Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Het hoogtepunt van de heksenvervolging, 1560-1680

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Begin
  3. Rechtsgang
  4. Toename
  5. Reformatie en Protestantisme
  6. Heksensabbat
  7. Waterproef
  8. Martelen
  9. Wurgen en verbranden
  10. Hoogtepunt
  11. In Europa en Amerika
  12. In Nederland
    1. Amersfoort en Utrecht
    2. Asten
    3. Roermond
  13. Ontstaan
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  14. Verheviging
    1. Dresen-Coenders
    2. Joseph Klaits
  15. Aflopen
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  16. Bronnen en Links
  17. Malleus maleficarum

Pijnlijke ondervraging

10. Hoogtepunt van de heksenvervolging, 1560-1680

Na 1520 was de wereldse rechtspraak grotendeels inquisitoir geworden. De vorsten hadden professionele rechters aangesteld. Toen ontstonden de grootste heksenvervolgingen. Inquisiteurs en juridische ambtenaren werden op pad gestuurd en gelastten in elke plaats de inwoners om verdachte personen aan te geven via een anonieme aanklacht.

Vanaf 1560 ontstond de angst dat er overal heksen waren, dat ze op het punt stonden om het land over te nemen. De geestelijkheid preekte hel en verdoemenis in de hoop de mensen op het rechte pad te krijgen. Er was grote angst voor zonde, duivel en hel. Uit die angst was het idee van de heksensabbat voortgekomen en de beschuldiging dat de heks vrijwillige geslachtsgemeenschap met de duivel had.

De beperkingen op martelen waren rond 1560 opgeheven. Bij de "pijnlijke ondervraging" werden de heksen gedwongen om de namen van de andere deelnemers aan die heksensabatten te noemen. Die mensen werden ook opgepakt en moesten ook weer namen noemen. Daardoor ontstonden ketens van processen en massaprocessen. Er werden nu niet alleen maar oude, armlastige vrouwen vervolgd, er kwamen ook kinderen op de brandstapel evenals mannen, geestelijken en hoogwaardigheidsbekleders. Niemand was zijn leven meer zeker.

Na ca. 1575 verspilde men op het continent geen tijd meer aan de moeilijk te bewijzen maleficiën. De wet werd gewijzigd. Er hoefden geen maleficiën meer bewezen te worden. Aanklachten uit het volk waren niet langer nodig. Elke omgang van de heks met de duivel was voldoende om haar op de brandstapel te brengen. Men begon meestal met een weerloos oud vrouwtje op te pakken, martelde haar tot ze de omgang met de duivel toegaf en andere namen noemde. Dan volgden de andere processen vanzelf.

De eerste massa-heksenprocessen begonnen rond 1590. Daarna kwamen er hele "epidemieën" van processen. In gebieden waar de contrareformatie heerste, vonden de meeste massaprocessen plaats. De Jezuïeten waren grote voorstanders van deze processen. Altijd bleven zich echter mensen tegen de heksenvervolging keren, waaronder de humanisten.

Doordat er nu ook voorname mensen op de brandstapel kwamen, gingen hun invloedrijke families een beroep doen op keizer Ferdinand II. Vanaf 1630 verbood deze de processen in die streken waar hij invloed op kon uitoefenen.

De paus zond in 1636 twee Italiaanse kardinalen op inspectie die ontzet hun bevindingen rapporteerden. De heksenprocessen werden door de paus verboden. Daardoor kwam de heksenjacht in nog meer gebieden tot stilstand. Maar in sommige protestantse gebieden in Noord-Duitsland en in het katholieke Beieren duurden ze nog tot 1720 voort.

Vanaf 1560 is 80-90% van de beschuldigden vrouw. Tussen 1560-1580 waren er alleen al in Duitsland duizenden heksenprocessen.

[bewerken] Mogelijke oorzaken

Er zijn verschillende mogelijke oorzaken aangedragen voor deze intensivering van de heksenvervolging:

  1. Men denkt wel dat de inquisitie of de landsheer zichzelf wilden verrijken, want zij confisqueerden de goederen van de veroordeelde heksen. Maar de meeste slachtoffers waren heel arm. De meeste processen konden zelfs niet betaald worden met de inbeslag genomen goederen.
  2. De rechters en inquisiteurs zouden een pervers genoegen geschept hebben in het vervolgen van heksen. Maar de meeste rechters vonden werkelijk dat ze goed werk deden en degenen die sceptisch stonden tegenover deze processen, deden er maar aan mee om zich niet de volkswoede op de hals te halen.
  3. De drijvende kracht achter de heksenvervolging was, dat het volk geloofde dat de heksen al hun problemen veroorzaakten en dat alles weer goed zou zijn als ze eenmaal uitgeroeid zouden zijn. In de 16de en 17de eeuw was het verlangen van het volk om heksen te vervolgen groter dan in de middeleeuwen. De steeds scherper wordende wetgeving was daarvan eerder een gevolg dan een oorzaak.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen