Nederlandse literatuurgeschiedenis/Het realisme

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlandse literatuurgeschiedenis

  1. Inleiding
  2. Middeleeuwen
  3. De renaissance
  4. Het Frans-classicisme
  5. De verlichting
  6. De romantiek
  7. Het realisme
  8. De tachtigers
  9. Symbolisme en gemeenschapskunst
  10. Neoclassicisme
  11. Neoromantiek
  12. Historische avant-garde en modernisme
  13. De beweging van vijftig
  14. De jaren zestig
  15. 1970-2000
  16. Bronvermelding en literatuur


Realisme ca. 1840 - ca. 1880[bewerken]

Multatuli

Het realisme was een literaire stroming die omstreeks het midden van de 19e eeuw opkwam in Frankrijk en zich van daaruit verspreidde naar andere landen, waaronder Nederland en België. Centraal stond het idee dat romans het echte leven in al zijn aspecten zo waarheidsgetrouw mogelijk moesten weerspiegelen, dus ook de mens met al zijn sterke en zwakke kanten. Dit laatste werd nog duidelijker in het naturalisme, dat als een uitvloeisel of "extreme" vorm van het realisme kan worden gezien.

Er kwam niet ineens een scherpe breuk met de romantiek in deze periode. Als uitloper van het romantische genre kan bijvoorbeeld de zogenaamde humorcultus gezien worden. De bekendste auteurs in dit genre zijn de dichters Gerrit van de Linde (alias de Schoolmeester) en François Haverschmidt (alias Piet Paaltjens). Ze maken gebruik van situaties uit de realiteit, maar overdrijven dit zodanig dat het absurd wordt. Er werden ook nog net als voorheen historische romans geschreven. Wat bij het realisme wel duidelijk naar voren kwam, was dat critici vooral geïnteresseerd waren in de bedoeling van het werk, dus of het stichtelijk was, of het de lezer een voorbeeld voorhield enzovoort.

Een nieuw genre dat opgang maakte waren de zogenaamde fysiologieën, waarbij individuen werden beschreven die model stonden voor een bepaalde groep. Nicolaas Beets (Hildebrand) beschreef bijvoorbeeld een boerin op zodanig typerende manier dat de lezer een beeld kreeg van 'de boerin'. Hetzelfde met 'de student' bij Johannes Kneppelhout, die het over 'de student' had terwijl hij een hele groep wilde typeren.

De tendensliteratuur beoogde ook verhalend proza met een onverhulde boodschap te brengen. Het genre was al wereldwijd bekend door Harriet Beecher Stowe's aanklacht tegen de slavernij in de roman Uncle Tom's Cabin. In de Nederlanden was de belangrijkste vertegenwoordiger van dit genre Multatuli, die in zijn Max Havelaar (1860) met meesterschap het Nederlands bestuur in Nederlands-Indië bekritiseerde. Ook Jacob Jan Cremer had voordien al veel succes met zijn novelle Fabriekskinderen, een bede doch niet om geld (1863), die een aanklacht was tegen kinderarbeid in de fabrieken.

Op gebied van vorm wordt nu aan een sobere schrijfstijl de voorkeur gegeven boven het bombastische uit de romantiek. Het realisme durft ook taboes te doorbreken: Jacob van Lennep beschrijft in Klaasje Zevenster uit 1866 een bordeel en Conrad Busken Huet behandelt in zijn roman Lidewijde uit 1868 het probleem van de echtscheiding. Guido Gezelle, tot slot, maakt in zijn poëzie gebruik van alledaagse woorden in het West-Vlaams dialect om zijn gevoelens te uiten.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.