De Kleine Trekkersgids/Enkele adviezen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vogezen-uitzicht.JPG
  1. De voorbereiding
  2. De rugzak
  3. De reisuitrusting
  4. De reisvoorwaarden
  5. De noodsituaties
  6. Enkele adviezen
  7. De thuiskomst
  8. Appendix 1: Inpaklijst rugzak
  9. Appendix 2: Controlelijst
  10. Appendix 3: Eerste Hulp Bij Ongelukken
  11. Appendix 4: Gegevens en adressen
  12. Appendix 5: Aanvullende informatie op het internet
  13. Appendix 6: Nawoord


Zelf ook nog enkele handige adviezen?
Deel ze met andere lezers!


Hoofdstuk 6 - Enkele adviezen

Eindelijk op reis, de eerste stap naar je vakantiebestemming is gemaakt. Je hebt alles zorgvuldig voorbereid, maar nu gaat het om de ervaring. Je hebt het gevoel dat je onbelemmerd je gang kunt gaan, om plaatsen te ontdekken en nieuwe ervaringen op te doen. In dit hoofdstuk staan nog enkele niet te vergeten adviezen voor op reis.

Boeken[bewerken]

Er zijn diverse boeken die men graag meeneemt op reis. Naast de roman wordt er ook vaak een steden- of landengids meegenomen. Een taalgids kan ook handig zijn. Vaak is het extra gewicht, dus laat de meeste boeken thuis en leer de tips uit het hoofd of maak kopieën en neem die mee. Een survivalgids bijvoorbeeld kan wel nuttige tips opleveren, maar dat wil niet zeggen dat je ook alles moet uitproberen. Denk altijd aan het gewicht van de rugzak en probeer niet te veel boeken mee te nemen. Een mogelijkheid is om boeken te ruilen of weg te geven aan andere reizigers.

Cultuurverschillen[bewerken]

Houdt rekening met andere cultuurnormen van landen, dit verhoogt het respect van de lokale bevolking ten opzichte van reizigers, en zorgt voor meer contact. Wees daarom vriendelijk en beleefd tegen mensen, bijvoorbeeld door ze te begroeten en te bedanken. Probeer anderen niet te hinderen met luidruchtig of dominant gedrag. En wees netjes met afval en het behoud van de natuur en (toeristische) objecten. Andere cultuurnormen dan ons westerse, zoals het bedekt houden van het lichaam (ook op het strand), het niet aankijken of fotograferen van mensen of kinderen niet over het hoofd strelen kunnen zeer confronterend zijn. Wees hier toch zorgvuldig mee, omdat we zo toch het vakantieplezier niet bederven.

Als je bijvoorbeeld een kerk of klooster wilt bezichtigen word je geacht als vrouw een lange rok en als man een lange broek worden te dragen. Voor kinderen geldt dit niet altijd. Gebedshuizen zijn een plaats van rust en meditatie, ze zijn meestal vrij toegankelijk op tijden dat er geen gebedsdienst wordt gehouden. Betreed deze altijd met respect, praat en loop zachtjes en zet de mobiele telefoon uit. Soms is het verboden foto’s te maken, meestal omdat het felle flitslicht de (vaak) eeuwenoude schilderingen doen verbleken. Blijf van de kaarsen, beelden of schilderingen af, stoor mensen niet in hun gebed en stel geen confronterende vragen over hun geloof.

Feestdagen[bewerken]

Controleer altijd wanneer er feest- of gedenkdagen zijn. Dit kan van belang zijn voor bijvoorbeeld de openingstijden van winkel en banken. Maar plaatselijke culturele feesten zijn ook leuk om te zien of te beleven.

Foto’s maken[bewerken]

Er is iets dat je altijd in het achterhoofd zult moeten houden omtrent foto’s of ander beeld materiaal maken: het opnemen van personen (en diens handelen) kan in strijd zijn met de wet, maar kan ook in strijd zijn met hun (culturele) waarden en normen. Militaire aangelegenheden zijn meestal verboden te filmen, soms wordt hier voor gewaarschuwd door een bord, maar niet altijd. Het filmen van vrouwen (en kinderen) wordt ook niet altijd op prijs gesteld. Soms laten mensen zich maar al te graag fotograferen, maar vragen naderhand hier wel geld voor. Het is dus zaak om hier voorzichtig mee te zijn en indien mogelijk eerst te vragen of duidelijk te laten blijken als je een foto wilt maken. Als men dit niet wil, doe het dan niet, dit voorkomt meestal onplezierige en agressieve reacties.

Kinderen meenemen[bewerken]

Als je met je kind(eren) op reis wilt gaan, zul je het een en ander extra mee moeten nemen. Je zult als ouder met kind(eren) met verschillende factoren rekening moeten houden. Een kind heeft andere behoeften, is sneller moe, wordt sneller ziek en de huid verbrand sneller. Dit heeft natuurlijk te maken met de conditie en de lichaamsweerstand. Grote afstanden zullen in etappes afgelegd moeten worden want een kind is eerder moe, wil spelen, vraagt aandacht (ook van vreemden) en loopt soms weg of blijft overal naar staan kijken. Een kind heeft regelmatig slaap nodig (soms ook ’s middags) en moet op tijd eten en drinken. Als het warm is, is het ook verstandig om het kind een hoedje te laten dragen en in te smeren met zonnebrandolie. Leg een kind in de schaduw te slapen, het liefst onder een klamboe. Houdt kinderen altijd in de gaten en zorg dat ze in de buurt blijven of op tijd terugkomen, ongeacht waar en met wie je bent.

Koken[bewerken]

Het zelf bereiden van eten kan aanzienlijk veel geld uitsparen. Met redelijk weinig hulpmiddelen is toch vaak iets lekkers klaar te maken. Natuurlijk is koken op een camping anders dan thuis, het vergt wat oefenen, maar het is meestal heel gezellig.

Wees voorzichtig met koken nabij een tent, of in aanwezigheid van spelende kinderen of huisdieren. Binnen de tent koken is brandgevaarlijk en zorgt voor condens in de tent, wat slecht is voor het tentdoek. Kook daarom buiten en gebruik een aparte luifel als het regent, zorg altijd dat in een straal van 50 cm geen spullen staan of liggen, gebruik een rots of iets anders groots en stevigs als windschild. Zorg voor een stabiele ondergrond als je een gasbrander gebruikt en houd de pan vast met een grijper als je water er bij giet of er met een lepel in roert. Gasflesjes die geprikt worden kunnen altijd een beetje gas lekken en wees voorzichtig als je de brander weer in de rugzak stopt. Lees altijd de instructies bij aanschaf van een kampeerbrander.

Als je wilt koken, bakken of braden op een kampvuur onthoudt dan het volgende. Kijk eerst op welke wijze je een veilig vuur maakt (paragraaf 20). Tevens moet je ook weten dat aluminium niet tegen houtvuur kan, dit heeft te maken met de hittebestendigheid van het materiaal. Gebruik daarom altijd een pan of bakrooster van vuurvast metaal zonder anti-aanbaklaag.

Liften[bewerken]

Het is soms onvermijdelijk om te liften. Vooral als het openbaar vervoer het af laat weten of als je ergens verdwaald bent. Veel mensen beginnen er niet aan uit angst, zowel reizigers te voet als autobestuurders. Deze angst kan terecht zijn, maar is vaak nogal voorbarig. Er is wel een portie doorzettingsvermogen nodig en (niet onbelangrijk) een goed humeur. Vervolgens moet je dan nog een goede en veilige liftplek zien te vinden. Je duim opsteken wordt overigens niet overal als een vriendelijk gebaar beschouwt, maar is internationaal gezien hét teken dat je wilt meerijden. Voor de duidelijkheid kun je echter beter een bordje maken, van een stuk karton en met zwarte viltstift in duidelijke letters de dichtstbijzijnde grote plaats of wegnummer geschreven. Neem voor de zekerheid ook een bordje met de naam van bestemming mee. Een bordje en een glimlach doet vaak wonderen, de inzittenden weten dan meteen dat je daar heen wilt.

Zorg dat je op een veilige plek staat waar de bestuurder je duidelijk kan zien, en zo dat hij tijd en plek genoeg heeft om te stoppen. Langs een snelweg is meestal geen goede en vaak geen legale plek om te liften, want de bestuurders hebben nauwelijks tijd om te remmen. Ga langs een belangrijke weg ernaartoe of bij een bushalte of benzinestation staan. Als ze remmen wil dit nog niet zeggen dat ze je ook meenemen, wees daarom voorzichtig met instappen. Soms wil men je wel voor een klein stukje (tien kilometer) meenemen, wat niet altijd handig is, bijvoorbeeld omdat daar misschien minder verkeer voorbij komt of er geen goede liftplaatsen zijn. Vraag daarom altijd éérst waar de bestuurder heen gaat (aan de bestuurder, maar blijf aan de kant van de weg) en of het goed is als je (gratis) meerijdt. Het is daarom wel handig te weten waar je bent, kijk daarom voor je gaat liften op de kaart.

Kijk voor het instappen hoe de bestuurder zich gedraagt, heb je een slechte indruk, stap dan niet in. Gooi ook niet meteen je spullen in de auto, bijvoorbeeld in de kofferbak, maar houdt deze altijd bij je (tussen de benen geklemd). Knoop vervolgens (indien mogelijk) een gezellig praatje met de bestuurder aan en vertel wanneer je eruit wilt. Het is (met name voor vrouwen, maar ook voor mannen) veiliger om met z’n tweeën te liften, maar dit is tevens ook moeilijker omdat bestuurders minder snel geneigd zijn te stoppen. Als je niet zeker bent van een lift, vraag dan bij een pompstation of wegrestaurant onder de bezoekers. Vaak is er dan wel een persoon die de juiste kant op gaat.

Openbaar vervoer[bewerken]

In sommige steden is het goedkoper om een dagkaartje voor bus of metro te kopen dan steeds een enkeltje of retourtje. Een kaartje kopen in een vreemd land is niet altijd even makkelijk. In veel landen gelden verschillende tarieven voor reizigers buiten werktijden, in vakantieperioden of in het weekend. In sommige gevallen mag je met meerdere personen op één ticket reizen en jongeren krijgen soms korting, vraag daarom voor de zekerheid aan het loket naar de mogelijkheden als je een kaartje koopt.

Post[bewerken]

Brieven (en kaarten) schrijven is een redelijk betrouwbare manier van contact houden. Er zitten ook nadelen aan vast. Je moet postzegels, een brievenbus of postkantoor zien te vinden en dan duurt het meestal enige dagen voordat de post aankomt. Vaak zijn vakantiegangers al terug voordat de postkaart aankomt. Maar een brief of kaart met foto van een plaatselijk tafereel en mooie postzegel wordt meestal erg gewaardeerd. Stuur nooit waardevolle en breekbare spullen per briefpost. Het is vaak even zoeken naar een brievenbus en soms kun je ze ook afgeven bij een plaatselijke dorpswinkel waar men ook postzegels en kaarten verkoopt.

Pakketjes sturen is ook een oplossing om van die extra bagage (zoals souvenirs) af te komen of om iets bijzonders mee te kunnen nemen. Verstuur het bij voorkeur aangetekend op, vooral als het breekbaar of kostbaar is, en schrijf duidelijk de naam van de geadresseerde (liefst een familielid) op. Als afzender kun je jouw eigen adres opschrijven. Per exprespost gaat het sneller en is het vaak al automatisch verzekerd, het kost wat meer.

Je kunt post laten opsturen naar een camping of hotel waar je verblijft. Maar als je geen vast adres hebt dan is er een mogelijkheid om het naar het postkantoor van een plaats te laten zenden. Het is vaak wel even zoeken en het duurt soms wat langer voor je het krijgt. Vertel eerst aan de zender wanneer je verwacht ter plaatse aan te komen. Zodat de post niet langer dan een maand blijft liggen, want meestal raakt het dan kwijt of wordt het weer retourgezonden. Zorg dat er voor dat duidelijk en volledig het adres van geadresseerde op het etiket aan de voorzijde en op de achterzijde of linker bovenhoek de afzender vermeld staat, en schrijf er eventueel naast wat er zich in het pakket bevindt (anders maken de douanebeambten het pakket meteen open).

Voor- en achternaam (geadresseerde)
Poste Restante
General Post Office
Naam van stad of dorp (Officiële naam, tussen haakjes plaatselijke naam)
Naam van het land (Officiële naam, evt. afkorting in kapitaalletters)

Rugzak opbergen[bewerken]

Je bent eindelijk op je bestemming. Er is zo veel te zien en te doen dat je nauwelijks kunt wachten. Maar als je het dorp in wilt, of een dagwandeling wilt maken, wil je natuurlijk niet al je spullen meenemen. Het is dan verstandig alle waardevolle zaken bij je te houden. Kun je dit niet, informeer dan naar een kluis (desnoods op het station) om het in bewaring geven, vergeet deze spullen echter niet weer mee te nemen als je vertrekt. Als je (even) weggaat zorg je altijd dat de kamer of tent opgeruimd is en goed dicht zit. Dan kan niets wegwaaien of zoekraken. En als je de spullen weer inpakt en de tent afbreekt of de kamer verlaat: kijk altijd eerst goed rond of je niets vergeten bent voordat je vertrekt.

Slaapplaats[bewerken]

Een geschikte slaapplek te vinden is niet altijd even makkelijk. Een camping (of goedkoop hotel) is vaak buiten een stad of dorp, soms zelfs op enige kilometers ervan verwijderd. Als je ergens aangekomen bent, is het verstandig eerst op zoek te gaan naar een slaapplaats, dit voorkomt dat je de hele dag met een zware rugzak rondloopt en dat het donker is voordat je er een gevonden hebt. Je kunt informeren via internet, bij de bevolking of bij een toeristeninformatiekantoor wat en vooral waar de (voordeligste) slaapplaatsen zijn, en of er nog plek beschikbaar is. Vaak kun je ook een gratis kaartje krijgen waarop het adres op staat vermeld en hoe dit het makkelijkst te bereiken is. In sommige gevallen kan er zelfs voor vervoer worden gezorgd. Dit scheelt meestal aanzienlijk veel tijd en moeite om het zelf te moeten uitzoeken. Een andere mogelijkheid is om reiservaringen van anderen te lezen en daaruit adressen van accommodaties te halen. Of op zoek te gaan naar een logeeradres.

  • Hotel

Er zijn verschillende hotels waar men kan overnachten, zo heb je onder andere: een pension, motel, hotel-(café-)restaurant, resorthotel en appartementhotel. Het verschil zit in de grootte van de kamers, de geboden service (bediening, schoonmaak en ontbijt, lunch en/of diner) en geboden recreatie-activiteiten. Belangrijk om te weten is het verschil tussen: Logies (alleen overnachten), Bed & Breakfast of Logies en Ontbijt (een overnachting met ontbijt), Halfpension (overnachting met ontbijt en diner), Volpension (overnachting met ontbijt, lunch en diner) en All Inclusive (overnachting met volpension, drankjes en aanvullende faciliteiten). Net als bij campings wordt de kwaliteit en luxe van een hotel aangegeven met een aantal sterren, waarbij één ster aanduidt dat er de minste voorzieningen zijn. Controleer altijd eerst de slaapkamer en andere ruimtes (op hygiëne en op gebreken) alvorens de kamer te accepteren.

  • Jeugdherberg

Een jeugdherberg (Engels; youth hostel) was oorspronkelijk bedoeld om jongeren een goedkope slaapgelegenheid te bieden waar tevens gegeten kon worden. Tegenwoordig wordt er nauwelijks meer gekeken naar de leeftijd, al krijg je vaak wel korting (en sneller toegang) als je lidmaatschap betaalt. Over het algemeen slaapt men in gezamenlijke ruimtes met een variërend aantal stapelbedden en beschikt men over een gemeenschappelijke keuken. Maar er zijn vaak ook privékamers, die duurder zijn. De toiletten en douches worden gedeeld. Meestal kan men slechts een beperkt aantal nachten blijven (afhankelijk van het seizoen). Soms is een (langdurig) gratis verblijf mogelijk in ruil voor dienstverlening zoals schoonmaak- en baliewerk.

  • Kamperen

Zelf een tent neerzetten kan een goedkoop en rustgevend alternatief zijn. Campings zijn er vrijwel overal in verschillende prijsklassen en met diverse voorzieningen. Een goed alternatief is bijvoorbeeld de ‘kampeerboerderij’. Prijzen van campings zijn afhankelijk van het seizoen, de formaat van de tent en de extra voorzieningen zoals een zwembad. Voor een parkeerplaats voor de auto, het gebruik van de (warme) douches, wasmachine en elektriciteit betaal je meestal extra. Op sommige campings worden geen huisdieren toegelaten, het is altijd verstandig vooraf te informeren naar de prijzen en geboden voorzieningen van een camping.

In de meeste landen is vrijkamperen (of ‘wildkamperen’), dus ergens zonder toestemming met een tent (of in een auto) verblijven, verboden. Voor vrijkamperen kun je een boete krijgen, maar in de meeste gevallen wordt je weggestuurd. Als je toestemming hebt van de grondbezitter, bijvoorbeeld van een boer, dan mag dit meestal wel. In sommige landen is vrijkamperen toegestaan, het beste kun je hierover van te voren informeren.

  • Trektochten

Je kunt trektochten maken, dat houdt in dat je van de ene overnachtingsplaats naar de andere gaat. Er zijn verschillende manieren om deze tochten te doen. Er bestaan ook georganiseerde trektochten, waarbij de slaapplaatsen van te voren geregeld zijn. Bij deze trektochten wordt je bagage voor je vervoerd, zodat je alleen met een dagtoerrugzak hoeft te wandelen. Dan kun je ook op een locatie een extra nacht blijven om er een dagwandeling te maken.

  • Vakantiewoning

Als je van plan bent enige tijd in hetzelfde gebied te verblijven kun je overwegen een vakantiewoning of –appartement te huren. Het voordeel hiervan is dat je een eigen plek hebt, waar je met meerdere personen kunt verblijven. De woning heeft iets meer luxe dan een hotelkamer, zoals een eigen keuken, hierdoor ben je soms voordeliger uit dan het huren van een hotelkamer omdat je zelf eten kunt bereiden.

Spullen uitdelen[bewerken]

Als je naar een arm land op reis gaat word je meestal belaagd door een groep kinderen of mensen die allemaal iets van je willen hebben of aan je verkopen. Het is soms niet te doen (en zelfs gevaarlijk) om ze wat centen te geven. Als je dan toch echt iets wilt geven kun je het beste pennen, potloden, puntenslijpers, schriften of ballonnen aan kinderen uitdelen. Er zijn ook ander manieren om ze te helpen, door bijvoorbeeld deze spullen of geld te doneren aan scholen, opvanghuizen of andere projecten.

Studentenkaart[bewerken]

Met de internationale studentenkaart (ISIC) kun je overal ter wereld aantonen dat je student bent. Op vertoon van deze kaart kun je korting krijgen op toegangskaarten van musea of bij culturele activiteiten en op vervoersbewijzen. Op vertoon van je collegekaart kun je deze kaart aanschaffen bij een van de kantoren. Als je niet in de gelegenheid bent om daar langs te gaan, dan kan de kaart besteld worden via internet.

Telefoon en internet[bewerken]

Bellen vanuit het buitenland kan nogal in de kosten lopen. Je kunt collect call bellen, dan betaalt de gebelde persoon, die het gesprek accepteert, ook de kosten. Voor de tarieven en de toegangsnummers om te bellen kun je op internet kijken. Een andere mogelijkheid is het telefoonnummer van het hotel of camping door te geven en te vragen of men jou terug wil bellen, dat is vaak goedkoper en makkelijker. Je kunt ook vanuit een belhuis of via internet bellen, dit is goedkoper (of gratis) en heeft vaak een betere verbinding dan vanuit een telefooncel. Houdt met bellen altijd rekening met de tijdsverschillen tussen de landen.

In veel landen zijn computers met internet beschikbaar op openbare plekken, in internetcafés, jeugdherbergen, bibliotheken of in universiteiten. Vaak is er wifi. Je kunt dus bijvoorbeeld ook skypen. De snelheid van de verbinding is echter zeer wisselend, en ook de toetsenborden kunnen anders zijn dan je gewend bent. Dit kan vooral lastig zijn als je een moeilijk wachtwoord hebt verzonnen.

Tegenwoordig hebben de meeste mensen wel een mobiele telefoon. Het is afhankelijk van het abonnement hoe duur het is om te bellen en met welke netwerken er gebruik gemaakt kan worden. Meestal is sms-en een goedkoper alternatief dan bellen. De verbinding is afhankelijk van het gebied waar je bent, de dichtstbijzijnde zendmasten en de drukte van het telefoonverkeer. Het is overigens niet ongevaarlijk om mobiel te bellen in een vliegtuig, ziekenhuis of tijdens zwaar onweer. Wees zorgzaam voor je mobiel, want ze kunnen slecht tegen harde schokken, vocht en hoge temperaturen.

Tempo houden[bewerken]

Als je samen (dit geldt ook voor groepen) wandelt of reist gebeurt het wel eens of meerdere keren dat het tempo bij de ene persoon hoger ligt dan bij de ander. Dit kan een heleboel redenen hebben en is vaak niet uit onwil. Het is voor zowel de snelle als de langzame reiziger vaak frustrerend om elkaar continu uit het oog te verliezen of het eigen tempo te moeten aanpassen. Soms is dit ook beter om niet te doen, vooral als er op deze wijze gevaarlijke situaties ontstaan. Zorg echter dat je elkaar niet kwijtraakt (wacht even bij een afslag of kruispunt) en blijf sociaal met de langzaamste(n). Spreek met elkaar de route af en als je elkaar uit het oog verliest een rust- of verzamelplek om weer bijeen te komen. Dit is voor beiden een stuk prettiger dan te moeten wachten of te moeten haasten om bij elkaar te blijven.

Tent opzetten[bewerken]

Als je een tent wilt opzetten kijk je eerst naar alle hobbels en kuilen van de bodem. Verwijder losse takken en stenen, en probeer diepe kuilen te dempen met zand. Kijk naar de afloop van de grond, een scheef aflopende grond ligt niet lekker, dit zorgt dat je in de slaapzak rolt en schuift. Als je toch echt geen plat stuk kunt vinden, ga dan met de voeten (het liefst een beetje diagonaal) richting het laagste punt liggen. Kijk naar een geschikte plek die een beetje beschut is tegen harde wind en regen. Let op dat als de zon (in het oosten) opkomt het warm kan worden in de tent, en dat dan schaduw wel een voordeel kan zijn. Maar als er een onweer losbarst, is het zeer onverstandig om precies onder een boom of rotswand met de tent te staan. Zet de tent ook niet naast of dicht bij langzaam stromend of stilstaand water; dit zijn kweekvijvers voor muggen, die virussen kunnen verspreiden. Een koeienveld is ook niet zo fijn, afgezien van de ontlasting kunnen koeien over de scheerlijnen struikelen wat hen agressief maakt. Het is onverstandig om in een rivierbedding, op strand of in een vallei je tent op te zetten, de tent zou wel eens erg vochtig kunnen worden en je kunt zelfs verdrinken bij plotseling opkomend water.

Gebruik een grondzeil tegen modder en condens, ook onder de voortent of luifel. Zet de tent zo dat de ingang naar het koelste plek toewijst, hier is dat richting het noorden, maar altijd zo dat de wind er niet in blaast. Als je de tent op gaat zetten, sorteer dan eerst alle stokken op grootte en type. Leg deze op een plek neer, al naar gelang van het model van de tent. Zorg dat alle ritsen dicht zitten en begin met het opzetten van de binnentent (bij bungalowtenten eerst laag opbouwen). Als deze goed recht en strak staat, dan is de buitentent vaak makkelijk op te bouwen. Maak een tent altijd eerst in de hoekpunten vast met haringen, daarna pas de andere punten en scheerlijnen. Zet de tent goed strak op en gebruik daarbij altijd alle haringen en (bij een stevige wind) scheerlijnen.

Als je even een dutje wilt doen (en dit geld ook voor kinderen), kun je beter in de binnentent gaan liggen en deze sluiten. Is dat te warm, gebruik dan een klamboe of een kinderbox met muskietennet. Een tent is een welkome koele plaats voor dieren, wees dus altijd alert en sluit altijd binnen en buiten tent als je op pad gaat. Pas op als je met de slaapzak ergens gaat liggen, of het nu in een weide of ergens op het strand is: een teek, slang of schorpioen kun je meestal niet meteen zien zitten. Natuurlijk is het veiliger om ruim boven de grond te liggen in een bed of een hangmat, maar dit is niet altijd mogelijk en allerminst een garantie. Kijk goed naar sporen in het zand of in de vegetatie: je tent op een dierspoor of op een wandelpad neerzetten is geen goed idee. Let op dat je niet te dicht naast een openbare toilet staat of naast vervelende campinggasten die iedereen het leven zuur proberen te maken. Ga nooit in je tent liggen met een kaars aan of een sigaret rokend.

Uit eten[bewerken]

Kiezen uit de vaak vele mogelijkheden is niet altijd makkelijk. Vooral in toeristische trekpleisters zijn er vaak heel veel restaurants. Het aantal mensen die aanwezig zijn (in een restaurant) zegt niets over de kwaliteit van het voedsel. Ook de brede glimlach van een ober, of een aandringend verzoek om de menukaart te bekijken zegt niets over de veiligheid van voedsel. Of eten veilig is voor de gezondheid hangt sterk af van de persoonlijke omstandigheden en de bereiding van het eten, de wijze van bewaren (slecht gekoeld) en de hygiëne van het personeel. Vooral rauw vlees, eieren of rauwe melkproducten kunnen gevaarlijk zijn. Fruit kan ook besmet zijn, evenals ijs(blokjes) dat met verontreinigd water wordt gemaakt. Als je bagage bij je hebt, vraag dan aan de kelner waar je deze het beste kunt neerzetten. Kijk of er ruimte genoeg is om tussen de tafels te manoeuvreren, zet de rugzak anders op (de plek van) een stoel of bij de kapstok, en houd hem altijd in de gaten. Haal waardevolle zaken eruit en hou die bij je. Het geven van fooi wordt bijna overal ter wereld als normaal beschouwd, mede omdat keukenpersoneel vaak niet veel verdient terwijl ze wel moeite doen om een smaakvol gerecht op tafel te zetten.

Voedsel bewaren[bewerken]

Let op wat voor voedsel je koopt en op welke wijze dit aangeboden wordt. Bijvoorbeeld (schep-)ijs, vlees- en visproducten, fruit en zelf klaargemaakte producten worden vaak niet goed gecontroleerd of op juiste wijze bewaard. Breng alle boodschappen zo snel mogelijk naar een koelkast of een koele plaats. Eten moet je vooral koel en donker bewaren. Je kunt het in de schaduw in een beekje leggen (wel goed vastzetten). Maar als je op de camping staat of in een hotel, dan is er misschien een gemeenschappelijke koelkast of vrieskist voor koelelementen (wel je spullen etiketteren) beschikbaar. Vooral melk en vleesproducten zijn snel bederfelijk en kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken.

Eten moet je altijd veilig bewaren. Als je in een tent zit is het niet zo veilig je eten in de tent te bewaren. Afgezien van de hoge temperaturen (die je chocolade doen smelten) kunnen dieren ook aangetrokken worden door de geur naar eten, en gevaarlijk worden. Een methode is om het eten in een afgesloten zak met een touw aan een boomtak te hangen. Op veilige afstand van je tent dus. Zorg wel dat dit voldoende hoog en op afstand van de stam van de boom is. Een andere wijze is om het in een stalen kist of plastic vat op te bergen, maar die zijn nogal zwaar om mee te nemen.

Vuilnis[bewerken]

Het laten slingeren van vuilnis kan gevaar opleveren voor anderen. Het zal ook niet bijdragen aan de sympathie van de plaatselijke bevolking die waarschijnlijk al genoeg problemen met hun eigen afvalverwerking hebben. Laten we daarom nadenken over wat we met ons afval doen. Gebruik bijvoorbeeld biologisch afbreekbare tandpasta, zeep en wasmiddel. Verzamel afval in een plastic tasje en gooi dit in de prullenbak. Laat het nooit liggen voor anderen om op te ruimen, en gooi afval niet in de zee, een bos of ergens anders neer. Ga niet zelf afval proberen te verbranden, want er blijven altijd schadelijke stoffen achter en de vrijkomende gassen zijn giftig. Afval is een groot probleem, niet alleen gevaarlijk voor mensen maar ook voor dieren. En het probleem wordt groter omdat het op veel plaatsen tientallen jaren zal blijven liggen. Ook de ontlasting van mensen, vooral in grote hoeveelheden, is schadelijk voor de natuur. Als je nodig moet poepen, begraaf het dan in een kuil onder een laag aarde en gebruik milieuvriendelijk toiletpapier. Als je moet plassen, doe dit dan niet tegen een muur of boom, of ergens waar men er hinder van heeft.

Vuur maken[bewerken]

Maak alleen een vuurplaats waar je weet dat dit toegestaan is of uit noodzaak om te overleven. Voor dat je een vuur maakt zorg dan altijd dat de ondergrond vrij is van gras, bladeren en of mos. Wees er zeker van dat de ondergrond van zand of steen is en niet van brandbaar materiaal zoals wortels van struik of boom, dit doe je door een ondiepe kuil te graven. Als er bomen in de buurt staan leg je een grote hoop stenen onder het vuur, dit voorkomt wortelbrand. Als er gras groeit of veel bladeren liggen dan leg je ook stenen rondom het vuur. Gebruik grote en droge stenen, stenen uit een rivier kunnen door de hoge temperatuur barsten of uit elkaar springen (erg gevaarlijk). Gebruik nooit vers (afgezaagd) hout, maar alleen droog ‘dood’ hout dat op de grond ligt. Vers hout brand slecht, laat de bomen (en planten) daarom met rust. Maak altijd eerst een kleine stapel van brandbaar materiaal, gebruik hiervoor kleine propjes papier of droge bladeren en kleine droge takjes. Laat dit eerst enige tijd branden zodat er een as-laag ontstaat en zodat je de wind kunt testen. Als er plotseling windvlagen voordoen of er staat een harde wind, bouw dan het vuurtje in de beschutting van grote stenen of graaf een kuil die diep genoeg is. Gebruik kleine takken zonder bladeren, om het vuur gaande te houden. Wees geduldig en voorzichtig met het aanvullen van hout. Probeer de takken zo klein mogelijk te breken. Smijt geen boomstammen (moeilijk te doven) of lange takken in het vuur, en al helemaal geen afval. Bepaalde houtsoorten kunnen heel hard branden en ‘knetteren’. De warmte en de wind zorgen ervoor dat vonken gaan dwarrelen of wegschieten. Eén vonk is al voldoende om tijdens extreme droogte een brand te veroorzaken. En in een gebied met veel hout is dat zeer lastig te doven!

Om te zorgen dat je altijd vuur kunt maken, bijvoorbeeld wanneer het hout of de lucht erg vochtig is, neem je altijd een leeg fotorolbusje mee met hierin een stompje van een kaars. Hieromheen rol je de aanstrijkkanten van een luciferdoosje en stop je zo veel mogelijk lucifers aan de zijkant bij.

Probeer altijd zo veel mogelijk uit de rook te blijven, want die is slecht voor de ademhalingsorganen. Als je weg gaat, of gaat slapen, doof het vuur dan met voldoende water en/of zand tot er geen smeulende resten meer zijn. Ga niet naast een brandend kampvuur liggen slapen, houdt minstens vijf meter afstand en met de tent nog meer. Bij harde windvlagen kunnen polyester stoffen of droge bladeren vlamvatten door de vonken van het vuur.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.