Quenya/Persoonlijke voornaamwoorden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Uitgangen van de persoonlijke voornaamwoorden[bewerken]

De meeste persoonlijke voornaamwoorden vinden we als uitgang bij een vervoegd werkwoord. Meer hierover vind je op Quenya/Werkwoorden en Quenya/Gebiedende wijs.

Er rest echter één bijzondere toepassing van deze uitgangen: ze kunnen aan een voorzetsel gehecht worden. Als voorbeeld nemen we hier het voorzetsel ara, dat "tegen" betekent:

-nyë: aranyë "tegen mij"
-lyë: aralyë "tegen jou"
-lmë: aralmë "tegen ons" (exclusief)
-lvë: aralvë "tegen ons" (inclusief)
-mmë: arammë "tegen ons beiden" (duaal)
-ntë: arantë "tegen hen"
-ryë: araryë "tegen hem/haar/het"

Als het voorzetsel op een medeklinker eindigt dan gebruiken we de tussenletter e (en net zoals bij werkwoorden i voor de eerste persoon enkelvoud)(het voorzetsel or betekent "over, boven"):

orinyë "over mij"
orelyë "over jou"
orentë "over hen", ...

Onafhankelijke persoonlijke voornaamwoorden[bewerken]

Deze worden gebruikt als er geen uitgangsvoornaamwoord mogelijk is, of als het persoonlijk voornaamwoord in een andere naamval dan de nominatief benodigd is, bvb.

nin antalyes "je geeft het aan mij"

Hier vinden we "aan mij" in de datief, dus gebruiken we het persoonlijk voornaamwoord ni met de datiefuitgang -n.

1ste pers. enkelvoud 1ste pers. meervoud 1ste pers. duaal 2de pers. 3de pers. enkelvoud mannelijk 3de pers. enkelvoud vrouwelijk 3de pers. enkelvoud onzijdig 3de pers. meervoud
nominatief nye me met le so se ta te
datief nin men ment len son sen tan tien
ablatief nillo mello melto lello sollo sello tallo tiello
allatief ninna menna menta lenna sonna senna tanna tienna
locatief nissë messë metsë lessë sossë sessë tassë tiessë
instrumentalis ninen menen menten lenen sonen senen tanen tienen
respectief nis mes metes les sos ses tas ties

Merk op:

  • de vormen van de derde persoon enkelvoud verschillen naar gelang het geslacht:
Oromë sonna lendë "Orome ging naar hem"
Oromë senna lendë "Orome ging naar haar"
  • de naamvallen van ta kunnen niet letterlijk vertaald worden, d.w.z. tallo wordt niet vertaald als "vanuit het" maar door "ervandaan", ....
Oromë tanna lendë "Orome ging erheen"
Oromë tassë hamë "Orome zit erop/erin"
  • het verschil tussen de eerste persoon meervoud en de eerste persoon duaal is het gebruik van het woordje "beide(n)" in het duaal:
imbë me "tussen ons"
imbë met "tussen ons beiden"

De nominatief van de onafhankelijke voornaamwoorden wordt in volgende situaties gebruikt:

  • als het werkwoord een lijdend voorwerp heeft dat een persoonlijk voornaamwoord is, terwijl het onderwerp geen persoonlijk voornaamwoord is:
i lië te latuva "het volk zal hen zegenen"
Noteer het verschil met:
i lië latuvantë "zij zullen het volk zegenen"
  • als een gerundium of een actief deelwoord een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp hebben:
utúlien le cenien "ik ben gekomen om je te zien"
me cénala vánes "terwijl hij ons zag (ons ziend), vertrok hij"
i elda se suilala "de haar groetende elf"
  • na voorzetsels (maar in dat geval gebruiken we liever een uitgangsvoornaamwoord bij het voorzetsel):
ve nye "als ik"
  • bij het koppelwerkwoord kan men het werkwoord weglaten en enkel een persoonlijk voornaamwoord gebruiken:
nye aran "ik ben koning"
le halla "jij bent lang"

De woordvolgorde is opnieuw erg vrij, maar in principe staat de nominatief altijd onmiddellijk voor het werkwoord (behalve natuurlijk indien je deze na een voorzetsel gebruikt). De andere naamvallen staan direct voor of direct na het werkwoord:

órenya quéta nin / órenya nin quéta "mijn hart zegt me"

Beklemtoonde persoonlijk voornaamwoorden[bewerken]

Soms willen we het persoonlijk voornaamwoord beklemtonen. In dat geval gebruiken we geen uitgangen, maar afzonderlijke woorden.

Laat ons eens naar een voorbeeld kijken, niet beklemtoond gebruiken we de voornaamwoordsuitgangen:

hiruvalyes "jij zal het vinden"

Als we willen beklemtonen dat "jij" het vond, dan wordt dit:

elyë ta hiruva "zelfs jij zal het vinden"

Merk op: ta is een gewoon onafhankelijk persoonlijk voornaamwoord omdat het geen voorwerpsuitgang kan zijn als er niet langer een onderwerpsuitgang aanwezig is.

Een voorbeeld in de eerste persoon:

inyë tye méla "zelfs ik hou van jou"

We kunnen deze vormen ook als lijdend voorwerp gebruiken:

mélalyë inyë "jij houdt zelfs van mij"

Een overzicht van de beklemtoonde persoonlijke voornaamwoorden:

inyë "zelfs ik, zelfs mij"
elyë "zelfs jij, zelfs jou"
eryë "zelfs hij/zij/het, zelfs hem/haar/het"
elmë "zelfs wij, zelfs ons" (excl.)
elwë "zelfs wij, zelfs ons" (incl.)
emmë "zelfs wij, zelfs ons" (duaal)
entë "zelfs zij, zelfs hen"

Als een werkwoord van een beklemtoond voornaamwoord vergezeld is, dan krijgt het geen persoonsuitgang meer:

elyë lala "zelfs jij lacht"

Maar in het meervoud vinden we wel de uitgang -r:

elmë lalar "zelfs wij lachen"

Beklemtoond is er dus een verschil tussen "jij" en "jullie":

elyë matë "zelfs jij eet" (singular)
elyë matir "zelfs jullie eten" (plural)


De ontkenning van een werkwoord met een beklemtoond voornaamwoord gebeurt altijd met behulp van in plaats van um- (zie Quenya/Werkwoorden):

elyë lá linda "zelfs jij zingt niet"

Merk op: de beklemtoonde voornaamwoorden kunnen natuurlijk in alle naamvallen verbogen worden:

elmen "zelfs voor ons" (datief)
inyenna "zelfs naar mij" (allatief)

De informele tweede persoon[bewerken]

Er bestaat ook een vorm waar we over weinig bewijsmateriaal voor beschikken en die gebruikt wordt voor de informele tweede persoon. De gewone tweede persoon is eerder neutraal, d.w.z. niet echt formeel, maar ook niet echt informeel.

De informele vormen kan je enkel gebruiken tegen iemand die je heel goed kent, een broer, zus, of goede vriend.

De onderwerpsuitgang is -ccë:

maticcë "jij eet"

De voorwerpsuitgang heeft geen afzonderlijke informele vorm, we gebruiken altijd -l:

ceninyel "ik zie jou"

De overige informele vormen zijn gebaseerd op ce-:

Datief: cen, Ablatief: cello, Allatief: cenna,
Locatief: cessë, Instrumentalis: cenen, Respectief: ces.

Een voorbeeld in de datief:

antan cen lótë "ik geef je een bloem"

De nominatief heeft een bijzondere vorm: tye.

atar tye canë "vader beveelt je"

De beklemtoonde vorm is:

eccë "zelfs jij"

>> Quenya >> Quenya/Voornaamwoorden >> Quenya/Persoonlijke voornaamwoorden

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.