Naar inhoud springen

Renaissance/Religie en spiritualiteit

Uit Wikibooks

De ingrijpendste gebeurtenis op religieus gebied in de renaissance was de protestantse reformatie, opgestart door Maarten Luther in Duitsland. Hij was ervan overtuigd dat de Rooms-Katholieke Kerk van zijn tijd afgeweken was van het Bijbels begrip van geloof en redding, met name door de praktijk van het verkopen van aflaten. Zijn historische vijfennegentig stellingen op de deur van de Slotkapel Wittenberg in 1517 betekenden het begin van een religieuze opleving in heel Europa. De hervormers (bekend als "protestanten") wezen de christenen op het belang van vier punten:

  1. Sola Scriptura, wat "de Schrift alleen ' betekent;
  2. Sola gratis, wat betekent redding "door (Goddelijke) genade alleen", dus niet door goede werken te doen;
  3. Sola fides, wat betekent "geloof alleen";
  4. het 'priesterschap van alle gelovigen', wat flagrant in strijd was met de Katholieke Kerk die de paus als bemiddelaar tussen God en mens zag. De reformatie eindigde in een breuk en de oprichting van nieuwe instituten zoals het lutheranisme, de gereformeerde kerken en de anabaptisten, een radicale tak waarvan de naam betekent "zij die opnieuw dopen".

Tijdens de reformatie sloofden zowel katholieke als protestantse leiders zich uit om nauwkeurig alle overtuigingen en praktijken vast te leggen waarvan men geloofde dat die noodzakelijk waren voor het zielenheil. Daarnaast probeerden katholieke autoriteiten tevergeefs om de verspreiding van de ongeoorloofde protestantse vertaling van de Schrift door William Tyndale, een vertaling die leerstellingen en institutionele structuren van het katholieke geloof ter discussie stelt, een halt toe te roepen. Deze doctrines en structuren, met name de interpretatie van het ritueel van de eucharistie (of het "Heilige Avondmaal"), werd met zo'n intense ijver betwist dat het het leven kostte aan martelaren zoals Anne Askew en Robert Aske.

De reformatie leidde ook tot de contrareformatie binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Paus Paulus III startte het Concilie van Trente, een raad van kardinalen, belast met institutionele hervormingen, waarbij corrupte bisschoppen en priesters, aflaten, en andere financiële misstanden op de agenda stonden. De Raad verwierp duidelijk specifieke protestantse posities en bevestigde de basisstructuur van de middeleeuwse kerk, het sacramentele systeem, de religieuze ordes en de leer. Zij verwierp elk compromis met de protestanten en herformuleerde fundamentele stellingen van het rooms-katholicisme. De Raad bevestigde duidelijk het dogma van de verlossing door geloof en werken (tegen het ‘Sola gratis’ van de protestanten dus). Transsubstantiatie, waarin de geconsacreerde brood en wijn werden voorgehouden om (in hoofdzaak) het bloed van Christus te worden, werd ook bevestigd, samen met de zeven sacramenten. Andere katholieke praktijken die de woede van de liberale hervormers wekten binnen de Kerk, zoals aflaten, bedevaarten, de verering van heiligen en relikwieën, en de verering van de Maagd Maria, werden eveneens nog eens duidelijk bevestigd als spiritueel onontbeerlijk en goed. Het Concilie van Trente bestendigde dus de kloof tussen katholieken en protestanten, een opdeling die zou leiden tot het uiteenvallen van grote Europese rijken in het moderne natie-staat-systeem.

In het renaissancetijdperk werd ook de Kerk van Engeland opgericht door koning Hendrik VIII van Engeland, dit na een breuk met de Rooms-Katholieke Kerk in 1534, alsook de Jezuïetenorde van rooms-katholieke priesters, opgericht door Ignatius van Loyola. In 1534 stichtten Ignatius en zes andere studenten in Montmartre de Sociëteit van Jezus om ziekenhuis- en zendingswerk te gaan doen in Jeruzalem, of om te gaan waar de paus hen ook heen zond. In 1537 kregen ze een eervolle vermelding van paus Paulus III en werden tot priester gewijd. De jezuïeten, zoals ze later werden genoemd, wijdden zich noodgedwongen aan prediking en aan liefdadigheidswerk in Italië, omdat de nieuwe oorlog tussen keizer Karel V van van het Heilige Roomse Rijk, Venetië, de paus en het Ottomaanse Rijk elke reis naar Jeruzalem onmogelijk maakte. Naarmate de beweging zich ontwikkelde, concentreerden de jezuïeten zich op drie activiteiten. Ten eerste richtten ze uitstekende scholen op in heel Europa. Jezuïetenleraren werden rigoureus getraind in zowel klassieke studies als theologie. Hun tweede missie was om niet-christenen te bekeren tot het katholicisme, zodat ze missionarissen begonnen op te leiden om uit te zenden. Hun derde doel was om de verspreiding van het protestantisme te stoppen, wat hun vrij goed lukte in Polen en Zuid-Duitsland.

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.