Leer jezelf ecologisch tuinieren/Brandnetel

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ecologisch tuinieren

Urtica dioica07 ies.jpg
Inleiding
De tuinkalender
Register
Wat zijn planten
Algemene begrippen
Sorteringslijsten
Grondbewerking
Plantkunde
Vermeerderen
Plantenfamilies
Geslachten
Soorten
Plantenziekten
Problemen
Het dierenleven
De moestuin
De kruidentuin
De boomgaard
De siertuin
De speeltuin

Brandnetel (Urtica) is een plantengeslacht in de Brandnetelfamilie waarvan in Nederland en België de Grote brandnetel en de Kleine brandnetel voorkomen. Het geslacht kent een 30-45 soorten, waarvan er 4 in Midden-Europa voorkomen.

Naam

De botanische naam Urtica dioica komt van het Latijnse uro "ik brand", wat verwijst naar de pijnlijke en/of irriterende brandharen van de plant, en het Griekse dioica "2 huizen", wat verwijst naar de mannelijke en vrouwelijke planten. De Nederlandse naam is afkomstig uit het Angelsaksisch en afgeleid van het woord noedl of naald. De brandnetel is kosmopolitisch en een cultuurvolger.

Soorten
Waardplant

Dit geslacht is waardplant voor ongeveer 50 vlindersoorten, onder andere:

  • 1 De rupsen van de Kleine vos leven op de brandnetel.
  • 2 Deze leven alleen van de grote brandnetel
Algemeen

De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren, van de kleine brandnetel staan ze rechtop. Beide brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde van het blad. De bovengrondse delen van brandnetel zijn rijk aan carotenen, vitamine C en ijzer. Ook komt vitamine D in de plant voor. Tot 20 % aan kiezelzuur, kalium en nitraat kan in de plant voorkomen. Gedroogde brandnetels, liefst voor de bloei, zijn een goed voer voor geiten en konijnen, vanwege het hoge eiwitgehalte. Geiten eten de grote brandnetel ook graag vers. Zeer jonge planten, die nog geen brandharen hebben, kunnen vers aan konijnen gevoerd worden.

De Romeinen die in onze koude streken gelegerd waren, haalden soms brandnetels over hun benen om het warm te krijgen. In de Middeleeuwen maakten de monniken kleine zweepjes van brandnetelstengels en sloegen hun lichaam ermee als boetedoening.

Brandharen

Brandnetels worden gemeden door de mens omdat de brandharen van de plant bij aanraking zeer pijnlijk zijn. Het is een van de weinige onkruiden die iedereen bij naam kent. Aan de top van de knop van iedere brandhaar zit een weerhaakje dat bij aanraking in de huid vast komt te zitten. Daarbij breekt de knop van de brandhaar af en komt een mengsel van stoffen in de huid die de brandende en langdurig aanhoudende pijn veroorzaken. Ook ontstaan op de huid lichtere, jeukende bultjes, die netelblaren worden genoemd.

Onderzoek uit 1849, 1947 en 1969 toonde aan dat de brandharen acetylcholine, histamine, serotonine en mierenzuur bevatten. Laatstgenoemde stof zou de belangrijkste veroorzaker van de pijn zijn. De afgelopen 100 jaar is weinig onderzoek verricht op dit gebied. Wat wel bekend is, is vaak gebaseerd op twijfelachtige referenties of kwalitatief slecht onderzoek. Of mierenzuur werkelijk de belangrijkste veroorzaker van de pijn is, zal nader onderzocht moeten worden. Onderzoek uit 2006 toonde aan dat oxaalzuur en wijnsteenzuur waarschijnlijk de veroorzakers van de aanhoudende pijn zijn. Van acetylcholine, histamine, serotonine kon niet overtuigend worden aangetoond dat zij een belangrijke bijdrage aan de pijnlijke effecten leveren.

Wat de histamine betreft is het zelfs onduidelijk of deze afkomstig is van de brandharen of uit de mestcellen in de huid.[1] Wie gedwongen is een brandnetelstengel vast te pakken, kan dat het beste met een licht opwaartse beweging doen, omdat de brandharen van de stengel iets naar boven wijzen. De brand van de kleine brandnetel is pijnlijker en meer stekend dan van de grote. Beide soorten hebben op de wortels geen brandharen en de bovenzijde van het blad bevat minder brandharen dan de onderzijde.

De grote brandnetel komt voor op stikstofrijke, humushoudende grond en vaak op half beschaduwde plaatsen. Is vaak te vinden op afvalplaatsen en verlaten bouwplaatsen. De kleine brandnetel komt voor op akkerland en in moestuinen, waar de soort als onkruidprobleem wordt beschouwd. Dit omdat al zeer snel nieuw zaad gevormd wordt. Ook op opengewerkte grond in de duinen. In kippenmest van los lopende kippen kan zeer veel zaad van de kleine brandnetel zitten.

In de keuken

Jonge brandnetelstengels van de grote brandnetel kunnen als een soort spinazie gegeten worden. In het voorjaar smaken de ongeveer 20 cm lange stengels het beste. Zeer jonge stengels kunnen als sla gegeten worden. Van brandnetels kan soep gemaakt worden. Ook de bladeren van de brandnetel kunnen voor consumptie gebruikt worden. Hiervoor moeten de bladeren, na het plukken, worden gedroogd op een droge en luchtige plaats. Hierna kan er van de gedroogde bladeren thee worden getrokken. De brandharen worden geneutraliseerd zodra ze eventjes in heet water gezet worden. Het beste is om alleen jonge bladeren te gebruiken. Dit kan later in het seizoen bereikt worden, door alleen de topjes (3 cm) te oogsten. Oude bladeren hebben teveel nitriet. Vroeger werden boter, vis en vlees in brandnetelbladeren verpakt om ze langer fris te houden. Het blijkt dat stoffen in brandnetel bacteriegroei tegengaan[2]. Een Friese specialiteit is brandnetelkaas.

In de geneeskunde

De bovenste bloeiende stengel met bladeren met niet meer dan 10% stengelaandeel van twee niet in Nederland voorkomende soorten, is gedroogd te gebruiken als geneeskrachtig kruid en heeft een iets bittere smaak. Voor dit doel wordt hoofdzakelijk in het wild verzameld in Bulgarije, Hongarije, Rusland, voormalig Joegoslavië en Albanië. De planten bevatten ca. 1-2% flavonoïden, speciaal glucoside en rutinoside van quercetine, isorhamnetine en kamferolie, maar ook isorhamnetine-3-O-neohesperidoside. In kleinere concentraties verschillende alifatische organische zuren (chlorogenzuur), maar ook hydroxycumarine scopoletine. Alleen in de grote brandnetel komt 0,03-1,6 % koffie-oylappelzuur voor.

Bloedzuiverend, bloedstelpend, zwak vochtafdrijver, anti-allergisch, voedzaam.

Indicaties. - Huidaandoeningen, zoals eczeem - Allergische aandoeningen, zoals hooikoorts en astma. - In de menstruatie om zware bloedingen te verlichten. - Bij een vergrote prostaat (gebruik hierbij de wortel).

In de lichaamsverzorging

Bladeren en stengels geweekt in water geven een geur die uitstekend geschikt is voor de bestrijding van luizen. Brandnetels worden ook in haarwater gebruikt. Brandnetelspiritus wordt gebruikt voor behandeling van de hoofdhuid en haren tegen roos en vet haar.

In de tuin

Brandnetelgier is een middel dat gebruikt kan worden ter bestrijding van allerlei soorten luis en rupsen. Hiervoor moeten forse brandnetels 24 uur in een emmer met schoon water op een koele plaats worden gezet. Het water door een doek zeven om zaad te verwijderen. Het water voelt nu prikkelig aan en kan gebruikt worden in een verstuiver of gieter.[3]

In de kledingindustrie

Lange tijd werd de grote brandnetel voor het verven van wol gebruikt. Na voorbehandeling met aluin kon wol wasgeel geverfd worden. Na voorbehandeling met zink en nabehandeling met koper en in een ammoniakbad kreeg wol een intense grauwgroene kleur. Voor het verven is ongeveer 600 g brandnetel per 100 g wol nodig; de verftoon wordt beïnvloed door het pluktijdstip en het verven. Uit de stengel van de grote brandnetel worden vezels gewonnen en verwerkt tot neteldoek.[4]. Ook wordt er tegenwoordig op kleine schaal van brandnetels stof geproduceerd ter gebruik in de mode.

Modelabel Brennels heeft in provincie Flevoland (NL) eigen brandnetelplantages en ontwikkelt daar een innovatief productieproces voor het losweken van de hoogwaardige vezels. Het netelgaren wordt gemengd met katoen.De brandnetelvezel is van nature een holle vezel die een isolerende werking geeft tijdens het dragen. Uit de praktijk blijkt dat brandnetelstof door die holle vezels makkelijker aanverft. De kleuren worden daardoor mooi en diep. Wanneer de brandnetelvezel gemengd wordt met andere vezelsoorten, neemt het die eigenschappen over. Door brandnetelvezel te mengen met bijvoorbeeld wol, worden de eigenschappen en de uitstraling van de wol in de stof versterkt. Brandnetelvezel is 30 tot 50% lichter dan katoenvezel. Daarnaast is de vezel ook sterker dan die van katoen.

Overig gebruik

De plant werd ook gebruikt voor de productie van papier en textiel.

Oude inheemse gebruiken

In het Amazonegebied wordt de brandnetel nog steeds gezien als helende plant. Wanneer een lid van de stam een infectie oploopt wordt deze bedekt met verschillende brandnetels. Hier hangt ook een religie aan vast. In het oude gesproken Quechua wordt deze plant uitgesproken als "brenshumie", hetgeen betekent "god van de prikkels". Deze prikkels zetten de pijn die door de ontsteking is ontstaan om in de pijn die ietwat vriendelijker aanvoelt.

Morfologie

Bladeren tegenoverstaand met gezaagde bladrand. Planten met brandharen. De bloemen zijn klein en groenachtig met vier of vijf meeldraden. Stamper met één of twee stempels. Bloemen een- of tweeslachtig. De vrucht is eenzadig.

  1. Fu HI et al. Identification of Oxalic Acid and Tartaric Acid as Major Persistent Pain-inducing Toxins in the Stinging Hairs of the Nettle, Urtica thunbergiana. Ann.Botany. 2006;98:57-65.
  2. M. Aksu & M. Kaya - Effect of usage Urtica dioica L. on microbiological properties of sucuk, a Turkish dry-fermented sausage - Website
  3. Nijkamp J., Rook R., Slijper H. en Zweers K. (1976). De 12 maanden van het jaar. Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.
  4. Willkommen bei www.stoffkontor-ag.de
Wikimedia Commons Meer afbeeldingen over dit onderwerp vindt u in Categorie Urticaceae op Wikimedia Commons
Wikipedia Wikipedia heeft een encyclopedisch artikel over Brandnetel
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.