Wikijunior:Zonnestelsel/Uranus

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
planeten in ons zonnestelsel
Ons zonnestelsel (overzicht)


Saturnus - Uranus

Onder de laatste grote planetaire ontdekkingen is het beeld van de fijne atmosfeer van Uranus, samengesteld uit nevelachtige lagen, die afkomstig zijn van gasmengsels. Dankzij infraroodfilters kon men in valse kleuren in detail drie dergelijke lagen waarnemen. De infrarode beelden liggen aan de basis van informatie over de structuur van deze atmosfeer, die voornamelijk uit waterstof bestaat en daarnaast uit helium en methaan. De roodachtige kromme aan de rand van de planeet verraadt het bestaan van een fijne nevelachtige laag op grote hoogte. Deze laag is zo dun dat ze slechts zichtbaar is waar ze het "dichtst" is, namelijk aan de rand van de schijf. De geelachtige gebieden naar beneden toe vormen een tweede atmosferische laag. De blauwe laag is het diepste. Ze is vooral aan de bovenkant van de planeet te zien en wijst op een derde laag in de atmosfeer van Uranus…Volgens onderzoekers is ze zuiverder dan de twee andere.

De planeet werd in 1781 toevallig ontdekt door William Herschel, die eerst nog dacht dat het een komeet was. Achteraf bleek dat Uranus reeds enkele malen opgemerkt was, maar steeds voor een ster was aangezien.

Eigenschappen[bewerken]

Grootte van Uranus vergeleken met die van de Aarde. Uranus is meer dan 4 keer groter dan de Aarde.

Deze planeet heeft een diameter van 51.118 km. Hij staat ruim 3 miljard kilometer van de zon verwijderd.

Vreemd is de grote helling van de rotatieas (98°), zodat deze haast samenvalt met het baanvlak. Hierdoor liggen de polen tientallen jaren in permanent zonlicht, wat wel zeer eigenaardige seizoenen met zich brengt. Uranus is de enige planeet in ons Zonnestelsel die op z'n kant ligt.

Atmosfeer[bewerken]

Toen Voyager 2 in 1986 Uranus passeerde, zag de planeet eruit als een egaal lichtblauwe schijf. Beeldverwerking bracht wolken van methaandruppeltjes aan het licht, die zeer diep in de dampkring liggen. Nadien is op het noordelijk halfrond de lente begonnen, na 20 jaar ijskoude winter, wat enorme stormen voor gevolg had. Het ontstaan en de evolutie van die stormen waren met de Hubbletelescoop goed te volgen. De winden waaien er met snelheden tot 200 m/s (720 km/h).

Inwendige[bewerken]

Het inwendige bestaat uit een centrale rotskern, omgeven door een enorme laag ijs met daaromheen een dunne laag moleculaire waterstof. Uranus zendt, in tegenstelling tot Jupiter en Saturnus, geen extra energie uit.
De oriëntatie van het magnetisch veld is hoogst eigenaardig. De magnetische as maakt een hoek van 59° met de rotatieas en tevens vallen de middelpunten van beide assen niet samen.

De ringen en de manen van Uranus

Ringen[bewerken]

Het ringensysteem werd van op Aarde ontdekt via een sterbedekking. Het bestaat uit een tiental smalle ringen, waarvan verschillende uit meerdere componenten bestaan en de meeste excentrisch zijn.


Een aantal manen van Uranus

Manen[bewerken]

Qua aantal gekende manen is Uranus ook een kampioen: 27, waaronder 5 grote (2006). De maantjes wentelen in het evenaarsvlak waardoor we ze, denk aan de helling van de rotatieas van de planeet, onder alle mogelijke hoeken waarnemen gedurende één omloop van Uranus rond de Zon. In 1985 waren het cirkels die we ze zagen beschrijven, in 2007 zullen het rechtlijnige op- en neergaande bewegingen zijn. Uranus bezit vijf onregelmatige manen.

In januari 1986 vloog de Voyager-2 vlak langs Uranus en zijn manen en maakte enkele close-ups, die tot op heden de enige zijn en dat hoogstwaarschijnlijk ook nog zeer lang zullen blijven.

Met name de kleinste van de grote manen - Miranda - bleek zeer bizar. Het bestaat uit een uniek terrein met kraters, diepe valleien en ovaal- of trapezoïdaalvormige gebieden (coronae), gekenmerkt door reeksen donkere en lichte banden, kammen en steile hellingen. Zijn ze een gevolg van een onvoltooide differentiatie? Werden stijgende ijsmassa’s tijdens dit proces ingevroren? Of is na verbrijzeling door een grote inslag alles terug samengekit?

Op het oppervlak van de maan Ariël zijn naast vele kraters een aantal diepe geulen te zien, gevuld met een materiaal dat waterijs zou kunnen zijn. Deze geulen moeten door tektonische activiteit zijn gevormd, wat doet vermoeden dat deze maan vroeger in een nauwere baan om Uranus heeft gedraaid dan nu.

De maan Titania heeft een oppervlak met kraters maar ook bergketens, valleien en breuksystemen. De maan produceert vermoedelijk van binnenuit warmte, waardoor de korst een zekere mate van beweging kent.

Ook de maan Oberon vertoont tekenen van inwendige activiteit en heeft daarnaast een naar verhouding zeer hoge berg van 5 km.

==Bronnen==
Bron(nen):
  • Lode Stevens, met toestemming van de auteur, Tony Dethier en het Europlanetarium
  • Coupe, H. & Henbest, N., De planeten, Londen, 1989
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.