LaTeX/Testen en examens

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

LaTeX

  1. Inleiding
  2. Begin
  3. Een basisdocument maken
  4. Wetenschap
    1. Wiskundeomgeving
    2. Formules
    3. Chemie
  5. Tekstopmaak
  6. Paginaopmaak
  7. Tabellen
  8. Figuren
  9. Referenties
  10. Bibliografiemanagement
  11. TeX-figuren
  12. Hyperlinks
  13. Index aanmaken
  14. Presentaties
  15. Algoritmes en broncodes
  16. Brieven
  17. Testen en examens

Apendices


Dit hoofdstuk is vooral handig voor (toekomstige) leraren. Met LaTeX kun je namelijk ook documenten maken met een examen- of testvorm. Aangezien je dit binnen LaTeX kunt, betekent dit een goede ondersteuning voor wiskundige formules.

Je vraagt je misschien af wat het verschil is tussen examen- en gewone documenten. Op zich kun je even goed een test maken met de gewone article-klasse. Dit zal echter een grotere inspanning vragen om bijvoorbeeld een voorbeeldoplossing te maken of om plaats te voorzien voor antwoorden. Dat zijn dingen die je allemaal kunt met de exam-klasse. Maar er is nog meer. Zo kun je per pagina een tabel maken om punten samen te tellen met de totalen al ingevuld.

De exam-klasse[bewerken]

Om een examen te starten moet je natuurlijk de exam-documentklasse laden. Dit doe je door onderstaande code:

\documentclass{exam}

Er zijn enkele opties die je kunt meegeven. Zo kun je zoals gewoonlijk de tekstgrootte en het paginaformaat wijzigen maar er zijn nog andere opties. Om punten samen te tellen gebruik je best de addpoints-optie. Als je een voorbeeldoplossing moet maken (op voorwaarde dat de antwoorden ook gegeven zijn) dan kun je de optie answers gebruiken.

\documentclass[12pt,a4paper,addpoints,answers]{exam}

Vragen stellen[bewerken]

Gewone vragen[bewerken]

Een examen gaat tenslotte over dingen vragen. Het is dus heel belangrijk dat je vragen kunt stellen. Alle vragen die je stelt komen in één questions-omgeving. Je begint een nieuwe vraag door die met \question te beginnen.

\documentclass[12pt,a4paper,addpoints]{exam}

\begin{document}
 \begin{questions}

\question
 Hoeveel is $1+1$?

\question
Is de aarde rond?

\question
Wie was er eerst? De kip of het ei?

 \end{questions}
\end{document}

De voorgaande code is mooi per regel gezet, maar zoals het normaal is in LaTeX: de hoeveelheid plaats tussen commando's maakt niet veel verschil. Je krijgt hetzelfde resultaat als je alles op een regel zou zetten.

Per vraag kun je natuurlijk bijvragen of deelvragen stellen. Dit wordt met de parts-omgeving gedaan. Als dit nog niet genoeg is kun je ook de subparts en zelfs de subsubparts-omgeving gebruiken.

 \begin{questions}

    \question
    Hoeveel is $1+1$?

    \question
    Is de aarde rond?

    \question

    Wie was er eerst? De kip of het ei?

      \begin{parts} 
	\part
	Stel dat er nooit een ei was geweest, zou de kip er dan zijn?
	\part
	Wat zou er gebeuren moest de kip haar ei opeten?
	\begin{subparts}
	  \subpart 
	    Zou de kip haar ei lekker vinden?
	  \subpart
	    Zou de kip het ei willen bakken voor de haan?
	\end{subparts}
      \end{parts}
 \end{questions}

Multiple choice[bewerken]

Er is ook een omgeving voor multiple choice vragen voorzien, dit is de choices-omgeving. Die omgeving gebruik je als volgt:

 \begin{questions}

    \question
    Hoeveel is $1+1$?

    \question
    Wat hoort niet thuis in het rijtje?
    \begin{choices}
     \choice
	Kip	
     \choice
	Ei
     \choice
	Ballon
     \choice
	Haan
    \end{choices}

 \end{questions}

Wil je alles op een regel hebben? Dan kun je de oneparchoices-omgeving gebruiken. Als je een regel leeg laat voor die omgeving, dan komt alles op de volgende regel. Als je de oneparchoices-omgeving vlak na je vraag zet, dan komen de keuzes op de regel van je vraag:

\question
    Wat hoort niet thuis in het rijtje?
    \begin{oneparchoices}
     \choice
	Kip	
     \choice
	Ei
     \choice
	Ballon
     \choice
	Haan
    \end{oneparchoices}

Punten plaatsen[bewerken]

Je kunt punten toevoegen aan een vraag door er een optioneel cijfer aan toe te voegen (tussen vierkante haakjes). Dit doe je als volgt:

 \begin{questions}

    \question[5]
    Hoeveel is $1+1$?

    \question[5]
    Wat hoort niet thuis in het rijtje?

    \begin{oneparchoices}
     \choice
	Kip	
     \choice
	Ei
     \choice
	Ballon
     \choice
	Haan
    \end{oneparchoices}

 \end{questions}

Zoals je kunt zien is dit commando nog niet vertaald naar het Nederlands. Als je dus af wil van het Engelse "points" moet je je eigen term definiëren. Dit doe je met het commando \pointpoints.

\pointpoints{punt}{punten}

Het eerste argument dat je meegeeft is het enkelvoud, het tweede is de meervoudsvorm. Als je liever een procentteken of gewoon niets zet, dan kan dat met het commando \pointname.

\pointname{ \%}

Plaatsing van de punten[bewerken]

Niet iedereen vindt het mooi als de punten in de vraag zelf staan. Dit is gemakkelijk aan te passen. Als je ze links in de marge wil, dan zet je het commando \pointsinmargin in de hoofding. Zie je ze liever rechts, gebruik dan het commando \pointsinrightmargin.

Halve punten[bewerken]

Voor halve punten kun je natuurlijk met de notatie .5 werken maar LaTeX zou LaTeX niet zijn als er daar geen extra commando voor gemaakt zou zijn. Dat commando is \half. Om een vraag 1,5 punten te geven gebruik je bijvoorbeeld het commando

\question[1\half]

Opmaak van de punten[bewerken]

Zoals hiervoor verteld kun je met de commando's \pointpoints en \pointname de tekens die na de punten komen wijzigen maar je kunt ook aanpassen of er haakjes, vierkante haakjes of een kader omheen moet. Dat kun je doen met een van de commando's

\bracketedpoints
\boxedpoints
\noboxedpoints

Deze commando's spreken voor zich.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.