Naar inhoud springen

Esperanto/Grammatica/Werkwoorden

Uit Wikibooks

Esperanto

Grammatica
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Meervoud
Lijdend voorwerp
Lidwoord
Werkwoorden
Bijwoorden
Voorzetsels
Woorden vormen
Eigennamen
Zinnen
Gebruik
Landen van Europa
Geschiedenis
Toespraak Zamenhof
Waarom zou je Esperanto leren?

Werkwoorden

[bewerken]

Uitgangen

[bewerken]

Werkwoorden geven door middel van een uitgang aan in welke toestand ze bedoeld zijn. Ze worden dus uitsluitend vervoegd naar tijd; voor de afzonderlijke personen is er geen aparte vervoeging. Estas kan dus bijvoorbeeld zowel "ik ben" als "jij bent", "hij/zij/het is", "wij zijn", "jullie zijn" en "zij zijn" betekenen. Om de betekenis van de zin te verduidelijken moet er - anders dan in talen zoals het Latijn, Spaans of Pools - daarom altijd een onderwerp bij de persoonsvorm staan.

Uitgang Uitleg Voorbeeld
-i basisvorm
(onbepaalde wijs; het hele werkwoord)
esti - zijn
skribi - schrijven
-as tegenwoordige tijd
(heden)
estas - ben/bent/is/zijn
skribas - schrijf(t)/schrijven
-is verleden tijd
(verleden)
estis - was/waren
skribis - schreef/schreven
-os toekomende tijd
(toekomst)
estos - zal/zullen zijn
skribos - zal/zullen schrijven
-us voorwaardelijke wijs
(wat als?)
estus - zou/zouden zijn
skribus - zou/zouden schrijven
-u gebiedende wijs
(wensend)
estu silenta - wees stil
skribu - schrijf!

Samengestelde werkwoordconstructies

[bewerken]

Samengestelde werkwoordconstructies bestaan uit een hoofd- en een hulpwerkwoord. Voor het hoofdwerkwoord wordt altijd het 'hele werkwoord' (de onbepaalde wijs) gebruikt. Deze samengestelde werkwoordconstructies worden bijvoorbeeld gebruikt bij de werkwoorden povi (kunnen), devi (moeten) en voli (willen).

Mi volas manĝi. - Ik wil eten.
Mi ne povis veni. - Ik kon niet komen.
Mi devos labori. - Ik zal moeten werken.
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.