Onderwijs in relatie tot P2P/Partnerstaat

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Een partnerstaat (of faciliterende staat) is een staatsvorm die haar burgers toelaat om aan zelforganisatie te doen. Ze maakt dit mogelijk door de omstandigheden te creëren en de infrastructuur te bieden die nodig zijn om mensen zelf aan te zetten tot het nemen van beslissingen. Anders gezegd: ze ondersteunt of faciliteert (Lievens, 2013). Zelforganisatie betekent dat uit de interacties tussen mensen een systeem ontstaat dat zichzelf in stand houdt en reproduceert (Benschop, 2006)

Partnerstaat en P2P[bewerken]

De opkomende P2P-beweging gaat ervan uit dat de huidige staatsvorm naar het idee van de partnerstaat moet transformeren. Momenteel leven we immers in een welvaartsstaat, waarbij de overheid vanuit een centrale positie beslissingen neemt over socio-economische kwesties. Deze staat is zeer sturend en laat niet alle burgers toe om zelf waarde te scheppen in hun activiteiten. Waarde ziet Bauwens als het inbrengen van een persoonlijke betekenis in beslissingen die gevolgen hebben voor de hele gemeenschap.

In het partnerstaat-model daarentegen kunnen burgers wel samen waarde naar voren brengen waarvan de gehele gemeenschap profiteert, doordat de overheid de randvoorwaarden hiervoor schept. Deze staat wordt zo meer dan de som van de individuen en behartigt de algemene belangen van de gemeenschap.

Hoewel er vandaag de dag reeds kenmerken van de partnerstaat te herkennen zijn op lokale en regionale niveaus, kan men nog niet spreken van partnerstaten op het niveau van de nationale overheden. Volgens Michel Bauwens is er nog een lange weg te gaan vooraleer een staat effectief de overgang maakt naar dit nieuwe model. Hij stelt deze overgang voor a.d.h.v. een strategie met drie verschillende fasen. Deze fasen volgen elkaar niet noodzakelijk achtereenvolgens op, maar worden wel allemaal op de een of andere manier doorlopen.

  1. Eerst en vooral moet er een menselijk draagvlak zijn dat zich achter dit vernieuwende idee wil scharen. Dit kan volgens Bauwens alleen maar door het netwerk van P2P-sympathisanten te laten groeien.
  2. Zodra er voldoende mensen voorstander zijn van de ideeën, kan P2P ook op de politieke agenda’s geplaatst worden van verschillende partijen. Hierdoor kan er een nieuwe politieke meerderheid gecreëerd worden, een coalitie die de commons verdedigt.
  3. Tot slot begint het echte proces van de transformatie van de staat tot een partnerstaat. Op veel vlakken van de samenleving zal een sterke decentralisering gebeuren; de overheden zullen niet meer vanuit een centrale positie beslissingen nemen, waardoor zelforganisatie van de burgers primeert. Dit zal bereikt worden via de idee van échte democratie, de idee van diepe participatie (participatieve democratie), enz. (Bauwens,2013, p.119)

De partnerstaat is volgens Bauwens dus een verder gedemocratiseerde staat (een polyarchie). Hierin wordt de participatieve democratie gestimuleerd: iedereen die bepaalde gevolgen ondergaat, krijgt medezeggenschap. In concreto kan het gaan van inspraak in het verloop van productieprocessen tot de commonificatie van publieke goederen: het hebben van gelijke toegang tot openbare diensten en van zo veel mogelijk zeggenschap in het beheer ervan.

Deze transformatie is nodig om op beleidsniveau de P2P-gedachten te verankeren. Bauwens meent immers dat P2P niet zonder staat kan, er is een apparaat nodig dat het algemeen belang nastreeft, de markt reguleert, de openbare veiligheid reguleert en de vorming van commons en zelfproductie bevordert. P2P ziet het als én-én: én een krachtige beweging van onderop én een krachtig beleid van bovenaf. Het is dus niet hetzelfde als een terugtrekkende overheid, waarbij zoveel mogelijk regels en wetten gemeden worden en dus ook geen ondersteunend kader wordt geboden bijvoorbeeld inzake infrastructuur (Lievens, 2013).

Voorbeeld[bewerken]

Er bestaan al concrete gevallen van plaatsen waar de staat optreedt als partnerstaat, hetzij in beperkte vorm. Het gaat dan niet om een overheid van een land, maar eerder om een lokaal bestuur zoals een stadsbestuur dat optreedt als een partnerstaat van zijn inwoners.

Meer bepaald in het Franse Brest zette het stadsbestuur de burgers zelf aan een toegevoegde waarde te creëren voor hun stad. Deze stad had nood aan een sociale opflakkering, daar er veel sociale onrust heerste sinds de slecht aangepakte wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het stadsbestuur besloot hiervoor virtuele middelen te gebruiken in de vorm van plaatselijke versies van Facebook, YouTube en Flickr. Daarnaast investeerde het ook in opleidingen en opende het een bibliotheek waar men allerlei materialen kon uitlenen om bijvoorbeeld video-opnames te maken. Dit is de faciliterende rol van een partnerstaat: de randvoorwaarden worden gevormd om burgers zelf waarde te laten creëren. De burgers konden nu zelf aan de slag om ideeën uit te werken: er werden fotogalerijen gemaakt, mondelinge overleveringen van de geschiedenis vereeuwigd en er werden zelfs oude smokkelroutes in kaart gebracht om wandelaars te lokken. Aan alles wat gemaakt werd, konden de burgers hun eigen betekenis geven, ze maakten zelf waarde voor de hele gemeenschap. Dit kwam niet enkel het sociale leven, maar ook het toerisme en de economie ten goede.

Theoretische duiding[bewerken]

Op de eerste academische conferentie over peer productie, die in 2007 door Bauwens werd georganiseerd, stelde de Italiaanse politicologe Cosma Orsi haar gedachtengoed voor. Het sloot enorm aan bij het P2P-denken en gaf ook mogelijkheden om het P2P-denken uit te breiden. Net zoals Bauwens zocht Orsi naar een alternatieve manier om de samenleving vandaag vorm te geven. Hierbij kwam zij eveneens tot de conclusie dat de staat een andere vorm moest aannemen dan vandaag het geval is. Het begrip partnerstaat dat zij bedacht, gaf hier een invulling aan die na de conferentie ook deel ging uitmaken van het P2P-denken (Orsi, 2007). Haar invulling van de partnerstaat is dus dezelfde als hierboven beschreven staat; een staat die faciliteert en zelforganisatie bij burgers stimuleert.

Haar inspiratie voor het bedenken van deze term haalde Orsi bij de Italiaanse filosoof Salvatore Veca. Hij was bedrijvig in de politieke filosofie. Deze stroming houdt zich bezig met kwesties waarin de relatie tussen sociologie en politicologie aan de orde zijn. Vanuit zijn interesse in de manier waarop een rechtvaardige samenleving kan worden ingericht, filosofeerde hij over wat hij noemt de 'Stato Sociale Minimo'; een staat die instaat voor een maximalisatie van de mogelijkheden, de autonomie en het welzijn van individuen. Hij was ervan overtuigd dat de samenleving rechtvaardiger kan zijn door een staat die minder stuurt en meer faciliteert. Hetgeen Orsi dus later uitwerkte tot de idee van de partnerstaat (Veca, 2007).

Buiten het P2P-discours is de term partnerstaat niet of nauwelijks terug te vinden, aangezien het voornamelijk binnen dit discours betekenis gekregen heeft. In Vlaanderen kan het begrip ‘faciliterende overheid’ wel teruggevonden worden binnen de context van het onderwijsbeleid. Ook daar is de invulling gelijkaardig aan die van Bauwens. Masschelein en Simons menen immers dat een faciliterende overheid de infrastructuur voorziet voor haar burgers waardoor mensen de mogelijkheid hebben om aan zelfsturing te doen en inspraak te hebben in beslissingen. Er is daarbij geen nood meer aan een centrale regulering. Voor het onderwijsbeleid betekent dit dat de overheid onderwijsinstellingen minder zal sturen en meer vrijheid zal laten (Simons & Masschelein, 2007).

Externe links[bewerken]

Een verdieping van het concept partnerstaat volgens M. Bauwens: http://p2pfoundation.net/Partner_State en http://p2pfoundation.net/Een_blauwdruk_voor_de_P2P-samenleving:_de_partnerstaat_en_de_ethische_economie

Een verdere uitdieping van het het voorbeeld over het stadsbestuur van Brest: http://wiki.a-brest.net/index.php/Portail:BBC_2013

Een ander voorbeeld van partnerstaat in Spanje: http://blognl.p2pfoundation.net/?p=653

Theoretische verdieping volgens Cosma Orsi: http://p2pfoundation.net/Political_Economy_of_Reciprocity_and_the_Partner_State

Referenties[bewerken]

Benschop, A. (2006). Zichzelf organiserende netwerken. http://www.sociosite.org/netwerken_theorie.php

Lievens, J. (2013). De wereld redden. Michiel Bauwens. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Antwerp, Belgium: Uitgeverij Houtekiet.

Orsi, C. (2007). The Political Economy of Reciprocity and the Partner State. Nottingham, England: Nottingham Peer Production Workshop.

Simons, M. & Masschelein, J. (2007). Spiegeltje, spiegeltje aan de wand: over onderwijsbeleid en informeren. Impuls, 38(2), 67-75.

Veca, S. (2007). La filosofia politica. Rome, Italy: Editori Laterza.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.