Esperanto/Grammatica/Woorden vormen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
  1. Grammatica
    1. Uitspraak
    2. Zelfstandig naamwoord
    3. Bijvoeglijk naamwoord
    4. Meervoud
    5. Lijdend voorwerp
    6. Lidwoord
    7. Werkwoorden
    8. Bijwoorden
    9. Voorzetsels
    10. Woorden vormen
    11. Eigennamen
    12. Zinnen
  2. Gebruik
    1. Landen van Europa
  3. Geschiedenis
    1. Toespraak Zamenhof
  4. Waarom zou je Esperanto leren?


Woordvorming[bewerken]

Eén stamwoord kan in het Esperanto veel diverse woorden opleveren door het toevoegen van verschillende voorvoegsels en achtervoegsels. Dat betekent, dat we in het Esperanto minder woorden hoeven te leren dan in andere talen.

Eén mogelijkheid is het gebruiken van de diverse achtervoegsels:

skrib' =>
skribo - schrift
skriba - schriftelijk
skribi - schrijven
skribe - schriftelijk
interes' =>
intereso - interesse
interesa - interessant
interesi - interesseren
interese - interessant (zijnde)

Wanneer we een samengesteld woord maken, dan kunnen we de achtervoegsels van het eerste woord al dan niet weglaten, afhankelijk van wat gemakkelijker is uit te spreken.

skrib' + tabl' => skribotablo / skribtablo - schrijftafel, bureau, desk

Voor- en achtervoegsels zijn erg belangrijk in het Esperanto. Ze zorgen ervoor dat je uit betrekkelijk weinig stamwoorden een grote hoeveelheid afleidingen kunt maken. Stamwoorden zijn de basiswoorden waaruit de taal bestaat. Er bestaan 10 voorvoegsels en 32 achtervoegsels.

Voorvoegsels[bewerken]

bo- verwantschap door huwelijk patro - vader bopatro - schoonvader
dis- uiteen; naar vele/diverse richtingen toe doni - geven disdoni - uitdelen
ek- (meteen) beginnen vidi - zien ekvidi - gauw zien, ontwaren
eks- niet meer reĝo - koning eksreĝo - ex-koning
fi- slecht, onprettig domo - huis fidomo - een rothuis (de sfeer in het huis)
ge- de twee geslachten tezamen patro - vader gepatroj - ouders
mal- omgekeerd; het tegendeel; het tegenovergestelde bona - goed malbona - slecht
mis- niet juist; per vergissing uzi - gebruiken misuzi - misbruiken
pra- naar het verleden wijzend tempo - tijd pratempo - oertijd
re- alweer, nogmaals; omgekeerde richting veni - komen reveni - terugkomen

Achtervoegsels[bewerken]

-aĉ- slecht (kwalitatief) domo - huis domaĉo - krot, bouwval
-ad- langdurige of herhalende handeling kanti - zingen kantado - voortdurend zingen (een aantal liedjes na elkaar)
-aĵ- iets concreets alta - hoog altaĵo - hoogte; heuvel
-an- lid, iets of iemand dat ergens aan toebehoort Kristo - Christus kristano - christen
-ar- verzameling, velen als een geheel arbo - boom arbaro - bos
-ĉj- schept mannelijke koosnaampjes (na 2-5 letters van de naam) patro - vader paĉjo - papa, pappie
-ebl- men kan het doen; mogelijk; -baar legi - lezen legebla - leesbaar
-ec- kwaliteit als een abstract idee; eigenschap, -heid rapida - snel, vlug, rap rapideco - snelheid
-eg- erg groot, erg sterk varma - warm varmega - heet
-ej- plaats, plek, stek, waar? kuiri - koken kuirejo - keuken
-em- neiging of staat dormi - slapen dormema - slaperig
-end- iets dat men hoort te doen legi - lezen legenda - iets dat men hoort te lezen
-er- fragment, een stukje van sablo - zand sablero - zandkorrel
-estr- een mens: die leidt, regeert, voorzit lernejo - school lernejestro - schooldirecteur, rector
-et- erg klein (nietig); erg zwak varma - warm varmeta - lauw
-id- kind; jong dier hundo - hond hundido - pup
-ig- veroorzaken dat iets gebeurt of plaatsvindt (actief) labori - werken laborigi - aanzetten tot werken
-iĝ- alsof iemand of iets iets ondergaat (passief) ruĝa - rood ruĝiĝi - rood worden
-il- instrument, remedie tranĉi - snijden tranĉilo - mes
-in- geeft een vrouwelijk geslacht aan knabo - jongen knabino - meisje
-ind- is goed om te doen; verdienste; is het waard legi - lezen leginda - als iets het waard is te lezen, lezenswaardig, iets wat je zou moeten lezen
-ing- iets, waarin men iets doet, om ze te nemen of vast te houden glavo - zwaard glavingo - schede
-ism- denkwijze, systeem kristano - christen kristanismo - christendom
-ist- beroep, voortdurende bezigheid/denkwijze labori - werken laboristo - werker, arbeider
-nj- vrouwelijke koosnaampje(na 2-5 letters van de naam) patrino - moeder panjo - mama, mammie
-obl- hoeveelheid; keren, malen du - twee duoblo - dubbel, twee maal
-on- deel du - twee duono - helft
-op- achtervoegsel dat verzamelgetallen vormt du - twee duope - met z´n tweeen
-uj- achtervoegsel met de betekenis:

1. voorwerp dat het in het stamwoord genoemde kan bevatten
2. land
3. vruchtenboom

1. mono - geld

2. Anglo - Engelsman
3. pomo - appel

1. monujo - portemonnaie

2. Anglujo - Engeland
3. pomujo - appelboom

-ul- een mens als zodanig juna - jong junulo - jongere
-um- achtervoegsel zonder bepaalde betekenis komuna - gemeenschappelijk, algemeen; gezond verstand komunumo - 1.gemeente 2.gemeenschap

Verschillende voor- en achtervoegsels kunnen tegelijkertijd gebruikt worden.

patro - vader => bogepatroj - schoonouders
labori - werken => mallaborema - lui

Vele voor- en achtervoegsels kunnen zelfstandig gebruikt worden.

ilo - gereedschap, werktuig
ekas - het begint

Betrekkingswoorden

Correlatieven[bewerken]

Correlatieven zijn vraagwoorden en de woorden die daar antwoord op geven. Ze zijn geordend in een apart systeem. Het bestaat uit vijf voorvoegsels en negen achtervoegsels die onderling op verschillende wijzen te combineren zijn. Let wel: je kunt ze niet zonder meer met woordstammen en andere voor- en achtervoegsels combineren.

Voorvoegsel Korte uitleg
ki- wat, wie, vraagwoord
ti- 'aanwijswoord'
i- iemand
ĉi- alles, iedereen
neni- niemand
Achtervoegsel Korte uitleg
-o onbepaalde zaak
-u individu, bepaalde zaak
-a eigenschap
-el manier, wijze
-e plaats, locatie
-am tijd
-om hoeveelheid
-al reden
-es bezittende, eigenaar

Samen vormen ze een tabel:

kio - wat tio - dat io - iets ĉio - alles nenio - niets
kiu - wie; welk(e) tiu - die iu - iemand; een of andere ĉiu - iedereen; iedere neniu - niemand; geen enkele(n)
kia - wat voor een, zoals tia - zo'n, dergelijke ia - een of andere soort, enigerlei ĉia - allerlei nenia - geen enkele soort, generlei
kiel - hoe, zoals tiel - zo iel - op een of andere manier ĉiel - op alle mogelijke manieren neniel - op geen enkele wijze, onder geen beding
kie - waar tie - daar ie - ergens ĉie - overal nenie - nergens
kiam - wanneer tiam - toen, dan iam - ooit, eens ĉiam - altijd neniam - nooit
kiom - hoeveel, (zoveel) als tiom - zoveel iom - iets, een beetje ĉiom - alles, de gehele hoeveelheid neniom - niets, geen enkele hoeveelheid
kial - waarom tial - daarom ial - om een of andere reden ĉial - overal om, om alle redenen nenial - nergens om, om geen enkele reden
kies - wiens, van wie, waarvan ties - diens ies - iemands ĉies - ieders nenies - niemands

Ĉi[bewerken]

Het woord ĉi drukt nabijheid uit (iets wat dichtbij is) en wordt gebruikt met de ti en ĉi-woorden, ofwel ervoor, ofwel erachter.

tie ĉi / ĉi tie - hier
tiu ĉi / ĉi tiu - deze
ĉio ĉi / ĉi ĉio - alles hier, dit alles

Ajn[bewerken]

Het woord ajn betekent 'dan ook' of 'ook maar'

kiam ajn - wanneer dan ook
kiu ajn - wie dan ook

Verwijzende voornaamwoorden[bewerken]

De ki-woorden worden ook als verwijzend (betrekkelijk) voornaamwoord gebruikt.

Tio, kion li diris, estas bona. - Dat, wat hij zei, is goed
La knabino, kiu staras tie. - Het meisje, dat daar staat
Ĝi estas granda kiel domo. - Het is zo groot als een huis

Telwoorden[bewerken]

Hoofdtelwoorden[bewerken]

0 - nul
1 - unu
2 - du
3 - tri
4 - kvar
5 - kvin
6 - ses
7 - sep
8 - ok
9 - naŭ
10 - dek
100 - cent
1000 - mil

Andere getallen worden gevormd door het bij elkaar zetten van de hoofdtelwoorden.

11 - dek unu
12 - dek du
20 - dudek
25 - dudek kvin
237 - ducent tridek sep
1983 - mil naŭcent okdek tri
2002 - du mil du

Tientallen en honderdtallen worden bij een woord samen gezet: dudek, tridek, ducent, tricent Al het andere moet worden uitgesproken en geschreven als aparte woorden, ook duizendtallen dek unu, dek du, du mil

De hoofdtelwoorden worden niet verbogen Mi vidas tri domojn. - ik zie drie huizen

Rangtelwoorden[bewerken]

Rangtelwoorden worden gevormd door telwoorden op a te laten eindigen. Zij worden verbogen als bijvoeglijke naamwoorden.

unua - eerste
dua - tweede
deka - tiende
okdek-naŭa - negenentachtigste
Mi skribas la unuan leteron. - ik schrijf de eerste brief

Deelwoorden[bewerken]

Deelwoorden zijn woorden die een handeling of een daad presenteren als een eigenschap: schrijvende, geslagen, gesloten, enz. In het Esperanto bestaan er 6 verschillende soorten deelwoorden.

Actieve deelwoorden Passieve deelwoorden Betekenis
-ant- -at- iets dat nu gebeurt
-int- -it- iets dat gebeurd is
-ont- -ot- iets dat zal gebeuren

(Vergelijk met -as tegenwoordige tijd, -is verleden tijd en -os toekomende tijd. )

Actieve (bedrijvende) deelwoorden[bewerken]

De actieve deelwoorden drukken een eigenschap uit van diegene die (of datgene dat) de handeling uitvoert.

skribanta - schrijvend, ... die aan het schrijven is,
skribinta - geschreven hebbend, ... die geschreven heeft
skribonta - ... die zal schrijven
skribanta knabo - een jongen die aan het schrijven is, een schrijvende jongen
skribinta knabo - een jongen die geschreven heeft
Mi estis skribanta. - Ik was aan het schrijven.
Ili estos skribantaj. - Zij zullen aan het schrijven zijn.
Ŝi estis skribonta. - Zij zou gaan schrijven.

De uitgang -o geeft de persoon aan, die de handeling uitvoert:

skribanto - iemand die aan het schrijven is, een schrijvende persoon
skribinto - iemand die geschreven heeft
skribonto - iemand die zal schrijven

Deelwoorden kunnen ook als bijwoord gebruikt worden:

Skribante li pensis pri ŝi. - Terwijl hij aan het schrijven was, dacht hij aan haar.

Passieve (lijdende) deelwoorden[bewerken]

Passieve deelwoorden beschrijven datgene/diegene waar iets mee gedaan wordt:

skribata - ... die (dat) op dit moment geschreven wordt
skribita - geschreven, ... die (dat) geschreven is
skribota - te schrijven, ... die (dat) geschreven zal worden
skribata letero - een brief die (op dit moment) wordt geschreven
skribita letero - een geschreven brief (die reeds geschreven is)
La letero estas skribata de mi. - De brief wordt door mij geschreven.
La letero estis skribata de ŝi. - De brief werd door haar geschreven.
La letero estis skribita de li. - De brief was door hem geschreven.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.