Sociale geschiedenis van Byzantium/Documenten, brieven en literatuur

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Klooster
  3. Kerk
  4. Huis en bewoners
  5. Huwelijk, verwanten, vrienden en slaven
  6. Documenten, brieven en literatuur
  7. Bronnen en links

6. Documenten, brieven en literatuur

Testamenten bij toetreden tot klooster[bewerken]

Wie in een klooster trad, maakte op dat moment zijn testament op en vermaakte zijn bezittingen aan het klooster en zijn familieleden. Uit deze testamenten blijkt soms dat de schrijver genegenheid voor zijn familieleden voelde. Ook schreef hij wel eens over zichzelf, er zijn zelfs testamenten gevonden met haast autobiografische schetsen.

Rouwbetuigingen en huwelijksgedichten[bewerken]

Rouwbetuigingen en huwelijksgedichten geven ons veel informatie over het sociale en culturele leven maar enige vertrouwelijkheid is er niet in te vinden.

Brieven[bewerken]

Uit de tiende en elfde eeuw zijn honderden brieven gevonden. Deze zijn uitsluitend geschreven door mannen: hoge beambten, bisschoppen en medewerkers van de keizer.

Vooral de aristocraten en de rijken schreven in de tiende eeuw brieven. De meeste brieven werden niet zelf geschreven maar aan een secretaris gedicteerd. Ze werden door een bode gebracht. Sommige brieven bevatten de hele boodschap die overgebracht moest worden, andere brieven waren slechts een mooi geschreven achtergrondverhaal bij een mondelinge boodschap van de bode.

Brieven tussen vrienden[bewerken]

Vrienden schreven elkaar brieven over het nieuws, hun carrière en hun gemeenschappelijke vrienden. Ze schreven zonder terughoudendheid over hun stemmingen en hun kwaaltjes. Het interessantste in deze brieven zijn vaak de verontschuldigingen voor het feit dat ze zo lang niet geschreven hebben, bijvoorbeeld omdat zijzelf of hun kinderen ziek waren, omdat zij zorgen hadden enzovoort. Dit soort brieven werden, voor zover we weten, alleen door mannen geschreven.

Nooit staat er in zo'n brief een afwijkende mening. Ze schreven dat ze hun vriend misten. En dat deden ze op een dermate heftige manier, dat wij, eenentwintigste eeuwers, geloven dat het om homoseksuele relaties ging. Bijvoorbeeld: een hoge financiële beambte schreef rond 1000 in een brief aan een vriend die waarschijnlijk monnik was en met wie hij mogelijk een geestelijke vader[1] gemeen had:

  1. "Ik draag je voortdurend bij me in mijn ziel, broeder van mijn verlangen, terugdenkend aan jouw zo tedere gezelschap".
  2. "Ik heb je allerliefste brief ontvangen en hoe meer ik me daarin verdiep, hoe sterker de liefde wordt die ik voor je voel".

Vermoedelijk was dit echter de in die tijd gangbare vorm van retoriek.

Monniken werden wel eens verdacht van homoseksuele betrekkingen met mooie scholieren[2]. In de boeteboeken werden deze scholieren tot hun twaalfde als slachtoffer gezien en daarna als medeplichtigen.

Het lichaam[bewerken]

Een van de excuses die een vriend in zijn brief gebruikte waarom hij niet eerder geschreven had, was dat hij ziek was geweest. Dan beschreef hij zijn ziekte en daardoor ook vaak zijn eigen lichaam. Dat deed hij zonder veel schroom maar over de seksualiteit werd in deze brieven nauwelijks gerept.

De naaktheid van Adam en Eva en de mythologische figuren mocht vrijelijk worden weergegeven op sierkistjes en kunstvoorwerpen, net zoals dat in de Oudheid gebruikelijk was geweest. In de miniaturen van de handschriften echter werden vrouwelijke figuren helemaal ingepakt. Hun hoofden waren bedekt met grote hoeden en hun handen waren verstopt in mouwen.

Mannen die oorlog voerden of het land bewerkten werden afgebeeld met blote benen, maar in de steden zag men van de notabelen hoogstens de enkels.

Liefdesteksten[bewerken]

Pas in de elfde eeuw werd er over het liefdesleven geschreven. Er waren tektsten waarin werd beschreven hoe een man een vrouw kon verleiden. Omdat de mannen zo zeker wisten dat ze een vrouw konden verleiden, mochten ze een vrouw van de familie ook niet alleen laten met een vreemde want die zou dan natuurlijk proberen die vrouw te verleiden[3].

Ook waren er teksten waarin overspel werd beschreven: het genot ervan en de wroeging erna.

In de meeste brieven werd niet over seksualiteit gerept, maar in sommige brieven beschreef de (mannelijke) schrijver zijn seksuele verlangen zonder omwegen, net zoals dat in de Oudheid gebruikelijk was geweest. We krijgen echter meer helderheid over de opvattingen over de seksualiteit door de medische literatuur van die tijd te bestuderen.

Medische literatuur[bewerken]

Sommige rijken hadden een privébibliotheek waarin vaak boeken over huisgeneeskunst stonden zoals dieetkalenders waarin beschreven stond in welk seizoen men welk voedsel moest eten om de vier humores of lichaamssappen in evenwicht te houden volgens de leer van Hippocrates.

Vrouw[bewerken]

In deze medische boeken werd beschreven dat ook vrouwen seksueel verlangen en genot kenden. De medici van Byzantium verzekerden dat wellustig genot van beide partners tijdens de geslachtsdaad de kans op bevruchting vergrootte en goed zou zijn voor een correcte balans tussen warme en koude lichaamssappen die bepalend waren voor het geslacht en de gezondheid van het kind. Deze theorie uit de Oudheid bleef dus bestaan naast de strenge moraal van de monniken[4].

Er was ook een boek over de pathologie van de baarmoeder geschreven ergens tussen 500 en 1200. De baarmoeder zou stoornissen veroorzaken bij vrouwen die weduwe waren geworden terwijl ze nog vruchtbaar waren of bij vrouwen die niet of erg laat waren getrouwd, omdat bij deze vrouwen het natuurlijke verlangen geen uitweg kon vinden.

  1. Voor deze problemen werden in de medische boeken geen seksuele activiteiten maar medicijnen aanbevolen waarvan de samenstelling gegeven werd.
  2. Ook werden er medicijnen beschreven voor onvruchtbaarheid en voor problemen bij de bevalling,
  3. Er stonden methodes in de medische boeken om de maagdelijkheid van een vrouw vast te stellen zonder een plaatselijk onderzoek te doen.
  4. Van de andere kant werden er net zo goed methodes gegeven waarmee de vrouw het kon doen lijken alsof ze nog maagd was.
  5. Er stonden methodes in de medische boeken om een bekentenis van overspel af te dwingen.
  6. Recepten om contact met een derde onmogelijk te maken.
  7. Recepten om het genot van de vrouw of het paar te verhogen.
  8. Recepten om de borsten en het gezicht van de vrouw mooier te maken.

Man[bewerken]

In de hagiografieën werd het seksuele verlangen van de heilige beschreven als iets dat hij moest overwinnen. In andere boeken werd beschreven dat dit verlangen voor monniken een hindernis vormde en iets dat ze moesten onderdrukken.

Strenge moralisten veroordeelden zelfs de nachtelijke spontane zaadlozingen van monniken. De betreffende monniken mochten van hen enige tijd niet de sacramenten ontvangen en geen iconen aanraken. Anderen richtten zich meer op de leer van Hippocrates. Zij vonden spontane zaadlozingen geen probleem omdat het een natuurlijk verschijnsel was dat een overtollige vloeistof werd afgevoerd. Daar voegden ze echter aan toe dat die nachtelijke zaadlozing niet het gevolg mocht zijn van een heimelijk verlangen naar geslachtsgemeenschap met een vrouw dat zich in een droom een uitweg had gezocht. De betreffende monnik moest in dezen zijn geweten onderzoeken.

Uit de hagiografiën blijkt dat veel monniken streefden naar een afsterven van de zinnen. Zij probeerden daartoe intensief om zich de doden voor de geest te halen opdat alles dood zou worden.

Dromen en visioenen[bewerken]

De Byzantijnen waren geïnteresseerd in hun dromen en vatten ze op als waarschuwingen. Dromen van keizers en hoge politici werden opgeschreven en uitgebeeld. In het boek "de sleutel der dromen" van Achmetus werden dromen over kussen en zelfs dromen over geslachtsgemeenschap met dieren uitgelegd zonder er ophef over te maken.

  • Dromen over lichaams- en hoofdbeharing betekenden politieke macht en mannelijke potentie.
  • Dromen over het schoudergewricht voorspelden een voorkeur voor concubines boven wettelijke vrouwen.
  • Als een man in zijn droom naar een vrouw knikte, betekende dit dat hij binnenkort gelachtsgemeenschap met haar zou hebben.
  • Als een man in zijn droom nieuwe sandalen aandeed maar er niet op liep, zou hij binnenkort een vrouw of een concubine vinden.

Ook beschreef dit boek de symboliek van het lichaam.

  • De mond was een symbool voor het huis.
  • De tanden voor de verwanten.
    • De kiezen voor de kinderen: de jongens boven en de meisjes onder.

Visoenen waren destijds tamelijk gebruikelijk en werden niet als fantasieën gezien maar als religieuze ervaringen.

Bladzijde uit de Ilias, rond 500
St. Ioasaph preekt het christendom. 12de eeuws manuscript
Romeinse Cosmetica

Heldendichten[bewerken]

Het heldendicht Digenis Akritas beschreef het eenzame en avontuurlijke leven van de grenswachters die de grenzen van het Byzantijnse Rijk moesten bewaken. Dit soort heldendichten ging over heldendom en liefde, ver van de luxe van Constantinopel. Ze werden vanaf ongeveer 900 door rondtrekkende muzikanten ten gehore gebracht in Constantinopel en in de kastelen aan de oostgrens. Ze werden eeuwenlang mondeling overgeleverd maar vanaf de elfde tot de negentiende eeuw werden ze opgeschreven.

Romans[bewerken]

In hun vrije tijd lazen de mensen privélectuur: geschiedverhalen, politieke adviezen, stichtelijke vermaningen, geschriften over de kerkvaders en spiritualiteit, verslagen van het leven en de wapenfeiten van generaals en keizers. En tot slot de heiligenlevens.

De roman "Barlaam en Ioasaph"[bewerken]

De roman Barlaam en Ioasaph gaat over de monnik Barlaam die, verkleed als koopman, de Indische koning en zijn zoon Ioasaph overhaalde om monnik te worden. Het verhaal heeft volgens sommigen overeenkomsten met de geschiedenis van Boeddha. Nu deden veel Griekse, Romeinse en Byzantijnse verhalen inspiratie op uit de oosterse literatuur maar in dit geval was het thema van de koning-monnik actueel in de Byzantijnse literatuur van de tiende eeuw. Dit boek was een mengsel van stichtelijkheid en avontuur en de meeste afschriften waren rijk voorzien van miniaturen.

De roman van Alexander[bewerken]

Deze roman zou al in de derde eeuw voor het eerst zijn verschenen. Alexander ging naar India vanwaar hij zijn leermeester Aristoteles schreef maar hij bezocht ook de werelden onder de zeeoppervlakte en het hiernamaals. Ook deze roman is een mengsel van stichtelijkheid en avontuur.

Vrouwen[bewerken]

Er waren hagiografieën over vrouwelijke heiligen. Vrouwen mochten stichtelijke lectuur lezen maar ze mochten tot circa 1150 in principe geen klassieke literatuur lezen. Want daarin was sprake van allerlei heidense goden in plaats van de ware God en de beschrijving van de seksualiteit was bedreigend realistisch. Voor mannen was dat klaarblijkelijk geen probleem.

Vrouwen mochten nauwelijks het huis verlaten[5]. Een vrouw mocht bijvoorbeeld wel medicijnen gaan studeren maar daarna mocht ze dit alleen maar binnen haar eigen huis in praktijk brengen. En dat voegde weinig aan haar leven toe, want in bijna elk huis van een notabele stond wel een bundel over huisgeneeskunst en die werd toch al meestal door de vrouw des huizes toegepast.

De vrouw van de notabele bracht vaker haar tijd door met het samenstellen van cosmetische artikelen, met het opstellen van schoonheidsrecepten en desnoods met spinnen, weven en borduren.

Straat, platteland en natuur[bewerken]

In de tiende en elfde eeuw werd er weinig geschreven over wat er op straat gebeurde. Het bestaan van kleine ambachtslieden die op straat werkten en schooiers in de portieken en kroegen werd in sommige literatuur in het voorbijgaan aangestipt. Pas in de twaalfde eeuw zou er meer geschreven gaan worden over het leven buiten de deur.

Over het platteland werd weinig geschreven. De plattelandsbevolking in de provincie werd als rauw en primitief omschreven door de stedelingen die daar voor de overheid en de kerk werkten of er naar verbannen waren.

Ook over de natuur werd weinig geschreven. In de tiende en elfde eeuw zag men de natuur als iets dat ontgonnen moest worden in de vorm van landbouw en mijnbouw. Alleen de jager en de kluizenaar hadden een persoonlijke band met de eenzame en onontgonnen natuur.

Noten[bewerken]

  1. Na de negende traden sommige monniken-priesters op als een soort zieleherders die leken van buiten het klooster "adopteerden". Zij waren niet alleen maar een biechtvader maar ook een geestelijke vader.
  2. Er zaten ook lekenscholieren op de kloosterschool die geen monnik zouden worden.
  3. Als er mannen in huis op bezoek kwamen, zelfs al waren het keizerlijke gezanten, dan hoorden ze de vrouwen van dat huis niet te benaderen.
  4. Huwelijk in de late Oudheid.
  5. Byzantijnse vrouwen mochten hun huizen verlaten om naar de kerk of een heiligdom te gaan of om hun familie te bezoeken.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.