Sociale geschiedenis van Byzantium/Inleiding

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Klooster
  3. Kerk
  4. Huis en bewoners
  5. Huwelijk, verwanten, vrienden en slaven
  6. Documenten, brieven en literatuur
  7. Bronnen en links

1. Inleiding

Byzantium, gebied tussen 476 en 1400

Het Byzantijnse Rijk was sinds ongeveer 500 de naam van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk met als hoofdstad Constantinopel, het latere Istanboel. Het West-Romeinse Rijk was reeds in de vijfde eeuw ten onder gegaan in de Grote Volksverhuizing. Het oostelijke deel had deze volksverhuizing veel beter doorstaan.

Vanuit het West-Europese standpunt gezien, vormde dit rijk lange tijd een buffer tussen West-Europa en het Arabische Rijk, het Seltsjoekenrijk en het Mongoolse Rijk.

De cultuur en de taal van dit rijk waren overwegend Grieks.

In het Byzantijnse Rijk werd de kennis van de Oudheid beter bewaard dan in het westelijke deel van het Romeinse Rijk. Deze kennis werd, samen met die van de Arabieren, via Zuid-Spanje, Sicilië en Constantinopel naar West-Europa gebracht.

Na circa 550 werd het rijk langzamerhand steeds kleiner, maar pas in 1453 werd het laatste stukje rond Constantinopel door de Ottomanen veroverd.

Byzantijnse Rijk ca. 550. Veroveringen door Justinianus in het groen
Psalter van Parijs, Constantinopel, ca. 975

Korte geschiedenis[bewerken]

Tussen 200 en 400 had het Oost-Romeinse Rijk minder problemen dan het West-Romeinse Rijk, omdat het sterkere steden had en rijker was. Door die rijkdom kon men buitenlandse huursoldaten aannemen en zelfs invallende vijanden afkopen.

In 330 verplaatste Constantijn de Grote de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar Constantinopel (stad van Constantijn). Het christendom werd door Constantijn weliswaar niet als de officiële staatsreligie erkend, maar had wel zijn voorkeur. Hij gaf het christendom veel privileges: zo hoefden geestelijken geen belasting te betalen, werden christenen bevoordeeld bij het toekennen van regeringsposten en kregen bisschoppen juridische macht.

Na 381 werd de patriarch van Constantinopel de leider van de christelijke kerk in Byzantium.

Theodosius I was de laatste keizer die (nog even) over beide helften van het Rijk heerste. Toen hij in 395 stierf, werd het Rijk in twee delen verdeeld onder zijn zoons. Arcadius werd keizer van het Oosten en Honorius keizer van het Westen. Het Oost-Romeinse Rijk veranderde steeds meer van een Latijns rijk in een Grieks rijk.

Theodosius II gaf in 435 de binnenvallende Hunnen van Attila 114,5 kilo goud om Byzantium met rust te laten en daarna nog eens 229 kilo.

Leo I was in 457 de eerste keizer die zich niet liet kronen door een militaire leider, zoals de Romeinse traditie altijd had voorgeschreven, maar door de patriarch. En dat zou gedurende de hele Middeleeuwen de gewoonte blijven.

Het West-Romeinse Rijk had te lijden van een aantal invallende Germaanse volkeren terwijl het Oost-Romeinse Rijk gespaard bleef. In 476 kwam het West-Romeinse Rijk ten einde,

Justinianus I (482-565) was een van de grootste vorsten uit de Byzantijnse geschiedenis.

Hij veroverde een groot deel van Noord-Afrika rond Carthago op de Vandalen.
Hij veroverde Sicilië, Italië, en Dalmatia op de Ostrogoten
Hij veroverde het zuidelijkste deel van Spanje op de Visigoten.

Daarna werd het rijk steeds kleiner.

In de tiende eeuw leefden in de steden van Byzantium de handel en de ambachten op. Er was handel in: zijde, kruiden, huiden en slaven. De meeste handelaren waren Joden, moslims of kooplui van Amalfi en Venetië.

In de elfde eeuw was er een grote toestroom van Italiaanse kooplieden. De grootste handelsplaatsen waren Constantinopel, Thessaloniki en Rabzon. Ook Antiochië, Alexandrië en Carthago waren lange tijd redelijk welvarende gebieden met handel en industrie. Buitenlandse handelaren kregen in de hoofdstad veel privileges. Constantinopel werd een metropool.

Byzantijns schip gebruikt Grieks vuur, rond 1100

Oorlogen[bewerken]

Het Byzantijnse Rijk voerde talloze oorlogen. De meeste van die oorlogen waren verdedigingsoorlogen en soms kroop het rijk door het oog van de naald.

  • In 1204 werd Constantinopel door de kruisvaarders geplunderd en raakte het rijk definitief in verval. Daardoor kwam er een grote uittocht op gang van Byzantijnse intellectuelen en kunstenaars naar het steeds welvarender wordende West-Europa. Met name voor Italië betekende dit een belangrijke stimulans voor de opkomst van Renaissance.
  • Het Ottomaanse Rijk, dat in de veertiende eeuw het rijk van de Seltsjoeken had opgevolgd, versloeg in 1453 Constantinopel. Dat betekende het definitieve einde van het Byzantijnse Rijk.

Land en volk[bewerken]

De keizer leefde met zijn juridische en fiscale administratie in Constantinopel. Verder waren er in Byzantium burgers en militairen, machtigen en armen. Het volk mocht weinig meer dan applaudiseren voor de keizer. Maar in de tiende en elfde eeuw leefde het stedelijke leven op en dat leidde tot een vorm van democratie zodat de burgerbevolking van ambachtslieden en kooplui enige politieke druk kon uitoefenen op de almachtige keizer en zijn hof.

In de provincie lagen steden die meestal versterkt waren. In de plattelandsdorpen leefde een boerenbevolking bestaande uit landheren, kleine landeigenaren, boeren en slaven. In Anatolië lagen grote domeinen van particulieren en kloosters.

Het oostelijk deel van het Rijk leidde min of meer een eigen leven en stond al vanaf de zevende eeuw in contact met de islam.

Bronnen uit de tiende en elfde eeuw[bewerken]

Een groot aantal bronnen over het Byzantium van de tiende en elfde eeuw zijn vernietigd of nog niet ontdekt:

  • Veel materiaal is vernietigd door aardbevingen.
  • Negentiende eeuwse archeologen hebben met hun opgravingen veel materiaal vernietigd (zoals bijvoorbeeld bij de opgravingen van Troje).
  • Archeologisch onderzoek in het betreffende gebied stond in de twintigste eeuw nog in de kinderschoenen.

Handschriften[bewerken]

Er zijn boeken gevonden die door kopiïsten met de hand zijn gemaakt. Deze handschriften werden in de tiende en elfde eeuw vaak met miniaturen verlucht. Deze miniaturen kunnen ons veel leren over het leven in Byzantium. Echter:

  • De opdrachtgevers bepaalden vaak hoe die miniaturen eruit moesten zien.
  • Mogelijk zijn veel miniaturen kopieën van afbeeldingen uit de Oudheid.

Kloosters[bewerken]

Veel archiefbronnen komen uit kloosters, en dan vooral uit kloosters die op de berg van Athos stonden. Het gaat daarbij om stichtingsoorkonden, schenkingsoorkonden en testamenten. Een monnik die tot een klooster toetrad, mocht geen bezit hebben en dus vermaakte hij bij zijn toetreden zijn bezittingen per testament aan zijn verwanten en het klooster.

Bibliotheken[bewerken]

Er zijn boeken gevonden die deel uitmaakten van de bibliotheken van kloosters en particulieren:

  • Gebedenboeken.
  • Droomuitleg, zoals de "de sleutel der dromen" van Achmetus (gebaseerd op boeken uit de Grieks-Romeinse Oudheid).
  • Huisgeneeskunst zoals dieetkalenders waarin beschreven werd in welk seizoen men welk voedsel moest eten om de vier humores of lichaamssappen in evenwicht te houden volgens de leer van Hippocrates. Deze boeken zijn echter moeilijk te dateren.

Hagiografieën[bewerken]

Hagiografieën (heiligenlevens) zijn de enige vorm van levensgeschiedenissen die ons uit de tiende en de elfde eeuw zijn overgeleverd. Hierin werden zowel de voorbeeldfunctie van de heilige als zijn leven beschreven. Ze werden door monniken geschreven tot meerdere eer van het klooster waarin de heilige als monnik geleefd had, of tot meerdere eer van het gebedsoord dat aan de betreffende heilige was gewijd, of om de viering van zijn feest luister bij te zetten.

Er werden ook vrouwelijke heiligen beschreven. Heiligen waren nooit mensen uit het volk, maar altijd mensen die vóór hun intrede in het klooster al carrière hadden gemaakt als leek.

Officiële boeken van kerk en staat[bewerken]

  • Er is wetgeving van de keizer en de kerk uit de tiende en elfde eeuw gevonden.
  • Er is officiële geschiedschrijving uit die tijd gevonden maar die beschreef vrijwel uitsluitend de keizer en zijn omgeving.
  • Er is een vonnissenboek gevonden van een rechter die van 1000-1030 zetelde in Constantinopel. Deze vonnissen leren ons veel over huwelijks- en familietwisten.
  • Er zijn ook huwelijkscontracten gevonden. In slechts één (joods) huwelijkscontract was sprake van een bruidsschat.
  • Tot slot zijn er ook penitentieboeken uit de elfde eeuw gevonden. Vermoedelijk hadden deze boeken dezelfde functie als de boeteboeken in West-Europa waarvan er echter veel meer van gevonden zijn.

Brieven en literatuur[bewerken]

Uit de tiende en elfde eeuw zijn honderden brieven gevonden. Deze zijn uitsluitend geschreven door mannen: hoge beambten, bisschoppen en medewerkers van de keizer.

Het heldendicht Digenis Akritas beschreef het eenzame en avontuurlijke leven van de grenswachters die de grenzen van het Byzantijnse Rijk moesten bewaken. Dit soort heldendichten ging over heldendom en liefde, ver van de luxe van Constantinopel. Ze werden door rondtrekkende muzikanten ten gehore brachten in Constantinopel en in de kastelen aan de oostgrens vanaf ongeveer 900. Ze werden eeuwenlang mondeling overgeleverd maar vanaf de elfde tot de negentiende eeuw werden ze opgeschreven.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.