Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Heksenvervolging in Nederland

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Begin
  3. Rechtsgang
  4. Toename
  5. Reformatie en Protestantisme
  6. Heksensabbat
  7. Waterproef
  8. Martelen
  9. Wurgen en verbranden
  10. Hoogtepunt
  11. In Europa en Amerika
  12. In Nederland
    1. Amersfoort en Utrecht
    2. Asten
    3. Roermond
  13. Ontstaan
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  14. Verheviging
    1. Dresen-Coenders
    2. Joseph Klaits
  15. Aflopen
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  16. Bronnen en Links
  17. Malleus maleficarum

12. Heksenvervolging in Nederland

In heel Nederland zijn, voor zover bekend, 250 heksen verbrand, waarvan 100 in Limburg dat toen contrareformatorisch was en onder Spaans bewind viel. Dat is relatief weinig, maar het is niet zeker dat alle nog bestaande archieven al ontdekt zijn. De eerste heksenverbranding was rond 1500 in Gelderland. De laatste heksenprocessen in Nederland waren rond 1610. In andere landen in Europa gingen ze soms nog door tot 1720.

In de Spaanse Nederlanden moest volgens een decreet van Filips II uit 1570 permissie voor de marteling gevraagd worden aan een hogere rechtbank met beroepsjuristen. Een bekentenis onder marteling verkregen, kon daags erna herroepen worden. En dan kon alleen de hogere rechtbank een hernieuwde marteling toestaan. Daarna was marteling alleen nog toegestaan als er nieuw bewijs kwam. In 1592 kwam Filips II echter met een nieuw decreet waarin die veiligheidsmaatregelen voor de beschuldigden niet meer voor kwamen. Er werd alleen maar gemaand dat de sterk toegenomen hekserij harder aangepakt moest worden. In de Zuidelijke Nederlanden was er dus na 1592 een opleving van de heksenvervolging.

In de Republiek der Verenigde Nederlanden zijn sinds het begin van de zeventiende eeuw nauwelijks nog heksen verbrand.

[bewerken] Drie heksenprocessen in Nederland

[bewerken] Vroege afloop van de heksenvervolging in de Republiek der Nederlanden

Er zijn vele hypotheses naar voren gebracht waarom in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden relatief zo weinig heksen zijn verbrand en dit ook zo vroeg stopte.

  • Geleerden en magistraten zouden een tolerante houding hebben gehad onder invloed van het humanisme. Maar het humanisme had ook in andere landen invloed en daar hielp het niet.
  • De ontwikkeling van de natuurwetenschappen en de medische wetenschap zou een sceptische houding bij geleerden en magistraten hebben veroorzaakt. Deze ontwikkeling vond echter pas na 1660 plaats.
  • Landen onder een groot centraal gezag hadden veel heksenverbrandingen en de Republiek had zich in de tachtigjarige oorlog losgemaakt van het Habsburgse gezag.
  • Men zou het in de Republiek te druk hebben gehad met de tachtigjarige oorlog om zich ook nog bezig te kunnen houden met heksen. Maar in Zuid-Nederland woedde deze oorlog eveneens en gingen de heksenvervolgingen gewoon door.
  • Velen denken dat er in de republiek minder heksen verbrand werden vanwege het calvinistische geloof. Echter in calvinistische landen werden gemiddeld evenveel heksen verbrand als in katholieke landen.
  • Rond 1600 was er een wereldwijde afkoeling van 5,5 graad Celsius door grote hoeveelheden vulkaanstof in de atmosfeer. In het zeeklimaat van Nederland was die temperatuursdaling echter veel minder. Mogelijk droeg dat er toe bij dat het hier economisch beter ging waardoor de heksenprocessen in de Republiek eerder waren afgelopen dan elders. De geschiedkundigen J. Klaits en K. Thomas bestrijden echter dat er een causaal verband is tussen economische factoren en de hevigheid van de heksenvervolging.
  • Men denkt vaak dat men in de Republiek toleranter was dan elders. In de Republiek was de Gouden Eeuw begonnen terwijl elders in Europa de economische crisis nog voortduurde. De regenten waren zeer rijk geworden. Deze rijkdom dankten ze onder andere aan het feit dat ze wapens leverden aan alle partijen van de vele oorlogen in de omringende landen. Men verdenkt hen er zelfs van dat ze de tachtigjarige oorlog rekten omdat ze er geld aan konden verdienen. De regenten konden daardoor rond 1597 de maarschappelijke onrust in Holland volledig beheersen. De armen werden desnoods met geweld aan het werk gezet en er kwam ook al vroeg een vorm van bedeling. Zo kon de gegoede burgerij haar morele idealen aan het volk opleggen. De burgerij hoefde niet bang te zijn voor onmaatschappelijke elementen. De heks was een afschrikwekkend voorbeeld geweest om het volk in het gareel van de burgerlijke moraal te houden. Toen het volk eenmaal definitief in dat gareel zat, verloor de angst voor heksen zijn voedingsbodem en waren de heksenprocessen verleden tijd.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen