Naar inhoud springen

Esperanto/Grammatica/Bijwoorden

Uit Wikibooks

Esperanto

Grammatica
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Meervoud
Lijdend voorwerp
Lidwoord
Werkwoorden
Bijwoorden
Voorzetsels
Woorden vormen
Eigennamen
Zinnen
Gebruik
Landen van Europa
Geschiedenis
Toespraak Zamenhof
Waarom zou je Esperanto leren?

Bijwoorden

[bewerken]

Bijwoorden zijn woorden die iets aangeven van de manier waarop iets plaatsvindt, het gaat dan met name om de wijze, de plaats, de tijd of de mate. Het bijwoord heeft betrekking op een werkwoord, of een bijvoeglijk naamwoord.

Vaste bijwoorden

[bewerken]
ankoraŭ - nog, nog een keer almenaŭ - tenminste, op zijn minst apenaŭ - bijna niet, nauwelijks
baldaŭ - gauw, spoedig preskaŭ - bijna eĉ - zelfs
jam - al jen - hier is, zie hier ĵus - zojuist
morgaŭ - morgen hodiaŭ - vandaag hieraŭ - gisteren
nun - nu nur - slechts, enkel, alleen maar plu - meer, verder
tre - erg, zeer tro - te, te veel tuj - dadelijk, zo, onmiddellijk, aanstonds, subiet
for - weg

Bijwoorden gevormd door een achtervoegsel

[bewerken]

Het is ook mogelijk van andere woorden bijwoorden te maken door de uitgang -e te gebruiken. De betekenis van het basiswoord bepaalt dan, of het bijwoord een plaats, een tijd, een wijze of een hoeveelheid aanduidt.

rapida - snel, vlug, vlot, rap rapide - snel, vlug, vlot, rap
skribi - schrijven skribe - schriftelijk, door middel van schrijven (manierbijwoord)
hejmo - een thuis hejme - thuis
nokto - nacht nokte - 's nachts
multaj - veel, velen multe - veel
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.