Nederlandse literatuurgeschiedenis/De verlichting

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlandse literatuurgeschiedenis

  1. Inleiding
  2. Middeleeuwen
  3. De renaissance
  4. Het Frans-classicisme
  5. De verlichting
  6. De romantiek
  7. Het realisme
  8. De tachtigers
  9. Symbolisme en gemeenschapskunst
  10. Neoclassicisme
  11. Neoromantiek
  12. Historische avant-garde en modernisme
  13. De beweging van vijftig
  14. De jaren zestig
  15. 1970-2000
  16. Bronvermelding en literatuur

De verlichting was een culturele stroming die met name in West-Europa vrijwel de gehele 18e eeuw domineerde. Kenmerkend voor de denkers uit deze tijd is dat zij na vele eeuwen van duisternis een duidelijk en helder beeld van de wereld meenden te hebben gekregen, met andere woorden dat men "verlicht" geworden was. Over het algemeen waren de Verlichtingsdenkers optimistisch ingesteld. Zij gingen ervan uit dat de mens van nature goed is en alle problemen binnen de wetenschap op afzienbare termijn zouden worden opgelost.

De Verlichting manifesteerde zich op allerlei gebieden: de politiek, economie en wetenschap, maar ook in de literatuur. Kenmerkend voor de literatuur uit deze tijd zijn de vele moralistische geschriften en de opbloei van genres als het reisverhaal en de robinsonade. Ook de roman kwam in deze periode echt op als apart genre en in uiteenlopende vormen, zoals de utopische roman en de Entwicklungsroman.

Betje Wolff en Aagje Deken, schilderij van Antoine Cardon uit 1784

Een van de bekendste werken uit deze periode was Willem van Harens episch gedicht Friso uit 1741 waarin hij het lot beschrijft van de legendarische eerste koning der Friezen. In zijn portrettering van Friso toont Van Haren zich een ware discipel van het 18e eeuwse rationalisme en van de Verlichting. Friso is het prototype van de moderne koning, de verlichte vorst die bij het bestuur van zijn land slechts aanvaardt wat de rede hem ingeeft. Zijn tijdgenoot Willem Bilderdijk zou met verve deze vorm van rationele en verlichte literatuur bestrijden en in de periode van de romantiek wedijveren voor een meer christelijk geëngageerde literatuur.

Na 1750 werden veel literaire genootschappen opgericht, en daar begon voor de meeste schrijvers ook een carrière in de letteren. Als nieuw genre uit deze tijd kunnen de spectators genoemd worden, weekbladen die de middenklasse als doelpubliek hadden, en de zedenkundige briefroman.

De belangrijkste auteurs en teksten uit deze periode waren:

  • Justus van Effen (1684-1735) importeerde de formule van de 'spectators' uit het buitenland. In 1731 verschijnt het eerste nummer van de Hollandsche Spectator.
  • Hiëronymus van Alphen (1746-1803), vooral bekend om zijn kindergedichten in de bundel Proeve van kleine gedigten voor kinderen uit 1778.
  • Betje Wolff (1738-1804) die zowel apart als samen met haar vriendin Aagje Deken publiceerde. Van hun zedenkundige briefromans is vooral Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart uit 1782 bekend geworden.
  • de Zeeuwse dichter Jacobus Bellamy (1757-1786) publiceerde (anoniem) Gezangen mijner jeugd (1782) en het patriottistische Vaderlandsche gezangen van Zelandus (1783).
  • Rhijnvis Feith (1753-1824) werd bekend als criticus en als sentimenteel auteur van de roman Julia uit 1783.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.