon zien in welke graad men familie van elkaar was en of een huwelijk al dan niet geoorloofd was.

Verstoten[bewerken]

Zie ook: De Germaanse edelman mocht van oudsher zijn vrouw verstoten.

Een Byzantijnse man kon zijn vrouw verstoten om redenen die precies omschreven waren:

  1. Als zij baadde of feestte met vreemden.
  2. Als zij de paardenrennen in de hippodroom had bezocht.

Alleen de keizer kon zijn vrouw zonder vorm van proces verstoten en met een ander trouwen.

Scheiding[bewerken]

Zie ook: Echtscheiding in de vroege Middeleeuwen, West-Europa.

De wettelijke echtscheidingsgronden werden in de loop der tijden beperkt tot:

  1. De vrouw had verscheidene seksuele relaties.
  2. De man was impotent.
  3. Er waren aanslagen gepleegd op het leven van de vrouw.
  4. Een van de twee had lepra (was melaats).

Bij een overspelig paar werd de neus afgesneden en werd de vrouw naar een klooster gestuurd. Haar echtgenoot mocht dan nog twee jaar proberen om haar terug te krijgen.

Het kwam ook voor dat vrome mensen na een zekere periode getrouwd te zijn, met beider instemming scheidden om in een klooster te kunnen treden.

Blijf-van-mijn-lijf[bewerken]

De heilige Maria de Jongere werd beschuldigd van een misstap met een huisbediende. Daarop werd ze door haar man opgesloten, streng ondervraagd en tenslotte doodgeslagen. Maar mogelijk werden dergelijke verhalen in kloosters geschreven om de inferioriteit van het huwelijk aan te tonen.

Er waren ook verhalen over vrouwen die hun gewelddadige man ontvluchtten en hun toevlucht in een klooster zochten. In dat geval mocht de man zes weken lang proberen om haar terug te krijgen. Hij mocht haar dan elke dag, onder het toeziend oog van een kloosterzuster, opzoeken. Dan kon hij haar vleien en cadeau's geven en lekkere hapjes en haar eraan herinneren hoe goed ze het vroeger samen hadden.

Parenteles[bewerken]

In de achtste eeuw begonnen de parenteles een rol te spelen in de benoemingen van de staat en de kerk.

  • Een parentele kon op mooie posities in de kerk jagen door bijvoorbeeld de zonen in de geestelijkheid of een klooster te plaatsen en de dochters in een klooster, ook al was dat de zin van de betreffende kinderen.
  • Een parentele kon op jacht zijn naar een goede positie in het publieke domein.

Byzantium werd in de tiende eeuw beheerst door een klein aantal geslachten die onderling huwelijken sloten.

Geestelijke verwantschap[bewerken]

Zie ook: geestelijke verwantschappen in de Moderne Tijd van West-Europa.

Er waren geestelijke verwantsschappen op grond van adoptie, bloedbroederschap en peetouderschap. Men vond geestelijke verwantschappen vaak nog belangrijker dan bloedverwantschap.

Adoptie[bewerken]

Adoptie kwam in Byzantium tussen 900 en 1060 niet zo vaak voor. Een geadopteerd kind gold als een echt kind en een echte broer of zus. Voor een geadopteerd kind golden dan ook dezelfde huwelijksverboden als voor een echt kind.

Bloedbroederschap[bewerken]

Mannen sloten onderling wel eens een bloedbroederschap door samen iets van elkaars bloed te drinken. Ze voelden zich daardoor sterk met elkaar verbonden. De kerk keurde dit gebruik af omdat ze vreesde dat bloedbroeders homoseksuelen waren. Toch stond er in sommige gebedsboeken een soort ritueel voor het sluiten van bloedbroederschap. Mogelijk achtte de kerk dit van oorsprong heidense ritueel te sterk om het te bestrijden en had ze ervoor gekozen om het in het christendom op te nemen door het te vervangen door een christelijk ritueel[4]. De gewoonte om bloedbroederschap te sluiten verdween in de zeventiende eeuw in West-Europa maar ze kwam in het begin van de twintigste eeuw nog voor in de Balkan dat in de tiende en elfde eeuw bij Byzantium hoorde.

Peetouderschap[bewerken]

Peters en meters golden als geestelijke vaders en moeders van de pasgeborene. Doorgaans vroegen de ouders een grootvader of oom van het kind om peetvader te worden, soms was het een vriend van de familie. Peetouder worden van het kind van iemand van een aanzienlijke familie kon een stap omhoog betekenen op de sociale ladder.

Omdat peetpouders als echte verwanten van het kind werden gezien, verbood de kerk vanaf de zesde eeuw huwelijken tussen:

  • Peter en peetdochter.
  • Meter en petezoon.
  • Vader met meter.
  • Moeder met peter.

Eunuch[bewerken]

Het kwam in Byzantium tussen 900 en 1060 vrij vaak voor dat jongens gecastreerd werden. Eigenlijk was castratie alleen maar op medische indicatie toegestaan maar het werd meestal uit politieke overwegingen gedaan. In dat geval sprak men van een eunuch. Een eunuch kon gemakkelijker een politieke carrière maken want hij kreeg geen nageslacht dat bedreigend was voor andere families. De keizer had veel eunuchen in dienst omdat hij er zeker van wilde zijn dat de kinderen van zijn vrouw van hem waren.

Dat het kind door de ingreep verminkt was, vond men klaarblijkelijk geen probleem.

Concubines[bewerken]

Het hebben van concubines (minnaressen) werd officieel door de kerk veroordeeld maar het verschijnsel moet tamelijk wijdverbreid zijn geweest. In veel boeteboeken werden namelijk de seksuele vergrijpen gepleegd door een concubine gelijkgesteld aan de seksuele vergrijpen gepleegd door een wettige vrouw. Als een man een concubine nam, had zij meestal een lagere sociale positie dan hij. Soms konden de kinderen van een concubine erven van hun vader, soms kregen ze niets.

Vrienden[bewerken]

Sommige vriendschappen waren door een eed bevestigd.

Slaven[bewerken]

De huisbedienden waren soms slaven.

De rijken gingen niet te voet maar verplaatsten zich op een muilezel[5]. Als een rijke zich 's nachts op zijn muilezel verplaatste, liep er een slaaf met een lamp voorop en liepen er twee slaven achteraan om de heer tegen overvallers te beschermen. Slaven pasten ook wel eens op het huis. Over het algemeen vond men slaven maar sukkels. De meester liet wel eens in zijn testament opnemen dat een slaaf na de dood van de meester moest worden vrijgelaten[6]. Soms werden hen dan ook nog wat spulletjes en voedsel nagelaten.

Noten[bewerken]

  1. Op die leeftijd mochten ze dus weliswaar trouwen maar we weten niet of de echtelieden van dit soort vroege huwelijken geslachtsgemeenschap hadden.
  2. Punt 6: Het hertrouwen van weduwen werd door de kerk sterk ontraden. Late Oudheid West-Europa.
  3. De Germanen probeerden te verhinderen dat de weduwen zouden hertrouwen. Vroege Middeleeuwen West-Europa.
  4. Een tactiek die de kerk vaak toepaste. Keith Thomas, "Religion and the decline of magic".
  5. Rijkere mensen liepen niet door de straten maar verplaatsten zich op paarden en ezels in de late Middeleeuwen van West-Europa.
  6. Goede meesters en vrijlating in Rome.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.