Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Martelen
Uit Wikibooks
8. Martelen
Al in 1380 werd er door de inquisitie gemarteld om de heks te laten bekennen. In de Malleus (1486) werd martelen aanbevolen. Toen na 1520 de wereldse gerechten grotendeels overgingen naar het inquisitoire recht, werd er ook door de wereldse autoriteiten gemarteld. Aanvankelijk waren er in de wet nog een aantal beveiligingen ingebouwd tegen willekeurig gebruik van de marteling. Deze beveiligingen vervielen echter na 1560. Martelen was in Engeland formeel verboden, hoewel men de beschuldigden soms sloeg en hen slaap en eten onthield.
Omdat de heksen er na 1560 ook van beschuldigd werden om meegedaan te hebben aan de heksensabbat, konden zij er toe gedwongen worden om de namen van andere deelnemers aan die sabbat te noemen.
Vaak was dreigen met marteling al voldoende om de beschuldigde te laten bekennen. Marteling was al toegestaan als de rechter het waarschijnlijk achtte dat de beklaagde schuldig was. Soms was één ooggetuige al voldoende. Maleficiën waren op bovennatuurlijke wijze gepleegd dus daar kon geen ooggetuige van zijn. Dus bij een aanklacht van hekserij werd de beschuldigde vaak zonder meer gemarteld.
Bijna alles was een reden om de heks te martelen: als ze niet kon huilen, als ze angst toonde, als ze vloekte, als een van haar ouders als heks veroordeeld was, als er geroddel was in het dorp. Want dit waren allemaal aanwijzingen dat ze schuldig was.
De rechters wilden van de vrouwen een echte bekentenis en een echte spijtbetuiging, want dan zou hun ziel gered zijn van de eeuwige verdoemenis. Het martelen was bedoeld voor de duivel en niet voor de vrouwen. Veel rechters waren mogelijk werkelijk begaan met het zieleheil van de heks. Hun bezorgdheid en zelfs troost kwamen pas na de bekentenis en waren dus niet bedoeld om hen een bekentenis te ontlokken. Veel beschuldigden gingen zelf geloven dat ze echt schuldig waren. Mogelijk was er sprake van hersenspoeling.
- De laagste graad van marteling was: de duimschroeven aandraaien of nagels uittrekken
- De tweede graad was: uitrekken op de pijnbank
- De derde graad was: de benen verbrijzelen of ophangen aan de handen die achter de rug samengebonden waren met gewichten aan de voeten en dan herhaaldelijk op de grond laten vallen.
In een massaproces begon men meestal met de zwaksten (kinderen en oude vrouwen) te martelen, want als die bekenden, hoefde men de anderen niet meer te martelen.
Vaak werden de vrouwen in de gevangenis verkracht door de bewakers die dan beloofden dat ze niet gemarteld zouden worden. Of de bewakers verkochten de namen van "nieuwe verdachten" aan de heksen. De heksen moesten namen noemen van mede-deelnemers aan de sabbat en moesten vaak langdurig raden welke namen de rechters horen wilden.
Marteling begon bij elk crimineel onderzoek normaal te worden op het continent. Het was mogelijk een manier waarop de staat steeds meer controle over de bevolking kon verwerven. Er kwamen openbare ophangingen, onthoofdingen en vierendelen. Een pijnlijke, gewelddadige en gruwelijke dood werd normaal.
[bewerken] Martelen als Godsgericht
Martelen werd wel gezien als een soort Godsgericht waarbij God de onschuldige zeker zou sparen. Velen bekenden waarschijnlijk om zich verdere pijn te besparen, maar mogelijk begonnen velen in hun eigen schuld te geloven omdat ze merkten dat God hen niet tegen de pijn beschermde en hen dus schuldig achtte. Niet langer aan God te geloven was onmogelijk en dus geloofden ze niet langer aan hun eigen onschuld. Ze beschouwden vaak hun straf als gerecht en dankten de rechter voor het doodvonnis. Dat zou kunnen verklaren waarom weinig beschuldigden hun bekentenis herriepen. Andere mogelijke verklaringen voor dit niet willen herroepen van de bekentenis zouden kunnen zijn:
- Bij herroeping volgde er meestal wel een volgende marteling
- Misschien veronderstelden de beschuldigden een relatie tussen hun boosaardige gedachten en het overlijden van een dorpsgenoot
- Misschien herinterpreteerden ze hun eventuele overspelige activiteiten als gemeenschap met de duivel
- Mogelijk was er sprake van hersenspoeling en werd het idee dat God hen schuldig achtte of dat hun gedachten werkelijk iemand gedood hadden, gesuggereerd door de rechters en beulen.
Toch waren degenen die bekenden heks te zijn lang niet altijd gemarteld. Er waren ook volledig vrijwillige bekentenissen. Mogelijke (moderne) verklaringen zijn, dat men dat deed
- Om de aandacht te trekken
- Om met zichzelf in het reine te komen na een langdurige, geheime vijandigheid tegenover anderen
- Vanwegen depressie en een gevoel van waardeloosheid
- Om hun onschuld aan te tonen werden soms gedeeltelijke bekentenissen afgelegd
Rechters waren niet geïnteresseerd in de waarheid. Ze hadden (sinds 1600) gestandaardiseerde vragenlijsten en de slachtoffers moesten vaak net zo lang raden tot hun antwoord de rechter bevredigde. De druk was zo groot, dat men daar waarschijnlijk aan toegaf om van de pijn af te raken. De rechters zaten vaak in een soort mystiek die de marteling rechtvaardigde omdat er een hoger doel zou zijn: het reinigen van de wereld voor de wederkomst van Christus en het redden van de ziel van de heks.