Kaartspel/Rikken

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Rikken is een Brabants en Limburgs kaartspel dat ook in België gespeeld wordt. Het wordt met 4 personen gespeeld. Zijn de vier met elkaar bekend dan is er meestal niets aan de hand, maar komen ze van verschillende huize dan is de kans groot dat er eerst heel wat moet afgesproken worden, omdat er nu eenmaal overal verschillende regels gehanteerd worden. Men kan zeggen dat het spel verwant is met klaverjassen of zelfs met bridge, maar de van plaats tot plaats verschillende spelregels maken het toch wel tot een erg afwijkend kaartspel.

Spelregels van rikken[bewerken]

Algemene regels[bewerken]

Het spel wordt gespeeld met alle kaarten van een dek zonder de jokers. Eventueel kan gespeeld worden met één joker die telt als klaver 1. Een kaart komt dan open in het midden te liggen en deze kan geruild worden met een kaart in de hand door degene die de hoogste bieding doet.

De laagste kaart is de 2 en de hoogste de aas.

Het bieden[bewerken]

De mogelijke boden, de volgorde waarin zij staan en de waardering voor het halen van het bod variëren, maar hieronder is een overzicht van mogelijke boden gegeven ("beter" is hetzelfde bod, maar dan met harten troef en is altijd hoger dan de andere troeven.(Rik beter kan dus alleen overboden worden door 8 alleen of hoger)):

bod betekenis beloning kosten bij nat gaan
Pas Spreekt voor zich n.v.t. n.v.t.
Rik (beter) Ik haal met maat minstens 8 slagen 5 per slag boven de 7 5 per slag onder de 8
8 alleen (beter) Ik haal alleen minstens 8 slagen 15 per slag boven de 7 15 per slag onder de 8
piek ik haal precies één slag 15 15
9 alleen (beter) Ik haal alleen minstens 9 slagen 15 per slag boven de 8 15 per slag onder de 9
misère ik haal geen slagen 30 30
open piek als piek en na de vijfde gespeelde kaart leg ik mijn kaarten open 30 30
10 alleen (beter) Ik haal alleen minstens 10 slagen 15 per slag boven de 9 15 per slag onder de 10
drie azen of troela Ik heb drie azen. De vierde aas mag troef bepalen, maar niet de kleur van de aas.
open misère als misère en na de vijfde gespeelde kaart leg ik mijn kaarten open 45 45
open piek met praatje als open piek en als de kaarten open zijn gelegd mag er overlegd worden 45 45
11 alleen (beter) Ik haal alleen minstens 11 slagen 15 per slag boven de 10 15 per slag onder de 11
open misère met praatje als open misère en als de kaarten open zijn gelegd mag er overlegd worden 60 60
12 alleen (beter) Ik haal alleen minstens 12 slagen 15 per slag boven de 11 15 per slag onder de 12
13, solo slam of solo tout ik denk dat ik alleen alle slagen kan halen (degene die dit biedt mag ook uitkomen)

De punten die de hoogste bieder (en zijn maat) haalt of verliest worden betaald door of juist toegekend aan de overige spelers. Als men bij het rikken nat gaat betaalt de maat niets, maar krijgt hij ook geen punten.

Verder kan het ook zo zijn dat meerdere spelers een bod tegelijk spelen. Zo kan bijvoorbeeld als één speler een misèrebod heeft gedaan een andere speler (die nog mag bieden) besluiten mee te misèren en ook pogen nul slagen te halen. Als het bieden is afgelopen geeft de hoogste bieder, indien van toepassing, aan wat troef is en welke kaart hij meevraagt als maat.

De gevraagde aas[bewerken]

De maat wordt door de rikker bepaald door een aas mee te vragen. Dit moet een aas zijn van een kleur waarvan hij zelf minstens één kaart heeft. Dit kan soms niet om twee redenen:

  • De rikker heeft alle 4 azen: in dit geval vraagt de rikker een heer mee (als hij deze ook 4 heeft een vrouw etc.)
  • De rikker heeft van elke kleur die hij heeft de aas: in dit geval neemt de rikker een van de azen die hij niet heeft blind mee (en zegt dit ook bij het meevragen van de aas). De rikker mag dan, als de gevraagde aas nog niet gespeeld is, een kaart gedekt opgooien en deze slag telt dan als de eerste slag van de gevraagde kleur. Aan het eind van de slag wordt de gedekte kaart opengelegd voor de slag wordt opgeruimd en gaat het spel als gewoon verder.

Variatie Je hebt de kleur van de te vragen aas niet. (Ik ga even uit van ruiten aas). Dan mag je wel die kleur aas meevragen, maar je mag niet zeggen "blind". Dit is n.l. kaarten verraden. Je geeft tenslotte aan dat je b.v. ruiten niet hebt door blind te zeggen. Tevens door een blinde aas te vragen, mag je een blinde kaart op tafel leggen om deze ruiten aas te vragen. Er zitten op dat moment 14 ruiten in het spel.

Door een blinde aas niet te melden kun je alles troef maken en alle azen meevragen.

Voorbeeld Je hebt 8 harten zonder aas. en je hebt 5 middelmaat schoppen met aas. Dan mag je geen harten troef maken omdat je harten aas niet hebt. Je kunt tenslotte schoppen troef maken en harten aas meevragen.

Het spel[bewerken]

Als men rikt maakt men een kleur troef en vraagt men een maat mee. Bijvoorbeeld klaveren troef en degene die schoppenaas heeft is maat. De maat is pas officieel bekend als degene die rikt de "vraagaas" gooit. Er moet, zo mogelijk, kleur bekend worden en er heerst geen troefplicht. In de eerste slag van de gevraagde kleur (hier schoppen) MOET de aas gespeeld worden, het risico bestaat dus dat deze wordt gespeeld op een slag die reeds ingetroefd is.

Als de rikker of zijn maat uit mag komen zullen zij beginnen met troeftrekken of, als de rikker geen troef heeft, met de gevraagde aas uitkomen. De tegenstanders van het rikpaar zullen meestal uitkomen in een andere kleur dan troef of gevraagd. Maar omdat de spelers, behalve de maat, in het begin niet weten wie maat is, loont het soms om enige verwarring te zaaien.

Bij het spelen van een alleen of een piek/misère vormen de andere 3 spelers samen een blok tegen de hoogste bieder.

Er wordt doorgespeeld tot alle kaarten gespeeld zijn of totdat een speler (meestal de bieder) zeker is van het aantal slagen dat gehaald gaat worden en deze open legt. Bij bijvoorbeeld een 9 alleen met 9 troefkaarten en lage bijkaarten kan de spelende speler direct aangeven de 9 troef zeker te zullen halen en de overige 4 niet. Ook zal een piek of misère niet worden doorgespeeld als al bekend is dat hij niet gehaald gaat worden.

Delen[bewerken]

De 1e deler is willekeurig te kiezen (meest gebruikt: de jongste begint, dus degene die rechts van de jongste zit begint met delen). Het spreekt dus voorzich dat degene die links van de deler zit, als eerste zijn spel mag roepen. Als dit spel gekozen is, mag hij/zij als eerste een kaart opgooien. Het delen verschuift elk nieuw potje naar de volgende speler, met de klok mee. De speler die het vorige potje won of verloor, wordt dus niet de deler, zo komt iedereen een keer "voorop" te zitten.

Het is ook van het grootste belang dat men na het spelen van een potje de kaarten NIET door elkaar schudt. De slagen die men haalt in een pot worden netjes weggelegd. Na die pot worden alle kaarten op elkaar gelegd en afgenomen of niet. Op deze manier kun je de kaarten een beetje onthouden van het vorige potje. De meest gebruikte deelvolgorde is 4-5-4 (soms 6-7, dit wordt niet veel gedaan omdat men zo, of hele goede, of hele slechte kaarten krijgt) Men kan ook kiezen voor een andere aanpak namelijk wel schudden zodat er wat variatie in de spellen komt. MAAR schud niet al te vaak maar een keer op 2/3.

Spelen om geld[bewerken]

Om het spel een beetje serieus te houden kan men een geldprijs per bieding hanteren.

Passpellen[bewerken]

Wanneer iedereen past moet men een pas spel kiezen. Dit spel wordt dan gekozen door degene na de deler of het spel is van tevoren vastgelegd. Pas spellen worden niet altijd meegeteld, maar worden ook simpelweg ter afwisseling gespeeld, soms ook al nagerecht aan het einde van een pot.

  • 2 of 5 – Iedereen moet of 2 of 5 slagen halen. hier kunnen dus maximaal 3 van de 5 winnen.
  • 1, 3 of 5 – als 2 of 5, maar dan moet iedereen 1, 3 of 5 slagen halen.
  • schoppen dam, laatste slag of schoppenmie - Men mag de schoppendame en de laatste slag niet krijgen. In de eerste ronde mag geen schoppen gekaart worden. Hier is het de bedoeling dat je je schoppen dame bij een andere slag erin gooit als je niet meer kunt bekennen, dus zorg dat je een soort waarvan je er weinig hebt weg speelt en zorg dat je lage kaarten overhoudt.
  • rondpiek - Dit spel wordt niet door heel veel mensen gespeeld maar is toch een bekend pas spel. Bij dit pas spel piekt iedereen, degene die het het langst volhoudt wint dus wie overblijft met 1 slag. Degene die 0 of meer dan 2 slagen hebben liggen eruit en moeten zorgen dat de anderen ook verliezen.
  • verplicht misère – Gelijk aan rondpiek, maar hier is het doel om exact nul slagen te halen.
  • verplichte rik - De speler na de deler moet verplicht rikken, hij mag zelf de troef en aas kiezen, en hoeft met zijn maat "slechts" 7 slagen te halen.
  • Als iedereen past, wordt er opnieuw gedeeld door de volgende speler ( splinter regels)

Diversen[bewerken]

Uiteraard (maar dat was al eerder vermeld) verschillen de regels erg van plaats tot plaats en moet het bovenstaande niet als regelgevend beschouwd worden voor alle rikspellen.

Rikken met René (drie spelers)[bewerken]

Als een speler mist kan men rikken 'met René'. Deze variant is in de zomer van 2007 door Nijmeegse biologiestudenten bedacht. Met drie man aan een tafel vol lege bierflesjes zittend was de frustratie hoog dat er niet gerikt kon worden. Omdat een afbeelding van René Froger toentertijd de bierflesjes sierde werd het 'rikken met René' in het leven geroepen. René zit altijd direct voor de deler en biedt nooit (past altijd). Degene die voor René zit mag de eerste slag namens René spelen, daarna draait dit met de klok mee (dus bij slag twee bedient de deler René etc). De hand van René blijft altijd bedekt, behalve wanneer je hem mag bedienen. Tijdens de beurt van René mag zijn bediener niet de eigen kaarten inkijken.

Rikken met een blinde (drie spelers)[bewerken]

Deze variant bestaat al tenminste 30 jaar. Na het bieden worden de kaarten van de blinde opengelegd. Als er een maat is meegevraagd, en de blinde is de maat, dan worden de kaarten van de blinde gespeeld door degene die rikt. Anders door degene die niet is meegevraagd, deze maat maakt zich pas bekend als de blinde aan de beurt is. In geval van een piek of misere bepalen de spelers die niet of het laagst geboden hebben wie de blinde speelt. De blinde krijgt zijn eigen punten, maar zal niet makkelijk winnen omdat hij zelf niet kan bieden. Deze variant heeft zijn eigen dynamiek en is zeker zo leuk als met zijn vieren rikken.

Rikken online[bewerken]

Rikken kan online worden gespeeld op http://www.toepen.eu

Aantal uitspraken (jargon)[bewerken]

  • Het is vergeven! ('t is vergiffuh! Dit wordt gezegd wanneer de deler foutief heeft gedeeld, bijv wanneer iemand te weinig of teveel kaarten heeft gekregen)
  • 3 piekers is 4 piekers. (Als er 3 piekers zijn, moet de 4e persoon automatisch ook pieken)
  • Goeie maat gewenst. (Als iemand een rikje waagt, maar niet zeker is van de rik)
  • Een goed maatje is het halve werk. (Idem)
  • (Dezelfde) Kleuren is geld/centen beuren. (Als je bijvoorbeeld schoppen troef hebt en klaveren aas meevraagt, vaak wordt: of de broek scheuren erachter gezegd door anderen)
  • Dan kleurt het. (Nadat de rikker de troef (bijvoorbeeld harten) bekend heeft gemaakt, geeft hij hiermee de gevraagde aas (in dit geval ruiten) aan)
  • De blinde aas telt voor twee, daarom vraag ik 'm mee. (Als je een blinde aas mee moet vragen)
  • De winst zit in de tweede hand. (Wanneer je de eerste helft van je kaarten bekijkt en hoopt op een goede tweede helft)
  • Ga je handen eens wassen! (Als de deler zeer slecht gedeeld heeft)
  • Er in gespeeld is ook gespeeld! (Als iemand met slechte kaarten rikt en het spel verloren heeft en dit vergoelijkt)
  • Dat is geld dat we zeker hebben! (Als iemand met een bedenkelijke reputatie piekt, misère speelt)
  • Nou, eieren of jong! (Als iemand zit te treuzelen met het uitspelen van een kaart)
  • Die binne benne, benne binnen! (Als de maat nog niet bekend is en er hebben al 3 mensen een kaart gelegd, dat de rikker dan zelf de slag pakt met een hoge kaart)
  • Is het bod soms rikken met praatje? (Als iemand niet zijn mond kan houden tijdens het spel)
  • Is het soms met praaaaaaaatje? (Idem)
  • Welten stefmaat! (Wanneer je maat niets haalt, een grote fout maakt en je hierdoor niets kunt halen (kapotgaat))
  • Stalen maat. (Wanneer iemand rikt, maar nog niet de gevraagde aas bekend heeft gemaakt, kan iemand met "Stalen maat" aangeven dat hij een goede potentiële maat is)
  • Maasje erin! (Wanneer iemand niet oplet en door een enorme blunder verliest (erin laat spelen))
  • Een goeie (of echte) pieker haalt de eerste slag. (Om goed te praten dat de pieker de eerste slag al direct haalt)
  • Hij verpest het spel voor andere mensen! (Als iemand piekt)
  • Een kamikaze piek (een gewaagde piek, vaak om iemand dwars te zitten)
  • Een nood-rik. (De rikker heeft graag een sterke maat, en heeft vaak te riskante (hoge) kaarten voor een pas spel) Soms ook vochtige rik genaamd (kans op nat gaan)
  • In de kleur spolt het deur (De gevraagde Aas in dezelfde kleur meevragen als de kleur waarin gerikt wordt)
  • Misere met een open been. (Misere met in 1 kleur 1 hoge kaart).
  • Kom maar naar de kerk. (Wanneer de troefaas gespeeld wordt en alle andere spelers troef moeten bekennen)
  • Kom maar naar het biechthokje. (Wanneer de troefkoning wordt gespeeld de slag nadat de troefaas werd gespeeld)
  • Hij/zij doet een "Henkie". (Wanneer de laatste paar slagen door troefkaarten met zekerheid gewonnen worden en dus zonder slag voor slag te spelen open op tafel worden gelegd).
 
Kaartspel

Barbuse - Belotten - Bezique - Bieden - Blackjack - Boerenbridge (Chinees poepen) - Bonken - Bridge - Canasta - Crapette - Cribbage - Doerak - Duizenden - Eenendertigen - Eenentwintigen - Eenenvijftigen - Ezelen - Freecell - Hartenjagen - Heugen - Jokeren - Kingen - Klaverjassen - Liegen - Manillen - Miezemauzen - Pandoeren - Patience (solitaire) - Pesten - Poker - Presidenten - Rikken - Rummy - Schutjassen - Skat - Shithead - Toepen - Vechten - Whist - Wiezen - Wippen - Zenuwen - Zwartepieten - Zwartevrouwen - Zwikken

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.