Naar inhoud springen

Sociale geschiedenis van de late oudheid/Seksualiteit

Uit Wikibooks
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Filosofie
  3. Eenvoud des harten
  4. Restauratie
  5. Christendom
  6. De kerk
  7. Kloosters
  8. Seksualiteit
  9. Bronnen en links

8. Seksualiteit

Het paradijs van Jan Brueghel de Oude
De pilaar van Simeon
De geboorte van Venus

Het gehuwde paar in het westelijke deel van het Romeinse rijk probeerde zo goed mogelijk te leven volgens de visie die Augustinus over de seksualiteit had.

In Byzantium hadden de monniken nog strengere theorieën over de seksualiteit ontwikkeld dan Augustinus, maar het gehuwde paar trok zich er weinig van aan.

Byzantium

[bewerken]

In Byzantium gingen de stad, het theater en het forum een steeds kleinere rol spelen, terwijl de rol van het klooster steeds belangrijker werd. Vanaf 500 bekeerde men zich niet meer op middelbare leeftijd tot het ascetische leven van monnik of kloosterzuster. De keus werd nu op jonge leeftijd gemaakt en vaak door de ouders. In de zesde eeuw was er sprake van kindheiligen. Simeon de pilaarheilige van Antiochië was op zijn zevende jaar al een heilige.

Zondeval

[bewerken]

De Byzantijnse monniken dachten dat Adam en Eva in het paradijs aseksueel waren geweest en in een hemelse staat van oprechte aanbidding van God. Na de zondeval waren ze pas seksuele wezens geworden. Daardoor waren er mannen en vrouwen gekomen, evenals het huwelijk, de geslachtsgemeenschap, de geboorte van kinderen, de noodzaak van het harde werken voor het dagelijkse brood en tot slot de dubbelhartigheid.

Zonde achter de seksualiteit

[bewerken]

Evagrius van Pontos en Johannes Cassianus begonnen de seksualiteit te zien als een graadmeter van de religieuze gesteldheid van de monnik. Zijn seksuele fantasieën en dromen en zijn nachtelijk ejaculaties werden exact bestudeerd, ook als de monnik helemaal geen contact met de andere sekse had. Zoiets was nog nooit in die vorm in de geschiedenis voorgekomen. In het klassieke Rome was men de seksualiteit gaan zien als een mogelijke bedreiging voor de harmonie van de notabele, dus men waarschuwde er tegen om zich teveel door zijn hartstochten te laten meeslepen. Nu werd seksualiteit gezien als een symptoom van de hartstochten die nog achter die seksualiteit lagen en die nog erger waren: toorn, trots en hebzucht. Want deze zonden hadden tot de zondeval geleid en dáár was de seksualiteit op haar beurt uit voortgekomen. Dus als men waarnam dat een monnik minder seksuele fantasieën kreeg, bleek dat hij vooruitging op de weg naar volledige toewijding aan God en de medemens.

De monniken wezen de weg naar het verloren paradijs door seksuele onthouding aan te bevelen.

Huwelijk

[bewerken]

Volgens de ascetische monniken was het paradijs voor gehuwden niet weggelegd, omdat ze seksuele gemeenschap hadden. Maar de leken gingen beslist niet tot seksuele onthouding over.

De ouders arrangeerden al een huwelijk voor hun kinderen kort na hun twaalfde jaar, omdat men hoopte dat er daardoor geen seksualiteit vóór het huwelijk zou plaatsvinden. Maar men had geen problemen met seksualiteit binnen het huwelijk, zolang men zich aan de klassieke restricties hield. De christenen voegden daar nog aan toe dat men geen seks mocht hebben in de vastentijd of op kerkelijke hoogtijdagen en de dag ervoor.

Verder trok men zich niet zo veel aan van de strenge leer van de monniken. Men vond seksualiteit een (weliswaar niet zo mooi) middel om het voortbestaan van de mensheid te garanderen. Toen de mens door de zondeval sterfelijk was geworden, had God hem de seksualiteit geschonken om hem een stukje eeuwigheid te gunnen doordat hij kinderen naar zijn eigen gelijkenis kon verwekken. De medici van Byzantium verzekerden dat wellustig genot van beide partners tijdens de geslachtsdaad goed zou zijn voor de bevruchting en voor een correcte balans tussen warme en koude lichaamssappen die bepalend waren voor het geslacht en de gezondheid van het nageslacht.[1]

Vrouwenhaat

[bewerken]

Er kwam een felle afkeer van vrouwen onder de monniken, want men was bang dat er spontaan een seksuele aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen zou ontbranden. Hierakas in Egypte, een gerespecteerd asceet, kreeg kritiek omdat hij vond dat monniken gebruik mochten maken van maagdelijke dienstmeisjes. Chrysostomus in Antiochië had zelfs bezwaar tegen geestelijke banden tussen monniken en kloosterzusters. Byzantijnse vrouwen werden tijdens hun menstruatie uitgesloten van de eucharistieviering.

In Byzantium woonde het volk echter in huizen die dicht bij elkaar rond een centrale binnenplaats stonden. De scheiding tussen de geslachten zal hier niet veel betekenis hebben gehad.

De strenge asceten hadden weinig invloed op het leven van de gewone mensen. Alleen ging men nu voor het huwelijk aan de mannen vragen of zij hun maagdelijkheid hadden verloren en zo ja: hoe. Men verdacht hen ervan dat zij vóór het huwelijk seksuele betrekkingen hadden gehad.

Werkelijkheid

[bewerken]

Byzantium was buiten de basiliek, buiten het klooster en buiten het christelijk huisgezin, profaan en seksueel losbandig gebleven ondanks de vrome christelijke keizer en notabelen. Vooraanstaande burgers van Constantinopel keken nog steeds graag naar naakt dansende volksmeisjes, naakte meisjes deden mee aan grote waterballetten in Antiochië, in Edessa waren er nog steeds mimedanseressen in het theater, buiten het openbare bad van Alexandrië stond een beeld van een naakte Venus die niet door de christelijke bisschoppen maar pas door de islamitische gouverneur aan het einde van de zevende eeuw werd verwijderd. De monniken hadden goed praten, maar de leken trokken zich er weinig van aan.

Westen na de val van het keizerrijk

[bewerken]

In het westelijke deel van het keizerrijk bleef de rol van de klassieke steden belangrijk tot aan hun ondergang in de grote volksverhuizing. Daarna bleef de kerk in West-Europa verder groeien. Er kwamen bisschoppen in Gallië, Italië en Spanje.

Zondeval

[bewerken]

Volgens Augustinus en zijn opvolgers waren Adam en Eva vóór de zondeval geen aseksuele wezens geweest, maar hadden ze in het paradijs een volwaardig huwelijk geleid. Het paradijs zou al een gevestigde en georganiseerde maatschappij zijn geweest, maar wel vrij van spanningen en dubbelhartigheid. Seksualiteit was volgens Augustinus dus geen abnormaliteit, voortgekomen uit de zondeval en hoefde dus ook niet onderdrukt te worden om de eenvoud des harten te bereiken.

Wel was de seksualiteit verstoord door de zondeval. Het was een soort zwakheid geworden. Het bewustzijn van de geest werd bij mannen en vrouwen tijdens het orgasme overspoeld. Augustinus vond dat er een splitsing was tussen de wil en het instinct. De wil had geen vat op de erectie en het orgasme, want de impotente man of frigide vrouw konden ze niet opwekken, noch konden mensen ze beheersen, als ze zich aandienden.

Mannen en vrouwen, notabelen en ondergeschikten, kloosterlingen en gehuwden: iedereen had diezelfde universele zwakheid. Geen enkele versterving kon de mens hiervan genezen. De seksualiteit onttrok zich aan de wil en men kon haar hooguit beheersen door dwang van buitenaf of door de juiste gedragsregels toe te passen. Ook degenen die zich onthielden moesten doorlopend waakzaam blijven.[2]

Huwelijk

[bewerken]

Augustinus was toleranter ten opzichte van de seksualiteit dan vele andere schrijvers in de late oudheid. Hij wijzigde de ideeën van het Oosterse klooster (waarin seksualiteit een gevolg was van de zondeval en onderdrukt moest worden) naar een idee dat seksualiteit een plaats gaf in de beleving van de mensen.

Augustinus en zijn opvolgers konden zich vinden in het huwelijk en vonden dat de seksualiteit daar bij hoorde. Volgens Augustinus mochten kinderen verwekt worden tijdens een paring met een plechtig en intens genot. Maar hij was het niet eens met de Byzantijnse praktijk dat elke vorm van seksualiteit binnen het huwelijk toegestaan was, zolang de echtelieden zich maar aan de officiële restricties hielden (niet op zondag, niet op of daags voor een kerkelijke feestdag, niet in de vastentijd en niet tijdens de menstruatie en zwangerschap van de vrouw). De gehuwden dienden zich in te spannen om hun seksuele gedrag te laten lijken op de serene onschuld van Adam en Eva. Men ging bij de mannen kijken naar de precieze aard van de erectie en hoe de ejaculatie verliep. In de ogen van de celibataire geestelijken was het krijgen van kinderen de enige rechtvaardiging van de geslachtsdaad.

Vrouwenhaat

[bewerken]

De misogynie (vrouwenhaat) werd afgezwakt. Er werd niet langer beweerd dat de vrouw meer seksualiteit bezat dan de man of dat zij zijn gezonde verstand ondermijnde door hem met haar sensualiteit te verleiden. Volgens Augustinus bezat de man evenveel seksuele zwakheden als de vrouw. Dit maakte een einde aan de aloude Romeinse vrees voor verwijfdheid, voor verzwakking van de publieke persoonlijkheid door emotionele afhankelijkheid aan een mindere of een vrouw.

Werkelijkheid

[bewerken]

Voor de christenleek kwam er een totaal gewijzigde visie op de seksualiteit. In de klassieke tijd waren hartstocht en seksualiteit geen probleem, alleen mocht de hartstocht het publieke functioneren van de man niet ondermijnen. Hij mocht zich daarom niet overmatig aan de seksualiteit overgeven.

De klassieke notabele geloofde dat als hij bij de geslachtsgemeenschap de regels in acht zou nemen, hij betere kinderen zou krijgen (gezond, gezeglijk en liefst van het mannelijke geslacht) dan als hij bijvoorbeeld een oraal voorspel zou toepassen of een ongepaste stand, of als hij zich aan een vrouw of mindere zou onderwerpen, of een vrouw tijdens de menstruatie zou benaderen.

Deze antieke levenswijze bleef prominent aanwezig tot aan de ondergang van het keizerrijk, ook al was de christelijke geestelijkheid toen al dominant geworden. Men bleef luisteren naar de medici die zeiden dat een hartstochtelijke geslachtsdaad hun goede kinderen zou schenken.

Spookbeelden

[bewerken]

Alle volgelingen van de kerk zaten in hetzelfde schuitje: ze waren zondaars omdat ze seksuele wezens waren. Zij moesten vechten tegen hun hartstochten en verloren die strijd bijna altijd. In Europa leek de seksualiteit daarmee het voornaamste onderwerp van de samenleving te worden, terwijl dat bij de Byzantijnen (met hun droombeeld van een herwonnen paradijs) de trots en de woede waren (die volgens hen geleid hadden tot de zondeval).

Noten

[bewerken]
  1. Deze klassieke theorie werd dus niet verdrongen door de moraal van de monniken
  2. Voor Augustinus waren zowel de seksualiteit als de sterfelijkheid gevolgen van de zondeval
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.