Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Ontstaan van de heksenvervolging/Keith Thomas. Ontstaan van de heksenvervolging
Uit Wikibooks
13.2 Keith Thomas. Ontstaan van de heksenvervolging
Heksenvervolging was een klassenstrijd tussen de tamelijk arme aanklager en de nog armere beschuldigde. Meestal leefden ze in hetzelfde dorp. Je werd eerder beschuldigd van maleficiën als je een lichamelijk gebrek had of als je lelijk was. Ook als je overspelig of promiscue was. Maar de sociale situatie van armoede en machteloosheid was primair.
In de 15de eeuw verdween geleidelijk de feodale maatschappij waarin burenhulp een sociale plicht zou zijn geweest. Door de opkomst van de gilden kwam er een kapitalistische en individualistische maatschappij met privébezit, commercialiteit, specialisatie en verstedelijking. Het motto werd: "help uzelf dan helpt u God". Vooral oudere, alleenstaande vrouwen hadden daar last van (de meeste heksen waren tussen de 55 en 65). Zij moesten vaak gaan bedelen. Bedelen werd echter in de 16e eeuw op veel plaatsen verboden. In plaats daarvan kwam er een ondersteuning door landeigenaren en rijke kooplieden (bedeling) die echter vaak ontoereikend was. Het volk zag het helpen van bedelaars wel als een Christelijke plicht maar ook als een last. Dus enerzijds joeg men bedelaars weg en anderzijs voelde men zich daar schuldig over. Men gaf vaak alleen iets aan de oude vrouwtjes omdat men bang was dat ze anders wraak zouden nemen via een beheksing. Anderen riepen dat je een bedelares niets moest geven en haar weg moest jagen. Heksen werden vaak gewelddadig bejegend.
[bewerken] Bedelares
In Engeland (waar het accusatoire recht bleef gelden) was de meest voorkomende oorzaak van een aanklacht wegens hekserij de volgende: een klager ging naar het gerecht, omdat hij eerst een bedelares had weggejaagd zonder iets te geven. Als er daarna iets fout was gegaan met hem, met zijn familie of bezit, dan kreeg die bedelares de schuld: zij had hem uit wraak behekst.
De klager moest de heks eerst onrecht hebben aangedaan (door haar weg te jagen). Daarmee kon hij aannemelijk maken, dat zij zich op hem had gewroken. Vervolgens ging de klager 'dromen' van de heks, zodat hij al 'wist' wie het was. Als hij niet zeker wist wie hem behekst had, dan ging hij naar een witte magiër of astroloog. Deze magiër wees meestal de verdachte aan die zijn klant eigenlijk toch al in gedachte had. De zwarte heks was dus in het belang van de witte magiër, want ontheksen was zijn broodwinning.
Je kon jezelf beschermen tegen hekserij door kruiden boven de deur te hangen, door hoefijzers op te hangen enzovoort. Als de beheksing echter al gedaan was, dan ging de klager soms in de weer met tegenmagie zoals het bakken van een urinetaart. Dit leek zelf ook op een vorm van hekserij. De bedoeling was, dat de heks daardoor terug zou moeten keren en zich zo zou verraden. Natuurlijk kwam de hele buurt kijken wat er aan de hand was. En waarschijnlijk was de verdachte daar bij. Daarmee stond haar schuld vast.
Als een (continentale) heks toestond om de klager te zegenen (ontheksen), of als (een Engelse) heks toestond om gekrabd te worden tot ze bloedde, dan verklaarde ze zichzelf schuldig, maar als ze weigerde uiteraard eveneens, want dan had ze iets te verbergen.
Vervolgens ging de klager naar het gerecht om over de hem aangedane maleficiën te klagen. Als er voor de ontstane ziekten of gebreken geen natuurlijke oorzaak te vinden was, dan was het hekserij. Doktoren hadden echter voor de meeste ziekten nog geen verklaring en schreven ze toe aan zwarte kunst. De zwarte heks was dus in het belang van de doktoren want ze konden hun onkunde en onwetendheid verbergen door de patiënt behekst te noemen.
Als men tijdens het proces naar gevoelloze duivelstekenen op het lichaam van de heks zocht, vond men meestal wel een wrat of moedervlek. Zo niet, dan had de duivel ze verwijderd. Als de heks een huisdier had, dan was dat haar huisgeest (de duivel in de gedaante van een dier). Als er toevallig een vlieg binnenvloog door het raam, dan bewees dat, dat haar huisgeest haar kwam opzoeken. Als de klager door tegenmagie genas, dan was haar schuld gedemonstreerd. Als ze bekende, dan was ze schuldig, als ze ontkende dan was ze ook nog eens meinedig. Het was soms moelijk om aan een veroordeling te ontsnappen als de zaak eenmaal aan het rollen was geraakt.
[bewerken] "Nut" van de hekserij
Mensen konden maar moeilijk de religieuse theorie verkroppen dat God hen wilde straffen of testen (als bij Job) als ze ongeluk hadden. Hekserij was een middel om ongelukkige gebeurtenissen als rampen, dood, ziekte en verlies te verklaren, waar op een andere manier geen verklaring voor te vinden was. Het voordeel van geloven in hekserij was
- Dat je iemand de schuld kon geven van je ongeluk
- Dat de zaak weer rechtgezet kon worden, want door de heks te verbranden, zou alles weer goed komen en zouden haar slachtoffers genezen.