Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Ontstaan van de heksenvervolging/Dresen-Coenders. Ontstaan van de heksenvervolging
Uit Wikibooks
13.1. Dresen-Coenders. Ontstaan van de heksenvervolging (rond 1486)
Er zijn rond 1486 problemen op 3 gebieden.
[bewerken] Geloofs- en gezagsproblemen
De duivel werd als een steeds groter gevaar gezien. Hij zou de wereld willen overnemen. De geestelijkheid en de burgers legden steeds meer nadruk op burgerlijke waarden als gehoorzaamheid, zedigheid en bescheidenheid, vooral bij de vrouw.
Onder paus Sixtus IV groeide de corruptie in Rome naar een hoogtepunt. Er werd grof geld verdiend met de handel in aflaten.
[bewerken] Sociaal-economische problemen
Er waren voedselcrises in Europa. De graanprijzen waren hoog tengevolge van de vele misoogsten. Die misoogsten werden veroorzaakt door de kleine ijstijd maar de heksen kregen de schuld. De rijken speculeerden met het graan (ook de geestelijken en zelfs de bedelordes deden mee). Er volgden boerenopstanden die bloedig werden neergeslagen. De levensomstandigheden van het volk waren zeer slecht. De levensverwachting was laag, er waren hongersnoden en epidemieën zoals de pest.
Tot 1400 waren de meeste mannen keuterboertjes. De vrouwen deden thuiswerk als bierbrouwen en linnen of wol weven. Door de opkomst van de gilden vond er overal specialisatie en schaalvergroting plaats. Het thuiswerk verdween steeds meer. De productiemiddelen, de handel en het kapitaal kwamen in handen van een steeds kleiner en rijker wordende groep mensen. Op het platteland maakten de keuterboertjes plaats voor de hereboeren, daarnaast kwamen er veel landarbeiders en zwervers. In de stad kwamen er naast de rijke burgers (handwerklieden, kooplieden en administrateurs) veel arbeiders en werkeloze paupers. Rond 1486 raakten veel mensen van het volk werkloos, vooral vrouwen. Vrouwen gingen toen vaak uit huis werken als dienstmeisje.
[bewerken] Problemen op gebied van de seksualiteit en de huwelijksmoraal
Tot ca. 1450 trouwde men jong en bleef bij de ouders inwonen. Toen daarna de vrouwen eerst als dienstmeisje gingen werken, trouwden ze later en waren onafhankelijker.
Door de vele oorlogen was er een vrouwenoverschot ontstaan. Mannen hadden de keus en profiteerden daarvan. Ze lieten vrouwen eerder in de steek voor een ander. Vrouwen namen risico's om aan de man te komen (vrouwen alleen stonden zeer zwak in de maatschappij en moesten vaak gaan bedelen). De sexuele moraal werd losser. Vrouwen vervielen vaak tot prostitutie om in hun levensonderhoud te voorzien. Er werd abortus en kindermoord gepleegd. Binnen het huwelijk vond eerder overspel plaats.
Rond 1486 dacht men al dat vrouwen inferieur waren aan de man en ontvankelijker waren voor Satan. Arme en bedrogen vrouwen werden geacht het meest ontvankelijk voor Satan te zijn. In hun nood vielen vrouwen vaak terug op een informeel circuit van vroedvrouwen en koppelaarsters. Omdat vrouwen sociaal en economisch afhankelijker waren, werden zij eerder van hekserij beschuldigd dan mannen. Vrouwenhaat heeft duidelijk een rol gespeeld bij de heksenvervolging.
De heks werd mogelijk gebruikt als een afschrikwekkend voorbeeld: als hoer (die gemeenschap met de duivel had) en vernietigster van leven (zij zou baby's doden en verslinden) was ze het tegendeel van de voortreffelijke, zedige en toegewijde maagd die in de burgerlijke moraal als ideaal werd aangeprezen.