Leer jezelf ecologisch tuinieren/Zaad

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ecologisch tuinieren

Celery seed.jpg
Inleiding
De tuinkalender
Register
Wat zijn planten
Algemene begrippen
Sorteringslijsten
Grondbewerking
Plantkunde
Vermeerderen
Plantenfamilies
Geslachten
Soorten
Plantenziekten
Problemen
Het dierenleven
De moestuin
De kruidentuin
De boomgaard
De siertuin
De speeltuin

Winnen van het zaad

Het is lastig om een of meer planten te laten staan voor zaadwinning als je de anderen weghaalt. Vooral in de moes- en kruidentuin zal dit het geval zijn.
Je kan op een speciaal stuk zaaien voor de zaadwinning, maar dan zie je niet welke planten het best zijn, ten opzichte van de anderen waar je op wilt selecteren (vroege of late ontwikkeling, laat doorschieten en zaad vormen, mooie sterke plant, grootte enz.), om mee door te telen. Je kan ook de geselecteerde gewassen overplanten naar een speciaal zaadwinplekje of ze merken door er een gekleurd draadje om te binden.
Door zorgvuldige selectie kunnen de eigeschappen verbetert worden. Vaak zijn minstens twee planten (liefst meer) nodig voor een goede bevruchting, behalve bij planten die niet afhankelijk zijn van kruisbestuiving.
Voor zaadwinning kies je altijd planten die geteeld zijn uit biologisch zaad. Hybriden (op de verpakking saat dan hybride of de letter F met een cijfer) zijn ongeschikt.

Waar moet je op letten

Laat altijd wat meer planten staan voor zaadontwikkeling. Uiteindelijk kies je de planten met de beste eigenschappen. Zieke planten verwijderen want de ziekten gaan mee over met de zaden. Controleer dat regelmatig.
Een plant die je bestemd voor zaad heeft voldoende voedsel nodig. Een goede compost is een pré. Voor extra spore-elementen kan je wat basaltmeel toevoegen, de plant zorgt zelf voor de verdeling.
Controleer ook regelmatig de waterhuishouding, zeker op lichtere grond. Een goede bodembedekking houdt het vocht langer vast. Bij lange droogte dus bijtijds water geven.
Gewassen die tot dezelfde familie behoren mogen niet gelijktijdig bloeien om verbastering te voorkomen (er zijn uitzonderingen). Meestal geeft dat ongewenste afwijkingen in het nakamelingenschap. Ook late en vroege variëteiten beter niet gelijktijdig laten bloeien. De eigenschappen kunnen zich dan vermengen. Alle koolsoorten verbasteren makkelijk. De zaden zijn gemiddeld vijf jaar kiemkrachtig en er kan dus om beurten zaad van worden gewonnen.
Bijvoorbeeld:

eerste jaar spruiten
tweede jaar witte kool
derde jaar rode kool
vierde jaar savooie kool

Bloemkool kan elk jaar zaden dragen. Andere koolsoorten kunnen de zaadwinning hiervan niet beïnvloeden omdat bloemkool veel later bloeit.

Bladgroenten

Let op een regelmatige bladstand, een goede vorm en het egaal groen zijn van het blad. Belangrijk is dat de plant traag in zaad schiet.

Bolgewassen

Zorg ervoor dat de bollen mooi van vorm en regelmatig gegroeid zijn. Vast aan voelen en traag doorschieten is erg belangrijk.

Vruchtgewassen

In de eerste plaats moeten deze planten zoveel mogelijk productief zijn. De stam moet krachtig zijn en de vruchten goed van vorm. Let ook op een korte afstand van bloemen en bloemtrossen.

Peulgewassen

Ontwikkeling van eenvormige stengels. Peulen die een groot aantal zaden bevatten hebben de voorkeur. Kies de productieve planten.

Voorbereiding, opvang en bescherming

Gebruik bij voorkeur geen bestrijdingsmiddel (ook geen biologische). Het doel moet zijn krachtige, gezonde zaden te telen. Alleen de gezonde gewassen mogen zich voortplanten. Als een gewas aangevallen wordt door (schadelijke) insecten (bijvoorbeeld bladluizen) heeft dat te maken met zwakke, niet leefbare delen. Verwijder deze delen zodat het voedsel dat de plant opneemt ten goede komt aan de overblijvende delen.
Win tenminste twee soorten zaad. Een vroege soort waarvan bleek dat die goed tegen de kou kon en een late soort die de warmte en droogte goed verdroeg.

Zaaddragers steunen ()

Steun de (groenten)planten die je gebruikt voor het winnen van zaad. Doordat de bloeiwijze langer wordt is die bevattelijk voor wind en regen. Zet een stok bij de plant en bind de stengel daaraan vast. Dan wordt voorkomen dat de stengel knikt of afbreekt wat problemen geeft bij het voedsel- en watertransport met als gevolg minderwaardig en zwak zaad. Doe dit wel op tijd zodat je de wortels niet beschadigd.
Bind de stengels niet te vast zodat bij dikker worden ze niet worden afgekneld en verwond. Het beste is van het bindmateriaal een acht te vormen met het ene lusje om de stok en het andere om de plant.

Beschutting tegen regen en wind

Om de zaaddragers te beschermen tegen (harde) regen en wind kan je een doorzichtige kap maken die je er overheen plaatst. Zorg wel dat bijvoorbeeld één kant open is zodat insecten erbij kunnen voor bevruchting.

Bescherming tegen vogels en zaadverlies

Als het zaad zich begint te vormen kan je het beste gaasdoek om de plant binden zodat de vogels je zaadjes niet kunnen opeten. Voordeel is ook dat het rijpe zaad niet op de grond valt maar opgevangen wordt door het doek. Je kan hier oude vitrage voor gebruiken. Dat is fijnmazig genoeg om zelfs de kleinste zaadjes binnen te houden.

Oogsten van het zaad

Over het algemeen is het zaad rijp als de bloemstengels en zaadomhulsels gaan verkleuren. Sommige planten verliezen hun zaad dan gemakkelijk. Je kan dat voorkomen door te zorgen voor opvang (zie hiervoor). Planten die niet eenvoudig hun zaad verliezen kan je het best vroeg in de ochtend oogsten. De luchtvochtigheid is dan het hoogst. De zaadomhulsels krimpen door het vocht en laten de zaden niet los.
Laat alles wel goed nadrogen na het oogsten in een goed beluchte, droge ruimte. Nooit op de verwarming. Een te snelle droging zorgt voor gerimpeld of gebarsten zaad. Matig verwarmde ruimte is het meest geschikt.

Bewaren van het zaad

Als het zaad droog is doe je het in papieren of linnen zakjes met vermelden van het oogstjaar en de naam. Ook zaad is levend materiaal en moet kunnen ademen. Niet luchtdicht verpakken dus, wel koel, donker en droog bewaren. Voor ongelijktijdige kieming en oogstspreiding meng je zaad van verschillende jaren. Ouder zaad ontkiemt langzamer tot helemaal niet meer (lees ook kiemkracht en verder. Controleer regelmatig op schimmelaantasting en insecten.

Verder

Bij de gegevens op de betreffende pagina van het gewas staat verder hoe je om moet gaan met het telen van zaad. Je kan deze opzoeken via het register.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.