Onderwijs in relatie tot P2P/Publiek-commonsamenwerking

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Het concept “publiek-commonsamenwerking” is ontwikkeld door Tommaso Fattori, een anti-privatisatieactivist. Dit concept biedt een alternatief voor de publieke-private samenwerking en de publieke-publieke samenwerking. In onze huidige maatschappij worden de meeste publieke diensten aangeboden door de staat. De staat organiseert deze diensten zelf of roept de hulp in van private bedrijven, bijvoorbeeld bij het uitbouwen van sommige delen van het treinnetwerk. Hierbij volgt de overheid het project sterk op en bouwt en onderhoudt een privébedrijf de tunnels in ruil voor een gebruiksvergoeding (zie Diaboloproject).

Het idee achter de “publiek-commonsamenwerking” is dat de “commoners” (diegenen die gebruik maken van hulpbronnen) deze “commons” (hulpbronnen) zelf in eigen handen krijgen. Hierdoor krijgen de staat (the public) en de markt een andere rol toebedeeld. De staat zal dit veranderingsproces moeten ondersteunen en empoweren. Het functioneren van de staat wordt hierdoor bepaald door de burgers en de “commons”. Concreet in het voorbeeld van de uitbouw van het treinnetwerk zou de staat een beleid realiseren waarbij het de treinreizigers faciliteert om samen het bestuur uit te bouwen en te organiseren. Deze relatie tussen staat en “commons” wordt beschreven in het concept
“publiek-commonsamenwerking” (Bauwens, 2013; Wikipedia Flok society, 2014).


Publiek-commonsamenwerking en P2P[bewerken]

Het concept “publiek-commonsamenwerking” moet men kaderen binnen de politiek van peer-to-peer, waarbij de “publiek-commonsamenwerking” een overgangsproces is van de publieke-private samenwerking en de publieke-publieke samenwerking naar een Partnerstaat (Bauwens, 2012; Bauwens, 2013).

Michel Bauwens beschrijft dat er in onze huidige kapitalistische samenleving drie samenhangende elementen aanwezig zijn: de burgers, de staat en de markt. In dit systeem heeft de markt de overhand en bepaalt die de twee andere componenten sterk. Volgens Bauwens is onze samenleving aan het transformeren naar een post-kapitalistische maatschappij waarbij de samenhang tussen deze drie elementen zal veranderen. Hierbij komen de burgers centraal te staan waardoor de staat en de markt een andere functie krijgen. De rollen van de staat en de burgers worden beschreven in het concept “publiek-commonsamenwerking” van Tommaso Fattori (Bauwens, 2012; Bauwens, 2013).
Dit concept biedt namelijk de mogelijkheid om op een andere manier naar de verhouding tussen de drie elementen te kijken.

In de huidige samenleving komt de publieke-private samenwerking frequent voor. Het Diaboloproject in Vlaanderen is hier een voorbeeld van. Hierbij heeft de Vlaamse overheid (Infrabel) samengewerkt met de privébedrijven Northern Diabolo nv en THV Dialink om het treinnetwerk van Vlaanderen verder uit te bouwen (Vlaamse overheid, 2014).
De enige partijen die hierbij betrokken waren zijn Infrabel, Northern Diabolo en THV Dialink. De treinreizigers (de gebruikers van de treinen) werden hier niet bevraagd. Bij deze samenwerking kunnen de “commoners” nooit hun invloed laten gelden. Vandaar dat er verandering nodig is waarbij er globale “commons” worden gecreëerd zodat de gemeenschappen die deze “commons” gebruiken een directe invloed kunnen uitoefenen buiten dit ‘officieel circuit’ van private organisaties. Op die manier dat de eigenlijke gebruikers direct kunnen aangeven als iets niet goed loopt en dit ook meteen kunnen aanpakken in plaats van via een “tussenpersoon”.
Daarnaast komt ook de publieke-publieke samenwerking geregeld voor, waarbij de staat zelf diensten en faciliteiten verleent. Ook hier hebben de gebruiksgemeenschappen vaak niets in te brengen. Vandaar dat de staat soms de reputatie heeft bureaucratisch te zijn. Om te zorgen dat de burgers die gebruik maken van de “commons” mee verantwoordelijkheid kunnen opnemen is er dus een ander samenwerkingsmodel nodig. De “publiek-commonsamenwerking” biedt hier een antwoord op (Bauwens, 2012; Bauwens, 2013).

Het concept beschrijft dat de “commoners” zelf de “commons” in eigen handen nemen; dit proces noemt men commonificatie. Belangrijk om hier op te merken is dat dit proces meer is dan het deprivatiseren van het publieke domein. Het is een proces van democratisering waarbij de “commoners” weer het recht herwinnen om beslissingen te nemen, aan zelfbestuur te doen en te participeren waardoor ze hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen. Bepaalde verantwoordelijkheden echter moeten algemeen worden gepland en gecoördineerd. Hierbij speelt de staat een actieve rol. Concreet is de functie van de staat het beschermen en ondersteunen van de “commons”. De bescherming kan geboden worden door het ontwikkelen van een rechtssysteem en de ondersteuning kan geboden worden door subsidies, belastingsvrijstellingen, het toewijzen van publieke goederen of infrastructuren aan gemeenschappen. Deze omwenteling is een overgangsproces naar een faciliterende partnerstaat waarbij “ de staat condities creëert zodat de civiele maatschappij zo autonoom mogelijk bijvoorbeeld gezondheidzorg kan organiseren” (Bauwens, 2013). De functie van de staat evolueert van een organiserende naar een faciliterende staat. Door deze manier van samenwerking wordt een streefdoel van de P2P-foundation gerealiseerd, namelijk het samenwerken aan een gemeenschappelijk doel op een gelijkwaardige en verantwoordelijke manier (Bauwens, 2012; Bauwens, 2013).

Voorbeeld[bewerken]

Een voorbeeld van deze “publiek-commonsamenwerking” is het project Community Land Trust dat onder andere in Gent loopt.

Het principe van dit project is dat land en woning van elkaar gescheiden worden. Men kan een huis bouwen zonder de grond ervan te kopen. Op deze manier is de woning wel in privébezit maar de grond blijft van de gemeenschap. Deze grond wordt vaak via subsidies of schenkingen van de overheid aan de gemeenschap aangeboden. Op deze manier krijgen mensen met een lager inkomen toch de mogelijkheid om zelf te bouwen. Daarnaast worden de bewoners van die gronden ook gestimuleerd om mee verantwoordelijkheid te nemen in de organisatie van hun buurt (Samenlevingsopbouw Gent, 2014; De Standaard, 2014).

Dit project kan men duidelijk linken aan het concept van “publiek-commonsamenwerking”. De staat ondersteunt het project door subsidies of schenkingen zodat de gemeenschap op een gelijkwaardige manier met de “commons” kan werken.

Theoretische duiding[bewerken]

Om het probleem rond de samenwerking tussen de privésector en de staat te kaderen is het belangrijk om eerst het concept “commons” volgens Tomasso Fattori te definiëren.

Volgens Fattori is het noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen twee verschillende “commons”, namelijk de natuurlijke-materiële “commons” en de immateriële digitale “commons”, waarbij de natuurlijk-materiële “commons” eindige, beperkte bronnen zijn en de immateriële “commons” oneindig. Daarnaast wordt binnen de natuurlijk-materiële bronnen nog een onderscheid gemaakt tussen globale (oceanen, de atmosfeer) en lokale (toebehorend tot een specifiek groep) “commons”. Vanuit dit onderscheid kan men komen tot de problematiek van de “commons” omdat hierin de essentiële vragen liggen: “Aan wie behoren de “commons” toe?” en “Wie heeft het recht om over de “commons” te beslissen en te beheren?” (Fattori, 2012).

In onze huidige maatschappij zijn de meeste “commons” in handen van de privésector of de staat. Het gevolg is dat deze gemeenschappelijke “commons” vaak niet juridisch worden beschermd en worden uitgebuit in functie van winst. Dit proces heeft tal van catastrofale gevolgen voor de planeet en de mens. Vandaar dat dit moet worden tegengehouden. Het proces van commonificatie biedt hier een antwoord op (Bauwens, 2012). Door de staat en de private sector een minder bepalende rol te geven komen de burgers centraal te staan. Hierdoor kan het privaat/publiek beheren van hulpbronnen omgezet worden naar het beheer door de “commoners” zelf. Een belangrijk gevolg is dat de reële context van hulpbronnen mee in beschouwing wordt genomen. Hierdoor komt de gebruikswaarde van de “commons” centraal te staan. Hoe meer mensen afhankelijk zijn van de bron, hoe belangrijker/nuttiger deze bron wordt en hoe meer de waarde stijgt. Door de bron in handen van de eigenaars te plaatsen komt ook duurzaamheid centraal te staan. De “commoners” zijn er namelijk afhankelijk van en zullen er bewust mee omgaan (Fattori, 2012).

De vraag is hoe dit commonificatieproces legitiem kan functioneren en welke rol de staat hierin speelt. Ten eerste is het noodzakelijk dat er een legitiem rechtssysteem wordt ontwikkeld. Dit systeem kan enkel functioneren als men een overzicht heeft van al de “commons” en men op basis hiervan een handvest ontwikkelt waarin de bescherming van de “commons” wordt vastgelegd. Op deze manier kan ieder individu beroep doen op de rechtbank als die denkt dat er misbruik wordt gemaakt van een “common”.
Dit rechtssysteem ontwikkelen is een eerste belangrijke taak voor de staat (Fattori, 2012). Ten tweede is het belangrijk om het onderscheid tussen globale natuurlijke “commons” en lokale natuurlijke “commons” duidelijk te maken. De lokale “commons” hebben nood aan een specifieke vorm van zelfbestuur door de “commons” zelf. De samenwerking met de staat (de publieke sector) is enkel noodzakelijk als de “commons” niet door één speficieke groep worden gebruikt. Dit is het geval bij openbare diensten en infrastructuren. Hier heeft de staat dus wel degelijk een functie van organiseren, plannen en besturen maar wel steeds in functie van de burgers/gemeenschap.

Privatisering kan men dus tegengaan door het creëren van een flexibel rechtsysteem zodat de commonactiviteiten worden beschermd en ondersteund. De staat speelt hier een belangrijk rol in. Deze rol vertalen we naar het concept “publiek-commonsamenwerking”, waarbij de staat instellingen ondersteunt en empowert om gezamenlijke creaties van gemeenschappelijke waarde te realiseren (Fattori, 2012).

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • Vankersschaever, S. (2014, 22 oktober). Interview John Davis: Amerikaanse bezieler van Community Land Trust. De standaard, p. 12.
  • Fattori, T. (2012). Commons, social justice and environmental justice [Electronic version]. Trends in Social Cohesion, 25, 325-362.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.