Renaissance/Kritiek op gebruik als historische periode

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Renaissance


'Renaissance' als periodebegrip werd slechts in de loop van de 19e eeuw gebruikelijk, vooral naar aanleiding van Jacob Burckhardts in 1860 verschenen boek Die Kultur der Renaissance in Italien. De Italiaanse renaissance zag hij in dat werk als een breuk met de middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd. Deze historiografische visie werd door latere historici, mediëvisten en in het bijzonder de historicus Johan Huizinga bekritiseerd. Moderne historici spreken tegenwoordig soms bijvoorbeeld van vroegmoderne tijd en, voor zover zij de term 'renaissance' gebruiken, bedoelen zij hiermee de overgangstijd van middeleeuwen naar nieuwe tijd zonder de connotatie van een culturele bloeiperiode voor heel Europa. [1]

Op Burckhardts visie als zou de renaissance een opzichzelfstaande periode zijn die een breuk betekende met de middeleeuwen, kwam veel kritiek van latere historici en mediëvisten.[2]

  • De mediëvisten betoogden dat de echte renaissance al begonnen was in de 12e eeuw, ook renaissance van de twaalfde eeuw genoemd. Deze Italiaanse renaissance was niet zo uniek.[2] Eind 8e eeuw, begin 9e eeuw was er namelijk al sprake van een Karolingische renaissance, een onder het bewind van de Karolingers vallende bloei van letteren en kunsten, en in de tweede helft van de 10e eeuw vond de Ottoonse renaissance plaats.
  • Sociaal-economische historici onthulden dat die renaissance de gewone man onberoerd had gelaten en vooral een zaak van de elite was geweest. Ook economisch was het niet zonder meer een periode van hoogconjunctuur te noemen.[2]
  • De Leidse historicus Johan Huizinga was van oordeel dat de renaissance wat Noord-Europa betrof niet zozeer het begin van iets nieuws was geweest, maar eerder het verdwijnen, 'wegslijten' van middeleeuwse culturele vormen.[2][3]
  • De historicus Peter Burke stelt zich ook vragen over de waarde van renaissance als periodebegrip. In zijn boek 'The Renaissance' (1987) neemt hij duidelijk afstand van de renaissance als gouden tijdperk van de cultuur. Hij wijst erop dat Burckhardt de zelfverheerlijkende visie van geleerden en kunstenaars uit die periode kritiekloos had overgenomen.[2]

Als gevolg van deze 'revisionisten' dreigde de term 'renaissance' onder historici in onbruik te raken. Sommigen riepen op om een einde te maken aan het gebruik van de term, die zij zagen als een product van presentisme - het anachronistisch gebruik van de geschiedenis om moderne idealen te verheerlijken.[4] Voor zover zij de term 'renaissance' gebruiken, bedoelen zij hiermee de overgangstijd van middeleeuwen naar nieuwe tijd zonder de connotatie van een culturele bloeiperiode voor heel Europa. In dat geval worden in de regel zowel de vijftiende als een groot deel van de zestiende eeuw tot de Renaissance gerekend.

Aan de Amerikaanse Universiteit van Columbia kwamen alternatieve benamingen zoals 'Overgangsfase in Europa, 1300-1600' in de plaats van het omstreden begrip 'renaissance'.[2] Historici aangesloten bij de American Historical Association[5] zien af van het gebruik van de term in deze context en verwijzen naar de historische periode van renaissance en reformatie als the Early Modern Period, de vroegmoderne tijd. Andere historici, zoals Emmanuel Le Roy Ladurie, gaan nog verder en bestuderen de samenhang en continuïteit van de lange periode tussen ongeveer de elfde en negentiende eeuw,[6] een benadering die bekend werd als het concept van de longue durée.

« 'Er is een sterk gevoel van onwerkelijkheid over de renaissance. De wijze van denken die geacht wordt om een onderscheid te maken tussen de moderne Europese beschaving en zowel de middeleeuwse christelijke als andere niet-Europese beschavingen zoals de islam had geen duidelijk begin en geen einde ... »
(de Britse historicus Norman Davies[7])
Referenties
  1. Johan Huizinga sprak zelfs over 'De Herfsttij der middeleeuwen' (1919) bij zijn bespreking van de renaissance in Frankrijk en de Bourgondische Nederlanden.
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 D.J. Roorda: 'Overzicht van de Nieuwe Geschiedenis, Uitgeverij Wolters-Noordhoff 1983 - ISBN 90-01-76213-1 / ISBN 78-90-01-76213-1
  3. Johan Huizinga sprak zelfs over 'Herfsttij der Middeleeuwen' (1919) bij zijn bespreking van de renaissance in Frankrijk en de Bourgondische Nederlanden.
  4. The Idea of the Renaissance, Richard Hooker, website van Washington State University (Archive.org)
  5. Website van American Historical Association
  6. Le Roy Ladurie, "L'histoire immobile," Annales: Economies, sociétés, civilisations, 29 (1974): 673-82
  7. Norman Davies: 'Europe, a History'; Renatio p. 469, Uitgeverij Pimlico (1997)
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.