Griekse mythologie/Odysseus

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Griekse mythologie banner.png
Griekse mythologie

WSBN nl-02-05-00-00001
Odysseus die wijn aanbiedt aan de cycloop Polyfemus

Odysseus Laërtiádēs (Oudgrieks: Ὀδυσσεὺς Λαερτιάδης', uitspraak: Odisuis Laërtiádès) is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij is de zoon van koning Laërtes en Antikleia en de koning van het eiland Ithaka. Hij is een belangrijk personage in de Ilias van Homerus als een van de belangrijkste Griekse helden; Homerus' Odyssee is volledig aan Odysseus gewijd.

Belevenissen[bewerken]

De Trojaanse Oorlog[bewerken]

Als Odysseus net samen met Penelope, zijn vrouw, een kind (Telemachos) heeft gekregen, komt Menelaos samen met een groepje anderen, waaronder Palamedes, naar Ithaka om hem over te halen mee te vechten in de Trojaanse oorlog. Odysseus, die niet mee wil na de geboorte van zijn zoon, doet alsof hij krankzinnig geworden is. Hij begint zout op akkers te zaaien. Palamedes, die beseft hoe sluw Odysseus is, laat zich niet voor de gek houden en besluit te testen of Odysseus echt gek is. Hij neemt Telemachos en legt deze voor de ploeg. Meteen ontwijkt Odysseus zijn pasgeboren zoon, waardoor hij zichzelf blootgeeft. Odysseus laat zich overhalen, maar laat zijn vrouw beloven dat ze, als Odysseus niet teruggekeerd is voor Telemachos een baard op zijn kin heeft, een nieuwe man zal kiezen.

In de Trojaanse oorlog vocht Odysseus mee en kreeg na de dood van Achilles diens wapenuitrusting en niet Ajax (deze pleegt zelfmoord na het vermoorden van een kudde schapen, die hij door toedoen van Athena aanzag voor de Griekse aanvoerders. Deze wilde hij vermoorden omdat hij de wapenrusting niet kreeg). Na tien jaar vechten zagen de Grieken in dat ze op deze manier Troje nooit zouden kunnen innemen. Odysseus bedacht een list; de Grieken voeren met de rest van hun manschappen naar een verderop gelegen eiland en laten het grote houten Paard van Troje achter, waarin Griekse strijders verstopt zitten. De Trojanen dachten dat de Grieken het opgegeven hadden en zagen het paard als een offer aan de godin Athena. Ondanks de waarschuwingen van onder meer Cassandra en Laocoön trokken de Trojanen het paard de stad in en na een nacht feestvieren lag de hele stad plat. De Grieken klommen uit het paard, openden de poorten van de stad voor de wachtende Griekse troepen en namen de stad in, wat gepaard ging met een grote slachtpartij.

Tijdens deze oorlog haalde Odysseus al de woede van Poseidon op zijn hals, toen hij het oog van de zoon van Poseidon uitstak. Poseidon belooft hem dan ook dat zijn terugreis niet helemaal zonder problemen zal verlopen.

De Kikonen[bewerken]

Odysseus begint na de inname van Troje aan zijn terugreis naar zijn eiland Ithaka en naar zijn vrouw Penelope. Als eerste komt hij aan op het eiland van de Kikonen. De Kikonen waren bondgenoten van de Trojanen tijdens de oorlog, en om deze reden verwoest Odysseus met zijn mannen het hele eiland en doodde hij alle Kikonen, behalve de priester Appolo Maro, die hem twaalf zakken bedwelmende wijn schenkt, welke Odysseus later nog goed van pas gaan komen.

De Cycladen[bewerken]

De Lotuseters[bewerken]

Na de Kykladen komt Odysseus op het eiland van de Lotuseters aan. De Lotuseters eten, zoals de naam zegt, alleen maar lotus. Odysseus stuurt drie mannen op verkenning uit. Als deze na een bepaalde tijd niet terug zijn, besluit Odysseus met de anderen te gaan kijken. De verkenners willen niet meer terug naar huis, nadat ze van de lotus hebben gegeten. Odysseus sleurt de mannen van het eiland af en beveelt de anderen vooral niet van de toverbloemen te eten. De verkenners moeten worden vastgebonden op de boot als Odysseus met zijn mannen wegvaart.

De cycloop Polyphemos[bewerken]

Odysseus verblindt Polyphemos

Odysseus komt aan op het eiland Sicilië, wat in die tijd bewoond wordt door cyclopen. Odysseus en zijn mannen komen in een reusachtige grot, welke gevuld is met rekken kaas en melk en eruit ziet alsof er schapen worden gehouden. Als geschenk voor de gastheer heeft Odysseus de zakken wijn van de priester van de Kikonen meegenomen. Als ze een tijdje gewacht hebben, komt de reusachtige cycloop Polyphemos samen met zijn schapen de grot binnen en vraagt wie de vreemdelingen zijn. Odysseus zegt dat hij "Niemand" heet. Polyphemos is niet al te vriendelijk en besluit een paar mannen van Odysseus op te eten, als geschenk voor Odysseus belooft Polyphemos hem als laatste op te eten. Elke dag eet Polyphemos een paar mannen op, en op een gegeven moment vraagt Odysseus of Polyphemos niks te drinken wil hebben. Hij geeft Polyphemos de zakken wijn, welke door Polyphemos helemaal worden leeggedronken. Deze valt in een diepe slaap. Odysseus maakt een gevonden paal heel erg spits en verwarmt deze in het vuur. Samen met nog vier mannen steekt Odysseus deze paal in het ene oog van Polyphemos, waardoor hij blind wordt. Polyphemos roept daarop de hulp van zijn familie in. Zijn familie vraagt wie dat heeft gedaan, waarop hij antwoordt: "Niemand heeft dit gedaan!"

Odysseus beseft dat hij nog niet uit de grot is, omdat de enige uitgang wordt geblokkeerd door een grote steen, die onmogelijk is weg te krijgen. 's Morgens laat Polyphemos altijd de schapen naar buiten, en dit is volgens Odysseus het moment om te ontsnappen. Hij beveelt zijn mannen ieder onder een schaap te hangen en zo naar buiten te komen. Polyphemos voelt met zijn handen of alleen de schapen door de uitgang naar buiten gaan, en voelt zo dus niet dat er mensen onder de schapen hangen. Als Odysseus op zijn schip aangekomen is, kan hij het niet nalaten naar Polyphemos te roepen dat ze zijn ontsnapt. Als antwoord hierop gooit die een rotsblok, dat het schip maar net mist. Odysseus roept Polyphemos nog na dat hij hem het liefst zou willen doden, wat wordt beantwoord met een tweede rotsblok. Polyphemos voelt zich gekwetst en roept de hulp in van zijn vader: de god Poseidon. Hij vraagt aan zijn vader of hij Odysseus de rest van zijn reis naar Ithaka nog moeilijker kan maken.

Aiolos[bewerken]

Na een tijdje te hebben gevaren, komt Odysseus aan op een eiland, waar hij Aiolos, de god van de wind, aantreft. Odysseus en zijn mannen worden goed ontvangen op zijn eiland en verblijven er meer dan een maand in het paleis van Aiolos. Als Odysseus weer vertrekt, krijgt hij van Aiolos een zak mee, waarin de hevigste stormen gestopt zijn. Odysseus mag deze in geen geval openmaken voordat hij Ithaka bereikt heeft, anders zal het nog veel langer duren voordat hij Penelope terugziet. Zijn mannen zijn natuurlijk benieuwd wat er in de zak zit, maar Odysseus laat niets los. De mannen denken dat er goud en juwelen in de zak zitten, en willen dit zien voordat ze Ithaka bereiken. Door de gunstige wind van Aiolos, komen Odysseus en zijn mannen al snel in de buurt van Ithaka. Als de mannen bijna Ithaka bereikt hebben, valt Odysseus door vermoeidheid in slaap. Een van de mannen maakt de zak open, en een geweldige storm breekt los, die hen van Ithaka afdrijft.

De Laistrygonen[bewerken]

Na te zijn afgedreven van Ithaka, bereiken Odysseus en zijn mannen het eiland van de Laistrygonen. Bijna alle schepen van Odysseus meren aan in de haven, alleen Odysseus' schip blijft op een afstandje liggen. De Laistrygonen zijn reuzen en verpletteren met rotsblokken de schepen van Odysseus die in de haven liggen. Odysseus' schip weet op het nippertje te ontkomen en achterna gezeten door rotsblokken, varen ze naar Aia, het onderkomen van de tovenares Circe.

Circe[bewerken]

De tovenares Circe

Op Aia stuurt Odysseus een groep verkenners erop uit om te kijken wat het eiland te bieden heeft. Als deze echter erg lang wegblijven, besluit Odysseus zelf te gaan kijken. Op zijn zoektocht, ontmoet hij Hermes, de boodschapper van de goden. Deze waarschuwt Odysseus voor de gevaarlijke toverdrank van de tovenares Circe. Als Odysseus hiervan drinkt, zal hij veranderen in een beest, tenzij hij een kruid inneemt dat Hermes hem aanbiedt. Odysseus eet het op, en gaat verder op zoek naar het paleis van Circe. Rondom het paleis ziet hij allerlei verschillende soorten beesten lopen. Hij komt erachter dat zijn mannen ook veranderd zijn in dieren.

Odysseus ontmoet Circe en hij beveelt haar zijn mannen te laten gaan. Circe wil hem eerst een drankje aanbieden, en Odysseus drinkt dit op, omdat hij hoopt dat het kruid van Hermes werkt. Circe raakt helemaal van streek als Odysseus niet in een dier veranderd, en zegt dat ze zijn mannen weer terug zal toveren, als Odysseus met haar naar bed gaat. Odysseus doet dat en zoals beloofd veranderen de dieren weer in mensen en varen Odysseus en zijn mannen verder.

De Onderwereld[bewerken]

Odysseus in de onderwereld

Circe had Odysseus aangeraden naar de onderwereld te gaan en daar de schim van de profeet Teiresias op te zoeken. Met hulp van Circe bereikt Odysseus de onderwereld en gaat er alleen binnen. Hij moet in de onderwereld een kuil graven, en daar drie offers brengen: een mengsel van melk en honing, zoete wijn en water. Hierover heen moet hij meel strooien, een aantal geloften afleggen en een zwarte ram en een zwart schaap offeren. Odysseus had van Circe gehoord dat Theiresias de eerste is die van het bloed mag drinken. Maar natuurlijk komen op het bloed alle schimmen af, die Odysseus met zijn zwaard op afstand probeert te houden. Tussen de schimmen ziet hij zijn moeder, die nog leefde toen hij van Ithaka wegging, maar ook haar mag hij niet van het bloed laten drinken, voordat Theiresias genoeg heeft. Eindelijk verschijnt hij, en hij voorspelt dat Odysseus en zijn mannen veilig op Ithaka aankomen, als hij de koeien van Helios, de zonnegod, die grazen op het eiland Thrinakia, met rust laat. Thuis aangekomen zal hij de vrijers die met Penelope willen trouwen moeten doden, maar daarna zal hij een rustige oude dag hebben. Na deze voorspelling kon Odysseus eindelijk zijn moeder van het bloed laten drinken. Zijn moeder heeft zelfmoord gepleegd, omdat ze het niet meer aankon zonder hem te leven. Ook ontmoet Odysseus Agamemnon, een van de leiders van de expeditie naar Troje, die hem vertelt over zijn afschuwelijke dood.

Na de ontmoetingen met zijn moeder en Agamemnon, blijft Odysseus geen minuut langer in het dodenrijk. Ze varen terug naar het eiland van Circe en vertrekken daar na een nacht goed te hebben geslapen.

De Sirenen[bewerken]

Odysseus luistert vastgebonden naar de Sirenen

Sirenen zijn halfgodinnen met het lichaam van een vogel en het hoofd van een vrouw. Ze zingen zulke mooie liederen, dat iedere schipper in de verleiding brengt, en waardoor vele schepen op de klippen zijn gelopen.

Odysseus had van Circe de goede raad gekregen om zijn oren en die van zijn mannen dicht te stoppen, zodat niemand in de verleiding komt naar de sirenen toe te varen en zijn eigen graf te graven. Hij stopt de oren van zijn mannen dicht met bijenwas, en laat zichzelf vastbinden aan de mast, zodat hij wel de gezangen hoort, maar niet naar ze toe kan varen. Hij geeft zijn mannen bovendien de opdracht dat als hij schreeuwt dat ze hem losmaken, ze hem nog steviger moeten vastmaken. Zo komen ze ongeschonden voorbij het eiland van de sirenen.

Scylla en Charybdis[bewerken]

Odysseus in gevecht met Scylla

Na heelhuids de sirenen te zijn gepasseerd, kwam Odysseus met zijn schip door een smalle zeestraat (Straat van Messina). Plotseling duikt er een vreselijk monster op: Scylla. Het monster rukt zes van Odysseus' manschappen van het schip. Odysseus had, om geen angst te veroorzaken, hen niet verteld wat hen te wachten stond. Verderop was Charybdis, die driemaal per dag het water opslokt en weer uitspuwt. Met zes man minder komen ze hier toch nog doorheen.

Helios[bewerken]

Odysseus komt aan op Thrinakia, het eiland waar de zonnegod Helios zijn runderen laat grazen. Odysseus had dit eiland liever gemeden, gezien de waarschuwingen van Teiresias en Circe. Maar ze kunnen niet meer terug, en de mannen krijgen Odysseus zover minstens een dag op het eiland te blijven. Er breekt een periode van ongunstig weer aan, en Odysseus is verplicht langer op het eiland te blijven. Hij heeft zijn mannen doen zweren dat ze van de runderen afblijven, maar na een tijd raakt het voedsel op, en de mannen halen liever de woede van de goden op hun hals dan om te komen van de honger. Ze slachten een aantal runderen en braden ze boven een vuur. Odysseus wordt wakker, en komt scheldend en tierend naar de mannen toe. Helios dwingt Zeus de mannen te straffen, en Zeus belooft hem dat ze hun straf niet zullen ontlopen.

Als de wind is gaan liggen, kunnen Odysseus en zijn mannen weer vertrekken. Nog voor het eiland van Helios uit het zicht verdwenen is, breekt er een geweldig noodweer uit en raken de bliksemschichten van Zeus het schip van Odysseus, waardoor deze zinkt. Alle mannen verdrinken, alleen Odysseus blijft in leven, en zal zijn tocht terug naar huis alleen moeten doorzetten.

Kalypso[bewerken]

Odysseus heeft zich nog net aan een stuk wrakhout kunnen grijpen, en drijft verder. Hij komt nog een keer bij Charybdis, die de zee leegzuigt, waardoor Odysseus zijn vlotje kwijtraakt. Hijzelf heeft zich nog net vast kunnen grijpen aan een tak op een eiland, en hangt aan die tak totdat Charybdis de zee weer uitspuugt. Hij springt op het vlot en gaat weer verder, zonder dat Scylla hem opmerkt.

Odysseus drijft aan op het mysterieuze eiland Ogygia, waar de godin Kalypso met nog een aantal andere vrouwen woont. Deze vrouwen giechelen als ze Odysseus zien, omdat zij zelf nog nooit een man hebben gezien. Odysseus wordt op het eiland goed verzorgd en Kalypso laat hem blijken dat ze hem wel ziet zitten. Odysseus houdt echter vol dat hij terugkeert naar Penelope, maar Kalypso zegt dat hij haar moet vergeten. Kalypso zegt dat ze hem onsterfelijk en eeuwig jong kan maken, maar Odysseus blijft het niet geweldig vinden.

De goden vinden Odysseus na een verblijf van zeven jaar op het eiland zielig worden, en sturen Hermes naar Kalypso, die haar beveelt Odysseus te laten gaan. Zij ziet het niet zitten, en zegt dat de goden het gewoon niet kunnen hebben dat ze een sterveling bemint, bovendien zegt ze dat Zeus er zelf voor heeft gezorgd dat Odysseus hier aanspoelde. Toch laat Kalypso Odysseus met veel tegenzin gaan, en beveelt hem een boot te bouwen, waarmee hij naar huis kan varen.

De Faiaken[bewerken]

Als Odysseus het eiland van de Faiaken in zicht heeft, veroorzaakt Poseidon een storm, waardoor Odysseus weer schipbreuk lijdt. Hij denkt dat hij nu dood gaat, maar net op dat moment duikt de nimf Ino Leukothea op, die hem zegt dat hij veilig het eiland bereikt, als hij doet wat zij zegt. Ze draagt hem op haar hoofddoek, die de angst voor onheil en dood wegneemt, om zijn borst te binden en naakt het water in te springen. Odysseus vertrouwt haar niet helemaal, maar hij heeft geen keus. Hij springt, op de hoofddoek na, naakt het water in en zwemt naar de kust. Het duurt ondanks de hulp van Pallas Athene nog twee dagen voordat Odysseus aanspoelt op de kust. Daar doet hij de hoofddoek af, en gooit deze, zoals Ino Leukothea hem had opgedragen, met afgewend gezicht terug in de zee. Dan gaat hij geheel naakt in de bosjes uitrusten.

Athena komt, vermomd als een goede vriendin, voor in een droom van de prinses Nausikaä. Ze zegt tegen Nausikaä dat ze naar het strand moet gaan om de was te doen, want daar zal ze haar ware liefde ontmoeten. De volgende dag gaat ze met haar dienaressen de was doen aan het strand. Odysseus wordt wakker van de geluiden van Nausikaä en haar dienaressen en stapt, bedekt met wat bladeren, uit de struiken. Alle dienaressen gaan er vandoor, alleen Nausikaä blijft staan. Odysseus vraagt haar of zij een doek voor hem heeft die hij kan omslaan en of zij de weg naar de stad weet. Nausikaä geeft haar dienaressen de opdracht Odysseus te wassen, maar Odysseus schaamt zich en doet het liever zelf. Als hij gewassen is, legt Nausikaä hem uit hoe hij naar de stad moet komen en hoe hij moet handelen om gastvrij ontvangen te worden.

Hij handelt zoals hem gezegd is en gaat naar het paleis. Hij wordt door de godin Athena onzichtbaar gemaakt en loopt recht op koningin Arete af. Als hij zich laat vallen en haar knieën omhelst, verdwijnt zijn onzichtbaarheid, waardoor de koningin schrikt. Odysseus smeekt Arete hem naar huis te laten gaan, en de Faiaken geven hem het beste eten en de beste spullen, omdat ze denken dat Odysseus een god is. Odysseus zegt hen echter dat hij een gewoon mens, en geen god is. Koning Alkinoös belooft hem een schip om naar huis te varen.

Er wordt een feestmaal voor Odysseus gehouden, en Odysseus vraagt aan een zanger of hij over de Trojaanse oorlog kan zingen. Dit lied ontroert Odysseus zeer, en hij begint te huilen. Alkinoös vraagt hem zijn naam bekend te maken, omdat hij nu wel erg nieuwsgierig geworden is. Odysseus antwoordt nu dat hij Odysseus is, de man die het Paard van Troje bedacht. Alkinoös vraagt hem of hij over zijn avonturen op weg naar huis kan vertellen, en Odysseus vertelt door tot diep in de nacht.

Terugkeer op Ithaka[bewerken]

Penelope spint de lijkwade.

In de twintig jaren dat Odysseus van huis is, komen er steeds meer vreemde mannen op Ithaka, die willen trouwen met Penelope. Penelope houdt echter nog altijd van Odysseus en wil niet hertrouwen. Ze verzekeren haar dat Odysseus gestorven is, en ze zeggen haar dat ze op deze manier niet verder kan leven. Penelope zegt hen te zullen trouwen met iemand, zodra ze een lijkwade voor Odysseus heeft gesponnen. Ze begint aan deze lijkwade te werken, maar ze komt al snel tot de conclusie dat ze hier snel mee klaar is. Daarom spint ze overdag, maar haalt ze de lijkwade 's nachts weer uit elkaar.

Odysseus wordt wakker op een voor hem vreemd eiland, dat in mist is gehuld. Hij ontmoet Athena, die hem zegt dat hij echt op Ithaka is, en om dat te bewijzen haalt ze de mist weg. Odysseus herkent het eiland nu, en Athene zegt hem dat hij niet meteen naar Penelope kan gaan, in verband met de vrijers. Ze zegt dat als hij nu naar Penelope zou gaan, hij hetzelfde zou sterven als Agamemnon. Om hem daartegen te beschermen, verandert Athena hem in een bedelaar en stuurt ze hem naar Eumaios, de zwijnenhoeder. Athene zegt hem bovendien dat ze naar Sparta zal vertrekken, om zijn zoon Telemachos terug naar huis te sturen. Hij is namelijk op pad gegaan om inlichtingen over zijn vader in te winnen.

Eumaios komt er na verloop van tijd achter dat de bedelaar eigenlijk zijn meester is, en waarschuwt hem niet naar zijn paleis terug te keren, in ieder geval niet voordat Telemachos teruggekeerd is. Als Telemachos terug is op Ithaka, geeft Athena Odysseus zijn echte gedaante terug. In eerste instantie herkent Telemachos zijn vader niet, maar Odysseus overtuigt hem van het feit dat het wel degelijk zo is. Odysseus vraagt zijn zoon hem te helpen met het verslaan van de vrijers, waarop Telemachos natuurlijk toezegt.

Odysseus wordt weer omgetoverd tot bedelaar door Athena en gaat naar zijn paleis. De vrijers zijn ondertussen erg onrustig geworden en willen dat Penelope nu een keuze maakt. Ze verzint een list, waardoor ze met niemand hoeft te trouwen. Aan de muur hangt nog de boog van Odysseus, die alleen hij kan spannen. Ze organiseert een wedstrijd, en degene die de boog kan spannen en er een pijl mee kan schieten, wordt de nieuwe echtgenoot. Alle vrijers proberen de boog te spannen, maar geen van hen lukt dit. Odysseus vraagt, nog steeds betoverd, of hij het eens mag proberen. De vrijers roepen dat een bedelaar al helemaal geen boog kan spannen, maar Penelope zegt dat de bedelaar het ook mag proberen. Odysseus spant de boog en schiet ermee, waardoor alle vrijers verbaasd kijken. Odysseus wordt weer omgetoverd tot Odysseus, waardoor de vrijers nog verbaasder zijn. De vrijers proberen Odysseus te vermoorden, waarna hij een vrijer doodt. Een vrijer vraagt waarom hij mensen aan het doden is, waarop Odysseus antwoordt dat het schurken zijn, omdat ze jaren van zijn geld hebben geleefd en met zijn vrouw wilden trouwen. Hierna schiet Odysseus nog meer vrijers dood, en begint er een heuse strijd. Odysseus krijgt hulp van Telemachos en samen overwinnen ze de vrijers.

Odysseus gaat na het gevecht op zoek naar Penelope, en wordt met haar herenigd. Ze beloven voor altijd bij elkaar te blijven.

Vertelwijze[bewerken]

De Odyssee van Homeros beschrijft de laatste 41 dagen van de tocht van Odysseus. Het boek begint waar Odysseus aanspoelt op het eiland van de Faiaken tot op Ithaka. Odysseus vertelt aan de koning van de Faiaken, Alkinoös, over zijn terugtocht vanuit Troje. Zijn belevenissen bij o.a. de Kykloop, Circe en Skylla worden dus in flashback door Odysseus zelf verteld. Nadat zijn verhaal is afgelopen, gaat het verhaal gewoon verder daar waar het gebleven is en vertelt over hoe Odysseus terugkeert op Ithaka en korte metten maakt met de vrijers.

Externe links[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.