Sociale geschiedenis in de literatuur 1500-1795/Memoire en journaal

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Middeleeuwen
  2. Renaissance
  3. Barok
  4. Classicisme
  5. Memoire en journaal
  6. Engels dagboek
  7. Medisch journaal
  8. Roman
  9. Bronnen en links

5. Memoire en journaal

Zie ook: Literatuur in de late Middeleeuwen, 1300-1500
Zie ook: Brieven en kronieken in Toscane, 1300-1500

Memoire[bewerken]

In de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw verschenen veel geschiedenismemoires. De Romeinen hadden ze commentaren genoemd. Het waren beschrijvingen van politieke of historische gebeurtenissen die waren opgeschreven door personen die bij die gebeurtenissen betrokken waren geweest als medespeler of als ooggetuige. In de memoire beschreven en rechtvaardigden de schrijvers hun daden in die gebeurtenissen: hun politieke, militaire of diplomatieke optreden. Het was hun bedoeling dat die memoires gepubliceerd zouden worden[1].

Bij elke politieke of godsdienstige gebeurtenissen zoals de fronde of de vervolging van de Hugenoten (Franse calvinisten) en de oorlogen van Lodewijk XIV gingen weer velen een memoire schrijven. Meestal waren dat notabelen die heel hun leven aan het publieke leven hadden gewijd, zoals maarschalken, partijaanvoerders en parlementariërs. Mensen uit het volk of de kleine burgerij schreven maar zelden een memoire.

In de memoire beschreef men alleen maar het publieke leven, en haast nooit het persoonlijke leven. De memoire bevatte nauwelijks vertrouwelijkheden, biechten of zelf-analyses. Toch waren er ook meer persoonlijke memoires, die de schrijvers bijvoorbeeld over hun kinderen of over hun jeugd schreven.

Tegen 1700 werd in sommige memoires wel eens onthuld dat bekende, publieke gebeurtenissen in feite waren veroorzaakt door verborgen, berekenende en duistere privé-zaken. Zo zouden bijvoorbeeld bepaalde revoluties veroorzaakt zijn door jaloezie of verliefdheid. In dat geval werd er dus wel degelijk over het privéleven geschreven.

In de memoire was de ik-figuur weliswaar de handelende persoon maar toch was de memoire vaker een portret van een ander: van een verwante, een vriend of een meerdere. Uit de, meestal zelfgenoegzame, rechtvaardiging van de acties van de schrijver, blijkt desondanks enige interesse in het subject (het "ik").

Journaal[bewerken]

De vroegere (familie)kroniek werd in de zeventiende en achttiende eeuw journaal (of dagboek) genoemd. Een journaal was van oorsprong een boek waarin een huisvader of koopman elke dag zijn inkomsten en uitgaven opschreef. Tijdens het classicisme werden er steeds meer journaals geschreven. Stadsburgers schreven reisjournalen en familiejournalen. Artsen schreven medische journaals.

De Franse journaalschrijver schreef nauwelijks iets over zijn echtelijke leven en zeker niet over zijn huwelijksproblemen. Verliefdheden bleven ook onbesproken. De weinige journaalschrijvers die over deze zaken toch iets opschreven, deden dat bijvoorbeeld in het Grieks, zodat niemand in hun omgeving het kon lezen.

Geleidelijk aan kwam er toch wat meer informatie in de journaals te staan dan alleen maar de inkomsten en de uitgaven. Soms stond er iets in over het huis, de kamers, het bed, het gezin en over wat er op straat gebeurde. De Franse journaals beschreven deze zaken echter alleen maar in het voorbijgaan, als ze onderdeel waren van een verhaal waarvan ze vonden dat het in het journaal beschreven moest worden.

  • Als er een kind was geboren, vermeldde de schrijver dat kort. Bijvoorbeeld: ons kind is geboren in de gele benedenzaal. Dan weten we dat de schrijver een gele benedenzaal had.
  • Als er vernieuwingen of reparaties aan het huis werden gedaan, werden die vermeld: het waren per slot van rekening uitgaven. Een bepaalde muur werd gestuct, een vloer werd betegeld, een haard werd verbeterd, een planken vloer werd gerepareerd. En dan werd er meestal bij vermeld in welk vertrek: de zaal, keuken, bijkeuken, bovenkamer of trap.
  • Ook de huizen of het landschap rondom het eigen huis werden wel eens kort beschreven. Bijvoorbeeld: ergens in de buurt van het huis van een journaalschrijver werd een molen herbouwd en in zijn journaal maakte hij daar elke dag even een notitie over. Er werden stenen en hout naartoe gebracht. Er waren timmerlui, metselaars, leidekkers en steenhouwers.
  • In een bepaald journaal werd helemaal niets verteld over het huis totdat er in 1673 brand uitbrak. Die brand werd natuurlijk in het journaal beschreven en toen werd duidelijk dat er een kamertje was, afgeschoten met een wandtapijt, waar de dienstmaagd en de kinderen in sliepen. Verder werden de bedden beschreven, de tapijten, alkoven, kasten, portretten, het betimmerde trappenhuis, de dakbedekking van lei en lood, de kamers die vol rook stonden, de paniek, het geschreeuw, meubels die men door het raam naar buiten gooide en naakte, huilende kinderen die men naar het dorp bracht.

Verder vermeldden de Franse journaals steeds vaker de heiligen van de dag, de jaarfeesten, zonnestanden, wat de schrijver gehoord of gezien had, zijn gezondheid en ziekte. Maar ze lieten vrijwel nooit iets van de emoties van de schrijver zien. Er werden geen vertrouwelijke mededelingen in gedaan[2]. Mede dankzij het autobiografische werk van Rousseau (1712-1778) zou na de Franse Revolutie het intieme dagboek, waarin de schrijver over zichzelf schreef, veel meer voorkomen in Frankrijk. In Engeland bestond het intieme dagboek al in de zestiende eeuw[3].

Omdat men elke dag alles direct opschreef zoals het zich voordeed, werden handelingen in stukken beschreven en kon zich nooit een lopend verhaal ontwikkelen. Journaals waren beslist geen diepzinnige beschouwingen en ze waren in een eenvoudige schrijfstijl geschreven met telkens herhaalde formuleringen. Meestal ziet men de journaals dan ook niet als een vorm van literatuur, maar de kooplieden waren ook helemaal niet bezig met literatuur. De boeken waren niet bedoeld om uitgegeven te worden. De meeste journaals bevatten niet meer dan een paar bladzijden, dan stopte men er alweer mee. Er zijn echter ook heel uitgebreide dagboeken gemaakt die het hele dorpsleven behandelden met aantekeningen over doopsels, huwelijken en sterfgevallen.

Het bestuderen van journalen levert meestal maar weinig informatie op over het persoonlijke leven. We kunnen daar veel meer over leren door te kijken naar gravures, prenten en schilderijen of door het bestuderen van overlijdensinventarisaties. Daaruit kunnen we leren hoe de kamers eruit zagen, het meubilair, de voorwerpen, wandbekleding, stoffen en portretten, of het in de kamers licht of donker was, of er enig comfort was of totaal niet.

Omdat het journaal niet over de publieke daden van de schrijver ging, hoefde de waarheid van het geschrevene niet bewezen te worden. De lezer nam de woorden van de journaalschrijver voor waar aan want deze had opgeschreven wat hij zelf gezien en meegemaakt had.

In de memoire stond het "ik" al enigszins in de belangstelling, omdat de schrijver ervan zijn publieke daden wilde tonen en rechtvaardigen. In het journaal was dit accent op dit "ik" nog zwaarder. De schrijver schreef over zaken die er eigenlijk niet zo heel veel toe deden. Hij wilde voor het nageslacht bewaren wat hij gehoord en gezien had. De blik van de enkeling werd belangrijk.

Voorbeeld: het journaal van een landjonker[bewerken]

In dit journaal beschreef een landjonker voornamelijk zijn sociale contacten. Zijn huis en het landschap werden alleen aangeduid in zoverre ze een rol speelden in zijn sociale contacten. Hij beschreef hoe hij sprak met zijn knecht die hij opdrachten gaf en in de hand zijn loon uitbetaalde. Hij beschreef de opdrachten die hij op het land aan zijn landarbeiders gaf. Hij schreef over de mensen met wie hij praatte in hun of in zijn huis of op het land. Hij schreef over de mis op zondag. De boeren hadden heel de week opgesloten gezeten in hun gehuchten en moesten doorlopend werken, dus de zondagse mis was voor hen een uitje. Ze ontmoetten elkaar op weg erheen en voor de kerk. Tijdens de mis nodigde de landjonker de pastoor uit om bij hem op het landhuis te komen dineren.

De landjonker was heel sociaal en gastvrij, hij nodigde boeren, dorpelingen, ambachtslieden, juristen en andere landjonkers uit. Hij ontving ze in de keuken, die verwarmd werd en waar zich het dagelijkse leven afspeelde, bijna nooit in de zaal, soms in zijn slaapkamer en soms ook als hij al of nog in bed lag. De gasten kwamen niet gauw ongelegen. Gasten die onverwacht de keuken binnenstapten, kregen meestal wat te eten. Als ze 's avonds kwamen, kregen ze een diner. Als het donker was geworden, liet de landjonker ze niet naar huis gaan, dat was gevaarlijk en men was er bang voor, daarom bood hij ze een bed aan.

Ook in dit journaal staan geen ontboezemingen. Over mensen die ziek waren of stierven werd niet emotioneel of droevig geschreven. De landjonker beschreef wel hoe het hele dorp solidair was met de zieken. Iedereen bezocht hen, hielp en gaf aandacht en cadeaus. Ze verzorgden de zieken want de arts en de barbier-chirurgijn woonden kilometers verderop in de stad. Bij de stervenden kwam iedereen voor een laatste bezoek en een laatste gesprek.

Gezinsleven in het Franse journaal[bewerken]

In het Franse journaal werd weinig over het gezinsleven medegedeeld, dat moet je tussen de regels door lezen. Dit werd veroorzaakt door de classicistische tijdsgeest: men vermeed vertrouwelijkheden en ontboezemingen en was zuinig met woorden.

Vrouw in het Franse journaal[bewerken]

Slechts een heel enkele keer schreef in Frankrijk een vrouw een journaal. De invalshoek van de echtgenote en moeder ontbrak dus. Toch bestierde de vrouw het huishouden, voedde de kinderen op en beheerde ook vaak het geld.

De journaal-schrijvende man schreef maar zelden over zijn vrouw (en ook maar zelden over zichzelf). Haar uiterlijk werd niet beschreven, er werd ook niet beschreven of ze al dan niet een goede verstandhouding had met haar man en hoe ze als moeder was. De schrijver stipte haar bestaan wel eens aan als hij het over het personeel had of over huishoudelijke zaken en de kinderen. Hij deed een goed verlopen bevalling (die meestal een keer per jaar plaatsvond) met een paar woorden af[4]. Hij noemde zijn vrouw wat vaker in het journaal als ze bijvoorbeeld ziek werd tijdens een bevalling of als het kind stierf. De schrijver beschreef haar pas expliciet als ze gestorven was. De tederheid die hij voor haar voelde, werd ook dan niet duidelijk uitgesproken maar moet vaak onder de weinige woorden geraden worden.

Kind in het Franse journaal[bewerken]

Ook kinderen werden niet vaak in de Franse journaals besproken. Maar heel sporadisch werd er uiting gegeven aan genegenheid voor een kind. Op schilderijen uit de zeventiende eeuw blijkt echter dat die genegenheid er wel degelijk was. De ouders hielden in de zeventiende eeuw wel van hun kinderen, maar ze lieten dit in de achttiende eeuw meer merken[5].

In de journaals werd de geboorte van een kind altijd kort vermeld, evenals de doop. Het kind werd aan God en Christus opgedragen. De uitgaven voor het kind werden wel uitgebreid vermeld:

  • Uitgaven voor een wieg, kleding, schoentjes, speelgoed enzovoort.
  • Uitgaven voor het uitbesteden van het kind bij een min op het platteland gedurende de eerste twee levensjaren.
  • Uitgaven voor het in de leer doen bij een meester-handwerksman, koopman of winkelier als het kind 7, 8 of 9 jaar oud was.
  • Uitgaven voor het sturen van het kind naar een college-internaat of kloosterpensionaat.

Maar in de journaals werd niet geschreven over het uiterlijk van het kind, zijn karakter, zijn lichamelijke ontwikkeling, zijn spelletjes en zijn kwajongensstreken. Zelfs als het kind stierf, werden er niet veel woorden aan besteed. Mogelijk was de vader ongevoelig maar het is waarschijnlijker dat hij wel degelijk liefde en verdriet voelde maar daar niet over wilde schrijven.

Zelfs in een van de zeldzame journaals die door een vrouw werden geschreven, blijkt de dood van haar kind alleen maar uit de plotselinge woorden: "zes pond uitgegeven om mijn arme kind te laten begraven". Het verdriet van de moeder blijkt alleen maar uit het woord "arme" en uit haar trillende handschrift. Men wilde in de zeventiende eeuw geen dingen opschrijven die "er niet toe deden". Verknocht zijn aan een volwassene was nog te begrijpen, maar aan een kind niet.

Conclusie[bewerken]

Het privéleven werd in Frankrijk tot 1650 vrijwel niet beschreven in de memoires en de journaals. De schrijvers hiervan schreven niet voor hun plezier. Zij gaven de feiten kort en droog weer zonder veel betrokkenheid. Over hun gezin, hun huwelijk, ziekte, emoties en seksualiteit schreef men in de Franse journalen niet, dat hoorde niet volgens de wellevendheidsregels.

De conclusie dat men tot 1650 in Frankrijk geen privéleven had is echter voorbarig. Het innerlijke leven werd wel degelijk al voor 1650 beschreven maar dan in andere soorten literatuur: gewetensonderzoeken, biechten en godsdienstige dagboeken.

Noten[bewerken]

  1. Ook de biechten of bekentenissen waren geschreven om gepubliceerd te worden.
  2. Dat was namelijk in strijd met de wellevendheid.
  3. Engels intiem dagboek.
  4. Over bevallingen kunnen we meer te weten komen door naar gravures en schilderijen te kijken.
  5. 4) Na 1700 verschoof de opvoeding van het kind deels weer terug naar zijn familie.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.