Sociale geschiedenis van de late oudheid/Filosofie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Filosofie
  3. Eenvoud des harten
  4. Restauratie
  5. Christendom
  6. De kerk
  7. Kloosters
  8. Seksualiteit
  9. Bronnen en links

2. Filosofie

Clemens van Alexandrië

Elitaire tegencultuur[bewerken]

Bijna elke Romeinse filosoof beweerde tot in de tweede eeuw dat hij een morele leider van alle Romeinen was. Maar in werkelijkheid vertegenwoordigde hij alleen een prestigieuze tegencultuur binnen de elite zelf. Hij had helemaal niet de bedoeling om zich tot de massa te richten. Hij genoot een grote morele status en mocht daarom vrijelijk tegen de notabelen zedepreken. Hij probeerde hen zover te krijgen dat ze de gedragsregels van zijn sekte na zouden leven. Dat ze een beetje verder zouden kijken dan hun plichten en ereambten. Hij spoorde hen aan om volgens de universele wetten van de kosmos te leven en zich niet uitsluitend te laten leiden door pietluttigheden en hevige emoties.

De filosoof in de tweede en derde eeuw kwam met uitbreidingen en verbeteringen op reeds lang bestaande morele voorschriften voor de elite. Meestal was de filosoof een verstokte vrijgezel. Het publiek plaatste hem ergens tussen een cultuurheilige en een paljas in. Onder zijn grove pij en ruige baard gingen vaak ook minder goede eigenschappen schuil: rivaliteit met zijn collega's, een drukke argumentatie, wereldvreemdheid, ambities, hypocrisie en soms zelfs wellust. Soms was hij alleen maar bezig met pietluttigheden, zoals hoe een mens zich hoorde te ontlasten. Vaak was hij daarom het doelwit van spot. De meeste welgestelden trokken zich waarschijnlijk niet veel van hem aan.

Democratisering[bewerken]

Er zou van deze moraalfilosofen uit de tweede en derde eeuw mogelijk niet zoveel bewaard zijn gebleven, ware het niet dat hun werk aan het einde van de tweede eeuw door christelijke zieleherders als Clemens van Alexandrië werd gebruikt als grondslag voor de christelijke moraaltheorie. Deze moraal zou voor alle rangen en standen gaan gelden. Tegen het einde van de derde eeuw was hij in vele talen vertaald: Grieks, Koptisch, oud-Syrisch en Latijn. De filosofie, deze tegencultuur van (en binnen) de elite, werd dus gedemocratiseerd. En dat proces verliep zeer snel.

Daar werden nog een aantal andere begrippen aan toegevoegd: de monotheïstische God (hoewel de ontwikkelde Romeinen al langer naar het monotheïsme neigden) en de gelijkheid van alle mensen voor Zijn wet.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.