Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Verheviging van de heksenvervolging/Dresen-Coenders. Verheviging van de heksenvervolging
Uit Wikibooks
14.1 Dresen-Coenders. Verheviging van de heksenvervolging (1560-1680)
Dresen-Coenders wijst op dezelfde drie probleemgebieden die ook een rol speelden bij het ontstaan van de heksenwaan.
[bewerken] Geloofs- en gezagsproblemen
Na 1520 begon de tijd van het absolutisme. Wereldlijke en geestelijke machthebbers probeerden de zaken met geweld in hun greep te krijgen. Als men geen oorlog voerde tegen elkaar, dan ging men in eigen kamp "orde op zaken stellen". Met de verkiezing van Paus Pius IV in 1559 had de strenge contrareformatorische richting gewonnen. Bisschoppen moesten gaan rondreizen om te controleren of het geloof wel op de juiste wijze werd gepraktizeerd.
[bewerken] Sociaal-economische problemen
De sociaal-economische crisis in Europa had zich verdiept. De mensen waren arm en de graanprijzen waren hoog. Er was inflatie en een hoge werkeloosheid. Veel mensen stierven door honger en ziekte. Er was georganiseerde misdaad en er braken opstanden uit. Als er geen oorlog was, dan werd er geplunderd door onbetaalde of ontslagen huursoldaten.
[bewerken] Problemen op het gebied van de seksualiteit en de huwelijksmoraal
Er werden boeken geschreven over de gezins- en huwelijksmoraal door zowel katholieke als protestantse geestelijken en burgers. De man was de baas in huis en de vrouw had onder zijn leiding de verzorging. De vrouw moest kuis, zedig, gehoorzaam, bescheiden en trouw zijn. Er waren in die tijd veel spotprenten en schilderijen over sexueel onverzadigbare vrouwen die de mannen eerst verleidden, om ze daarna in het huwelijk tot slaaf te maken. Er was sprake van toenemende vrouwenhaat. Dat vrouwbeeld heeft mogelijk mee geholpen aan het verhevigen van de heksenwaan (die na 1560 immers voor 80-90% vrouwen trof).
Het burgerlijke gezinsideaal kreeg na verloop van tijd vat op het volk. Het gerecht bestrafte na 1570 streng zondige praktijken als seksualiteit buiten en voor het huwelijk. Men moest in de kerk trouwen met iemand van hetzelfde geloof en de kinderen streng opvoeden. Het huwelijk was een serieuze zaak en diende uitsluitend om kinderen voort te brengen.
Deze drie crises schiepen een voedingsbodem waarop de heksenvervolging in verhevigde mate kon uitbarsten. Het gewone volk zocht een zondebok als bijvoorbeeld de oogst mislukt was, en dat speelde in de kaart van de zuiveringsbehoefte van wereldlijke en geestelijke overheden die steeds strengere wetgeving uitvaardigden. De heks werd een afschrikwekkend voorbeeld om het volk in het gareel van de burgerlijke moraal te houden.
Toen in de 18e eeuw de burgerlijke stand langzamerhand zijn morele ethiek had doorgedrukt en seksualiteit werd onderdrukt dan wel doodgezwegen, verschenen er verhalen over sexueel passieve en frigide vrouwen. Dit verschijnsel valt samen met het verdwijnen van de heksenwaan.
Dat men op een gegeven ogenblik de heksenwaan zelfs kon gaan interpreteren als het pornografische verzinsel van zieke geesten, was alleen mogelijk doordat de nieuwe moraal van de gegoede burgerij zo volledig ingeburgerd was geraakt.