Astronomisch woordenboek/M
Uiterlijk
M
[bewerken]- Maan
- Hemellichaam dat om een planeet heen draait. Traditioneel wordt deze term specifiek gebruikt voor Luna, de wetenschappelijke benaming voor de maan van de Aarde. - Maanfase
: schijngestalte van de maan, o.a. volle maan, afnemende maan, nieuwe maan en wassende maan. - Maankalender
: een kalender gebaseerd op de maan. De meeste maankalenders zijn eigenlijk lunisolaire kalenders, waarin de maanden worden bijgehouden aan de hand van de maaan, maar worden gecorrigeerd om aan te sluiten op een tropisch jaar. Zie ook zonnekalender. - Maansverduistering
- de aarde verduistert de maan door tussen de zon en de maan in te staan. - Magnitude
: de helderheid van een ster of een ander hemellichaam, uitgedrukt op basis van een logaritmische schaal. Hoe helderder het hemellichaam, hoe lager de magnitude. De magnitude van een hemellichaam wordt gemeten op een bepaalde golflengte, gewoonlijk in het zichtbare of infrarode gebied. De visuele magnitude wordt bepaald bij een golflengte van 551 nm. - Mars
- De vierde planeet in ons zonnestelsel, gerekend vanaf de Zon, ook wel de rode planeet genoemd. De diameter van Mars is ongeveer de helft van die van de Aarde. - Meervoudige ster
- Zie Dubbelster. - Melkwegstelsel
- Zie Sterrenstelsel. - Mercurius
- De planeet in ons zonnestelsel die het dichtst bij de Zon staat. Mercurius is de kleinste planeet in het stelsel en lijkt veel op de Maan. - Messierobjecten
- Een groep van 110 astronomische objecten die werden gecatalogiseerd door de Franse astronoom Charles Messier in zijn Catalogue des nébuleuses et amas d'étoiles, observées à Paris (Catalogus van nevels en sterhopen waargenomen in Parijs), voor het eerst gepubliceerd in 1774. De reden om deze catalogus te maken was dat Messier een kometenjager was en regelmatig objecten vond die op kometen leken, maar er geen waren. Om deze verwarring te voorkomen heeft hij een lijst van al deze objecten opgesteld. - Midwinter
: zie winterzonnewende. - Midzomer
: zie Zomerzonnewende.